Wiegel werd uit Friesland opgehaald met een helikopter die in een weiland landde. “Ik zat bij die jongens achterin en zei: ‘Wat vinden jullie ervan, mannen, zullen we even over de Vondelstraat vliegen?’ ‘Heel goed, excellentie.’

 

09-2012_Wiegel

 

VVD-politicus Hans Wigel haalt vrolijke herinneringen op aan zijn Amsterdamse jaren. Over de gehaktballen van mevrouw Oordijk, de vreselijke studieboeken die hij moest lezen en het roerige Amsterdam van rond 1980.

Hans Wiegel (71) woonde tot zijn twaalfde in de Geuzenstraat in West. Toen zijn vader in goeden doen raakte, verhuisden de Wiegels naar het Gooi. Voor zijn studie keerde hij terug naar Amsterdam, “naar de roodste faculteit van een rooie universiteit”. Vlak voordat de VVD-er minister van Binnenlandse Zaken en vicepremier werd, verliet hij met zijn gezin de stad. Maar als minister bleef hij betrokken bij de opstandige hoofdstad.

Oud-Amsterdammer Hans Wiegel heeft een woning in Den Haag. Op weg daarnaartoe loop ik over het Plein, het Binnenhof, langs de Hofvijver en bekijk het Torentje van de minister-president, waar zijn partijgenoot Mark Rutte resideert.
Bij binnenkomst biedt Wiegel een kop koffie en cake aan. Hij draagt een spijkerbroek en heeft een opvallend goed humeur – waar hij is, daar schijnt de zon, dat is duidelijk. Ik begin over de Geuzenstraat en de Wiegbrug. Meteen vertelt hij hoe hij als kleine jongen op de Wiegbrug stond en spuugde op de schippers die met hun groenteschuiten op weg waren naar de Markthallen in de Jan van Galenstraat. “Wat was leuker als Amsterdams jochie dan boven op die brug te staan en te spugen? Die lui konden niets terug doen!” Hij krijgt de slappe lach en veegt de tranen uit zijn ogen.
Hans Wiegel is op 16 juli 1941 geboren. In de oorlog. Het gezin woonde aan de Geuzenstraat 20 op driehoog. Ernstig: “Ik kan me het huis helemaal herinneren. Ik weet nog: toen ik een heel klein jongetje was, werd ik door mijn vader uit het raam op het platte dak getild – ik had toen al hoogtevrees – en zagen we nog voor de bevrijding vliegtuigen overvliegen. Die kwamen brood uit Zweden naar beneden gooien, zoals mijn vader mij toen vertelde. Later bleek dat verhaal een mythe.”
Zijn vader werd voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland afgevoerd. Hij moest in Ludwigshafen werken, bovenop een steiger. Wiegel: “Tegen hoge fabrieken aan, zeer gevaarlijk. Hij zou met verlof komen. Als jongetje van drie zat ik op de arm van mijn moeder op het Centraal Station te wachten op mijn vader. Maar hij kwam niet. Ik weet nog goed hoe totaal verkrampt en verstard mijn moeder was. Dat maakte een enorme indruk.” Later kwam hij toch thuis. “En toen heeft een huisarts, die aan de goede kant van de streep stond, mijn vader afgekeurd. Hij zou totaal in de war zijn. Dat was hij niet. Die dokter zei met zo’n knipoog: ‘Ik begrijp het wel, meneer Wiegel.’”

Een hele gekke man
Hans Wiegel vertelt dat hij uit een ouderwets gezin komt, “in de goede zin van het woord”. Zijn vader had op de meubelmakersschool in de Jordaan gezeten en werkte als meubelmaker bij een baas. Op dansles leerde hij zijn vrouw kennen.
“Mijn moeder vertelde hoe dat ging. Ze zei: ‘Je vader was een hele gekke man. Die kwam daar op dansles en had van huis een trommeltje met blokjes kaas meegenomen. En dan ging hij op dansles met die blokjes kaas rond.’ Dat is toch een beetje typisch. Ze vond dat erg leuk, want mijn moeder groeide op in een gezin waar de stemming tussen de ouders onderling niet zo geweldig was. Het was er saai, ze mocht eigenlijk niets. Ze kwam opeens in die vrolijke wereld van de Wiegels terecht. Een jolig gezin, het was er altijd feest. Mijn moeder vond dat super.”
Direct na de oorlog trok zijn vader de stoute schoenen aan en begon een eigen bedrijf, op de Bloemgracht 69. Wiegel: “Het was een grote werkplaats met veel hout en achter twee wc’s: een voor de klanten die langskwamen en een voor het personeel.” Na een tijd had hij 25 man personeel in dienst. Dat wilde hij niet. “Toen is hij met vijf man verdergegaan en echt geld gaan verdienen.”

