Alles wat minder zal blijken te zijn dan een complete overwinning, kan eruit gaan zien als een complete vernedering.

Democraten maken dezelfde vergissingen als Republikeinen in 1998

 

Het Democratische huis van verontwaardiging voelt comfortabel aan, maar kan een huis van verliezers worden, waarschuwt Bret Stephens.

En de laatste tijd begonnen we te geloven dat we… aan de winnende hand zijn.

Begint de wraak in 2018 niet al zoet te smaken – en in 2020 nog zoeter?

Donderdag waren we zó opgelucht toen Roy Moore zijn welverdiende politieke dood stierf, net als Jack Nicholsons Joker aan het einde van Batman. We juichten toen Robert Mueller er in slaagde Michael Flynn schuld te laten bekennen en het leek alsof de strop van de onderzoekers zich strakker om Trumps hals sloot. We waren in de zevende hemel toen de Democraat Ralph Northam Ed Gillespie vernietigend versloeg nadat deze Republikein zich had verlaagd tot anti-immigratiedemagogie.

Het komt allemaal bij elkaar. De Democraten staan 11 punten voor op de Republikeinen in peilingen voor het Congres. Nauwelijks 37 procent van de Amerikanen vindt dat de president het goed doet. Bijna zes op de tien zeggen dat de Verenigde Staten ‘op het verkeerde spoor’ zitten. Begint de wraak in 2018 niet al zoet te smaken – en in 2020 nog zoeter?

Reken er niet op. Democraten maken dezelfde vergissingen als de Republikeinen deden toen zij in hun huis van verontwaardiging woonden, in 1998.

Welvaart is belangrijker dan moraal. Het effect van rijkdom is groter dan dat van de walging

U herinnert het zich nog. Het jaar van de zwaaiende vinger en het bevlekte blauwe jurkje. Van een president die vrouwen misbruikte, erover loog, en zijn macht gebruikte om andere landen te bombarderen zodat hij het publiek kon afleiden van zijn eigen sores. Van een speciale aanklager wiens onderzoek verder ging dan aanvankelijk bedoeld. Van de sfeer waarin het halve land klaarstond om de president af te zetten – terwijl de andere helft vastbesloten was zijn seksuele onbetamelijkheden te negeren, een democratisch gekozen leider te verdedigen en gewoon verder te gaan.

O ja, en het jaar waarin de beurs 16 procent steeg, de werkloosheid het laagst was in 28 jaar en Democraten zetels wonnen in het Congres. Bill Clinton overleefde, zoals we weten, een afzettingsprocedure, verliet het Witte Huis met een sterke economie en 66 procent van de Amerikanen achter zich.

1998 liet de waarheid zien achter de officiëuze slogan waarmee Clinton begon aan zijn race naar het presidentschap: It’s the economy, stupid. Welvaart is belangrijker dan moraal. Het effect van rijkdom is groter dan dat van de walging. Dat was wellicht niet het geval bij het verlies van Moore in Alabama, maar het gebeurt niet vaak dat een vermeend pedofiel gekozen wil worden. En nog bijna had gewonnen ook.

1998 liet ook zien dat, als het over vrouwen gaat, we niet altijd snel geloven; en dat, als het over presidenten gaat, we willen dat ze slagen

1998 liet ook zien dat, als het om seks gaat, Amerikanen snel vergeven. Dat, als het over vrouwen gaat, we niet altijd snel geloven; en dat, als het over presidenten gaat, we willen dat ze slagen. Hoe je ook over Mueller kunt denken, of over Kenneth Starr, niemand heeft ze gekozen.

Laat de Democraten even naar deze cijfers kijken. Het eerste is 3,3 procent, de groei van het laatste kwartaal, het hoogste in drie jaar. Dan 1,7 procent, de kerninflatie; 4,1 procent, de werkloosheid (dat is een half procent, oftewel 800 duizend werknemers, lager dan aan het begin van het jaar); en 24 procent, de stijging van de Dow Jones sinds Trump aan de macht kwam.

Democraten kunnen er terecht op wijzen dat deze cijfers niet echt zo goed zijn als ze lijken, maar politiek gesproken maakt dat niet veel uit. Trump gaat 2018 in met een robuuste economie die waarschijnlijk nog sterker zal groeien dankzij de belastingwetgeving.

Sommigen roepen Trump op om het bijltje erbij neer te gooien na nieuwe beschuldigingen van seksueel misbruik. Veel succes ermee. Afzettingsprocedure? Veel succes met de pogingen 67 Democraten in de Senaat verkozen te krijgen. En Mueller dan, met zijn onderzoek naar presidentiële banden met Rusland, machtsmisbruik, of wat dan ook? Het bewijs lijkt zo dichtbij, maar de wens is soms de vader van de gedachte. Alles wat minder zal blijken te zijn dan een complete overwinning voor onze kant, kan eruit gaan zien als een complete vernedering.

Beste lezer, ik woon ook in het huis van verontwaardiging, om al de voor de hand liggende redenen. Maar pas op dat het niet te comfortabel gaat aanvoelen. Net zoals in 1998 kan het uiteindelijk een huis van verliezers blijken te zijn.

© The New York Times

Advertisements

Emile Roemer is geknipt als burgemeester van Oss……..

…. of tweedehands autoverkoper

Emile Roemer was te aardig voor de Haagse slangenkuil, zei iedereen gisteren. Dat was een compliment voor de mens Roemer, maar een trap na voor de politicus. Met goedmoedigheid kom je aan het Binnenhof niet ver, goedmoedigheid is daar een teken van zwakte, de goedmoedigen zijn voer voor de krokodillen.

