Kakkineuze Rees-Mogg roept gegniffel op als mogelijke opvolger May

Politicus die zichzelf is , zijn er te weinig van in GB / AZ

Maar als hij zijn hoed in de ring gooit, zal deze waarschijnlijk meteen worden teruggeworpen

Naar verluidt moest Theresa May grinniken toen ze te horen kreeg dat niet alleen de oudgedienden David Davis, Boris Johnson en Philip Hammond worden genoemd als kandidaten om haar op te volgen, maar ook Jacob Rees-Mogg, alias The Mogg. De deftige parlementariër – ook wel aangeduid als De Rechtschapen Afgevaardigde van de 19de Eeuw – roept bij menigeen een glimlach op het gezicht, bijvoorbeeld wanneer hij zijn oneigentijdse hoffelijkheid toont en openbaar huilen omschrijft als ‘new-age gedruip’. Ook het bericht dat hij, net als de Spaanse koning, een eigen toilet heeft in het restaurant van het chique hotel Claridge’s, deed velen gniffelen.

Kiezers hebben genoeg van politici als Blair en Cameron die hun goede komaf probeerden te verdoezelen

In dat onbeschaamd kakkineuszijn schuilt zijn kracht. Kiezers hebben genoeg van politici als Blair en Cameron die hun goede komaf probeerden te verdoezelen. Er is vraag naar authenticiteit, naar politici die ‘zichzelf zijn’. En dat is de altijd in pak geklede Rees-Mogg. Toen hem onlangs werd gevraagd of hij weleens de luier verschoont van baby Sixtus Dominic Boniface Christopher (kind nummer zes – hij wil met zijn vrouw een cricketteam ter aarde brengen), antwoordde hij: ‘Ik heb nooit een luier verschoond. Nanny zou dat niet goedkeuren.’ Deze week publiceerde Rees-Mogg een gezinsfoto met de betreffende nanny Veronica in het midden die al sinds 1965 bij de Rees-Moggs werkt.

Het satirische tijdschrift Private Eye noemde hem de nieuwe ‘grappige Tory’, en daarmee een opvolger van Boris Johnson. Het voordeel van de 48-jarige Rees-Mogg is dat hij een fris gezicht heeft en nooit zijn handen vuil heeft hoeven maken als bewindsman. Dat het slungelachtige en eloquente Kamerlid bij peilingen goed ligt bij de achterban, heeft ook te maken met zijn harde Brexit-lijn. Net als zijn overleden vader William – de voormalige hoofdredacteur van The Times – is hij een devote euroscepticus. Zijn handicap is dat hij niet de ideale figuur is die de gespleten partij kan herenigen.

Sterker, het Conservatieve Kamerlid Heidi Allen heeft al gezegd dat zij de partij gaat verlaten als deze ‘High Tory’ onverhoopt leider wordt. Dat heeft niet alleen te maken met zijn Ukip-achtige Brexit-lijn. De afgezant van Noordoost-Somerset is zo conservatief als hij overkomt. Hij heeft als katholiek moeite met abortus (‘bijna een vorm van contraceptie’), is tegen het homohuwelijk en voor bezuinigingen op de sociale zekerheid. ‘Ik ben meer geïnteresseerd in wat mensen kunnen dan wat ze niet kunnen’, schreef hij in The Daily Telegraph over het verplicht keuren van arbeidsongeschikten. In hoogbouwflats ziet hij ‘een belichaming van het socialisme’.

En wil de historicus Rees-Mogg, van wie bekend is dat hij het liefst Kamervoorzitter wordt, wel verhuizen naar Downing Street? De vraag werd een kwart eeuw geleden al eens gesteld, toen hij als 24-jarige al veel geld verdiende als zakenbankier. ‘Ik kan daar onmogelijk over speculeren’, luidde het antwoord indertijd. Recentelijker zei Rees-Mogg, die sinds kort zowel een Twitter- als een Instagram-account heeft, dat er altijd een kans is dat hij zijn hoed in de ring gooit, er relativerend aan toevoegend dat deze vervolgens meteen zal worden teruggeworpen. Het zal zeer waarschijnlijk een hoge hoed zijn. Of anders een bolhoed.

Aanvullingen & verbeteringen: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Jacob Rees-Mogg ook wel werd aangeduid als ‘De Rechtgeschapen Afgevaardigde van de 19de Eeuw’. Dat moet zijn: ‘De Rechtschapen Afgevaardigde van de 19de Eeuw’.

De gematigde islam bestaat niet

 

door Anne-Marie Delcambre18 augustus 2006

Zijn er twee islams, de een oorlogszuchtig en de ander tolerant en vredelievend? Volgens de Franse juriste en arabiste Anne-Marie Delcambre is dit een westers verzinsel om de onaangename waarheid niet onder ogen te hoeven zien: ,,Tussen islam en islamisme bestaat alleen een gradueel verschil. Het islamisme zit in de islam als het kuiken in het ei.”

,,Er is geen goede en slechte islam, zoals er ook geen gematigde islam bestaat. Gematigde moslims bestaan wel:, dat zijn degenen die een deel van hun geloof links laten liggen.’’

Om de islam niet te hoeven betichten van geweld en terreur, hebben niet-islamitische westerlingen en sommige verwesterde moslims de term ’islamisme’ bedacht. Hiermee bedoelen zij een politieke, oorlogszuchtige ideologie die niets te maken zou hebben met de ware islam. Voor hen zijn er twee islams. De ene is verlicht, open, vredelievend, een godsdienst van liefde, tolerantie en vrede – en dit zou de godsdienst zijn zoals die door een overgrote meerderheid in alle rust wordt beleden. De tweede islam, het islamisme, is obscuur en in zichzelf gekeerd, sektarisch, fanatiek en oorlogszuchtig; een politieke, ontspoorde en zieke islam dus die niet te vergelijken is met de eerste, de ware, goede, gematigde, mystieke islam die de broeder is van het christendom en het jodendom, en die door zijn hoge graad van spiritualiteit vele niet-moslims aanzet tot bekering.

De uitvinding van ’de twee islams’ is heel praktisch omdat het de niet-islamitische westerling geruststelt over het karakter van de islam. Maar het is ook een grote leugen omdat er maar één islam is. Eén islam die niet twee gezichten heeft, maar verschillende aspecten. Het mystieke aspect en de terreur zijn twee extremen. Hiertussen bevinden zich vele facetten die altijd naast elkaar hebben bestaan en die alle uit dezelfde bron komen: de Koran, opgevat als het Woord van God dat zich openbaarde in Mohammed, die voor alle moslims, niemand uitgezonderd, het grote voorbeeld is.