Pingelen met Caransa
Zelfs met de bekende en beruchte vastgoedhandelaar Maup Caransa wist Wiegel senior raad. “Mijn vader zou de bar van het Doelenhotel verbouwen. Ik mocht mee naar Caransa’s kantoor op de Herengracht: eng en ook leuk. Caransa was heel aardig tegen mij.”
De jonge Hans zat bij het gesprek. “Caransa pingelde natuurlijk. Mijn vader dacht: op die manier verdien ik niets aan de verbouwing. Dan gooi ik maar een extra centje bovenop de tapijten en gordijnen die ik moet leveren. Maar Caransa, ook niet gek, zei: ‘Wiegel, ik maak het je gemakkelijk. Jij maakt de bar en ik zorg zelf voor de tapijten en de gordijnen.’ Mijn vader antwoordde: ‘Dat is goed, meneer Caransa. Maar als het klaar is, dan komen wij bij u eten in de zaak en nemen onze eigen spinazie mee.’ Waarop Caransa zei: ‘Goed, lever alles maar.’ Dat alerte heb ik van mijn vader.”
De jonge Wiegel ging naar de Potgieterschool aan het Bilderdijkpark. “In de vierde klas was ik klaar-over om andere kinderen te helpen bij het oversteken. In de De Clercqstraat, een drukke straat waar de Haarlemse tram ook nog doorheen reed. Ik had een jasje met gesp en zo’n spiegelei. Dat was nog linke soep; de auto’s reden toen als gekken.” Meester Stevens was dat jaar zijn meester, een vrijgezel. “Later is Stevens getrouwd met de schooltandarts. Wij vonden dat heel spannend. We gingen met de hele klas naar het huwelijk, op het oude stadhuis.”
Stevens bezocht in de zesde klas zijn ouders thuis. “Hij zei: ‘Uw zoon moet naar het gymnasium, dat kan-ie.’ Mijn ouders vonden hbs al heel hoog, maar als de meester het zegt dan moet het gebeuren. Dan zou ik naar het Barlaeus gaan, maar toen verhuisden mijn ouders naar Laren in het Gooi.” Dat vond vader Wiegel leuk. “Ongetwijfeld ook om te laten zien hoe goed hij het had gedaan. Maar hij had voor dezelfde centen – zo’n huis kostte 25.000 gulden – een huis in de Van Eeghenstraat bij het Vondelpark kunnen kopen.”

Mevrouw Oordijk
Op zijn achttiende kwam hij als student terug naar Amsterdam. Wiegel woonde op een kleine kamer in de Eerste Leliedwarsstraat. “Dat kamertje had uitzicht op de Westertoren, maar dan moest je wel levensgevaarlijk uit het raam hangen, anders zag je hem niet.” Er was geen wc op die zolder. Voor de wc moest hij naar zijn hospita, mevrouw Oordijk. “Een echte Jordanese vrouw, met een kleine kamer propvol met prullaria. Verdomd gezellig. Ik ging altijd om half zes naar de plee, want dan stond ze in de pan te roeren. Dan zei ze: ‘Wil je ook een balletje gehakt, jongen?’ ‘Heel graag, mevrouw Oordijk!’”
De latere politicus studeerde politieke wetenschappen. Wiegel: “Dat was de roodste faculteit van de rooie universiteit. In dat linkse gezelschap was ik de enige liberaal. Een van mijn beroemdste docenten was de econoom professor Salomon Kleerekoper, een marxist.” Wiegel gruwt nog van de “verschrikkelijke boeken” die hij moest lezen.
“Ik zal u een mooi verhaal vertellen. We zaten in de Agnietenkapel voor ons eerste college van Kleerekoper. Hij zei met zijn krassende stem: ‘Dames en heren, wie van u heeft hbs-a?’ Tachtig procent stak zijn vinger op. Waarop hij vervolgde: ‘Als het meezit, zie ik u over zeven jaar op uw kandidaatsexamen.’ Daar stond normaal drie jaar voor. Hij vond die a-richting van de HBS een aanfluiting. Later kwam ik voor een van de allerzwaarste tentamens bij hem thuis, in de De Lairessestraat. Een mondeling tentamen, met thee en zo. Ik kende er niet veel van en bracht er niets van terecht. Ik vroeg om een aspirientje. Hij zei: ‘U hebt zeker hbs-a?’ Ik: ‘Nee, professor.’ En nou komt het. Hij: ‘Hbs-b?’ Ik: ‘Nee.’ ‘Gymnasium-alfa?’ ‘Nee, professor.’ Verbijsterd: ‘Hebt u gymnasium-bèta?’ ‘Ja, professor.’ ‘Dan hoeft u dit ook niet te weten. U bent geslaagd.’”
Wiegel zat kort bij het Amsterdamse studentencorps. “Met zo’n ouderwetse ontgroening, met varkentjes die werden losgelaten. Ik vond er geen bal aan. Geschreeuw en gezuip, niets voor mij. Te hardhandig, al houd ik wel van een glas bier.” Wiegel bleef maar een paar maanden lid.
Via een vriend kwam hij bij de JOVD, de jongerenvereniging van de liberale VVD. “Die politiek vond ik geweldig, fantastisch. Vooral het debat.” Hij hoorde een lezing van VVD-leider Pieter Oud. “Ik was helemaal flabbergasted. Wát een verhaal. Ik werd lid. Ik ben ‘liberaal’ opgevoed, van zuinig zijn en je best doen. En ik kwam ook uit een ondernemersgezin, dus mijn ouders stemden niet meer op de PvdA. Ze spraken trouwens nooit over politiek.”