Hij kan geen fractie leiden, laat staan Nederland

Ik zat een keer met Emile Roemer in een politiek forum onder leiding van Wouke van Scherrenburg. We hadden het vooraf even over de op dat moment zeer actuele kwestie van de vluchtelingen. ‘We moeten veel ruimhartiger zijn’, zei Roemer. ‘Als u dat straks even en plein public herhaalt’, zei ik, ‘is dat leuk voor de mensen en heb ik ook eens een primeurtje: SP heet vluchtelingen van harte welkom.’ ‘Nee’, zei Roemer, ‘daar kan ik niet aan beginnen, dat kost me zetels.’ Daar zat de politicus de mens flink in de weg.

Emile Roemer werd door de kiezers jaar na jaar gezien als de betrouwbaarste man van het Binnenhof, maar dat was kennelijk geen reden om massaal op hem te stemmen. Wel om een tweedehands auto van hem te kopen, maar die had Roemer niet in de aanbieding.

‘Hij kan geen fractie leiden, laat staan Nederland’, zei een anoniem SP-Kamerlid een jaar geleden. Hij was niet de enige met kritiek op de aanvoerder. Toen wist je al: ze zitten de verkiezingen nog even uit met Roemer, maar daarna schieten ze hem op socialistiese wijze af.

Daar sprak de aardige Brabander die zich de Haagse mores nooit helemaal heeft eigengemaakt

Niet zo heel ver voor de verkiezingen van 2012 zag het er even naar uit dat Roemer met zijn partij een sensationele doorbraak ging beleven. De peilingen zetten de SP op 40 zetels. Vervolgens deed Roemer een paar domme uitspraken in de krant, nam de minder goedmoedige Samsom het heft in handen en zette Mark Rutte Roemer met een schaamteloze leugen voor schut in een debat. Roemer had de feiten even niet op een rijtje en droop af: 15 zetels, 10 zetels verlies. Te goed van vertrouwen.

‘U heeft de partij nooit naar dat hoge niveau kunnen tillen’, constateerde een NOS-verslaggever gisteren. Roemer keek hem bedroefd aan en somde aarzelend een paar verworvenheden op. Toen zei hij bijna smekend: ‘Ik denk dat je me ook wel een compliment had mogen geven.’ Daar sprak de aardige Brabander die zich de Haagse mores nooit helemaal heeft eigengemaakt.

De SP’ers kunnen de borst natmaken, de beuk gaat erin

Lilian Marijnissen lijkt me ongeveer zo goedmoedig als haar vader. Die was het alleen wanneer het hem uitkwam, wat meestal niet het geval was. Een schrikbewind mag je het misschien nog net niet noemen, maar Marijnissen had er in de partij en de fractie de wind wel flink onder. De nieuwe partijvoorzitter Ron Meyer is van ‘de school-Marijnissen’, en net als diens dochter voormalig campagneleider bij de vakbond. De SP’ers kunnen de borst natmaken, de beuk gaat erin. De SP gaat terug naar het pré-Roemertijdperk: de paden op, de wijken in. Het woord strijd zal worden afgestoft en de dogma’s worden opgepoetst.

Emile Roemer is geknipt als burgemeester van Oss. En anders maar in tweedehands auto’s.

Een middag de bus in bij chauffeur Fred Teeven

Mensen komen bellend binnen, gooien hun geld voor je neer. ‘En dán nog zeggen dat de samenleving verhuftert’.

Hij ging me niet feestelijk uitnodigen, zoveel was duidelijk. Maar als ik, laten we zeggen, toevallig bij de bushalte zou staan, dan kon hij me niet verbieden mee te rijden.

Op voorwaarde dat ik zijn precieze lijn niet noem, zal hij me gedogen. Een half uurtje ontdooien en dan praat hij ook, maar niet voluit. Al is de beginnersnervositeit er na twee weken wel af, een verlengde bus van Connexxion eist de volle aandacht.

Bij een tunnel: ‘Effe opletten nu, dit is een moeilijk stukje.’ Bij iemand die pal voor de bus oversteekt: ‘Heb je een gaatje in je hoofd of zo!’

Fred Teeven als buschauffeur
Fred Teeven als buschauffeur ©

Effe opletten nu, dit is een moeilijk stukje

Fred Teeven

Zo rijden we een zaterdagmiddag soepel rond Haarlem. De lucht donkergrijs van de naderende sneeuwbui, weilanden fel Monsanto-groen. Een pauze met chocomel. Passagiers herkennen hem vaker niet dan wel. Teeven zit hier als uitzendkracht zonder context, net wat hij wil. Ik zeg hoe onuitstaanbaar ik het altijd vind als instappers een buschauffeur niet teruggroeten – ze doen het bij hem ook vaak niet. ‘Soms zeg ik ook niks hoor’, zegt Teeven. ‘Dan kan ik er even niet meer tegen.’

Mensen komen bellend binnen, gooien hun geld voor je neer. ‘En dán nog zeggen dat de samenleving verhuftert, maar het maakt mij niet uit.’

Het maakt wél uit. Teeven: ‘Ja.’

'Rijden in zo'n grote bak. Lekker vrij'
‘Rijden in zo’n grote bak. Lekker vrij’ ©

Ondanks alles kunnen we het goed vinden. Dit heeft Fred Teeven met veel journalisten. Ook al vond ik hem een te strenge staatssecretaris van Justitie en vond hij mijn stukjes over een ruimhartiger asielbeleid soms te gemakkelijk. Als staatssecretaris belde hij ‘s avonds op, na zo’n column. Kwaad, maar hij wilde toch meer weten.

Op lange rechte stukken zinkt Fred Teeven een beetje in zichzelf, de blik op genieten. Dan bromt hij ‘Eásyyy dit’, of: ‘Stukje hier, hoor’.

Waar Teeven slecht tegen kon, was als je zijn beleid onmenselijk noemde. Dat vatte hij persoonlijk op, want Fred Teeven verschuilt zich niet achter beleid, hoe beroerd ook. Ik vraag wie hij nog wel eens spreekt. ‘Mark heel vaak’, zegt hij. Achter zijn hand: ‘De MP.’ Jaja, die zal zo’n goudeerlijk beroep wel leuk vinden, lach ik, met al zijn sjoemelende VVD’ers. ‘Het ís ook leuk’, zegt Teeven. ‘Rijden in zo’n grote bak. Lekker vrij. Fijne collega’s.’

