Stress en overwerken: Japan gaat de strijd aan met ongezonde werkcultuur

In Japan kunnen ze nog niet wennen aan de vrijdagborrel: ‘loyaliteit aan de baas is belangrijker’

De Japanse regering wil het ongezonde overwerken aan banden te leggen. Op de laatste vrijdag van de maand, Premium Friday, moedigen ministeries en bedrijven in Tokio hun werknemers aan om klokslag 15 uur uit te loggen. Zo kunnen ze ‘lol hebben en een andere levensstijl ervaren’. Maar de Japanse werknemers moeten nog aan het idee wennen.

Blijf op de hoogte

Iedere zaterdag rond het middaguur de recensies en interviews die u niet mag missen en het boek van de week? Schrijf u in voor onze gratis nieuwsbrief.

Aan Sakai Hiroyuki van restaurant Queen of Chickens ligt het niet. Speciaal voor Premium Friday gaat hij twee uur eerder open voor happy hour: drinken zoveel je wilt voor 1.000 yen (8,20 euro). Maar het loopt al tegen vijven en er zit niet één klant aan de kip met bier. ‘Misschien heeft het tijd nodig’, zegt Hiroyuki. ‘Vroeger werkte iedereen hier op zaterdag en dat gebeurt nu ook niet meer.’

Het was zo mooi bedacht door de Japanse regering, om het ongezonde overwerken aan banden te leggen. Met het net gestorte salaris kunnen werknemers op deze vrije namiddag winkelen of aan de vrijdagmiddagborrel gaan en zo de kwakkelende Japanse economie een impuls geven.

Slechts 3,4 procent van de werknemers had eerder dan normaal uitgeklokt

Uiteindelijk is meer winst maken toch belangrijker

Meiko Makino (27), werkzaam is bij een financiële dienstverlener

Japanse werknemers bezoeken een museum nadat ze om 3 uur klaar waren met werken.
Japanse werknemers bezoeken een museum nadat ze om 3 uur klaar waren met werken. © ANP

Maar de Japanse werknemers moeten nog aan het idee wennen. Tijdens de derde editie, vandaag dus, raakt het pas na 17 uur druk in de zakenwijk Shimbashi. Met honderden tegelijk komen ze uit de kantoortorens gestroomd. Vooral de mannen zijn vrijwel identiek gekleed; ze dragen een blauw of zwart tweedelig pak en een modern stoffen aktetasje waar net een laptop in past. En allemaal hadden ze doorgewerkt. (Uit een peiling na de eerste Premium Friday eind februari bleek dat slechts 3,4 procent van de werknemers eerder dan normaal had uitgeklokt.)

‘Het komt voor ons kantoor niet goed uit’, zegt Meiko Makino (27), die werkzaam is bij een financiële dienstverlener. ‘Op vrijdagmiddag is het bijna altijd druk, en nu al helemaal als de maand wordt afgesloten. Uiteindelijk is meer winst maken toch belangrijker.’

Japanners horen tot hardste werkers ter wereld: werkdagen van 12 uur zijn heel normaal en gemiddeld nemen werknemers er slechts de helft van hun vakantiedagen op. Toch komt die cultuur langzaam onder druk te staan, omdat steeds meer Japanners oog hebben voor de gezondheidsschade die excessief overwerk kan aanrichten.

Karoshi, ofwel ‘dood door overwerk’, is een gangbaar verschijnsel

Karoshi, ofwel ‘dood door overwerk’, is een gangbaar verschijnsel. Zo erkende de Japanse overheid dat in 2015 96 gevallen van hartfalen en 93 zelfmoord(pogingen) waren veroorzaakt door overmatig overwerk.

Op aandringen van de vereniging van nabestaanden van karoshislachtoffers is drie jaar geleden een wet aangenomen die de regering dwingt onderzoek te doen naar de oorzaken van karoshi – en op basis daarvan preventiemaatregelen te nemen. Een van de drijvende krachten achter die wet is voorzitter Emiko Teranishi (68), wier man in 1996 overleed.

‘Hij begon er in 1976 als kok, dat vond hij heerlijk’, zegt Teranishi, die een foto bij zich heeft van haar man Akira in kokstenue in een noodlesrestaurant in Kyoto. ‘In het begin werkte hij ook al hard, maar dat wilde hij zelf ook. Hij geloofde dat hij een betere kok zou worden door veel uren te maken.’ Zijn goede prestaties leidden ook tot een promotie tot chef-kok en later, in 1993, tot manager van het restaurant.

Een borrel na werk in Japan op Premium Friday.
Een borrel na werk in Japan op Premium Friday. © ANP

20% van de onderzochte Japanse bedrijven laat hun werknemers meer dan 80 uur per maand overwerken

‘Vanwege de kwakkelende economie werd het steeds moeilijker de verwachte omzet te halen. Hij werd door zijn werkgever onder druk gezet de kosten te drukken. Zo moest hij mensen ontslaan en zelf meer uren werken.’ In de maanden voor zijn dood werkte hij 350 uur per maand. Twee dagen per maand nam hij vrij. ‘Als ik hem ‘s avond iets wilde vertellen over wat de kinderen hadden gedaan, was hij te moe om te luisteren.’

Haar man raakte steeds dieper verstrikt in een wereld van alleen maar werk en stress. ‘Hij was opgegroeid met het idee dat je het alleen kunt maken als je hard werkt. Het was voor hem niet mogelijk eruit te stappen.’

De Japanse overheid liet vorig jaar voor het eerst grootschalig odnerzoek doen naar karoshi. Uit de resultaten bleek dat ruim 20 procent van de onderzochte Japanse bedrijven hun werknemers meer dan 80 uur per maand laat overwerken. Premier Shinzo Abe beloofde daarop een wettelijk plafond op overwerk in te voeren. Maar dat is volgens Teranishi een ‘waardeloos’ plan. ‘In plaats van iets te doen aan het werkelijk probleem, de overwerkcultuur, legitimeert het 100 uur overwerk per maand. Dit gaat in tegen wat we al die tijd hebben geprobeerd te bereiken.’

Loyaliteit

Het zit niet in onze cultuur om minder te werken

Mitsuhida Uedo (56), manager bij een verzekeringsmaatschappij

De schuld daarvan ligt niet alleen bij de werkgevers. Japanse bedrijven kennen een hiërarchische, conformistische cultuur waar lang op je bureaustoel zitten een teken is van loyaliteit aan de werkgever, hetgeen vaak belangrijker is dan arbeidsproductiviteit. Mede door sociale druk, prestatiedrang en het niet willen afvallen van collega’s zit het overwerk er bij werknemers diep ingebakken. Daarnaast neemt het aantal tijdelijke contracten toe en staan veel jonge mensen onder druk om te presteren.