De politiek in
Nog als student – pas 25 jaar – werd Hans Wiegel Kamerlid. “Maar ik studeerde al niet zoveel meer, had wel mijn kandidaats. Ik kreeg college van Hans van den Doel, later Kamerlid van de PvdA. Ik was pas nog op zijn begrafenis. Die gaf een werkcollege economie waar ik met de pet naar gooide. Hij zei: ‘Het is mooi dat u zich voor politiek interesseert, meneer Wiegel, maar u moet uw tentamens op tijd doen.’” Lachend: “Daar had hij gelijk in.”
Vier jaar later werd hij ondanks zijn verlegenheid op zijn 29ste fractievoorzitter. Volgens Wiegel een record dat nooit ofte nimmer gebroken zal worden: “Ik werd ervoor gevraagd. Ik wilde erover nadenken en dacht: die trein komt maar één keer langs. Zo is het altijd in het leven; dan moet je beslissen. Want als de trein eenmaal voorbij is, komt hij niet meer terug. Ik leidde quasi met losse hand die fractie. Ik hoefde ook niet te weten wat die mensen gingen zeggen, alleen of er politiek geladen dingen bij zaten. Er werd altijd ontzettend gelachen. We maakten veel plezier, dus iedereen was vrolijk in die tijd. Dat is toch heerlijk?” Hij woonde met zijn gezin op stand aan de Leidsegracht 23. De “hardhandige” PvdA-wethouder Han Lammers was zijn buurman.
Van 1977 tot 1981 was hij minister van Binnenlandse Zaken en vicepremier. “Maar toen woonde ik niet meer in Amsterdam. Ik maakte Wim Polak als burgemeester mee, vooral als er gesodemieter was. Hét voorbeeld was de Vondelstraat, met die barricades. Dan heb je als minister eindeloos overleg. Met de ministers van Justitie en Defensie, de commissaris van de koningin, met de procureur-generaal, de directeuren van het ministerie van Defensie en uiteraard met de burgemeester als eerstverantwoordelijke voor de openbare orde.”

Duikvlucht boven Vondelstraat
Deze crisisgroep kwam op Schiphol bij elkaar. “Polak nam nooit een besluit, ik snapte dat ook wel. Ik zat op mijn boerderij in Friesland en werd opgebeld door mijn directeur-generaal. Er was weer overleg op Schiphol. Ik zei: ‘Ik kom alleen als er een besluit wordt genomen. Dus als je dat ook aan de burgemeester wil doorgeven: de minister komt alleen als er een besluit wordt genomen.’”
Wiegel werd uit Friesland opgehaald met een helikopter die in een weiland landde. “Ik zat bij die jongens achterin en zei: ‘Wat vinden jullie ervan, mannen, zullen we even over de Vondelstraat vliegen?’ ‘Heel goed, excellentie.’ En wij daarboven, je zag de krakers al een beetje weglopen. Ik zei: ‘Durven jullie een duik naar beneden te nemen?’ ‘Ja, wij wel.’ Bzjiet, we gingen zo naar beneden. Ze renden allemaal de huizen in. Ik heb ze op Schiphol maar niet verteld wat wij hadden uitgespookt. Er werd besloten om in te grijpen en de volgende ochtend vroeg reden de tanks de Vondelstraat in. Daar was ik wel zeer verheugd over – ja, natuurlijk. Wie heeft hier het gezag? De staat of de straat? Wat zullen we nou hebben!”
Af en toe komt Wiegel in Amsterdam. Kortgeleden reed hij door de Geuzenstraat om het ouderlijk huis te bekijken. En vorig jaar waren de leden van het kabinet-Van Agt/Wiegel (1977-1981) bij elkaar in de hoofdstad: “Dat had oud-minister Arie Pais georganiseerd, die woont in Amsterdam. We werden in het Hilton Hotel welkom geheten door burgemeester Eberhard van der Laan, met zó’n ontzettend aardige speech. Hij zei: ‘Ik vond dat kabinet van u toen afschuwelijk, maar ik heb nagelezen wat u allemaal voor Amsterdam heeft gedaan. Dat was veel, zoals de financiering van de Stopera.’” Wiegel: “Dus achteraf bekeken viel het hem enorm mee.”

Tekst: Serge Markx
S. Markx studeerde geschiedenis en is communicatieadviseur bij stadsdeel West.

Ik heb enorm respect voor mensen die hun nek uitsteken om ondernemer te worden

‘In het buitenland zijn ze jaloers op Nederland’

Interview: John Fentener van Vlissingen

Het botert steeds beter tussen de overheid en het bedrijfsleven, zegt miljairdair John Fentener van Vlissingen, met dank aan de Big Improvement Day. De overgrote meerderheid doet zijn best.

Blijf op de hoogte

Iedere dag rond lunchtijd het belangrijkste nieuws van de ochtend, de mooiste fotografie en het gesprek van de dag? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Miljardair John Fentener van Vlissingen is een positivo. Hij heeft in zijn woonplaats Londen net de film Collateral Beauty gezien, over een reclameman die een zware depressie na de dood van zijn dochter overwint en zijn verwoeste huwelijk repareert. Nu is hij in Nederland voor wat de organisatie afficheert als ‘de meest positieve dag van het jaar’: Big Improvement Day. Elke derde dinsdag van januari treffen toppers uit bedrijfsleven, wetenschap en overheid elkaar ergens in Nederland om te bespreken wat er goed gaat in het land en wat er nog beter kan. Die brainstorm moet iets anders opleveren dan de vaak sombere boodschap op de derde dinsdag van september, Prinsjesdag.

Komende dinsdag wordt de ‘grote verbeterdag’ voor de tiende keer gehouden. John Fentener van Vlissingen vliegt er graag de Noordzee voor over. De 77-jarige zakenman, telg uit het bekende SHV-geslacht en oprichter van reismultinational BCD, was vanaf het begin betrokken bij Big Improvement Day. Maar uitgerekend nu hij komt terugblikken op wat tien jaar positiviteit heeft opgeleverd, overheerst de onvrede in het land. Het populisme rukt op en de ‘boze witte man’ zet de toon.

Het negativisme lijkt hoogtij te vieren.