We passeren bij Schiphol het detentiecentrum voor asielzoekers. Ik vraag: ‘Kijk je hier nog wel eens naar links?’ Teeven zegt: ‘Jajaja zeker’ en trapt dan het gaspedaal in. ‘Er zijn maar een paar rechte stukjes op de route waar ik snelheid kan inhalen.’

Tekst gaat door onder de foto.

Zwaaien naar de fijne collega's.
Zwaaien naar de fijne collega’s. ©

Fred Teeven werd geen rechtse populist, hij is van nature zo. Opvolger van Pim Fortuyn bij Leefbaar Nederland. Toen voor de VVD in de Kamer. Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie onder Ivo Opstelten. In 2015 stapten ze samen op toen Opstelten de Kamer verkeerd informeerde over de deal die Teeven als officier van Justitie met een crimineel had gesloten – Fred Teeven vond het raar om dan te blijven zitten. ‘Met Ivo ga ik nog naar het voetbal. Ajax-Feyenoord. Altijd.’

Kijk maar niet zo onnozel, want dat deed je in Den Haag ook niet

Een man die in de bus stapt

Buschauffeur is hij nu parttime, naast zijn nieuwe adviesbureau Verinq, dat bedrijven helpt screenen op veiligheidsrisico’s (motto: ‘Individuals are responsible, not an organisation’).

Zijn nieuwe collega’s op de bus vroegen of het een stunt was. Maar op zijn achttiende reed hij al touringcars: schoolreisjes, bejaarden. Het trok nog.

Fred Teeven wilde het liefst naar de Raad van State. Maar toen dat uitlekte is die benoeming tot zijn forse teleurstelling afgeketst. Nu wil hij ‘nooit meer’ in de politiek. ‘Staatsraad’, zeg ik. ‘Daarna is buschauffeur ook wel een statement.’

Teeven: ‘Nou. Wel dat ik dacht: dan ook héél wat anders.’ Er stapte een man in de bus van Fred Teeven. Die zei: ‘Kijk maar niet zo onnozel, want dat deed je in Den Haag ook niet.’ Goed punt wel.

Fred Teeven op de camping.
Fred Teeven op de camping. © Erik Smits

Zijn hobby’s werden in Den Haag slecht begrepen. Toen hij zich vorige zomer met zijn partner Yvonne liet fotograferen op de camping ‘werd daar verschillend over gedacht’.

‘En nu hebben ze het over de gewone Nederlander, kop ik in. Fred Teeven zegt: ‘Je moet de gewone man niet zoeken als politicus, je moet hem zíjn. Want die gewone man kijkt naar jou. En die ziet verbaal en non-verbaal meteen wat er niet klopt.’

Reageren? m.oostveen@volkskrant.nl

Kosten: 8-gangenmenu euro 165 p.p.

Met een rapper in een toptent

Recensent Mac van Dinther eet met Freddy Tratlehner in Inter Scaldes in Kruiningen.

WAAROM ZITTEN WE IN INTER SCALDES?

Omdat Freddy dat wou.

FREDDY WHO?

Punten:

Eten 8,5

Bediening 9

Entourage 8

Prijs-kwaliteit 8+

Freddy Tratlehner, alias Vjèze Fur. Over wie de meisjes zingen: ‘Daar is de Fur, o, hij is geweldig. De meisje komen in floks, hij heeft die pils in zijn soks.’ Freddy is een van de rappers van De Jeugd van Tegenwoordig. ‘Wodka in m’n mik en pillen in m’n sokken. Meet me met me pik in de kut van je moeder.’ Dat is Freddy.

Alsof je in een bad zit en denkt: er mag wel wat heet water bij

EN DIE WIL NAAR INTER SCALDES?

Da’s apart, ja. Inter Scaldes is een van de allerbeste en chicste restaurants van Nederland. Freddy heeft de menukaarten van verschillende toprestaurants vergeleken en vond Inter Scaldes het interessantst. Het is ook duur.’

EEN RAPPER IN EEN TOPTENT: DAT WORDT NATUURLIJK GRAPPEN EN GROLLEN MET DE CHICKIES EN DE DICKIES.

Dat zou je denken, maar daar ziet het niet naar uit als we ons afspraakje afhalen op station Roosendaal: een gesoigneerde dertiger in grijs pak en zwarte gaatjesschoenen. De baard getrimd, de haren in model, een gouden kettinkje nauwelijks zichtbaar onder de boord van zijn blouse: keurig. De Jeugd, vertelt Freddy onderweg, is culinair niet van gisteren. Als ze op tournee gaan, maken ze er een punt van goed te eten. ‘Daar doen we echt moeite voor.’ Freddy’s vader was chef-kok.’

GOH! EN: HOE BEVALT INTER SCALDES HEM?

Freddy is lovend over Koen, onze jonge sommelier

In de witte serre met uitzicht op de binnentuin drinken we een glaasje champagne voordat we het menu bestuderen. ‘We gaan toch all the way?, vraagt Freddy. Tuurlijk. Het menu Concert: acht gangen.

VINDT-IE HET LEKKER?

Freddy proeft aandachtig en kiest zijn woorden weloverwogen. In de amuse van tomatengelei met spikkels mozzarella en basilicum herkent hij het pointillisme van Georges Seurat – Freddy heeft kunstacademie gedaan. Een zachte ‘wow’ klinkt bij het voorgerecht van geplette langoustine met blaadjes gedroogde yoghurt: ‘Net witte zeilen op golven van langoustine.’ Kaviaar met meloen bekoort minder: ‘Dit pakt me niet.’ Dat doet wel de eendenlever met bittere chocolade: ‘Prachtig hoe dat één geheel vormt.’