Wie de Koran leest, moet wel erkennen dat de geboden van God alleen dan tot vrede oproepen wanneer er geen andere mogelijkheid bestaat. In soera 47, vers 35 staat: ‘Zo versaagt niet / en roept niet op tot de vrede / daar gij toch de overhand hebt / en God met u is.’

Wie zich hier niet aan houdt, maakt zich schuldig aan heiligschennis. De goddelijke boodschap houdt de gelovige gevangen, en deze denkt er geen moment aan te ontsnappen. Zoals de islamoloog en Turkoloog Jean-Paul Roux schrijft in zijn boek Les ordres d’Allah ’(De geboden van Allah’): ,,In de loop der eeuwen zijn er commentaren geschreven over deze teksten, ze zijn uitgelegd, men heeft geprobeerd ze te ontdoen van onduidelijkheden, maar ze zijn nooit in twijfel getrokken. Alle pogingen tot een liberale interpretatie waren gedoemd te mislukken, of het nou gaat om de Moetazilieten in de 9de eeuw, die betoogden dat de Koran niet van boven maar van beneden kwam, of die van de Ismaëlische sjiieten, die de Koran opvatten als een esoterisch geschrift. Iedereen die zijn intelligentie, zijn eigen vermogen tot oordelen gebruikte, moest wel falen, ook al waren zijn conclusies juist, want het is niet mogelijk het beter te weten dan Allah. Dit betekent dat elke historische en epistemologische studie, zoals die in het Westen is gedaan naar de Bijbel en de Evangeliën, ondenkbaar is en inderdaad ook nooit heeft plaatsgevonden.’

Dit is een ernstige kwestie, omdat ze gaat om de vraag of moslims tot in de eeuwigheid opgesloten zitten in hun heilige teksten. Jean-Paul Roux brengt Allahs geboden in kaart: ,,Moet de moslim in sommige gevallen zijn vrouw slaan, van haar scheiden en haar verstoten, vrouwen verbieden ongelovigen te huwen, het drinken van alcohol en kansspelen veroordelen, joden haten, zich inspannen om op alle mogelijk manieren zijn godsdienst op te leggen, ongelovigen doden? Zoals hij ook bescheiden moet zijn, geduldig en nederig, eerlijk, liefdadig, toegewijd aan zijn ouders? Je zou zeggen van wel, omdat elke innovatie laakbaar is en neerkomt op ketterij.’’

Als Jean-Paul Roux, die streeft naar wederzijds begrip en beslist niet wil provoceren, er al zo over denkt, dan hebben we alle reden ons zorgen te maken. Omdat Roux heeft geschreven over het Mongoolse rijk, Iran en Turkije, weet hij dat wat hij zegt van toepassing is op de gehele islamitische wereld. Het gevaar van de islam zit in het totale karakter ervan: het slokt het hele leven van de gelovige op, van de wieg tot het graf, en beheerst alle aspecten van het leven. Daarom is er geen scheiding tussen publiek en privé of politiek en religie. In de islam is er voor alles een regel, of het nou gaat om juridische, politieke of intieme kwesties.

We worden voorgelogen als wordt beweerd dat de islam een geloof is dat wordt gepraktiseerd in de privé-sfeer, zoals het christendom. De islam is tegelijk geloof, wet en recht. De sjaria schrijft voor de ongelovigen te bestrijden of klein te houden, en kent voor moslims vaste straffen voor precies omschreven misdaden (overspel, geloofsafval, blasfemie, diefstal, struikroverij, moord en natuurlijk het drinken van alcohol).

Mohammed is in alles een voorbeeld voor de gelovigen, maar zou dat dan niet gelden voor de passages uit zijn biografie waarin hij bloed laat vergieten, krijgsgevangenen maakt en de buit verdeelt? Martine Gozlan schrijft in haar boek Pour comprendre l’intégrisme islamiste (’Het begrijpen van de radicale islam’) over de twee gezichten van Mohammed; de een gefascineerd door het voorbeeld van Jezus, aangetrokken tot tederheid en gebed, en de Mohammed van Medina, de veroveraar die zich zo nu en dan van zijn wrede, rancuneuze kant laat zien. ,,Deze dualiteit van de islam kan niemand verdonkeremanen’’, schrijft zij. Maar juist op dit punt is haar analyse misleidend: de profeet met twee gezichten, de twee Korans, de islam en het islamisme. We moeten kennelijk concluderen dat de islam dubbel is, omdat we een verontrustend deel van deze religie niet willen zien. Daarom is ervoor gekozen het slechte deel ’fundamentalisme’, ’islamisme’, ’salafisme’, ’wahabisme’ te noemen. Eigenlijk weten we niet wat deze termen betekenen, maar we zijn tot alles in staat om woorden te vinden die kunnen dienen als zondebok om deze mooie godsdienst te ontlasten, de godsdienst die ten onrechte wordt aangevallen, besmeurd en geminacht.

Het islamisme verantwoordelijk houden voor het geweld van de islam, is praktisch en erg makkelijk. Maar wat nu te doen met de Koran en de Profeet? Gaan we alle geboden die niet in overeenstemming zijn met de Rechten van de Mens schrappen? En de Profeet met zijn twee gezichten, moet dat een nieuwe Januskop worden met twee gezichten, die elk een andere kant opkijken?

Om aanslagen te verklaren, is een blik op het leven van de Profeet voldoende. Hij rechtvaardigde de politieke moord voor het heil van de islam. En mensen bang maken, terreur uitoefenen, werd voorgeschreven als een nobele methode om paniek te zaaien onder de vijanden van het geloof.

Het klopt dus eenvoudig niet om te zeggen dat het islamisme niets te maken heeft met de islam. Voor de moslim van gisteren en die van vandaag, is er maar één Koran zoals er ook maar één Profeet is. De islamist is net zo goed moslim als de mysticus, omdat beiden zich beroepen op deze twee fundamenten. En beide fundamenten, Koran en Profeet, roepen op tot strijd.

Hier op aarde moet de strijd voor de overwinning van de islam doorgaan zolang het pleit nog niet beslecht is. Vrede is alleen een optie wanneer de overwinning onmogelijk of twijfelachtig lijkt. Maar veel meer nog is vrede de beloning van het paradijs, wanneer de hele wereld gepacificeerd is. Natuurlijk is er een onmiskenbaar ideaal van vrede, maar dat is in feite een pacificatie-ideaal. Vandaar dat er geschreven staat, over vijanden: ’En indien zij neigen naar de vrede/ neigt gij dan ook daartoe’ (soera 8, 61-63). Maar lees ook het vers dat hieraan voorafgaat (verzen 60-62): ’En maakt voorbereiding tegen hen/ met wat gij kunt aan weerstandskracht/ En uitrusting van paardenvolk/ om daarmede te verschrikken/ Gods vijand en uw vijand.’