John Fentener

John Fentener van Vlissingen (Utrecht, 4 maart 1939) is na het overlijden van zijn broers Paul en Frits de laatste nog levende van de oudste generatie Fenteners van Vlissingen. Als enige werd hij ook niet actief in het familiebedrijf SHV, maar begon hij – in 1975 – zijn eigen bedrijf, BCD. Dat (zaken)reisimperium telt inmiddels 13 duizend werknemers in bijna 110 landen, goed voor een omzet van 24,1 miljard euro.

Volgens zakenblad Quote behoort hij met een geschat vermogen van 1,8 miljard euro tot de vijf rijkste Nederlanders. Fentener van Vlissingen maakt zich sterk voor familiebedrijven; hij presenteerde er onder meer een tv-programma over bij WNL. Daarnaast was hij als kunstliefhebber medeoprichter van de kunstbeurs Tefaf in Maastricht. Hij is getrouwd met Marine de Pourtalès en heeft drie kinderen en negen kleinkinderen. Hij heeft diverse goede doelen-stichtingen, waaronder de John and Marine van Vlissingen Foundation, die een deel van de winst van BCD ontvangt.

‘Ach, weet u wat het is? In het buitenland is men jaloers op Nederland. Daar staan ze ervan te kijken hoe fantastisch dit land is. Met een goed sociaal stelsel, met gemiddeld genomen een goede regering, met bijna weer begrotingsevenwicht, met prima wegen en met een luchthaven als Schiphol. Maar wat doen wij? We klagen dat we wel eens in de file staan. We hebben geen idee in wat voor mooi land we leven.

‘In de tientallen internationale vestigingen van BCD houden we elke twee jaar een enquête onder de werknemers. Dan vragen we wat ze van hun chef vinden, van hun salaris, wat er beter zou kunnen, dat soort dingen. De Nederlandse werknemers geven altijd de laagste cijfers. Ze geven een voldoende, dat wel, maar in andere landen is men veel positiever. Daar zijn mensen blijkbaar sneller tevreden. Terwijl Nederland in alle internationale lijstjes in de bovenste regionen staat, of het nu om de zorg gaat, de pensioenen, of de concurrentiekracht.

‘Laatst zei iemand: ‘In de lijst van landen met de meeste zeurende mensen zou Nederland ook aan de top staan’.’

Is gezeur de nieuwe Hollanditis?

‘Dat zou ik ook weer niet willen zeggen. Maar we vinden het blijkbaar wel moeilijk de positieve kant te zien.’

De onvrede heerst niet alleen niet in Nederland. Denk aan de verkiezing van Donald Trump of de Brexit.

‘Ik was verrast door de uitslag van het referendum en vind het besluit ook niet verstandig, maar de Brexit is een reactie op Brussel, dat veel te machtig en bemoeizuchtig is geworden. Waarom zou Europa moeten bepalen wat er wel en niet in een worst mag zitten? Dat kunnen landen zelf wel, met hun eigen cultuur en tradities. Waarom zouden de Britten zelf niet mogen weten of ze links rijden? Brussel is veel te ver gegaan de afgelopen jaren.’

Maar Brussel wil toch niet verbieden dat Britten links rijden? En misschien is het handig dat er Europese regels zijn voor het verpakken van olijfolie. Dat is goed voor de handel.

Natuurlijk, economisch gezien is Europa enorm belangrijk. We kunnen het niet meer in ons eentje. China heeft al tegen de Britten gezegd: als jullie zelfstandig zijn, los van Europa, komen jullie achteraan de rij. Maar Brussel moet zich niet bemoeien met zaken waarover de lidstaten zelf wel kunnen beslissen. Europa is de afgelopen jaren de verkeerde kant op gegaan. Na al die verkiezingen dit jaar, in Nederland, Duitsland en Frankrijk, moeten ze in Brussel de koppen maar eens bij elkaar steken en bepalen hoe het verder moet, met minder bemoeizucht. Ik vind het ook niet kunnen dat een rechter van het Europese Hof in Luxemburg kan beslissen wat er in Nederland gebeurt. Daar moeten we zelf over gaan.’

Hoe kijkt u eigenlijk aan tegen Geert Wilders?

‘Ik ben een democraat. Ik ben het niet met hem eens, maar hij mag zeggen wat hij wil. Ik moet, het is misschien de leeftijd, ook erg wennen aan de verruwing in de maatschappij. Maar inderdaad, de PVV staat bovenaan in de peilingen. Ze zijn sociaal heel links en op het gebied van immigratie extreemrechts. Dat heeft blijkbaar een grote aantrekkingskracht op kiezers.’

Is het de immigratie?

‘Ja. Daardoor voelen mensen zich bedreigd in hun baan en in hun levenswijze. Het gaat ook vaak om economische vluchtelingen, die geen kans maken om te mogen blijven, maar die moeilijk terug te sturen zijn. Gelukkig heeft de deal met Turkije over opvang daar, een Nederlands idee, gewerkt. We zouden dat soort afspraken ook moeten maken met bijvoorbeeld Marokko en Tunesië. Dat zijn vriendelijke landen, daar valt mee te praten. En ze hebben er ook een belang bij, omdat ze er geld mee kunnen verdienen.’

We zouden dat soort afspraken ook moeten maken met bijvoorbeeld Marokko en Tunesië. Dat zijn vriendelijke landen, daar valt mee te praten

Dus de Duitse bondskanselier Angela Merkel zat fout, met haar ‘Wir schaffen das’, een welkom aan de vluchtelingen?