‘Het zit niet in onze cultuur om minder te werken’, zegt Mitsuhida Uedo (56), manager bij een verzekeringsmaatschappij. Hij is op Premium Friday pas na vijven van kantoor weggegaan en staat nu op het punt een rokerig eetcafé binnen te stappen. ‘In Japan ga je pas naar huis als je baas is vertrokken. Dat verwacht ik zelf ook van mijn ondergeschikten. Bovendien is er gewoon altijd veel werk te doen.’

Toch denken sommige bazen daar anders over. Zo gaat op de burelen van de gemeente Tokio om 20 uur ‘s avonds het licht uit. Ook zijn er overwerkteams die notoire laatwerkers achter de vodden zitten. Bij bank-verzekeraar Mitsui Sumitomo wordt iedereen om 19 uur automatisch uitgelogd. Als iemand daarna toch inlogt, krijg zijn manager een waarschuwingsmail.

Werkcultuur hervormen

De Japanse premier Shinzo Abe wil de werkcultuur in zijn land grondig hervormen. Zijn belangrijkste zorg is dat het vele overwerken de arbeidsparticipatie van vrouwen afremt, terwijl die nou juist hard nodig zijn in het snel vergrijzende Japan. Als iedereen minder (over)werkt kunnen mannen meer tijd aan hun gezin besteden en vrouwen blijven werken, is zijn redenatie. De premier hoopt met de cultuurverandering ook iets te doen aan het alarmerend lage geboortecijfer in Japan.

Naast de Premium Friday-campagne, die een mentaliteitsverandering in gang moet zetten, onderhandelde Abe de afgelopen maanden met vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers over een wettelijk plafond op overwerk. Volgens het nieuwe plan mogen Japanners straks nog 45 uur per maand overwerken. Behalve als het druk is: dan geldt een maximum van 100 uur per maand. Volgens critici is het voorstel vanwege dat hoge plafond zinloos en legitimeert het de huidige overwerkpraktijk alleen maar.

Remembering the World’s Oldest Person, in the Objects She Left Behind

Emma Morano’s singular achievement in life may have been perseverance. She lived for 117 years, crediting her longevity to raw eggs and her lack of a husband. She died on April 15.

Image
Emma Morano’s small room in Italy. She was celebrated last year as the world’s oldest living person. CreditGianni Cipriano for The New York Times

VERBANIA, Italy — The last time Emma Morano left her apartment, she was 102 years old. Fame came late in life — after she hit 110. Last year, she was feted as the oldest person on earth. She had fans the world over. The mayor of her Italian town thanked her for putting it on the map.

Ms. Morano, the last person documented as being born in the 1800s, died peacefully on April 15. She was 117 years, 137 days, 16 hours and some minutes old.

The few worldly possessions she left behind, accumulated over the course of more decades than you or I will probably live, didn’t take up much space in the tiny two-room church-owned apartment where she spent the last 27 years of her life.

Image
Ms. Morano at her home in Verbania in 2015, when she was the oldest person in Europe.CreditAlessandro Grassani for The New York Times

Those of us consumed by consumerism may have difficulty understanding Ms. Morano.

“We have too many things, too many distractions, too many items offered to us, too many messages, and a person like Emma struggles to emerge,” the Rev. Giuseppe Masseroni, who himself is 91, said at Ms. Morano’s funeral on Monday.

ADVERTISEMENT

Her “simplicity is sculptural” — and out of step with modernity, he said.

Next to her bed, Ms. Morano had hung photos of her parents and siblings — five sisters and three brothers — along with some religious images. Inside the drawer of her night table was a supermarket-aisle anti-aging cream that she had applied every evening before going to sleep.

Image
She had lived alone, surrounded by keepakes and photographs. CreditGianni Cipriano for The New York Times

For health reasons, Ms. Morano moved as a teenager to Verbania, a small town on Lake Maggiore, in Piedmont. It forms a recurrent backdrop to the photos of a record-worthy lifetime. In 2015, when The New York Times interviewed her, she recalled:

“The doctor told me to change air, and I’m still here.”

Image
Lake Maggiore in Verbania. CreditGianni Cipriano for The New York Times

Her father, Giovanni, worked in a foundry in Villadossola, a nearby town. Eventually, he went blind. Her mother, Matilde, made slippers by layering fabrics and cutting out a shoe shape. Her family instilled strength of character in Ms. Morano and her siblings.

“All the sisters were determined,” her niece Rosemarie Santoni said.

Image
One of Ms. Morano’s sisters died just short of 100; another lived to 102.CreditGianni Cipriano for The New York Times

As a young girl, she would sneak out at night to go dancing with her sisters, her nieces said. This is how Ms. Morano recollected it:

 “My sisters and I loved to dance and we’d run away to the dance hall and then our mother would come looking for us with a birch stick.”

The reason for her longevity has long been pondered, and investigated, by researchers and fans. Could the lake’s mild climate be a factor? Or the three raw eggs she ate every day for nearly a century?

Image
A jar of grapes with grappa and sage, prepared by Ms. Morano, in her kitchen.CreditGianni Cipriano for The New York Times

Or an unfortunate marriage and separation in 1938 that made her never contemplate marriage again?

“Emma did not put up with the humiliation of being subservient to a man,” Father Masseroni, also known as Don Giuseppe, said at the funeral.

She herself had said:

“I didn’t want to be dominated by anyone.”

Image
The few times she was ill, she refused to set foot in a hospital. She kept rosaries by her bed. CreditGianni Cipriano for The New York Times

She was devout, wearing her rosaries for decades, though she did not wear them recently because her nieces, her principal caretakers, were afraid she might choke on them. She hung the rosaries next to her bed, near a photo of her only child, a son who lived from January to August 1937.

That photograph was buried with her, according to her wishes.

Image
The presents she gave to her relatives tended to be practical: clocks and sheets. CreditGianni Cipriano for The New York Times

She loved clocks and owned several. “She loved to hear them chime, especially those that sounded like Big Ben” in London, Ms. Santoni said.

Ms. Morano worked until she was 75, proud that she could pay for whatever she owned. After her separation from her husband, she had a bedroom set custom-made by a local furniture maker.