Tussen islam en islamisme bestaat geen wezenlijk, maar slechts een gradueel verschil. Het islamisme is aanwezig in de islam als het kuiken in het ei. Er is geen goede of slechte islam, net zoals er ook geen gematigde islam is. Daarentegen zijn er wel gematigde moslims: dat zijn degenen die een deel van hun geloof links laten liggen.

En daar zit nu het probleem. Wat is een goede moslim? Degene die de ongelovigen, de godslasteraars en de atheïsten stigmatiseert en doodt? Of degene die ervoor kiest de Koran op een westerse, verchristelijkte manier te lezen en die wordt beschouwd als een ketter omdat hij afwijkt van de traditionele islamitische interpretatie?

De struisvogels in het Westen hebben ervoor gekozen deze vraag niet te beantwoorden, en iedereen die durft te beweren dat de islam geen geloof van liefde, vrede en tolerantie is, wegens haatzaaien te veroordelen. Zij voelen zich gesteund door de islamitische struisvogels die het goed uitkomt de islam voor te stellen als een geïdealiseerde godsdienst, terwijl de echte moslims toch wel beter weten. En wat de anderen betreft: een snelle herislamisering zal hen spoedig weer op het rechte pad brengen. Bovendien moeten we niet vergeten dat de taqiyah, het veinzen, een integraal onderdeel van de sjiitische islam is (’Wie niet de taqiyah betracht is geen gelovige.’) De taqiyah is opmerkelijk genoeg ook door de soennieten overgenomen, wat hen in staat stelt ons een islam-light voor te schotelen, om de ware aard van hun religie beter te verbergen. Zij liegen niet werkelijk – zij verhelen en versluieren om de islam terreinwinst te laten boeken. Het aanzienlijke voordeel hiervan is dat niet-moslims zo nog worden aangetrokken tot deze Abrahamitische religie, die wordt voorgesteld als verwant aan het jodendom en het christendom.

Nu begrijpen we dus beter de consensus rond het handhaven of versterken van het onderscheid tussen islam en islamisme. Het ongelukkige is dat deze onwetende of oneerlijke struisvogels geen onbetekenende mensen zijn. Sommigen bekleden hoge posten in de religieuze hiërarchie. Rabbijnen, dominees, pastoors, Witte Paters en jezuïeten zijn het erover eens geworden dat er een dialoog moet komen tussen de religies. Dus wordt alles wat tot verdeeldheid kan leiden, wordt zorgvuldig weggewerkt.

Laten we die geïdealiseerde islam eens goed bekijken. Dat zou een islam zijn van filosofen en mystici. Maar het is gewoon niet waar dat dit niet óók een ’islam van verboden’ is. Geen enkele filosoof of mysticus heeft ooit de Profeet of de Koran ter discussie gesteld. Wie praat over een islam van de Verlichting als tegenpool van de juridische islam, heeft het over een islam die nog geboren moet worden.

Om de islam te accepteren, heeft Europa de mythe van Andalusië geschapen, een gouden tijdperk van de drie religies. Alle gevechten, de vernederende status van de niet-moslims – dat alles is zorgvuldig weggelaten; zozeer zelfs dat we gerust kunnen spreken van geschiedvervalsing. Hoe moeten we anders het commentaar van de joodse filosoof Maimo-nides uit 1204 verklaren over de Almohaden die Spanje veroverden: ,,Nooit eerder heeft iemand ons zo vernederd, getreiterd, naar beneden gehaald en gehaat zoals zij.’’

Je kunt je afvragen waarom de filosoof Avicenna in de 10de eeuw vanwege zijn ideeën gedwongen werd te vluchten voor Turkse soennieten. En waarom de grote mysticus Mansoer Al-Hallaj, geboren in 858, die alleen de liefde voor God tot in extase aanprees, ter dood werd veroordeeld in 922. De beulen hakten zijn voeten en handen af, en gaven hem 500 zweepslagen. Vervolgens werd hij gekruisigd. Zijn onthoofde lichaam werd verbrand, zijn as uitgestrooid. Het hoofd werd, gespietst op een lans, twee dagen aan de oevers van de Tigris tentoongesteld. In 1131 werd Ayn Al-Quzat Hamadani, Perzisch mysticus, van ketterij beschuldigd en levend gevild, opgehangen en in het vuur gegooid.

Het is hoog tijd dat we ons niet langer laten behandelen als idioten die niets weten over de bijdragen van de islam aan de Verlichting. Men vertelt ons nooit dat de Griekse teksten vertaald zijn door christenen in het Westen, vanuit het Oudsyrisch of direct uit het Grieks, en dat noch Averroës, noch Avicenna Grieks kende. Men moet ophouden ons te vertellen dat er een filosofische, mystieke islam is, die werd geaccepteerd door de meerderheid van de moslims. Het is precies andersom. De moslims zullen nooit accepteren dat men zich verwijdert van de letterlijke schriftlezing.

Ik wil de leugens die bedoeld zijn om ons in slaap te sussen niet meer horen. Moslims willen een verklede islam aanvaard krijgen, ontdaan van schokkende elementen. Zoals de islamologe Marie-Thérèse Urvoy opmerkt, ’weten zij aan te sluiten bij de thema’s die de Europeanen bezighouden en het bijpassende vocabulaire te gebruiken: de vrijheid van de vrouw, haar vrije keuze, haar rechten. De westerlingen doen er tegenover al dat moois en al die spirituele waardigheid beleefd het zwijgen toe. Waarom? Omdat we het slachtoffer zijn van onze schuldcultuur, zegt Urvoy. Wij geven onszelf van alles de schuld en koesteren een pathologische zelfhaat. Daardoor minachten we onszelf en prefereren we de ander boven onszelf. En de islam in Europa heeft snel begrepen dat hij de perfecte incarnatie is van die ander.

Maar ook de handigste islamitische strategen kijken wel uit om te spreken over afschaffende verzen en afgeschafte verzen. De afschaffende verzen, de meest harde en chronologisch gesproken de laatst geopenbaarde, stellen de zachtere buiten werking. Bovendien hebben de verzen die het meest zachtmoedig en barmhartig zijn, alleen betrekking op de gelovigen, dat wil zeggen de moslims. De moslim is de broeder van de gelovige moslim. Hij voelt zich absoluut niet de broeder van de jood of de christen. En nog minder van de atheïst of de goddeloze. Als het verboden is om te doden (soera 5, vers 32) gaat het over gelovige moslims. Het volgende vers (33) bevestigt dit duidelijk: ‘Doch de vergelding van hen / die God en Zijn boodschapper bestrijden / en zich beijveren / verderf te brengen in het land / is dat zij ter dood gebracht worden / of gekruisigd / of dat hun handen en voeten / worden afgekapt van weerszijden / of dat zij uit het land verbannen worden.’