'In het buitenland zijn ze jaloers op Nederland'
© Menno Pelser

‘Zakelijk gezien zat ze fout, dat ziet ze nu zelf ook wel in. Maar het was een emotionele oproep. Merkel komt zelf uit een fout systeem, ze is opgegroeid in de DDR. Daarom heeft ze haar hart laten spreken. Dat vind ik wel weer mooi. Dat doen politici te weinig. En voor echte vluchtelingen moet er in Europa ook altijd een plek zijn.’

Tegenhanger van Prinsjesdag

De ‘positieve tegenhanger van Prinsjesdag’ wordt Big Improvement Day genoemd, want ‘trots zijn op wat goed gaat is niet vanzelfsprekend in ons land’. Op de derde dinsdag van januari bespreken toppers uit bedrijfsleven en overheid wat er nog beter kan in Nederland. Dat moet ‘verfrissende ideeën’ opleveren. Het door pr-bureau Winkelman en Van Hessen bedachte evenement werd in 2008 voor het eerst gehouden. Komende dinsdag is in Den Haag dus de tiende editie. Sprekers zijn, naast John Fentener van Vlissingen, onder andere VVD-prominent En Nijpels en Ali B.

Ondertussen klinkt overal de roep om protectionistische maatregelen, of zelfs het bouwen van een muur langs de grens. Dat is niet goed voor uw BCD, een van de grootste reisorganisaties ter wereld, die het moet hebben van handel.

‘Op mijn leeftijd weet je dat alles in fases gaat. Die muur met Mexico komt er natuurlijk helemaal niet. Dat was verkiezingsretoriek. Weet u wat het is: de consument beslist. Als Amerikanen door protectionistische maatregelen straks 2.000 dollar meer moeten betalen voor hun auto, die misschien slechter gebouwd is, dan zullen ze dat niet pikken. Dan is het snel gedaan met de populariteit van Trump.’

Misschien komt al die onvrede ook wel door de schandalen in het bedrijfsleven, met extreme salarissen en affaires als de sjoemelsoftware bij Volkswagen.

John Fentener van Vlissingen
John Fentener van Vlissingen © Jiri Buller

‘Het jammere van dit soort schandalen is dat mensen denken dat het overal hetzelfde is. Natuurlijk, de pers moet zijn werk doen en dit breed uitmeten. Ik praat het niet goed. Maar 90, 95 procent van het bedrijfsleven maakt er dagelijks het beste van. Net als bij de overheid, daar doet ook de overgrote meerderheid gewoon zijn best. Maar door dit soort affaires denken mensen dat het overal mis is. Dat is niet zo. Volkswagen heeft met software gesjoemeld. Dat keur ik ten zeerste af. Maar dat betekent niet dat ze slechte auto’s maken. Dat heeft de klant blijkbaar ook gedacht, want Volkswagen is het best verkochte merk geworden. Zoals ik al zei: de consument beslist. Het verdwijnen van werk naar lagelonenlanden kun je niet leuk vinden. Maar als de consument niet te veel wil betalen voor een speelgoedauto, dan is het niet anders. Met weer als positief gevolg dat bijna een miljard mensen in opkomende landen als India en China nu een beter leven hebben dan vroeger.’

U ziet het positief in. Ondertussen is er angst in de samenleving over de opkomst van het populisme, over een herhaling van de jaren dertig.

Ik heb enorm respect voor mensen die hun nek uitsteken om ondernemer te worden

‘Ik maak me ook weleens zorgen, maar in dat scenario geloof ik niet. Ik geloof dat we daar toch van geleerd hebben. Dat zag je bij de ondergang van Lehman Brothers, het begin van de kredietcrisis. Daar is niet nationalistisch op gereageerd. Het was pijnlijk en moeilijk, maar dat probleem hebben we met elkaar opgelost.’

Maar heeft Big Improvement Day in die tien jaar ook wat opgeleverd?

‘Zeker. Ik denk dat de relatie tussen overheid en bedrijfsleven de afgelopen tien jaar ondanks alles sterk is verbeterd. Tien jaar geleden hadden zij tegengestelde belangen. Nu trekken ze samen op. Dat blijkt onder meer uit de steun voor startende ondernemingen en veel van de projecten op het gebied van verduurzaming.’

Er zullen mensen zijn die zeggen: hij heeft makkelijk praten. Hij is miljardair en woont in Londen.

‘Ik heb enorm respect voor mensen die hun nek uitsteken om ondernemer te worden. Mensen die, terwijl ze ook voor een baan hadden kunnen kiezen, een tweede hypotheek op hun huis nemen om een eigen bedrijf op te zetten. Dat kan ik hen nooit nazeggen. Mijn familie was al vermogend en ik had al een geprivilegieerde achtergrond. Maar ik heb van mijn vader geleerd dat je daar wel iets mee moet doen. Ik ben een bedrijf begonnen, dat met vallen en opstaan gelukkig heel succesvol is geworden.

‘Geld maakt wel verschil, want ik heb geen persoonlijke financiële risico’s hoeven nemen, maar ik had ook op het strand kunnen gaan liggen. Dat heb ik niet gedaan. Dan had ik me trouwens ook doodverveeld.’

oud TV celerberty nu triest slachtoffer reality show

RTL krabt laatste restje entertainment uit Peter Jan Rens

Tv-recensie Frank Heinen

De realityshow met Peter Jan Rens doet denken aan een pijnlijke kies waar je toch steeds even aan moet voelen.