“She always said, ‘I paid for it; I had it made,” Ms. Santoni said.

Ms. Morano hadn’t left her apartment for years, Ms. Santoni said. For a time, she had a cat, Lola. And she briefly tried to raise a pet pigeon and feed other birds, until that caused problems with the neighbors.

Image
She was born in 1899, the same year that Guglielmo Marconi first transmitted a radio signal across the English Channel.CreditGianni Cipriano for The New York Times

She cooked for herself until she was 112, usually pasta to which she added raw ground beef. Until she was 115, she did not have live-in caregivers, and she laid out a place setting for herself at her small kitchen table at every meal.

“She was very house-proud,” said Maria Antonietta Sala, another niece.

When visitors brought children to see Ms. Morano at her previous home, she would put newspapers on the floor so their feet wouldn’t dirty it.

Image
Ms. Morano cooked for herself until a few years ago. CreditGianni Cipriano for The New York Times

ADVERTISEMENT

After she reached 110, every sunrise increased her fame. Certificates acknowledging her celebrity multiplied. She was honored by a host of organizations, Italian presidents and schoolchildren. The local gas company even gave her a certificate for being a loyal customer.

Image
Her mother made slippers by layering fabrics and cutting out the shape of a shoe. CreditGianni Cipriano for The New York Times

She dressed in a varying combination of a housedress and vest or shawl or both for the last years of her life. That’s how most visitors found her. People came to see her from around the world. Some kept in touch. One man, who was blind, came every Christmas and Easter.

Image
A typical outfit. CreditGianni Cipriano for The New York Times

A woman who attended Ms. Morano’s funeral told Ms. Sala that she had a file of newspaper clippings on her. On the day of Ms. Morano’s funeral, as her coffin was being lowered into the ground, the woman called out, “Emma, I’m counting on you to give me as long a life as you had!”

Ms. Morano always took care of herself, going regularly to a hairdresser when she still went out in public, and she even fretted that she had to be well groomed because of the pilgrimage of visitors.

Image
On the back of this photo she wrote: “Taken in 1943 — Morano E.” CreditGianni Cipriano for The New York Times

She was always polite and patient, Ms. Santoni said, “but after a while, she would turn to me and say in dialect, ‘Are they ever going to leave?’”

Ms. Morano was buried in the local cemetery, in the family tomb.

Image
The family tomb, center. Tributes and certificates from officials had poured in, commending her resilience. CreditGianni Cipriano for The New York Times

At the funeral, Verbania’s mayor, Silvia Marchionini, thanked her for making the town famous. “We are enormously grateful,” Ms. Marchionini said.

“We don’t know if it’s true that living on the lake helps you live longer — certainly it’s nice to believe this,” she said. “Verbania thanks you. We are proud.”

Image
Verbania, the lakeside town where Ms. Morano lived most of her life. CreditGianni Cipriano for The New York Times

Hoe een officier van justitie discriminatie ervaart

 

“Rechters straffen gekleurde Nederlanders zwaarder”

Er moeten meer gekleurde aanklagers komen bij het Openbaar Ministerie. Dat is volgens Roy Nanhkoesingh ‘de enige manier om het beeld te doorbreken dat de boef zwart is, en degene die hem pakt wit is’. Hij is een van de weinige gekleurde aanklagers.

 

Het moet een jaar of drie geleden zijn. Roy Nanhkoesingh, net een paar jaar aan het werk als officier van justitie, stapt de rechtszaal in Middelburg binnen.

De zaal waar hij in die tijd dagelijks snelheidsduivels, mishandelaars en stalkers vervolgt. Nanhkoesingh ziet er, zoals altijd als hij in functie is, onberispelijk uit. ‘Een mooi pak, een strak koffertje in de hand, mijn haar was goed gekapt, alles zat erop en eraan.’

Opeens klinkt er een formele, onbekende stem. Het is de nieuwe politierechter. ‘Zeg, wilt u de zaal verlaten’, zegt ze tegen hem. ‘Verdachten mogen nog niet binnenkomen, we beginnen straks pas met uw zaak.’

Perplex staart hij de rechter aan. ‘Oké, dan heb ik dit ook een keer meegemaakt’, denkt hij terwijl hij aan zijn aftocht begint. Opeens voelt de crimefighter van 1 meter 90 zich heel klein. Hij kent de pijnlijke verhalen van gekleurde advocaten wier namen per abuis worden verwisseld met die van verdachten. Maar dit is hem nog niet eerder overkomen, althans niet op deze manier.

‘Verdachten mogen nog niet binnenkomen’, kreeg hij te horen van een nieuwe politierechter

Wat hij in zijn carrière als officier van justitie al wel heeft meegemaakt: een medewerker van de rechtbank die hem argwanend aankeek toen hij de personeelsingang gebruikte, en die voor de zekerheid zijn toegangspas wilde zien. En ook op zittingen merkt hij soms dat verdachten – ‘veelal rijkere Hollanders’ – zich wel normaal gedragen ten aanzien van de rechter, maar om zich heen gaan kijken als hij aan het woord is. ‘Bij witte collega’s zie je dat gedrag bijna niet. Bij mij voelen ze zich vrijer om te zeggen: wat de officier zegt, is kletskoek.’

‘Het zit hem vaak in kleine dingen’, zegt Nanhkoesingh. Verzetten heeft geen zin. ‘Het is zoals het is. Je moet er mee dealen.’

Maar deze opmerking van een rechter, in de rechtbank waar hij ‘dagelijks z’n ding doet’, gaat een stap verder. Dit doet pijn. ‘Ik wilde de zittingszaal uitlopen. Net op het laatste moment zei de bode: mevrouw de rechter, dit is niet de verdachte, maar de officier van justitie.’

‘O’, zegt de rechter. ‘Komt u verder.’

‘Zij zette de knop heel snel om’, zegt Nanhkoesingh. ‘Maar mij lukte dat niet.’