Na de borsjt – ‘Ik proef de truffel niet’ – verschijnt Oosterscheldekreeft op tafel. Iets te lauw. ‘Alsof je in een bad zit en denkt: er mag wel wat heet water bij.’ Bij de lamsfilet is Freddy toe aan de zevende wijn van zijn arrangement: ‘Ik geloof dat ik een beetje dronken begin te worden.’ Maar als de nagerechten arriveren is hij weer bij de pinken. ‘Lekker fruit met een paar gekke tonen. Niet te zoet. Ze zijn goed met desserts hier.’

WIL HET EEN BEETJE KLIKKEN MET DE BEDIENING?

Freddy is lovend over Koen, onze jonge sommelier. ‘Hij weet veel, is enthousiast en geeft het idee dat hij er zelf ook van zou genieten om hier te zitten.’

EN: KOMT DE JEUGD TERUG?

Inter Scaldes trekt in elk gerecht alle registers open. Dat is geweldig lekker, benadrukt Freddy. Maar hij mist de afwisseling. ‘Het is allemaal op hetzelfde, hoog gecompliceerde niveau. Er mag ook wel eens een pauze in zitten.’ Goede muziek gaat ook in pieken en dalen. Maar verder: ‘Ik denk dat WiWa en Faberyayo dit ook tof zouden vinden.’ Dat is dan toch weer een andere kant van de mannen die rappend niet verder komen dan: ‘Je kan me vinden in de maccie of de wolvenschuur, saus op me shirt, bière op me haute couture.’ We wachten op een rap over Inter Scaldes.’

HET MENU:

Langoustine, yoghurt Kaviaar, meloen met sake, blanc manger Eendenlever met chocolade, ananas topinamboer; Borsjt van rozenthee en truffel Kreeft, hazelnoot, artisjok en oranjebloesem Lamsfilet met tijm en aubergine Cavaillon meloen met amandelroom Gepocheerde ananas met kokosschuim en kerrie-champagne-ijs.

Kosten: 8-gangenmenu euro 165 p.p.

INTER SCALDES

Zandweg 2
4416 NA Kruiningen
0113-381753

interscaldes.eu

Kerstbomen Koning van Nederland zit op de Veluwe .

De grootste kerstbomenexporteur van Nederland belooft dit jaar uitstekende kerstbomen

Gerrit Brinkman: ‘Ik kweek liever bomen dan concurrenten’

Brinkman Nordmann, de grootste kerstbomenexporteur van Nederland, verwacht dit jaar meer dan 100 duizend bomen te verkopen. Wat dat oplevert, houdt Brinkman liever geheim. ‘Ik kweek liever bomen dan concurrenten.’

De grootste kerstbomenexporteur van Nederland belooft dit jaar uitstekende kerstbomen
©

Bedrijf
Brinkman Nordmann
Waar
Wenum
Sinds
2002
Aantal werknemers
1 (met 15 oproepkrachten voor de kerstperiode)
Jaaromzet
Geheim

Maar weinigen staan stil bij hoeveel moeite er in zo’n klasseboom moet worden gestopt voordat deze de harten met kerstvreugde kan vullen. Zes à zeven jaar duurt het voor een beetje kerstboom naar de consument kan. In die tijd moet de naaldboom precies op de goede momenten worden bemest en gesnoeid. Anders krijgt de boom niet het juiste figuur en kan het zijn dat je eindigt met een kale top. In de twee maanden voor kerst moeten de kerstbomen vervolgens van het land naar de klant worden gebracht. Het is herculeswerk. ‘Gisteren kwam ik om elf uur thuis’, zegt Gerrit Brinkman. ‘Eventjes rustig zitten, snel slapen, en om kwart voor vijf open ik hier de eerste mail. Al wekenlang.’

‘Hier’ is een grauw sorteerterrein in Wenum, een dorp met zo’n duizend inwoners in het hart van de Veluwe. Brinkman (51), kerstbomenkweker en -exporteur, ziet dagelijks zo’n tien vrachtwagens met daarin achthonderd tot twaalfhonderd bomen arriveren. Dit jaar verwacht hij over de 100 duizend Brinkmankerstbomen te verkopen. Die gaan naar tuincentra en bouwmarkten in Nederland, maar ook naar landen als China, Singapore en de Emiraten. Daarmee is Brinkman de grootste Nederlandse exporteur van kerstbomen. Hoeveel omzet hem dat dit jaar oplevert, houdt de geboren Wenummer liever voor zich. ‘Ik kweek liever bomen dan concurrenten’, verduidelijkt hij later in een sms.

Dat Brinkman nog tijd had om die sms te versturen, mag een klein wonder heten. Zijn telefoon staat roodgloeiend, blijkt tijdens een gesprek in de wat rommelige keet op het sorteerterrein. In iets meer dan een half uur moet hij vier belletjes van klanten opnemen. Om nog niet te spreken van de vele sms’jes en e-mails die hij ontvangt. ‘Vorig jaar heb ik het op een drukke dag eens nageteld’, zegt Brinkman. ‘168 telefoontjes. En dit jaar is het nog veel drukker.’ Een telefoniste aannemen heeft geen zin, zegt hij. ‘Die zou alles weer aan mij moeten vragen. De bestellingen zitten allemaal in mijn hoofd.’

Deense connecties

Het begon als een geintje

Brinkman begon zijn kerstbomenhandel in 2002 ‘eigenlijk als geintje’. Een goede vriend van hem was net daarvoor naar Denemarken verhuisd. Brinkman, wiens ouders een eigen tuincentrum bezitten, bezocht hem met de vrachtwagen van het familiebedrijf en nam op de terugweg zeshonderd kerstbomen mee. Op die manier bleef hij jarenlang een klein kersthandeltje drijven. Met zijn marktkraam voor bloemen en planten ging het tegelijkertijd slechter. ‘De markt vergrijst. Vooral oudere mensen kopen bloemen.’ Acht jaar geleden besloot hij het roer om te gooien en zich volledig op de kerstbomen te storten.