In de kerstspecial van de Britse comedy Extras (2006) zit de hoofdpersoon – acteur Andy Millman – in Celebrity Big Brother. Als hij plots het perverse van zijn situatie inziet, blikt hij recht in een van de spinnende camera’s: ‘Fuck you, the makers of this show as well. You can’t wash your hands of this. You can’t say: oh it’s exploitation but that’s what the public wants. No! The Victorian freakshow never went away.’

In NRC vergeleek Youp van ‘t Hek zaterdag RTL-captain Erland Galjaard met de PSV-supporters die begin dit jaar in Madrid muntjes naar bedelaars smeten. Die vergelijking was de eerste in een Vanthekkiaanse vuurwerkmat aan beledigingen. Aanleiding voor die column was Doen ze ‘t of doen ze ‘t niet? – vanavond aflevering twee op RTL 5. Die Nipkowschijf-groslijstkandidaat was me even ontgaan.

Zo is DZTODZTN? een overwinning van de geldzucht

Nou, teruggekeken.

In het kort: Doen ze ‘t of doen ze ‘t niet? volgt Peter Jan Rens en zijn 43 jaar jongere (dit wordt voortdurend benadrukt) vriendin Virginia. Rens was ooit erg succesvol, daarna erg rijk, vervolgens erg failliet en tegenwoordig vooral erg wanhopig. Een andere reden om de brokstukken van je leven in een RTL-vitrine tentoon te stellen, is er volgens mij niet. Zo is DZTODZTN? een overwinning van de geldzucht. Van Rens, die het ook niet meer weet, maar vooral van de mensen in de RTL-directiekamers, die met hun realityshowblauwdruk van uitgedoofde ster naar gefailleerde knuppel schooien om het laatste restje entertainment uit die levens te krabben.

In het geval van Peter Jan en Virginia: een zoveelste onhandige verhuizing (#haha), een min of meer permanente staat van ruzie (#djiezus), een lapzwans met ingewikkeld haar in de rol van broer (#omg) en een door het beeld schuivend peutertje (#liefenzielig). Na Rens’ huwelijksaanzoek van vorige week volgt vanavond Virginia’s reactie. Spannend, als De Telegraaf niet al gemeld had dat de bruiloft gepland staat voor aanstaande maandag. En als het een show betrof die wat minder droef maakte.

Lees verder onder de video

Collega Haro Kraak schreef drie maanden geleden op deze plek over het wanstaltige Get the f*ck out of my house: ‘De trog van tv-pulp is zo diep als het heelal groot is. Telkens als je denkt dat je er bent, dijt-ie uit.’ Zo bezien zou je de nieuwe Rens-show een tot nog toe onbekend sterrenstelsel kunnen noemen, maar het doet meer denken aan een pijnlijke kies waar je toch steeds even aan moet voelen.

Afgrijzen hypnotiseert en bovendien: het appelleert aan een gevoel waar je best lekker op gaat, tot je doorkrijgt dat het een cocktail van superioriteitsgevoel en voyeurisme moet zijn. Natuurlijk is DZTODZTN? niet het eerste realitydingetje dat de grenzen van de geestelijke armoe oprekt met een inzet een betere zaak waardig, maar er moet toch ooit een moment komen dat de verantwoordelijken elkaar aankijken en zeggen: het verkoopt, maar toch kappen we ermee. Dat is het moment dat je je niet langer glimlachend en kijkcijfertellend verstopt achter what the public wants.

Afscheid van de President van ‘hope’ en ‘change’

Laatste rede van een groot spreker

Vele harten zullen vanavond worden gevuld met weemoed. Barack Obama houdt zijn laatste rede. Nog één keer zal hij zijn gehoor in trance brengen door zijn wijze hoofd in een volmaakte cadans heen en weer te bewegen van links naar rechts, de blik gericht op een voor gewone stervelingen onzichtbaar punt ergens tussen hemel en aarde. Het is het afscheid van een president, het afscheid van een tijd, het afscheid van een uitzonderlijk spreker.

Het was niet alleen zijn stem, het was ook de schoonheid van zijn woorden, de spiegel die hij zichzelf en ons voorhield. Vaak ging het over het menselijk tekort in al zijn verschijningsvormen. Sprak hij over onze worsteling om haat, tweespalt, geweld, verbittering en armoede uit te bannen. Het maakte zijn toespraken tot gebeurtenissen waarnaar werd uitgekeken en die door geen andere wereldleider werden geëvenaard.

Zijn stem erfde hij van zijn Afrikaanse vader, de man die hem na zijn geboorte in de steek liet. Barack Hussein Obama senior kwam van Kenia naar Amerika om te studeren. Hij had een diepe, betoverende stem. Als hij in een kamer zijn mond opendeed, stopte iedereen met praten en keek men om naar hem. Vrienden noemden hem briljant, charismatisch en verwaand.

De zeven Obama’s die ons toespraken

De Verenigde Staten nemen afscheid van Barack Obama – niet alleen als president, maar ook als uitzonderlijk spreker. Want aan zijn toespraken kon geen andere wereldleider tippen. Acht jaar Obama in zeven karakteristieke speeches.

President Obama in Athene in november vorig jaar.
President Obama in Athene in november vorig jaar. © AFP

En dan was er Obama’s blanke opa van moederskant. Meubelverkoper Stanley Dunham was een prater en snoever, die graag sterke verhalen vertelde in de duistere kroegen op Hawaï waar hij zijn kleinzoon mee naartoe nam. ‘Zijn mond was groter dan zijn prestaties’, smaalde een zwager. Terwijl de jonge Barry belletjes zat te blazen in zijn glas cola, moet hij van opa Stan de kunst van het vertellen hebben geleerd.