Hoe een officier van justitie discriminatie ervaart
© Linelle Deunk

Ze denken niet: hij is academisch geschoold. Nee, ze zien alleen een zwarte gozer met tatoeages

Roy Nanhkoesingh – 37, geboren en getogen in Delft, zoon van Hindoestaans-Surinaamse ouders – is inmiddels een van de ‘geldwolven’ van het Openbaar Ministerie. Hij is gespecialiseerd in het afpakken van de misdaadwinsten van Brabantse drugscriminelen. ‘Ik heb net nog twee ton afgepakt in witwasonderzoeken’, zegt hij opgetogen. Zijn doel: voorkomen dat criminelen genieten van hun misdaadgeld, en dat onder- en bovenwereld door criminele geldstromen met elkaar verweven raken. Want geld corrumpeert alles, stelt hij. ‘We zijn niet zo lang op deze aardkloot, en dit is een van de weinige beroepen waarmee je écht het verschil kunt maken. Waarmee je de samenleving veiliger kunt maken, en kunt zorgen dat iedereen rechtvaardig wordt behandeld.’

Nanhkoesingh is tevens een van de weinige gekleurde officieren van justitie. En dat moet veranderen, vindt hij. Daarom doet hij zijn verhaal.

Om te vertellen waarom het belangrijk is dat criminelen met een migrantenachtergrond ook zien dat ze aangepakt kunnen worden door aanklagers met een kleur. Waarom hij ervan overtuigd is dat een gekleurde misdadiger toch echt zwaarder gestraft wordt dan een witte Hollander. En hoe hij keer op keer verrast wordt door het beeld dat mensen van hem hebben. ‘Ze zien geen vader van twee kinderen. Ze denken niet: hij is academisch geschoold. Nee, ze zien alleen een zwarte gozer met tatoeages.’

Het blijft hem verbazen hoeveel mensen – ‘ook hoogopgeleiden’ – niet door huidskleur heen kunnen prikken

Hoe een officier van justitie discriminatie ervaart
© Linelle Deunk

En niet alleen hij pleit voor verandering. Ook Herman Bolhaar, baas van het Openbaar Ministerie, wil meer diversiteit op de werkvloer. Want, geeft het OM toe, de medewerkers met een biculturele achtergrond vervullen vooral ondersteunende, lagere functies. Van veel kleur onder de magistraten en crimefighters is geen sprake. Om dat te veranderen worden sinds kort vacatures voor het OM uitgezet bij Ongekende Talenten, een organisatie die gespecialiseerd is het vinden van ‘biculturele high potentials’.

Hoognodig, vindt Nanhkoesingh. Want, stelt hij: dat is de enige manier om ‘het beeld te doorbreken dat de boef zwart is en degene die hem pakt wit’. ‘Laatst nog, en daar verbaasde ik me zo over, las ik een verhaal over de corrupte douanier die drugs doorliet in de Rotterdamse haven. Zijn buren vertelden in dat artikel dat ze het wel raar vonden dat hij de ene na de andere dure auto kocht. Als deze douanier niet Hollands, maar Marokkaans, Surinaams of Antilliaans was geweest, hadden ze allang een melding gedaan bij Meld Misdaad Anoniem. Daar ben ik van overtuigd. Maar omdat het een blanke was, iemand die op hen leek, konden ze het zich niet voorstellen dat hij die nieuwe auto’s betaalde met crimineel geld.’

Het blijft hem verbazen hoeveel mensen – ‘ook hoogopgeleiden’ – niet door huidskleur heen kunnen prikken. ‘Het gevoel dat ik ‘niet-wit’ ben, heb ik pas de laatste jaren gekregen.’ Natuurlijk was het ook een onderwerp tijdens zijn jeugd. Als hij uitging met z’n vrienden werd zorgvuldig nagedacht over de groep. Want zonder ‘excuus-Hollander’ kwam hij sowieso niet de club binnen. ‘Gelukkig hadden we een gemêleerde vriendengroep. De ideale mix was: drie witte Hollanders en twee donkere jongens. En dan moesten we als donkere jongens ook nog zorgen dat de Hollanders niet als eersten naar binnengingen, maar dat we in ‘gemengde’ volgorde liepen.’

Hoe een officier van justitie discriminatie ervaart
© Linelle Deunk

Als ‘opgeschoten jongere’ kon hij het zich nog voorstellen dat je op een bepaalde manier bejegend wordt. ‘Maar inmiddels ben ik een vader, een echtgenoot, ben ik een officier van justitie.’

Zo zag hij enkele jaren geleden hoe bij een wielerkoers in zijn toenmalige woonplaats Schiedam een ruzie tussen een verkeersregelaar en een automobilist uit de hand dreigde te lopen.

‘Mijn dochtertje zat op de achterbank. Het was warm weer. Ik had sneakers en een polo’tje aan en ik had mijn baard niet geschoren. Ik zag even verderop een Hollandse motoragent staan. Dus ik parkeerde mijn auto en liep op hem af. Ik zei: meneer, het loopt daar uit de klauwen, volgens mij hebben ze u nodig.

‘Maar de agent gaf me een geïrriteerde blik en zei: ‘joh, kan je niet zien dat ik bezig ben.’ En hij maande mij weg te gaan. Waarom kan hij niet netjes blijven, ik spreek hem ook aan met ‘u’?’

Hoe een officier van justitie discriminatie ervaart
© Linelle Deunk

Als officier van justitie kunt u bij zo’n incident zelf ook ingrijpen.
‘Toen ik net begon als officier was het vanzelfsprekend dat ik dat deed. Ik behoor tot de hoogste opsporingsambtenaren, in principe mag ik alles en iedereen die zich misdraagt, aanhouden. Fantastisch, vond ik toen.’

‘Maar toen ging ik er beter over nadenken: ik ben me heel bewust van beeldvorming. De keren dat ik een incident zie met een Nederlander, bedenk ik altijd hoe het er voor de buitenwereld uitziet als ik zou ingrijpen. Dan zien ze een Surinamer van 1 meter 90 die met een Hollander aan het rollebollen is. Ze weten dan misschien niet dat die Hollander net z’n vriendin drie klappen heeft gegeven en dat ik er tussen ben gesprongen.’

Dus u grijpt niet in?
‘Ik brand mijn vingers er niet aan, ik bedenk een andere oplossing. Een tijd terug werd mij ‘s avonds op een benzinestation speed aangeboden. Ik laat de dealer gaan, en bel een bevriende agent. De politie heeft hem later die avond aangehouden.’

Ik zal de eerste zijn om te zeggen: “ja, ja die Surinamers zijn altijd te laat”. Dan hebben we die grap gehad

Hoe gaat u om met zulke ervaringen?
‘Het maakt je soms cynisch. Het enige dat helpt is er luchtig mee omgaan. Er grapjes over maken. Als ik op een vergadering te laat kom, zal ik de eerste zijn om te zeggen: ja, ja die Surinamers zijn altijd te laat. Dan hebben we die grap gehad.’