Dat zou een goede keuze blijken. Brinkman Nordmann groeide – en groeit – als kool. Alleen de laatste drie jaar verdubbelde zijn bedrijf al in omvang. Verreweg de meeste van zijn bomen groeien in Denemarken, het kerstbomenland bij uitstek. Vijf Deense kwekers werken er het jaar rond aan de bomen van Brinkman Nordmann. Samen met eigen grond heeft Brinkman in totaal 680 hectare aan bomen van de populaire Nordmannsoort in Denemarken staan. Dat zijn bedrijf niet ‘Gerrit Brinkman’ heet, komt door de Deense connectie. ‘Denen spreken de Nederlandse g heel gebrekkig uit. ‘Hey, Brinkman Nordmann!’, riepen ze altijd. Die naam zijn we maar blijven voeren.’

De grootste kerstbomenexporteur van Nederland belooft dit jaar uitstekende kerstbomen
© Simon Lenskens

Ook deze druilerige dinsdag rijden volle vrachtwagens Wenum in. Werknemers (waaronder Polen, Engelsen en een Zweed) ontladen de kerstbomen en zetten ze met heftrucks op hun plek. Daar worden ze voorzien van een label met informatie over grootte en kwaliteit. De beste Nordmanns leveren zeventig euro op, actiebomen doet Brinkmann weg voor een tientje. In oktober gaan de meeste bomen naar het buitenland, vanaf november blijft een groot deel in Nederland. ‘Wij vieren eerst Sinterklaas.’ Begin december zit het sjouwwerk erop. Daarna houdt Brinkman zijn contacten warm voor de volgende Kerst. ‘Dan ga ik bijvoorbeeld naar China. Daar word je ontvangen als koning.’

Op het sorteerterrein staan niet alleen Nordmanns. In Nederland kweekt Brinkmann ook andere soorten kerstbomen, op veel kleinere schaal. In velden rond Wenum heeft hij 32 hectare aan bomen staan. Buiten breekt Brinkman een takje af van een kerstboom en houdt deze naast een van de Nordmanns. ‘Het takje in mijn hand is van een fijnspar. Die heeft veel fijnere naalden dan een Nordmann.’ Naast de fijnspar kweekt hij nog twee kerstbomensoorten in Nederland. De Nordmanns laat hij in Denemarken staan. ‘Die groeien niet goed in het Nederlandse klimaat’, zegt Brinkman. ‘Een Nordmann gedijt beter bij het weer, de temperatuur en de luchtvochtigheid in Denemarken.’

Ploeteren

De werknemers werken van zonsopgang tot zonsondergang

Brinkman

Natuurlijk wil hij laten zien hoe het rooien van de kerstbomen in zijn werk gaat. Daarvoor rijdt Brinkman in zijn bruine bestelbusje naar een van de kweekvelden, op twee kilometer van het sorteerterrein. Op het 6 hectare grote veld werken zijn werknemers in twee groepjes van drie. In ieder groepje zit een werknemer op een wagen met grijparm. Hij schept de bomen uit de grond. Een tweede werknemer staat op een kar. Hij pakt de boom aan en plaatst hem in een pot. Samen met de derde werker laat hij de boom door een ronding glijden. Op dat moment schiet een plastic net om de boom heen. Geen tak breekt af, want de boom glijdt met de groeirichting van de takken mee door de ronding.

Rond half een zetten ze de kerstbomen aan de kant om te gaan lunchen. Dat doen ze in hun auto, aan de rand van het veld. Het is ploeteren, weet Brinkman. ‘Ze werken van zonsopgang tot zonsondergang.’

De snelle groei de laatste jaren heeft zijn honger niet kunnen stillen. Brinkman heeft zijn oog al laten vallen op de kerstboomvelden van oudere Nederlandse kwekers zonder opvolgers. In het voorjaar trekt hij weer naar het buitenland om nieuwe klanten te strikken. De foto’s van de kerstbomen die hij dit jaar verkoopt, dienen als zijn visitekaartjes. ‘Het was fantastisch weer voor de kerstbomen. In het warme en droge voorjaar groeiden ze langzaam. Dat is belangrijk, want anders krijg je van die kale en uitgerekte kerstbomen. Nee, onze bomen zijn deze Kerst uitstekend.’

Hoe de donuteconomie de aarde gaat redden

Kate Raworth, de Keynes van de 21ste eeuw: ‘De economen van nu zijn getraind in tunneldenken’

Er is een radicale omslag nodig in het economisch denken, vindt Kate Raworth, die wel de Keynes van de 21ste eeuw wordt genoemd. Als we vasthouden aan groei helpen we de planeet om zeep.

CV Kate Raworth

– Bachelor politicologie, filosofie en economie, master ontwikkelingseconomie aan Oxford.
– Ze was onderzoeker bij een Britse denktank voor het ministerie van Handel en Industrie in Zanzibar. Ook werkte ze voor de VN en Oxfam.
– Ze is onderzoeker bij het Environmental Change Institute van Oxford, waar ze ook doceert. Ze is verbonden aan het Cambridge Institute for Sustainable Leadership.
– Ze is lid van de Club van Rome.

Afgelopen week verscheen de Nederlandse vertaling, aanleiding voor een documentaire van VPRO’s Tegenlicht en twee programma’s in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam, de eerste was eind november, de volgende is gepland voor 8 januari. Dan zal Raworth er zelf ook bij zijn. Eind november was ze dat niet, maar dat weerhield honderden belangstellenden er niet van een kaartje te kopen. De zaal zat vol studenten, klimaatonderzoekers, journalisten, overheidsmedewerkers en economen op zoek naar antwoord op de hamvraag die Raworth stelt: waarom is groei de premisse van onze economie?