En de liefde voor de joden komt naar voren in dezelfde soera 5, vers 64: ‘En de joden zeggen: / Gods hand is dichtgeknepen. / Mogen hun de handen / dichtgeknepen worden / en mogen zij vervloekt worden / om wat zij zeggen. / Neen / Zijn beide handen zijn wijd geopend / Hij schenkt gaven zoals Hij wil. / En wat tot u is nedergezonden / vanwege uw Heer / zal velen hunner nog doen toenemen / in overmoed en ongeloof / maar Wij hebben tussen hen / vijandschap en haat geworpen / tot de Dag der Opstanding. / Telkens wanneer zij een vuur / ontsteken tot de oorlog / dooft God het uit / terwijl zij pogen / in het land verderf te stichten. / Maar God bemint niet de verdervers.’

Verre van afgeschaft, is dit vers onlangs nog geciteerd, ter ondersteuning van een fatwa van de UOIF (een grote moslimorganisatie in Frankrijk), die relschoppende jongeren in de voorsteden eind vorig jaar tot kalmte moest manen. De regels over de joden waren geschrapt.

Soera 5 is trouwens de laatst geopenbaarde. Net zoals soera 9 is deze soera niet af te schaffen. Dit is precies tegengesteld aan wat men ons wil doen geloven, in een totale minachting van de traditionele islamitische literatuur (vanaf het commentaar van Tabani in de 9de eeuw tot het werk van Said Qutb, het grote voorbeeld voor de Moslim Broederschap, die werd opgehangen door Nasser in 1966. De commentaren herhalen zich eindeloos en gaan nooit in een milde richting.)

Maar wij luisteren liever naar de kalmerende woorden van onze struisvogels omdat we bang zijn voor wat we voorvoelen: als de islam gewelddadig is, moeten wij hem bestrijden, en daar hebben wij geen zin in.

Maar geheel gerust gesteld worden is moeilijk als we weten, zegt Marie-Thérèse Urvoy, dat in de laatste versie van het handvest van de Musulmans de France (een islamitische organisatie), het recht om van religie te veranderen is geschrapt, zonder dat dit tot grote protesten heeft geleid.

Jean-Paul Roux schrijft: ,,Door het prijzenswaardige streven van het humanisme of eenvoudig door de angst voor racist te worden uitgemaakt, worden netelige kwestie uit de weg gegaan. Of de waarheid wordt verdraaid, alsof het mogelijk is iets op te bouwen op grond van leugens, ook al zijn ze goed bedoeld.’ De waarheid is dat er maar één islam is, en dat in die islam het beeld van de jood, de atheïst en de christen verbroedering tussen hen en moslims onmogelijk maakt. Het probleem is niet het islamisme, maar de Profeet en de Koran.

Vertaling: Paul Kleis Jager.

De ongelooflijke en wrange herinneringen aan stripschrijver Toonder

Wiep Idzenga in het spoor van ‘briljante kunstenaar, maar egoïstische schoft’

Het onkruid staat manshoog op het graf van gevierd stripschrijver Marten Toonder aan de Ierse Zee. Schrijver-journalist Wiep Idzenga zoekt twaalf jaar na diens dood naar herinneringen aan de geestelijk vader van Olivier B. Bommel en Tom Poes in zijn Ierse hide away. Wat hij vindt, wordt almaar ongelooflijker en is bepaald wel iets meer dan een voetnoot bij de geschiedenis. En iets wranger ook.

Op de heuveltop verwaaien de laatste nevelslierten richting de Ierse Zee. Glooiend grasland met het scherpe geel van de gaspeldoorn wordt zichtbaar. Wat schapen, her en der een eenzame boom. Aan de voet van de heuvel verdwijnt een trein in een tunnel. Beneden, in de verte ligt Greystones, het vissersdorpje, 30 kilometer onder Dublin, waar Marten Toonder ruim vijfendertig jaar woonde. Het was midden jaren zestig een zelfgekozen artistieke verbanning, weg van de zakelijke beslommeringen in het steeds drukker wordende Nederland. Hij zocht de rust in het landschap dat hij al tekende lang voordat hij er was geweest.

De ongelooflijke en wrange herinneringen aan stripschrijver Toonder
© Stichting het Toonder Auteursrecht

Vanaf de kade in Greystones wijst een lange, magere man naar een dobberende zeehond die ons nieuwsgierig aankijkt. Het beestje schrikt niet als de bejaarde Frank geestdriftig in zijn handen klapt. In zijn puberjaren zwom hij hier met zeehonden. Ze duwden spelenderwijs hun snuiten tegen zijn lijf. Hun scherpe tanden maakten soms wondjes. Frank stroopt de rechterbroekspijp op, maar het litteken zit te hoog. Hij probeert het van de bovenkant, maar ik zeg dat ik wel een idee heb hoe dat eruit moet zien. ‘Oké’, zegt Frank terwijl hij zijn riem weer vastmaakt. Zijn ogen speuren het wateroppervlak af. De zeehond is verdwenen.

Frank woont al zijn hele leven in Greystones. Hij was weleens voor werk in het buitenland, maar in de andere jaren moet hij Toonder hier zijn tegengekomen. Voordat hij zich opsloot in zijn werkkamer liep de Nederlander ‘s ochtends vroeg langs het strand en over deze kade. ‘Bouwjaar 1912, statig, in pak, bakkebaarden, geheimzinnig lachje rond de mondhoeken?’ Frank herhaalt de omschrijving. Hij knikt. Een druppel die al een tijdje aan zijn neus hing valt naar beneden. Net als Frank wat wil zeggen wordt hij geroepen door een jongeman die iets verderop opstaat van zijn bankje. Ze moeten gaan. ‘Morgen herinner ik me alles weer’, zegt Frank. Ik moet maar langskomen op het adres dat hij me heeft gegeven. Hij doet een paar stappen richting de wachtende man. Dan draait hij zich om. ‘Dus, jij bent Toonder en je zoekt wie?’

Wat in Toonders tijd een pittoresk haventje moet zijn geweest, is nu een afzichtelijke jungle van steen, hekken, parkeerhavens en bouwzand

Langs de grote grijze stenen die het dorp zijn naam gaven loop ik naar wat in Toonders tijd een pittoresk haventje moet zijn geweest, met een strand en vissersbootjes in de baai. Nu is het een afzichtelijke jungle van steen, hekken, parkeerhavens, een afgesloten jachthaven en heuvels van bouwzand. Met zijn liefde voor de natuur en weerzin tegen de menselijke vernietigingsdrang zou Toonder van deze aanblik gegruweld hebben.