‘Maar zulke dingen doen wel wat met je. Ik denk altijd: die motoragent zal wel een zware dag hebben gehad, daarom reageert hij zo bot. Die rechter zal wel even niet scherp zijn geweest. De medewerker van de rechtbank zal laatst op een cursus hebben geleerd dat niet iedereen zomaar de rechtbank in mag. Ik bedenk excuses voor hen, praat het goed dat zij mij een klote gevoel bezorgen.’

‘Het moeilijkste zijn de onverwachte opmerkingen. Je kunt soms het idee hebben: ik ben dé man, ik doe mijn ding, ik maak mijn land veiliger, ik trek mijn shirt nog net niet open om mijn mooie supermanlogo te tonen. En dan opeens, uit het niets, komt er een opmerking van iemand. ‘Oeh, ik vind dat je echt goed Nederlands spreekt’, klinkt het dan. Au. Het hoeft niet eens slecht bedoeld te zijn, maar zo’n opmerking maakt je heel klein. Opeens realiseer je je weer dat mensen je niet volledig als Nederlander zien, dan voel je je een gast in het land waar je geboren bent.’

Het heeft geen zin om daarin te blijven hangen. Je moet slikken en weer doorgaan

‘Het heeft alleen geen zin om daarin te blijven hangen. Je moet slikken en weer doorgaan. Bovendien: wat heeft de samenleving eraan als ik als officier loop te zeiken en te blèren over geïnstitutionaliseerd racisme.’

‘Voor mij is het een gegeven dat mijn generatie haar plek nog moet claimen. Dat betekent dat ik me extra bewust bent van beeldvorming en dat ik altijd extra mijn best doe om geen fouten te maken. Erg ontspannen is het niet, maar het is niet anders.’

‘Ik doe dit in de hoop dat mijn kinderen het straks niet meer hoeven te doen. Dat het voor hun generatie een gegeven is dat dit hun land is, en dat ze net zo Nederlands zijn als iedereen. De banen die ik ambieerde toen ik student was, werden allemaal ingevuld door mensen die niet op mij leken. Ik hoop dat dat voor de volgende generatie anders is en dat het vanzelfsprekend wordt dat je met hard werken elke baan kunt krijgen die je wilt. Als je die voorbeelden in je omgeving niet hebt, is het soms lastig voor te stellen dat het ook voor jou is weggelegd.’

De banen die ik ambieerde toen ik student was, werden allemaal ingevuld door mensen die niet op mij leken

De politie kondigde onlangs ook maatregelen aan om meer gekleurde agenten binnen te halen, onder meer om spanningen tussen de politie en verschillende bevolkingsgroepen te verkleinen. Het OM staat verder op afstand, verdachten zien de aanklager pas bij de vervolging. Waarom is diversiteit voor het OM belangrijk?

‘Het OM handhaaft de normen die wij als samenleving met elkaar hebben afgesproken. Wij doen dat namens iedereen in die samenleving en we zeggen: als jij je niet aan de normen houdt, dan komt er een straf. Maar als jij, als allochtone crimineel, telkens wordt aangesproken door mensen in wie je je niet herkent, dan krijg je het gevoel dat de norm van de ander aan je opgelegd wordt, de norm van de witte mensen.

‘Voor allochtone criminelen is het goed als ze zien dat ook gekleurde mensen zeggen: als je hier woont, moet je accepteren dat homoseksuelen hand in hand op straat lopen, dat je met je tengels van je vrouw af moet blijven en dat iedereen gelijkwaardig is.’

Hoe een officier van justitie discriminatie ervaart
© Linelle Deunk

Het OM probeert medewerkers ook bewuster te maken van misverstanden die door culturele verschillen kunnen ontstaan. Bijvoorbeeld: wees je er als officier van justitie van bewust dat het in de Arabische cultuur niet gebruikelijk is elkaar recht in de ogen te kijken en dat je je ouders beledigt als je een misdaad bekent. Wat vindt u daarvan?

‘Dan is mijn redenering: hoor eens, je bent hier geboren en getogen en hier naar school gegaan. Je hoort dan gewoon te weten dat wij elkaar aankijken als we tegen elkaar praten en dat we het niet waarderen dat je ontkent terwijl we een filmopname hebben waaruit onomstotelijk blijkt dat jij de dader bent. Dan heb ik geen boodschap aan zo’n verhaal van mijn cultuur dit of mijn cultuur dat. Nee, die vlieger gaat niet op.

‘Het wordt anders als het om een verdachte van 60 gaat, die nauwelijks Nederlands spreekt en opgegroeid is in het Rif-gebergte.’

Meer diversiteit is ook belangrijk voor de rechterlijke macht zelf, stelt Nanhkoesingh. ‘Het is een boude stelling, maar ik leg hem toch maar op tafel: rechters straffen gekleurde Nederlanders zwaarder.’

Het is een boude stelling, maar ik leg hem toch maar op tafel: rechters straffen gekleurde Nederlanders zwaarder

De Raad voor de Rechtspraak heeft hier onderzoek naar gedaan. De conclusie was dat rechters allochtonen niet zwaarder, maar wel anders straffen. Een van de verklaringen was dat mensen die geen Nederlands spreken eerder een celstraf dan een werkstraf krijgen, ze krijgen sancties die volgens de richtlijnen vergelijkbaar zijn.

‘Mijn ervaring is toch echt anders. Er is een periode geweest dat ik gemiddeld drie politie- en kantonzittingen per week draaide. Op zo’n dag komen tussen de tien en zestig mensen voorbij. Als je dat extrapoleert heb ik duizenden verdachten vervolgd, tientallen rechters gehad. Dus ik vind dat ik wel recht van spreken heb. Als officier van justitie kauw je de strafzaak voor de rechter voor, en leg je een strafeis gemotiveerd op tafel. Ik heb veel vonnissen voorbij zien komen waarbij ik uiteindelijk dacht: dit is raar. Ik kan je geen schatting geven van hoe vaak het gebeurde, maar als je erop gaat letten, is het geen incident meer.

‘Ik had op een gegeven moment een mishandelingszaak waarbij een witte Nederlander bijna het licht uit de ogen van zijn slachtoffer had geslagen. En dan komt zo’n vent weg met een werkstraf.