De derde bron waaruit de president putte waren de zwarte kerken aan de South Side, de achterstandswijken in Chicago. Hij werkte er als buurtwerker. Als hij voor een groep stond, sprak hij onsamenhangend en stamelend. Hij ging er altijd naar de kerk. Hij werd er niet alleen gegrepen door het geloof, maar keek en luisterde vanaf de achterste banken ook goed naar de zwarte dominees. Hoe zij de kerkgangers lieten meewiegen, meezoemen, meedeinen en ten slotte meezingen en meedansen op het opzwepende ritme van hun woorden. Hier achter in die kerken werd de redenaar Obama geboren.

Terwijl de jonge Barry belletjes zat te blazen in zijn glas cola, moet hij van opa Stan de kunst van het vertellen hebben geleerd

Biograaf David Maraniss heeft het beschreven. Het was niet alleen hoe Obama het zei maar ook wat hij zei. Hij nam de toehoorder vaak mee op een spannende zoektocht door zijn hoofd. Niks is eenduidig of simpel, aan alle kwesties zitten meerdere kanten, alles is complex en rommelig, we zijn allemaal onvolmaakt. Hij probeerde het juiste morele kompas te volgen, maar ook ik, zei hij, ben een product van de erfzonde.

Typisch Obama: op een bewering volgde na het woordje ‘maar’ meteen de tegenwerping. Het ‘maar’ van een president die steeds met zichzelf in gesprek was, met zichzelf discussieerde. Zo iemand is het tegendeel van een ideoloog of demagoog. En dat was geruststellend. Het had ook een nadeel. Het kan ook het ‘maar’ zijn van de twijfelaar, de Obama die geloofde dat ‘er grenzen zijn aan het goede dat we kunnen doen en aan het slechte dat we kunnen voorkomen’. Zulke uitlatingen leverden hem het verwijt op dat hij wel de kracht van het woord had maar niet de macht van de daad.

Toch zullen velen hem herinneren als de president die misschien niet alle beloofde verandering bracht maar wel hoop bood. Hij kwam erachter dat de wereld en de mens heel weerbarstig kunnen zijn. Maar: ‘Ik weiger te accepteren dat wanhoop het laatste antwoord is op de wisselvalligheden van de geschiedenis. We moeten blijven streven naar de wereld zoals zij behoort te zijn die vonk van het goddelijke die nog altijd brandt in onze zielen.’

Ik weiger te accepteren dat wanhoop het laatste antwoord is op de wisselvalligheden van de geschiedenis

Barack Obama


Zijn onlvolmaakte dominee

Obama in Philadelphia
Obama in Philadelphia © Bloomberg via Getty Images

18.03.2008, Philadelphia

Een van zijn beroemdste speeches hield Obama niet als president, maar zonder die toespraak was hij misschien wel nooit president geworden. Tijdens de verkiezingscampagne van 2008 doken beelden op van Jeremiah Wright, zijn zwarte dominee in Chicago die Amerika vervloekte. Het einde van Obama’s kandidatuur dreigde.

Obama erkende dat de dominee fel kon afgeven op Amerika. Daar was hij het niet mee eens. Maar er was een andere kant. De dominee bracht mij het christelijke geloof bij, leerde mij me te bekommeren om de zieken en de armen.

‘Zo onvolmaakt als hij was, hij was familie voor me. (…) Ik kan hem niet verloochenen, net zo min als ik mijn blanke grootmoeder kan verloochenen, die me hielp opvoeden, die keer op keer alles voor me gaf (…) maar die me ooit bekende bang te zijn voor zwarte mannen op straat. (…) Deze mensen zijn een deel van mij, en een deel van Amerika, het land waarvan ik hou.’

Obama wees erop dat voor de dominee en zijn generatie de herinneringen aan de vernederingen van de slavernij en rassenscheiding niet zijn weggaan. Soms borrelen ze op in de kerk op zondagochtend. Er is nog veel mis in de zwarte gemeenschap. Ook zijn er blanken die zich allerminst bevoorrecht voelen. Daar moeten we aan werken. Met één verkiezing overwinnen we niet de rassentegenstellingen, zeker niet met zo’n onvolmaakte kandidatuur als die van mij, zei Obama. Maar Amerika zit niet geketend aan zijn verleden, het kan veranderen.

Later dat jaar werd hij gekozen tot de eerste zwarte president.


In het hol van de leeuw

Obama in Caïro
Obama in Caïro © AFP/Getty Images

04.06.2009, Caïro

Obama’s verkiezing was grotendeels een reactie op het presidentschap van George W. Bush, toen na de aanslagen van 11 september de betrekkingen tussen Amerika en de islamitische wereld op scherp kwamen te staan. De nieuwe president reisde naar het hol van de leeuw om in een toespraak op de universiteit van Caïro op te roepen de ‘cyclus van argwaan en onenigheid’ te doorbreken.

Hij prees de islam om haar culturele en intellectuele bijdragen aan de beschaving, zei warme herinneringen te koesteren aan de tijd dat hij als jochie in Indonesië hoorde hoe moslims werden opgeroepen tot gebed, en bezwoer te zullen strijden tegen negatieve stereotypen.

Maar de liefde kan niet van één kant komen, zei hij ook. Moslims moesten op hun beurt negatieve stereotypen over Amerika vermijden. Het is het land waar een zwarte man met de naam Barack Hussein Obama tot president kon worden gekozen. Voorts beklemtoonde hij een christen te zijn, ondanks zijn vader die een (niet zo gelovige) moslim was.