‘Een kind van 3 had met zijn lego een beter ontwerp gemaakt’, zegt Patrick hoofdschuddend, een vijftiger die op een blok beton zit. ‘Het is een slecht ontworpen speeltuin voor de steenrijken.’ Het havenproject van 300 miljoen euro behelst ook een appartementenkolos die zal uitrijzen boven het dorp om de zee en de heuvels rondom goed te kunnen zien. Patrick gunt anderen best wat luxe, maar wat gemeenschappelijk is moet gemeenschappelijk blijven. Hij staat daarin niet alleen. Van de kleine twintigduizend inwoners tekenden 6.500 mensen bezwaar aan. Woedend waren ze toen de ontwikkelaar het gebied gebarricadeerd hield in de periode dat de bouw vanwege de crisis jarenlang stillag. ‘Het stinkt aan alle kanten, die onvoorwaardelijke steun van sommige raadsleden.’ Heer Bommel en het smeergeld zou Toonder het noemen.

TIJD VOOR GUINNESS

De ongelooflijke en wrange herinneringen aan stripschrijver Toonder
© Stichting het Toonder Auteursrecht

Patrick toont me plekken waar de lokale overheid beter zijn aandacht en financiën aan kan besteden. Op North Beach vreet de zee steeds verder in het land. De afstand tussen een weilandhek en een steile wand van zand is amper een meter. Elders is de spoorlijn in gevaar. Op Trafalgar Road nemen de begroeiing en het onkruid bezit van het ooit zo sierlijke, Victoriaanse La Touche Hotel uit 1894. Politicus en verzetsstrijder Michael Collins sliep er daags voordat hij in Londen onderhandelde over onafhankelijkheid. De Ierse schrijver Samuel Beckett was er vaste gast. Als kind vierde Beckett vakantie in een lichtblauw hoekhuis met een knalrode deur bij de haven.

Terug bij de jachthaven steken we het kille, oerlelijke nieuwe plein over. We passeren een sensor die een luidspreker activeert ‘Greystones town ask you to clean up after your dog and bin your litter.’ Patrick schudt het hoofd. ‘Weet je hoe laat het is?’, vraagt hij dan. Nog voor ik mijn telefoon kan pakken roept hij triomfantelijk ‘Tijd voor een Guinness’ en maakt een armbeweging richting The Beach House, een pub uit 1850. Binnen hangt de indringende geur van verbrand turf. Even later zitten we achter donkere glazen Guinness en eten heek, zalm, kabeljauw en friet.

Waarom wordt Toonder eigenlijk zo geprezen, hij was toch maar een striptekenaar?

Als het rondzingt dat ik Toonders sporen volg schuiven enkele oudere mannen aan. Eén van hen – verbrande kop boven rossige baard – zag de schrijver en zijn vrouw hier binnenlopen, eind jaren zestig. Hij kende de man in zijn lange jas en geruite pet niet. Nadat het stel geagiteerd de tent verliet hoorde hij pas dat het Toonder was. In veel Ierse pubs waren vrouwen destijds niet welkom, een pint zat er helemaal niet in. ‘Voordat hij naar buiten liep keek Toonder met zo’n opgetrokken borstelige wenkbrauw nog even naar de barkeeper. Ik vergeet de namen van mijn kleinkinderen, maar dit weet ik nog.’ Verder zagen ze de stripauteur zelden. ‘Vreemd’, zegt Patrick als de barman volle glazen heeft gebracht, ‘hier worden verhalen verteld.’ Net als veel Ieren hebben deze mannen the gift of gab, de gave van het ouwehoeren. Over een onopgeloste, mysterieuze moord gaat het. Over smokkelaars die ‘s nachts en op mistige dagen hun Franse waar (brandy, gin, thee, zijde en wijn) vanaf zee via een grot en een tunnel verder vervoerden. Op diezelfde plek stortte later nog een complete trein naar beneden. Dat gebeurde in 1867, maar Ieren verweven dat moeiteloos met het nieuws van die ochtend over een nieuw ontuchtschandaal in de rooms-katholieke kerk. Wist ik trouwens dat Toonders excentrieke schoondochter nog in Greystones woont? Waarom wordt Toonder eigenlijk zo geprezen, hij was toch maar een striptekenaar?

Als ergens rond de vijfde pint die vraag wordt gesteld staan we inmiddels in de belendende, donkere Dann’s Bar, waar geldt: No food, no kids. We zoeken tevergeefs naar vertalingen voor kommer en kwel, minkukel en denkraam, maar Patrick snapt Toonders taalvernieuwing. Zelf gebruikt hij het Bommeliaanse ‘Als je begrijpt wat ik bedoel’ als stopzinnetje. ‘Dus Toonder was als Yeats,’ zegt hij, ‘een taalvernieuwer, know what I mean?’ Wiebelend op zijn benen sluit hij de ogen. Net als ik denk dat de Guinness hem gaat vellen, declameert hij met gedragen stem:

Come away, O human child!

To the waters and the wild

With a faery, hand in hand,

For the world’s more full of weeping than you can understand.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

De ongelooflijke en wrange herinneringen aan stripschrijver Toonder
© Dick Matena

Geen van de dertien bibliotheken in County Wicklow heeft een Toonder-boek in de collectie

De barman en een jonge vrouw murmelen de regels van The Stolen Child, Yeats’ bekendste gedicht, met hem mee. Van alle Ierse schrijvers en dichters bewonderde Toonder Nobelprijswinnaar William Butler Yeats het meest. Ze deelden de interesse in het bovennatuurlijke, in de Keltische sagen met faeries (feeën) en leprechauns (kabouters). Toonder zocht op een West-Ierse berg het dansende lichtje dat Yeats ooit zag. Na zijn emigratie groeide de rol van natuurgeesten en Het Kleine Volkje in Toonders Bommelsaga. Het bergdorpje Kilkrook uit Heer Bommel en de Krookfilm (1972) zou verderop in de Wicklow Mountains kunnen liggen.

Na een lange, magische avond vol toverdrank en de engelenstem van de zangeres in Dann’s zet ik de volgende middag koers naar de Greystones’ bibliotheek. Voor de deur van het lage, witte gebouw uit 1910 met gele kozijnen roept een man me. Hij draagt zijn lange witte haar in een knotje en bezit bakkebaarden waar Toonder jaloers op zou zijn. Net als zijn jas heeft zijn gebit z’n beste tijd gehad. Of ik een minuutje heb en een eurootje? Vijf misschien, tien? De dakloze John Canning verkoopt gedichten: It’s not Shakespearean, it’s rather unusual.’ Als hij heeft vastgesteld dat hij een echt tientje heeft gekregen trekt hij me de bibliotheek in. Hij snelt naar een computer om zijn gedichten te mailen. Ik speur ondertussen naar een hoek met Toonder-boeken, ik kijk bij de strips en zoek in de kasten bij de T, de B en de P (Toonder, Bumble, Puss). Niks. Geen van de dertien bibliotheken in County Wicklow heeft een Toonder-boek in de collectie. John, die me in 34 mails zijn hele dichtbundel Suspended (Geschorste) Glory heeft gestuurd, vindt het een schande. Tot een kwartier geleden kende hij Toonder en Bommel niet, maar nu roept hij tegen de arme bibliothecaresse: ‘Kom op zeg. Die man heeft miljoenen en miljoenen boeken verkocht!’ Ze belooft het uit te zoeken.