Bij zo’n feit hoort een celstraf van een paar weken, ook al ben je een netjes ogende Hollander met een goede baan en heb je een blanco strafblad. Een week later had ik de zaak van een Turkse hennepkweker die werd bijgestaan door een tolk en deze man kreeg wel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, een zwaardere straf dan de richtlijn voorschrijft. Dat verschil kan ik anders niet verklaren.’

Nanhkoesingh merkt het soms ook als hij meegaat met de politie: het beeld dat de boef donker is, is hardnekkig

Zijn rechters in uw ogen racistisch?

‘Nee. Dit is ook geen verwijt, maar een constatering. Het niveau van rechters in Nederland is uitzonderlijk hoog. Maar het gaat om herkenning: als je jezelf niet herkent in de persoon die tegenover je zit, werkt dat door.’

Nanhkoesingh merkt het soms ook als hij meegaat met de politie: het beeld dat de boef donker is, is hardnekkig. Hij reed eens een avond met twee agenten mee en er kwam een melding binnen: jongeren zouden spiegels van auto’s aan het trappen zijn. Op een gegeven moment sprak de man die de politie gebeld had de agenten aan: ‘Zo, ik zie dat u al één van de raddraaiers hebt gepakt’, zei hij terwijl hij naar Nanhkoesingh keek. ‘Nee, meneer, dat is de officier van justitie’, antwoordden de agenten.

Ik hoop dat het voor de generatie van mijn kinderen een gegeven is dat dit hun land is

Veel criminelen hebben een kleur. Is het raar dat zo’n man dat denkt?

‘Ja, want ik paste niet bij het signalement. Ik ben een man van in de 30. De melding ging over jeugdigen.’

Het zijn vervelende momenten waar je vervolgens een grapje over maakt, stelt Nanhkoesingh. Hij heeft het lang niet zo lastig als allochtone politiemedewerkers: automobilisten die weigeren hun rijbewijs af te geven aan een Marokkaanse agent. Mensen die het niet kunnen verkroppen dat een Turkse agent hun een boete geeft. En hij kent ook het verhaal van een allochtone agent die op een inbraakmelding afkwam, en vervolgens niet naar binnen mocht. De vrouw had 112 zelf gebeld, maar geloofde niet dat de agent echt van de politie was. De agent stond daar: gekleed in zijn uniform, met zijn identiteitsbewijs in de hand en een politieauto achter zich.

‘Dat is een heel moeilijke situatie, want: waar kies je dan voor? Ben je er voor de burger die op zo’n moment al genoeg voor zijn kiezen heeft gehad met een inbraak en accepteer je dat alleen de witte collega naar binnengaat? Of zeg je: nee, luister eens, we vertegenwoordigen de staat en die is seksloos, kleurloos en politiek neutraal, u laat ons allebei naar binnen of we gaan.’

Welke keuze maakt u?

‘Heel lastig, maar het laatste. Je kunt zulke dingen niet op zijn beloop laten.’

En het gedrag van politieagenten zelf? Er is veel discussie over etnisch profileren, of de politie nu wel of niet zelf discrimineert.

‘Die discussie dwingt mij om een keuze te maken: kijk ik er naar als gekleurde Nederlander of als crimefighter. Er zijn natuurlijk incidenten geweest, zoals met rapper Typhoon die aangehouden werd omdat de agent de combinatie van zijn huidskleur en de dure auto opvallend vond. Dan denk je: politie, dit is raar.

‘Maar de dynamische verkeerscontrole, waarbij verdachte auto’s onder het mom van een verkeerscontrole worden gestopt en de gegevens van de inzittenden worden gecontroleerd, is ook een methode waarbij veel boefjes worden gepakt. Wij als officieren hebben veel baat bij dat werk.

‘Ik vind er niks mis mee als jij als agent op basis van je onderbuikgevoel denkt: die auto moet ik staande houden. Maar voordat je dat doet, moet je wel eerst het kenteken checken: zijn er antecedenten? Is de auto van een bonafide leasemaatschappij? Als daar informatie uitkomt die aanleiding geeft om de auto te stoppen, is het prima. Anders niet. Mijn ervaring met de politie is dat ze dat over het algemeen heel professioneel doet en haar pappenheimers wel kent.

‘En laten we eerlijk zijn: na al die jaren geld afpakken van Brabantse drugscriminelen maak ik me misschien ook wel schuldig aan een bepaalde profilering. Als ik een overdreven gepimpte, dure Duitser zie rijden, krijg ik kippevel. Dan wil ik weten wie er in zo’n ongelooflijke bak zit: want in mijn zaken zijn dat de auto’s waarin de witte wietboeren rijden.’

Grootste angst Chinese president wordt werkelijkheid: gezichtsverlies

De Amerikaanse president Trump en de Chinese president Jinping.

Geen gezichtsverlies lijden was topprioriteit voor de Chinezen

Het moet voor de Chinezen een affront zijn geweest, tijdens het bezoek van president Xi Jinping en zijn vrouw Peng Liyuan aan president Donald Trump en zijn vrouw Melania in hun buitenverblijf Mar-a-Lago. Ze hadden hun diner van op de huid gebakken tong en gegrilde entrecote donderdagavond nog niet op of Amerikaanse oorlogsschepen vuurden 59 kruisraketten op Syrië af.

Xi was nog wel met zulke goede bedoelingen afgereisd voor zijn kennismaking met de Amerikaanse president. ‘We hebben duizend redenen voor goede Amerikaans-Chinese betrekkingen en geen enkele voor het verslechteren van die betrekkingen’, zei hij donderdag bij aankomst in de VS. Xi wil meer economische samenwerking, ondanks Trumps vaak harde taal over het Chinese handelsoverschot dat zo veel Amerikaanse banen vernietigt.

Hij zal zich de kennismaking anders hebben voorgesteld. De grootste zorg van de Chinezen over de top was volgens ingewijden de mogelijkheid dat de impulsieve Trump zijn bezoeker publiekelijk in verlegenheid zou brengen, zoals Angela Merkel en andere wereldleiders is overkomen. Te verzekeren dat Xi geen gezichtsverlies lijdt, is een topprioriteit voor de Chinezen, zei een hoge diplomaat tegen Reuters. Toch lijkt precies dat te zijn gebeurd.

Kalm

De officiële Chinese reactie op het Trumpiaanse spierballenvertoon is intussen terughoudend

De daadkrachtige aanval op Syrië kan moeilijk anders worden gezien dan als signaal aan vriend en vijand dat Trump bereid is in actie te komen als anderen dat niet doen. Dat geldt voor Syrië, maar ook voor dat andere hoofdpijndossier, Noord-Korea. Trump wil China met economische sancties dwingen te zorgen dat zijn bondgenoot Noord-Korea zijn kernwapen-ambities intoomt.