In de speech maakte Obama een scherp onderscheid tussen de islam en de extremisten die in haar naam geweld en terreur plegen. Dat is hij blijven doen, tot het eind van zijn presidentschap. Ook verontschuldigde hij zich voor het martelen en Guantanamo. Maar van het door hem gewenste ‘nieuwe begin’ is niet veel terechtgekomen.

Het geweld in het Midden-Oosten is alleen maar toegenomen en de spill-over – het terrorisme en de vluchtelingenstroom – hebben de spanningen tussen moslims en niet-moslims er niet minder op gemaakt.


‘Kwaad bestaat in de wereld’

Obama in Oslo
Obama in Oslo © AFP/Getty Images

10.12.2009, Oslo

Nog geen jaar was Obama president of hij kreeg de Nobelprijs voor de Vrede. Een twijfelachtige eer voor een man die reeds op de derde dag na zijn inauguratie in januari 2009 papieren ondertekende waarin hij voor het eerst toestemming gaf voor drone-aanvallen op twee huizen in een afgelegen gebied in Pakistan. Ten minste vier vermeende terroristen van Al-Qaida werden gedood. Maar ook drie kinderen.

Op het moment dat Obama zijn handtekening had gezet, besprak elders in het Witte Huis zijn vrouw Michelle met hun dochters hoe zij hun nieuwe leven zouden inrichten, zo valt te lezen in het boek The Obamas van Jodi Kantor.

Als leider van een supermogendheid die in een harde strijd was verwikkeld met islamitische terroristen en troepen had in Afghanistan en Irak, was het onmogelijk schone handen te houden. Het dwong Obama ertoe bij zijn speech in Oslo als ontvanger van de meest prestigieuze vredesprijs de rol op zich te nemen van de leider die oorlog verdedigt.

Soms is het nodig. ‘Kwaad bestaat in de wereld.’ Zie de strijd tegen Hitler. Dat is de ‘rechtvaardige oorlog’, als uiterste middel om jezelf te verdedigen, zei hij, die dat leerde van Augustinus en Thomas van Aquino. Het was een ongemakkelijke boodschap. Het eerste applaus kwam pas halverwege toen hij Guantanamo en marteling veroordeelde.

Aan het eind van zijn presidentschap voert Obama nog steeds oorlog. Maar hij is ook de man die het grootste deel van de troepen naar huis haalde en niks wilde weten van ingrijpen in Syrië. ‘Dat we de beste hamer hebben, wil nog niet zeggen dat elk probleem een spijker is.’ Krijgen de Noren toch een beetje gelijk.


De president als zwarte prediker

Obama in Charleston, SC
Obama in Charleston, SC © Getty Images

26.06.2015, Charleston

Weer moest Obama zijn eer betonen aan slachtoffers van een op hol geslagen schutter. Dit keer geen schoolkinderen of bioscoopbezoekers, maar negen zwarte gelovigen. Zij waren op zomaar een zomeravond in hun kerk in Charleston, North Carolina zomaar doodgeschoten door een jonge blanke racist. Op de herdenkingsbijeenkomst in juni 2015 werd de president een zwarte prediker. Hij en zijn gehoor stuwden elkaar op in hun gemeenschappelijke rouw.

Zijn woorden getuigden van zijn spirituele maar ook literaire geest. In de loop van de eeuwen waren kerken de plaats geworden waar zwarten onder elkaar konden zijn in een vijandige wereld, de plekken waar uit het Zuiden gevluchte slaven rustten op weg naar de vrijheid van het Noorden, de bunkers waar de voetsoldaten van de burgerrechtenbeweging zich konden verschansen, zei Obama. Juist daar had het geweld toegeslagen. ‘Gods wegen zijn ondoorgrondelijk.’

De moordenaar wist niet dat hij gebruikt werd door God, aldus Obama. Hij had niet kunnen voorzien dat de nabestaanden later in de rechtbank woorden van vergiffenis zouden spreken tegen hem en dat de vlag van het opstandige Zuiden, dat zich ooit in de burgeroorlog verzette tegen de afschaffing van de slavernij, zou worden neergehaald in North Carolina’s hoofdstad. Veel meer is nodig om de rassenverhoudingen te verbeteren en wapenbezit te beteugelen, zei Obama met ongetwijfeld de rellen van Ferguson in gedachten. Maar volgens hem kan met Gods Genade alles veranderen.


Asia’s richest man meets with Donald Trump to tease plans for creating one million jobs in the US

Alibaba

Topman Jack Ma van de Chinese internetgigant Alibaba had maandag ook overleg met  Trump. Ze spraken over het creëren van een miljoen extra banen in de VS. Dat zou moeten gebeuren door het voor kleinere Amerikaanse bedrijven makkelijker te maken om via de onlineplatforms van Alibaba spullen te verkopen in China. ‘Jack en ik gaan samen grootse dingen doen’, liet Trump kort na de ontmoeting weten.

Alibaba heeft baat bij samenwerking met Trump omdat die tijdens zijn verkiezingscampagne juist zinspeelde op het opwerpen van extra barrières in de handel tussen de VS en China, om de Amerikaanse economie te beschermen.

In de Trump Tower in New York kwam maandag ook Bernard Arnault, baas van de Franse producent van luxeartikelen LVMH, langs. Die zei na afloop van zijn gesprek met Trump onderzoek te doen naar een uitbreiding van de productie in de VS. Mogelijk kan het bedrijf achter onder meer de tassen van Louis Vuitton ook voor nieuwe Amerikaanse banen zorgen.