SNOEP- EN TABAKSWINKELTJE

In café Gray – a party without a cake is really just a meeting – probeer ik iets onmogelijks: Johns gedichten lezen zonder geestverruimende middelen. Naast me aan de grote koffietafel zit een vrouw in een regenjas. Met een trillende hand brengt ze thee met melk naar haar mond, met een trillende vinger wijst ze naar Toonders foto die uit mijn paperassen steekt. ‘Die ken ik,’ zegt ze, ‘hij liep hier vaak ‘s ochtends langs. Soms kwam hij binnen.’ Het was in de tijd dat dit het snoep- en tabakswinkeltje van Paddy Murphy was. Hij leeft niet meer, of zoals ze in Ierland zo mooi zeggen: ‘he’s pushing up daisies (madeliefjes)’. Mary die haar leeftijd niet wil vertellen – ‘young man!’ – hielp Paddy af en toe. Ze verkocht Toonder weleens snoep. Vaker zag ze hem bij South Beach vanaf een rots over het water turen. Als ze hoort dat zijn vader scheepskapitein was valt het kwartje. ‘Aha’, zegt ze een paar keer voordat ze plots opstaat. Ze knoopt haar hoofddoekje om, ritst haar jas dicht en tikt mij daarna tegen de bovenarm. ‘Ik ga naar de bibliotheek. Ik zou in een van zijn boeken kunnen voorkomen.’ Eigenlijk moet ik Mary tegenhouden, maar een beetje druk op de bibliothecaresse kan geen kwaad.

Een man die heeft meegeluisterd, vertelt dat vroeger South Beach niet toegankelijk was voor vrouwen. Toonders schoondochter Loumina, getrouwd met zijn oudste zoon Eiso, ging er uit protest geregeld naakt zwemmen. ‘Dan werd het druk’, zegt de man, ‘het was een mooie, Aziatische meid.’

Ik durfde hem niks te vragen, zegt Ireton. Misschien zat hij op een nieuw verhaal te broeden

De ongelooflijke en wrange herinneringen aan stripschrijver Toonder
© Stichting het Toonder Auteursrecht

Mary noemde een kleine kruidenier die nog wel open is, maar dat klopt niet meer. Ireton, in bedrijf sinds de bouw van het pand eind 19de eeuw, sloot kortgeleden de deuren. Leo Ireton, de laatste eigenaar, kijkt angstig om het hoekje van het neergelaten rolgordijn maar doet dan toch open. De schriele vrijgezel (75) kon niemand vinden die de concurrentie met Lidl en SuperValu wilde aangaan. Een stap over de drempel van Ireton is een stap terug in de tijd. Op de planken aan de wand staat nog wat ingeblikt voedsel. Op de massieve toonbank rust een grote, antieke weegschaal. Toonder en zijn toenmalige dorpsgenoten zouden zo kunnen binnenstappen. In een oubollig keukentje achter de winkel, waar Jezus Maria ruimschoots verslaat met afbeeldingen (8 tegen 2), vertelt Leo dat Toonder af en toe zijn winkel aandeed. ‘Hij knikte vriendelijk maar zei weinig. Hij was geen man voor small talk.’ Ireton vond hem een heer van stand, ook voordat hij wist dat Toonder een gevierd schrijver was. Als Toonder iets kocht was het zoetigheid. In een uitzonderlijk spraakzame bui vertelde Toonder dat hij soms dingen met suiker nodig had door teveel aan insuline in zijn bloed, een erfenis van het eenzijdige suikerbietendieet in de oorlog. Het verbaasde Leo dat Toonder nooit een krant kocht. Later begreep hij dat zijn huishoudster Nora iedere ochtend ergens The Irish Times haalde en naast zijn ontbijtbord legde. ‘Ik durfde hem niks te vragen,’ zegt Ireton bij de winkeldeur, ‘misschien zat hij op een nieuw verhaal te broeden.’

De naam van Nora is gevallen, vanaf 1975 vijfentwintig jaar lang Toonders steun en toeverlaat. Ze bewoonde met haar man en dochter twee kamers in het landhuis, tot Toonder na de dood van zijn tweede vrouw een zelfmoordpoging deed. Nora wilde hem daarna niet meer verzorgen. Ze is niet moeilijk te vinden, maar ze wil absoluut niet praten, mogelijk uit loyaliteit aan Toonder. De vergelijking met de aan Heer Olivier hondstrouwe butler Joost dringt zich op, als ik zo vrij mag zijn.

Op het grafmonument staan naast zijn eigen naam ook zijn geliefden die hij in tien jaar tijd verloor: zijn twee echtgenotes, een zoon, twee dochters en zijn broer

WREED LEVEN

Op Redford Cemetery, net buiten Greystones, dringt pas goed door hoe wreed Toonders leven na zijn 80ste was. Onder de twee Keltische kruisen van het grafmonument staan naast zijn eigen naam ook de namen van de geliefden die hij in tien jaar tijd verloor: zijn twee echtgenotes – Toonder hertrouwde in 1996 en verloor zijn vrouw een paar maanden later -, een zoon, twee dochters en zijn broer. Tussen de potten met verdorde planten op het familiegraf staat het onkruid metershoog.