De officiële Chinese reactie op het Trumpiaanse spierballenvertoon is intussen terughoudend. Zoals gebruikelijk in het Chinese Syriëbeleid, waarin Peking zich meestal achter Moskou schaart – ook in de Veiligheidsraad. China had eerder deze week de gifgasaanval op Khan Sheikhoun al veroordeeld en zich voor een onafhankelijk onderzoek door de Verenigde Naties uitgesproken.

Nu hoopt China vooral dat partijen kalm blijven, terughoudendheid betrachten en alles vermijden wat de spanningen verder kan doen oplopen, zei woordvoerder Hua Chunying van het ministerie van Buitenlandse Zaken vrijdag, zonder direct te verwijzen naar de Amerikaanse aanval. Misschien heeft Xi dat vrijdag tijdens de afsluitende werklunch alsnog gedaan.

 

Hoe de arrogante kaste van de eliteschool het contact met de rest van Frankrijk verloor

Zo werkt het meest elitaire opleidingsinstituut van het land

Het meest elitaire opleidingsinstituut voor hoge ambtenaren en politici in Europa staat in Frankrijk: École Nationale d’Administration. Maar de Franse burger heeft het gehad met de elite en dat merken de studenten.

‘Het is triest zoals er tegenwoordig over de elite wordt gepraat’, zegt Margot Renault (26), student aan de École Nationale d’Administration (ENA), de eliteschool voor hoge ambtenaren en politici. ‘De elite is een selectie van de ‘besten’. Wie wil er niet geleid worden door zulke mensen, die bewezen hebben dat ze competent zijn?’

Steeds meer Fransen, luidt het antwoord. De ENA is een symbool voor de kloof tussen elite en bevolking, een zondebok voor alle Franse kwalen. Énarque, zoals een afgestudeerde van de ENA wordt genoemd, is bijna een scheldwoord geworden.

Het is triest zoals er tegenwoordig over de elite wordt gepraat

zegt student Margot Renault (26)

Bij de ingang hangen de groepsfoto’s; jeugdige versies van de presidenten Hollande, Chirac en Giscard d’Estaing

De ENA is gevestigd in een oude gevangenis in het centrum van Straatsburg. Op een vrijdagochtend hangt er een rustige sfeer, als in een klooster waar de studenten als jonge monniken worden voorbereid op de staatsdienst, traditioneel in Frankrijk als de allerhoogste eer beschouwd.

Bij de ingang hangen de groepsfoto’s van de promotions, de jaargangen, van de school die in 1945 werd opgericht. Je ziet de jeugdige versies van de presidenten Hollande, Chirac en Giscard d’Estaing, de premiers De Villepin, Jospin en Juppé. Je ziet ook Emmanuel Macron, favoriet bij de presidentsverkiezingen, toen hij nog krullen had. En Jean-Marc Janaillac, baas van Air France-KLM, evenals zijn voorgangers De Juniac en Spinetta.

Arrogante kaste

De selectie is meedogenloos: elk jaar zijn er 1.500 kandidaten voor slechts 90 plaatsen

ENA-studenten David Foltz, Margot Renault en Claire.
ENA-studenten David Foltz, Margot Renault en Claire. © Bart Koetsier

In de campagne voor de presidentsverkiezingen fulmineren alle kandidaten tegen ‘het systeem’, ook als ze zelf in het hart van de macht verkeerd hebben, zoals François Fillon of Emmanuel Macron. In heel Europa worstelen politici met de kloof tussen elite en bevolking. Maar nergens heeft die elite zo’n duidelijk gezicht als in Frankrijk: de afgestudeerden van de ENA en een paar andere zeer selectieve grandes écoles, de École Polytechnique voorop. Zo bestaat 60 procent van de staf van president Hollande uit énarques en polytechniciens.

De selectie voor de ENA is meedogenloos: elk jaar zijn er 1.500 kandidaten voor een concours dat slechts 90 plaatsen biedt. Niemand betwist dat de studenten excellent, zo niet briljant zijn. Maar, zo luidt de kritiek, ze vormen een wereldvreemde en arrogante kaste die het contact met de rest van de bevolking is kwijtgeraakt.

De kritiek luidt dat de studenten een wereldvreemde en arrogante kaste vormen

We zijn niet afgesloten van de samenleving

student David Foltz (26)

In de kantine van de ENA proberen studenten Margot Renault, Alexandra Marchand (35) en David Foltz (26) dit beeld te ontkrachten. Ze zijn goed gekleed, welbespraakt en handig, alsof ze in de voetsporen van Chirac of Macron willen treden. ‘Maar ik wil helemaal niet de politiek in. Slechts 3 procent van de afgestudeerden kiest voor een politieke carrière. Het beeld wordt een beetje vertekend doordat er drie presidenten van onze school zijn gekomen’, zegt Foltz.

We vormen helemaal geen wereldvreemde elite, zeggen de studenten. Margot Renault komt uit Parijs en kan tot de klassieke Franse bovenlaag worden gerekend. Maar Alexandra Marchand woonde tien jaar in Londen, waar ze zelf haar studie heeft bekostigd. David Foltz komt uit een arbeidersmilieu in de Moselle en kreeg een beurs om zich op het concours van de ENA voor te bereiden. ‘We zijn ook niet afgesloten van de samenleving’, zegt Foltz. ‘Ik heb zelf stage gelopen op de prefectuur van Pas-de-Calais, toen de ‘jungle’ werd ontruimd. Bovendien moeten we allemaal dertig uur stage lopen bij organisaties als Emmaus, Secours Catholique (katholieke armenhulp, red.) of het huis van bewaring in Straatsburg.’

De adel van de republiek niet uit prinsen en hertogen, maar uit de slimste studenten van het land

Crème de la crème

Directeur Nathalie Loiseau
Directeur Nathalie Loiseau © Bart Koetsier

De studenten geloven heilig in het model van de ENA: de staat selecteert zijn hoogste ambtenaren uit de crème de la crème van elke generatie. Paradoxaal genoeg kent het land van de égalité een ijzeren hiërarchie. De Fransen hebben de koning onthoofd, maar hun aristocratisch model behouden. Alleen bestaat de adel van de republiek niet uit prinsen en hertogen, maar uit de slimste studenten van het land.