Raworth, die werkt aan het Environmental Change Institute van Oxford University, is de rijzende ster onder economen. Ze reist door Amerika en Europa om lezingen te geven, zit in de boardrooms van bedrijven en wordt benaderd door politieke partijen. Vanavond zal ze op bezoek gaan bij London Young Labour, en vanuit Nederland is er interesse getoond door D66 en de Partij voor de Dieren. In de Tweede Kamer viel haar naam al een paar keer. Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren adviseerde minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Zaken Raworths boek te lezen, en Marianne Thieme verwees ernaar in reactie op het regeerakkoord. ‘De voorwaarden voor ons bestaan worden bedreigd’, zei ze, en daarom hebben we ‘een ander economisch model’ nodig. Zoals dat van Raworth, ‘die een sociale ondergrens en een ecologische bovengrens aan onze economie voorstelt’.

Of, zoals de econoom het zelf via Skype zegt vanuit haar werkkamer in Londen: ‘We hebben nu economieën die moeten groeien, ongeacht of we erbij gedijen of niet. Wat we nodig hebben, zijn economieën die ervoor zorgen dat we gedijen, ongeacht of ze groeien of niet. Dat is een radicale omslag in perspectief.’

Simpel gezegd: visualiseer een donut. De buitenste cirkel staat voor de grenzen van het klimaat, voornoemde ecologische bovengrens. Gaan we daar overheen – met CO2-uitstoot, watervervuiling, ontbossing, afvalverbranding, noem maar op – dan helpen we de aarde om zeep. De binnenste cirkel staat voor de sociale ondergrens: een minimum aan productie die we nodig hebben om ervoor te zorgen dat alle mensen op de wereld in hun basisbehoeften worden voorzien. De truc volgens Raworth is om binnen die twee grenzen te blijven, dus om niet zoveel te produceren dat de aarde onleefbaar wordt, maar er tegelijkertijd voor te zorgen dat er geen honger of armoede is.

Zij lezen mijn boek en zeggen: dit is allemaal zo logisch, dit klopt gewoon. Waarom is onze economie hier niet op gebaseerd?

Kate Raworth

Het klinkt zo simpel eigenlijk, hoe kan het dat geen econoom hier eerder op kwam?

‘Die vraag krijg ik vaker, zeker van mensen die geen economie hebben gestudeerd. Zij lezen mijn boek en zeggen: dit is allemaal zo logisch, dit klopt gewoon. Waarom is onze economie hier niet op gebaseerd? We leven in een tijdperk waarin klimaatwetenschappers ons vertellen over onze intrinsieke afhankelijkheid van de aarde, over klimaatverandering, over het risico van bodemverslechtering door gebrek aan biodiversiteit. Sommige mensen begrijpen dit en voelen die diepe verbondenheid met onze planeet. Voor hen is het logisch dat economie, de wetenschap die ooit begon als studie van huishoudmanagement, begint met het erkennen vande aarde – het is het huishouden waarvan we volledig afhankelijk zijn. Dat geeft me hoop, dat de mensen die niet geschoold zijn in theorie dat intuïtief logisch vinden.’

Kate Raworth: Donuteconomie – In zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw

Nieuw Amsterdam; 352 pagina’s; €24,99.

Er schuilt een econoom in ieder van ons, schrijft u. Maar veel echte economen is een andere logica toegedaan. Mensen zijn nu eenmaal hebberig, blogde topeconoom Branko Milanovic in antwoord op uw theorie, en: het hyperkapitalisme moet juist alleen maar meer groeien. Maakt u dat niet pessimistisch?

‘De economen van nu zijn getraind in tunneldenken. Het eerste diagram dat je leert als student gaat over vraag en aanbod. De economie, leer je, is een markt en die markt is in evenwicht. Dat zijn twee onwaarheden in een zin.

‘Economie gaat niet alleen over geld, het gaat ook over onbetaald werk dat de economie evengoed mogelijk maakt. Het gaat om energie, om welzijn – dat niet per se hetzelfde is als welvaart. Het kapitalisme is gestoeld op de gedachte dat als de economie maar lang genoeg groeit, de ongelijkheid vanzelf verdwijnt. Maar kijk naar de cijfers: dat gebeurt niet. Miljoenen mensen leven in armoede en juist zij worden getroffen als de klimaatverandering straks hele delen van de aarde onleefbaar maakt.

Kapitalisme is gestoeld op de gedachte dat als de economie maar lang genoeg groeit, de ongelijkheid vanzelf verdwijnt

Kate Raworth

‘Desalniettemin zetten alle politici steeds maar weer in op groei, het is de grondgedachte die onze wereldwijde perceptie van menselijkheid bepaalt. Is dat een reden voor pessimisme? Ja, als je accepteert dat dit het model is dat jaar na jaar in de hoofden van studenten wordt geprent die ons toekomstige beleid zullen bepalen. Maar als er mensen zijn die het denken te kunnen veranderen, zie ik reden voor optimisme. En die mensen zijn er. Ik ben telkens weer blij verrast door de vele studenten die hun mond opentrekken – er is een hele internationale studentenbeweging die in opstand komt en zegt dat dit precies is waarom ze zo gefrustreerd raakten door hun studie economie. Maar er zijn ook steeds meer wetenschappers die erkennen dat we de aarde aan het verwoesten zijn door de manier waarop we ermee omgaan. Behalve de economen, die blijven grotendeels defensief en houden hun deuren gesloten.’

De fossiele industrie weet het. Je ziet ze worstelen

Kate Raworth

Zij zijn wel degenen die de macht hebben in een wereld die nog altijd wordt aangedreven door olie en andere fossiele industrie.

‘Ach, maar die industrie is op sterven na dood. Ze is als een prooi die weet dat ze heeft verloren, maar vasthoudt aan haar laatste restje kracht en alles op alles zet om van zich af te bijten. Maar het einde is duidelijk in zicht. Kijk naar de kosten van hernieuwbare energie – die dalen zo hard, in meer dan veertig, vijftig landen is het al goedkoper om te investeren in zonne-energie dan in fossiele brandstoffen en die ontwikkeling gaat snel. De fossiele industrie weet het. Je ziet ze worstelen. Er zullen nog maar weinig mensen zijn die aan het kerstdiner trots vertellen dat ze bij Shell werken.’