Toonders toenmalige vaste loopje, leidt tegenwoordig langs een makelaar die eenvoudige woningen aanbiedt voor 4 ton. Bij een wedkantoor komt een man naar buiten. Hij noemt gokken op paarden een domme bezigheid, toch heeft hij weer a tenner ingezet. Hij heeft er nog een over voor twee pints en wat pinda’s. In een zijstraatje naar een modern winkelcentrum lopen jongelui in groene schooluniformen. Voor het dieprood geverfde restaurant The Hungry Monk telefoneert een man die sprekend op Zwarte Zwadderneel lijkt, de onheilsprofeet uit de Bommelreeks. Alleen zijn paraplu ontbreekt. Bij The Happy Pear staat een rij tot buiten. De succesvolle natuurvoedingswinkels van de tweeling Dave en Steve Flynn is een hit op YouTube. Hun (vegetarische) kookboeken verkopen beter dan die van Jamie Oliver. Er is nog wel werk te doen want het vette full Irish breakfast – ik heb voor het eerst in 30 jaar weer puistjes – is nog altijd populair. Kilkenny Design verkoopt Iers aardewerk, sieraden, kleding en kristal vanuit het oude postkantoor. Nora meldde zich er elke ochtend drie kwartier voor de officiële opening om Toonders poststukken op te halen. Dat had ze zo bedisseld met de sorteerders. Als haar baas ‘s morgens naar beneden kwam behoorde de correspondentie naast zijn ontbijt te liggen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

De ongelooflijke en wrange herinneringen aan stripschrijver Toonder
© Dick Matena

Na een eenvoudige doch voedzame maaltijd in The Burnaby loop ik het terrein van St. Patrick’s op, het Anglicaanse kerkgebouw. Hier ergens zou zich het landhuis bevinden dat de Toonders voor een prikkie kochten van een stokoude vrouw die door het gokken op paarden in geldnood was gekomen. George en Sheila, twee vrijwilligers die in de kerktuin geraniums planten, kennen het wel. Het is inmiddels een verpleeghuis, daar aan de overkant achter de heg. Voor de twee was Toonder een schicht. ‘We zagen zijn schoondochter vaker’, vertelt Sheila. ‘Oh yeah’, zegt George, ‘Loumina.’ Soms zagen ze haar dansend op de stoep. Dan weer liep ze zingend midden op straat, de auto’s achter haar negerend. Ze droeg altijd grote hoeden vol kleurige bloemen. ‘Ze was mesjogge, toch George?’ George knikt.

Niet veel later zit ik in de blauwe kamer van Eyrefield Manor Nursing Home. De deur staat open. Af en toe schuifelt een bejaarde voorbij. Dan lopen Liz en Pat Behan binnen, de eigenaren van dit verpleeghuis en bewoners van het oude huis van Toonder. Het verpleeghuis is tien jaar geleden gebouwd op de plaats van de afgebroken cottage, waar Eiso en Loumina woonden. Na de scheiding bleef zij met de kinderen achter, tot Toonder vertrok naar het Rosa Spier Huis in Laren. Bij de eerste bezichtiging voor de veiling beet Loumina kandidaat-kopers Liz en Pat toe dat ze haar niet weg kregen. Liz gaat er eens goed voor zitten. Ze wil niet roddelen, maar boy oh boy dat waren vreemde sujetten, die Toonders. Na de verkoop kwamen Eiso en de kleinkinderen terug om nog persoonlijke dingen te zoeken op Eyrefield Lodge – vernoemd naar een mysterieus renpaard. ‘Toen ze uit het roestige busje stapten dacht ik dat het zigeuners op rooftocht waren,’ zegt Pat. ‘Ze hadden alles al meegenomen, tot aan de deurkloppers toe.’ Op de allerlaatste dag voor de overdracht kwam het verzoek of Loumina toch niet in haar cottage kon blijven wonen. ‘Hoe vind je dat?’, zegt Liz. ‘Pat heeft uiteindelijk al haar oude troep verhuisd naar haar nieuwe woning.’ Ze wil Loumina’s adres niet geven, uit veiligheidsoverwegingen. ‘Laatst liet ze een telefoonabonnementenverkoopster binnen. Die mocht vervolgens niet meer weg. De politie heeft haar bevrijd.’

Ik heb het allemaal weggegooid, net als een oude poster van die beer met dat geruite jasje. Had ik maar geweten dat Toonder zo beroemd was…

Liz

De ongelooflijke en wrange herinneringen aan stripschrijver Toonder
© Stichting het Toonder Auteursrecht

Het eerste wat Liz even later in Toonders oude huis uit 1879 aanwijst is de kast waarin hij zijn genummerde flessen drank bewaarde. ‘Ik heb het allemaal weggegooid’, zegt ze, ‘net als een oude poster van die beer met dat geruite jasje. Had ik maar geweten dat Toonder zo beroemd was…’ Terwijl Liz en Pat jeremiëren over de vele sloten die de Toonders op de deuren hadden, over het donkere behang, de chocoladebruine deuren en de ‘oerlelijke’ groenblauwe vloerbedekking, vind ik Toonders werkkamer en zijn uitzicht op de Ierse Zee. Het is nu de slaapkamer. Eigenlijk was het geen goede werkplek voor Toonder: hij moest niet naar buiten maar juist naar binnen kijken. Om die reden gingen de Toonders ook niet in het betoverende westen van Ierland wonen, waar ze wel hun vakanties vierden. De natuurkrachten waren er te sterk, hij wilde daar alleen maar buiten zijn. Van werken zou niets terechtkomen. Toonder moest het doen met hun tuin in Greystones, die Liz omschrijft als ‘sprookjesachtig’, met rollende heuveltjes, fuchsiahagen, de eucalyptusbomen van vrouw Phiny en de Canadese populier die hijzelf plantte. Tegenwoordig is het een kale boel. Ook de heuvel is verdwenen, waar volgens een buurman Toonder eens verkleed als Sinterklaas vanaf rende om zijn kleinkinderen te vermaken. Het is moeilijk voor te stellen, want verder vertoonde Toonder zich zelden aan zijn buurman.

Op zoek naar Loumina kom ik terecht bij kolenboer Pat Mooney (62) die iedereen in Greystones kent. Hij geeft een pikzwarte hand. Mooney leverde ook jarenlang kolen, gas en brandhout aan de Toonders. ‘Die deftige Marten zei weinig, maar toch leek hij me aardig. Zijn zoon was een zeikerd.’ Hij neemt het op voor Loumina. Zeker, ze heeft fratsen, maar hij kent haar achtergrond. ‘Ze heeft geen gemakkelijk leven gehad,’ zegt hij, ‘uiteindelijk werd ze ook nog onterfd.’ Loumina, een buitenechtelijk kind van een Indonesische moeder en een Nederlandse vader die in een Javaans weeshuis opgroeide, zou op haar 16de worden geadopteerd door de Toonders. Ze wilden naast twee zonen ook een dochter. De adoptie verliep stroperig. Marten en Phiny verlegden met succes hun aandacht naar twee andere meisjes op Java – een Chinese en een Japans-Nederlandse. Loumina belandde uiteindelijk bij een kinderloos echtpaar in Nederland, maar gevoelsmatig was ze geadopteerd door de Toonders. Ze kwam er vaak over de vloer en raakte verliefd op Eiso.