Het onderwijssysteem is helemaal gericht op het selecteren van een elite van briljante leiders. Toch is er iets vreemds aan de hand: ondanks die inspanningen kun je moeilijk beweren dat Frankrijk zo briljant wordt geleid. In geen enkel Europees land hebben leiders zo veel moeite om hervormingen door te voeren. Air France, geleid door énarques, is een veel logger bedrijf dan KLM, met topman Pieter Elbers die zijn onderwijscarrière begon aan de vervoersacademie in Venlo.

Kritisch denken

De Republikeinse oud-minister Bruno Le Maire, zelf énarque, stelde voor de ENA af te schaffen

De Republikeinse oud-minister Bruno Le Maire, zelf énarque, stelde voor de ENA af te schaffen. ‘De school heeft haar rol jarenlang goed vervuld’, zei hij. ‘Maar we gaan nu een nieuwe wereld binnen, die van ondernemers, creativiteit en innovatie.’ Juist op dat punt schiet de ENA tekort, schreef Olivier Saby in een giftig boek over zijn oude school. Een énarque kent de codes van de hoge ambtenarij, hij leert briljant praten zodat hij zich uit elke situatie kan redden, maar kritisch en creatief nadenken wordt niet aangemoedigd. Veel docenten zijn zelf hoge ambtenaar en het is gevaarlijk ze te bekritiseren, schreef Saby. Wie weet heb je ze straks nodig voor een goede baan, als ze prefect zijn of directeur van het kabinet van een minister.

Op jonge leeftijd worden de énarques geselecteerd voor het keurkorps van de staat. Ze krijgen te horen dat ze de besten zijn, uitverkoren voor de meest eervolle functies. Dat stimuleert niet om met beide voeten op de grond te blijven staan, zei Adeline Baldacchino, een andere énarque die een kritisch boek over haar school schreef. Jonge ambtenaren rollen meteen door naar de hogere regionen van de staatsdienst, terwijl ze de praktijk niet of nauwelijks kennen.

60 procent van de staf van president Hollande bestaat uit afgestudeerden van de École Nationale d’Administration en de École Polytechnique

De school wil meer onderzoek doen om kritisch denken te bevorderen

In een gesprek met Europese journalisten vertelt Nathalie Loiseau, directeur van de ENA, hoe ze de school beter op de praktijk wil laten aansluiten. Aan het toegangsconcours is een collectieve opdracht toegevoegd, zodat de kandidaten niet alleen worden beoordeeld op hun intellectuele, maar ook op hun communicatieve en relationele capaciteiten. De school wil meer onderzoek doen om kritisch denken te bevorderen.

Calmez-vous!

Zes ministers hebben de ENA gedaan. De overige dus niet. Calmez-vous!

ENA-directeur Loiseau

Van fundamentele kritiek op de ENA wil ze niets horen. De problemen van Frankrijk worden niet veroorzaakt door de ambtenaren die de ENA aflevert, maar door politici die verkeerde beslissingen nemen. ‘De media verwarren politiek en ambtenarij. Politici beslissen en ambtenaren voeren loyaal uit’, zegt Loiseau.

Maar president Hollande is een énarque, evenals zes ministers uit de socialistische regering en kwart van de ambtelijke top. ‘Zes ministers hebben de ENA gedaan. De overige dus niet. Calmez-vous!’, zegt Loiseau. ‘We kunnen natuurlijk zeggen: oké, we sluiten de ENA. Ik vind het best, ik ga wel iets anders doen. Maar hoe moeten we dan onze hoge ambtenaren rekruteren?’

Een student lees in een ligstoel in de ENA-bibliotheek.
Een student lees in een ligstoel in de ENA-bibliotheek. © Bart Koetsier

Als we de ENA afschaffen hoe moeten we dan onze hoge ambtenaren rekruteren?

ENA-directeur Loiseau

Een land als Duitsland draait toch beter dan Frankrijk, met een egalitair onderwijssysteem? ‘Dat zegt ú! Economisch draait Duitsland beter, daar heeft u gelijk in. Maar bestuurlijk? Dat hangt ervan af. Frankrijk heeft de beste publieke dienstverlening ter wereld.’

Ondanks alle kritiek wordt in de verkiezingscampagne niet gepraat over een hervorming van de grandes écoles. De ENA zit in het dna van Frankrijk. Zelfs Marine Le Pen praat nooit over het afschaffen van de ENA. Ze probeert het prestige van haar partij juist te vergroten door énarques binnen te halen, zoals haar tweede man Florian Philippot.

‘Voordat de ENA bestond was de hoge ambtenarij een quasi-adel van mensen die elkaar uitkozen’, zegt student David Foltz. ‘Nu worden de beste mensen geselecteerd. Natuurlijk is het voor studenten uit een arbeidersmilieu moeilijker het concours te halen dan voor studenten met hogeropgeleide ouders. Maar het is mogelijk, ik ben daar zelf het bewijs van.’


Bekende ENA-alumni

President Hollande
President Hollande © REUTERS

Presidentskandidaat 2017
Emmanuel Macron (links-liberale presidentskandidaat)

De presidenten
Valéry Giscard D’Estaing (president van 1975 tot 1981)
Jacques Chirac (1995-2007)
François Hollande (2012-heden)

Michel Bon, voormalig bestuurder Carrefour en France Telecom
Michel Bon, voormalig bestuurder Carrefour en France Telecom © AFP

De premiers
Laurent Fabius (premier van 1984-1986)
Michel Rocar (1988-1991)
Alain Juppé (1995-1997)
Lionel Jospin (1997-2002)
Dominique de Villepin (2005-2007)

Bedrijfsleven
Jean-Claude Trichet (president van Europese Centrale Bank 2003-2011)
Jean-Marc Janaillac (topman van AirFrance-KLM)
Michel Bon (voormalig bestuursvoorzitter van Carrefour en France Telecom)
Jean-Marie Messier (voormalig voorzitter van mediaconglomeraat Vivendi)
Louis Scheitzer (voormalig topman van Renault)

Paul Biya
Paul Biya © EPA

Andere staatshoofden
Paul Biya (president van Kameroen 1982-heden)
Nicéphore Soglo (president van Benin, 1991-1996)
Adly Mansour (president van Egypte (2013-2014)

De ENA in beeld

Bekijk hier alle foto’s van Bart Koetsier op de École Nationale d’Administration.

Volkskrant