Behalve in Amerika, misschien. Donald Trump organiseerde half november nog een conferentie in Bonn, pal naast de VN-klimaattop, om de kolenmijnenindustrie een boost te geven als dé oplossing voor een schoon klimaat.

‘In Amerika is het vast en zeker nog een vrolijk kerstfeest voor de fossiele industrie. Maar juist dat beleid van Trump is een teken dat het einde nadert. Die conferentie in Bonn werd door niemand serieus genomen, alle toppolitici distantieerden zich ervan. Dit is precies hoe een stervende industrie eruitziet: ze claimt dingen die groter zijn dan zichzelf, terwijl iedereen wegloopt.’

Hoe de donuteconomie de aarde gaat redden
© Sophia den Breems

Ja, we zijn hebzuchtig. Maar we zijn ook gul. We houden namelijk niet alleen rekening met onszelf, maar ook met anderen

The Guardian noemde Kate Raworth de Keynes van de 21ste eeuw. John Keynes was een Britse econoom die in de jaren dertig het kapitalisme redde met het inzicht dat de economie niet een zelfregulerend systeem was waar mensen zo weinig mogelijk aan dienden te morrelen, maar een menswetenschap die de taak had de materiële omstandigheden van mensen te helpen verbeteren. Zijn ideeën bepaalden veelal de economische politiek van onze kapitalistische wereld, tot het neoliberalisme er in de jaren tachtig korte metten mee maakte.

Nu is er Raworth, die op haar beurt korte metten maakt met het neoliberalisme. In die extreme vorm van kapitalisme, schrijft ze, staat de rationele homo economicus centraal: de consument bij wie het eigenbelang voorop staat, met onveranderlijke voorkeuren en het volste vertrouwen dat we de natuur kunnen bedwingen. Als we een stap achteruit doen, schrijft Raworth, zien we dat deze typering nogal pover is. Ja, we zijn hebzuchtig. Maar we zijn ook gul. We houden namelijk niet alleen rekening met onszelf, maar ook met anderen. Naast onze neiging om handel te drijven, zijn we ook geneigd om te geven, om te delen en dingen terug te doen. Volgens Raworth is het belangrijk dat we een nieuw economisch portret maken van mensen als sociale, voelende wezens, want de manier waarop de economie ons benadert, zou van grote invloed zijn op hoe we onszelf zien.

Denkt u dat het neoliberalisme ons heeft veranderd?

‘Absoluut. Het heeft ons veranderd in mensen die geloven dat we gelukkig worden van veel spullen en dat we altijd meer geld moeten verdienen om die spullen te kunnen kopen. Maar zijn we onherroepelijk veranderd? Nee, dat denk ik niet. De mensheid is een uitzonderlijk flexibele soort. We passen ons aan aan omstandigheden, aan kansen en succes en aan grote tragedies. We hebben een extreem vermogen om veerkrachtig te zijn, om te dealen met veranderingen en ik denk zeker dat we weer kunnen veranderen. Er zijn mensen die daar niet in geloven, die zeggen: we zijn zo materialistisch geworden, er is geen weg terug, we hebben groeieconomieën nodig want dat is wat mensen willen. Maar ik hoor ook een luide conversatie van mensen die dat zat zijn en die zoeken naar meer authenticiteit.’

De mensheid is een uitzonderlijk flexibele soort. We passen ons aan aan omstandigheden, aan kansen en succes en aan grote tragedies

Kate Raworth

De hang naar authenticiteit is er al een tijdje, maar die is ook gecommercialiseerd – het is hip om platen te draaien, om vintage te dragen, kortom, het is gericht op spullen.

‘Ja, maar het is een mooie metafoor voor hoe we kennelijk beseffen dat we de verkeerde kant opgaan en teruggrijpen op iets wat we missen. Ik denk dat we iets wezenlijks zijn kwijtgeraakt. Iets tastbaars, iets rauws, iets van onze waarden als mens. We zijn allemaal gegaan voor het geld en status en nu verlangen we terug en beseffen we dat het ergens anders om gaat. Om groenten verbouwen in je tuin en gewone, simpele dingen doen, recyclen en verbinden met anderen. We horen steeds dat er robots komen en dat de wereld meer en meer geautomatiseerd zal worden, en ik denk dat we juist nu daarom onze liefde voor verbinding met anderen herontdekken.’

Kate Raworth is niet de enige die het heeft gemunt op het neoliberalisme. Journalist en activist Naomi Klein noemt het in haar nieuwste boek Nee is niet genoeg de ‘rationalisatie van hebzucht’. Net als Klein trekt Raworth niet alleen volle zalen, ze krijgt ook kritiek. Want al die nieuwe theorieën over hoe de wereld er dan uit zou moeten zien, klinken mooi. Maar zelfs als je gelooft dat de mens inderdaad meer een homo emoticus is dan een homo economicus, dan nog hebben we geen tijd. Het is vijf voor twaalf. We kunnen niet eerst de wereld veranderen – dat kost generaties. Wat kunnen we nú doen?

Ik heb geen directe oplossingen. Het zou ook volstrekt ongeloofwaardig zijn als ik die wel had, want ze zouden allemaal in het oude paradigma vallen

Kate Raworth

Raworth: ‘Ik heb geen directe oplossingen. Het zou ook volstrekt ongeloofwaardig zijn als ik die wel had, want ze zouden allemaal in het oude paradigma vallen.

‘Eerst moeten we nieuwe manieren van denken leren op basis waarvan er nieuwe economieën ontwikkeld kunnen worden. Hoe die eruitzien is aan de toekomstige generatie economen. Ik heb mijn boek voor hen geschreven, niet voor politici. Die vrijheid heb ik bewust genomen: ik wilde kijken naar de lange termijn en niet nadenken over hoe mijn boodschap meteen politiek relevant is en verkoopbaar en bruikbaar.

‘Des te verraster ben ik over het aantal politici dat al naar me toe is gekomen. Dat vind ik een goed teken, opnieuw een reden voor optimisme. Het laat zien dat politici beseffen dat ook zij in de val van groei zitten en zoeken naar een nieuw discours. De opmars van het populisme komt met zeer sterke negatieve uitingen, en veel mensen zijn wanhopig op zoek naar een nieuwe manier om uit te drukken waar we voor staan, niet alleen waar we tegen zijn.’

Ik weet uit eigen ervaring dat het bijzonder prettig kan zijn om jezelf te bevrijden van bepaalde dingen die je als vanzelfsprekend ervaart

Kate Raworth

Wat kunnen die mensen zelf doen?

‘Iets, wat dan ook. Of je nu optimistisch bent of pessimistisch, het is geen optie om achterover te leunen dan wel op te geven. Er zijn veel partijen die weerstand bieden aan de veranderingen die nodig zijn. Als we niets doen, dan gebeurt het zeker niet. Dus je moet wel betrokken zijn. Kijk wat jij kunt doen in jouw positie, of je nu een moeder bent met kleine kinderen of ceo van een groot bedrijf of politicus of dat allemaal tegelijkertijd – kijk wat je kunt doen in de verschillende rollen die je vervult. Uiteindelijk geloof ik niet dat het aan consumenten is om hun gedrag te veranderen, de omslag zal van beleid moeten komen, van bedrijven. Maar intussen kun je als individu al in actie komen.

‘Het is de uitgelezen tijd om je af te vragen: oké, hoe kan ik mijn leven veranderen? Geef ik vlees op, verander ik mijn stemgedrag, ga ik me lokaal nuttig maken, stap ik niet meer in het vliegtuig, doen we de auto weg en nemen we SnappCar? Zulke veranderingen kunnen voelen als een groot persoonlijk offer, maar ik weet uit eigen ervaring dat het bijzonder prettig kan zijn om jezelf te bevrijden van bepaalde dingen die je als vanzelfsprekend ervaart.’

Hoe heeft u dat gedaan dan?

‘Als gezin gaan wij niet op vliegvakantie – we reizen per trein door Europa. We hebben geen droger thuis en we doen de afwas met de hand – met zo min mogelijk water. Toen mijn tweeling nog klein was, kocht ik hun speelgoed en kleren grotendeels bij tweedehandszaken – en ze hadden geweldig speelgoed en kleren. Ook onze meubels zijn grotendeels tweedehands – en we hebben een geweldig huis. In 2018 willen we onze auto de deur uit doen. Het zijn allemaal niet heel bijzondere veranderingen, ze voelen inmiddels als doodnormaal. Maar dat is nu juist de bedoeling, volgens mij.’

Al die moeite voor “een marginaal kantoor .” (van Unilever )

Daar sta je dan als Mark Rutte. Met je vestigingsklimaat

Er is een dingetje. Unilever weet het nog zo net niet. Unilever kiest misschien toch voor Londen als enige zetel voor zijn hoofdkantoor. Of voor Rotterdam. Of misschien ook niet. De beslissing om een van de twee hoofdkantoren te schrappen wordt uitgesteld, zo liet Unilever-topman Paul Polman gisterochtend weten in The Financial Times. Hij zou het laten weten voor het eind van het jaar. Maar hij ziet even van een besluit af. Het is nu ‘politiek te turbulent’. Met de Brexit en alles. Er zijn te veel emoties. En de Britten hebben wellicht ook leuke voorstellen om Unilever in Londen te houden.

Daar sta je dan als Mark Rutte. Met je vestigingsklimaat. Met je presentjes. Met je zekerheid tot in het diepst van al je vezels dat het ‘ábsoluut cruciáál’ is dat je 1,4 miljard euro moet opofferen voor de goede zaak.

Armlastig zijn ze niet bij Unilever, of bij Shell

Want zo staan de zaken er voor: Rutte III geeft 1,4 miljard euro cadeau aan buitenlandse aandeelhouders van in Nederland gevestigde bedrijven door de dividendbelasting af te schaffen. Dit besluit zou zijn genomen op aandringen van vooral Shell en Unilever – dat meldde althans de NOS een tijdje geleden op gezag van ‘bronnen rond het kabinet’. Unilever heeft net als Shell zowel hier als in Londen een hoofdkantoor en een beursnotering en overal ter wereld aandeelhouders. Beide vinden het gedoe met de dividendbelasting zo’n, nou ja, gedoe.

Armlastig zijn ze niet bij Unilever, of bij Shell. Als hun aandeelhouders, of zijzelf, last hebben van de Nederlandse dividendbelasting zijn ze uitstekend in staat iets te verzinnen dat deze last voor hun aandeelhouders of voor henzelf verlicht. De administratieve kosten zullen draaglijk zijn. Maar als een en ander uit de Nederlandse schatkist kan komen zijn die kosten nul. En ze kunnen prima rekenen bij Unilever; ze zijn er niet voor niets zo succesvol geworden met shampoo en ijsjes.

Nu Unilever terug wil van twee hoofdkantoren naar één, is het afschaffen van de dividendbelasting in de verhitte fantasie van Nederlandse politici een allesbepalende factor geworden om het bedrijf in Rotterdam te houden. Een factor die wat mag kosten bovendien.

De Britse regering is wakker geworden

Paul Polman, Unilever-topman

Maar: ‘De Britse regering is wakker geworden’, zei Polman gisteren tegen The Financial Times. Theresa May wil niet de geschiedenis ingaan als de premier die het grote bedrijfsleven uit het Verenigd Koninkrijk verjoeg. Dus zijn er dingen te vergeven. En zo blijft de prijs van het hoofdkantoor maar stijgen.

Een hoofdkantoor dat volgens Polman zelf helemaal niet zo belangrijk is. Klein, slank, met niet te veel arbeidsplekken, ‘very marginal’, troostte hij gisteren alvast de aanstaande verliezer.

Al die moeite voor een marginaal kantoor.