Marten was een briljante kunstenaar, maar een waardeloze vader en opa

Toonders schoondochter

‘EGOÏSTISCHE SCHOFT’

De ongelooflijke en wrange herinneringen aan stripschrijver Toonder
© Stichting het Toonder Auteursrecht

Net voordat Toonders schoondochter de volgende dag de deur opent van haar goedkope benedenwoning in een grauwe straat van Greystones spoken Pat Mooney’s woorden door mijn hoofd: ‘Ze kan gevaarlijk zijn.’ Het is alsof Loumina (76) gedachten kan lezen. Als ze theewater heeft opgezet en in een gemakkelijke stoel is neergezegen, kijkt ze me strak aan en zegt: ‘I’m a deadly person.’ Over een roze joggingpak met capuchon draagt ze een gele fleecetrui, eronder dikke sokken in de kleuren van de regenboog. Ze heeft haar grijze haar slordig opgestoken, meer uit gemak dan uit ijdelheid. In het rommelige, volle kamertje is amper bewegingsruimte. Het kan haar weinig meer schelen, ze heeft zich drie jaar geleden teruggetrokken uit deze wereld. Ze ziet niemand meer. Loumina noemt zichzelf een dinosaurus, de laatste van haar generatie. Haar vier kinderen wonen in het buitenland. ‘Ik was betoverend mooi, maar nu ben ik dik en lelijk. Maar ik geef er geen fuck om. Thee?’ Schaterend loopt ze naar het keukentje. Het is lachen om niet te huilen.

‘Marten was was een egoïstische schoft,’ zegt ze terugkerend met thee. ‘Het was altijd werk, werk, werk. Hij was een briljante kunstenaar, maar een waardeloze vader en opa.’ Toonder adoreerde Loumina aanvankelijk. Hij volgde blindelings haar keuze voor Greystones – ‘dat sprookjesachtige haventje met die gekleurde huisjes, amper drieduizend inwoners’ – en het landhuis. Loumina en Eiso trokken na hun huwelijk in 1962 als vooruitgeschoven posten naar Ierland, drie jaar voor Marten en Phiny. Samenwonend op hetzelfde terrein merkte Loumina hoe haar schoonvader zijn vrouw en zijn zoon in zijn greep hield. Alles draaide om hem. Toen ze dat een paar keer uitsprak bekoelde de relatie. ‘He wasn’t a nice man. Echt een Grunneger, een koude kikker.’ Ze spreekt de laatste zin in het Nederlands uit, deftig, als een vrouwelijke Philip Bloemendal. Volgens Loumina schaamde Toonder zich voor zijn zoons. Hij gaf ze nooit een complimentje. Tijdens Toonders ziekteverlof nam Eiso de strip van Tom Poes van hem over. Een dankjewel kon er niet af. Sterker: niemand mocht het weten. ‘Hij woonde hier ruim 35 jaar, maar niemand kent hem, dat zegt toch alles? Hij had net zo goed op de maan kunnen gaan wonen, of in Rommeldam.’ De lach die volgt is een echte. ‘Selamat jalan (goede reis),’ zegt ze bij de deur. ‘Vertel alsjeblieft niemand waar ik woon. Het boek is dicht.’

Goed nieuws: de bibliotheek gaat een Toonder-afdeling aanleggen

Net voor vertrek uit Greystones is er tweemaal goed nieuws. De bibliotheek gaat een Toonder-afdeling aanleggen. Op het treinstation komen geschilderde portretten te hangen van beroemdheden die een band hebben met Greystones. Toonder is een van hen.

In zijn galerie/werkplaats boven restaurant Bochelli wijst kunstenaar Tom Byrne beurtelings naar twee van zijn werken, een schilderij van schrijver Samuel Beckett en het vergevorderde portret van Toonder. ‘Zie je die blik in hun ogen? Dat is helderheid. Ook als je niet weet wie het zijn, herken je ze als intelligente mannen.’ Byrne loopt naar de beeltenis van de schepper van Olivier B. Bommel en Tom Poes. Toonder, in een lichtblauw colbert, wit overhemd en een donkerblauwe stropdas, kijkt de toeschouwer bedachtzaam aan, met karakteristiek opgetrokken rechtermondhoek. Het is alsof hij de woorden die hij wil uitspreken eerst nog even zorgvuldig proeft. Op het schilderij rolt achter Toonders rug het water van de Ierse Zee over het zand van North Beach.

De ongelooflijke en wrange herinneringen aan stripschrijver Toonder
© Stichting het Toonder Auteursrecht

Byrne kende Toonder amper – ‘is hij vertaald? Toch voelt hij verwantschap met de Nederlander. Zelf woont hij al ruim vijftien jaar in Greystones, maar als geboren Dubliner blijft Byrne a blow-in, een buitenstaander. Niet dat hoofden wegdraaien als hij langsloopt, of gesprekken verstommen, maar helemaal eigen wordt hij nooit. ‘Wat ik wel weet,’ zegt Byrne, ‘is dat de mensen in Greystones het waardeerden dat Toonder zo genereus was voor collega’s.’

Toen hij er na drie jaar Ierland achter kwam dat hij voor niks geld opzij had gezet voor de belastingaanslag – kunstenaars waren vrijgesteld – besloot Toonder een fonds in het leven te roepen voor beginnende artiesten. ‘Dat warmhartige zit ook wel in dit portret, vind je niet?’ Hij doet weer een paar passen richting zijn eigen creatie, voelt aan zijn geitensik, verplaatst zijn zwarte hoornen bril van zijn neus naar de bovenkant van zijn schedel en tuurt. ‘Die jukbeenderen waren het moeilijkst. Bij de Kelten zijn die sterker en hoger. Zijn jukbeenderen lijken op die van jou.’ Hij geeft me een portret mee van Ronnie Drew, de zanger van de Dubliners die ook lange tijd in Greystones woonde. Drew nam Loumina in huis toen ze een paar maanden dakloos was. Dat laatste wist Byrne niet. Dus toeval die keuze? ‘Nee, dat is de mystiek van Ierland’, zegt Byrne, ‘dat voel je toch wel?’

Daar denk ik aan als ik die avond in een pub mijn laatste Guinness drink. Een bovennatuurlijk voorval zoals Toonder geregeld ervoer was mooi geweest voor het verhaal. Dan kijk ik naar mijn glas. In het schuim dat aan de binnenkant is achtergebleven hebben zich letters gevormd, een woord: D’end. The End. Ik reken hem mee, als u mij toestaat.

Weer links woede stuk over Trump in Volkskrant, en ze vragen er geld voor ….:)

Donald Trump.

 

Mocht u twintig minuten over hebben op de camping – en zich niet bevinden op zo’n nieuwerwetse, retraiteachtige plek waar wifiloosheid het nieuwe goud is – dan kan ik u het interview met Trump dat The New York Times onlangs op de site publiceerde van harte aanbevelen. Het is een fascinerende blik in een hoofd waarin weinig coherente gedachtevorming lijkt plaats te vinden, een emotionele achtbaan die je als lezer vaak doet lachen van verbazing, om vervolgens te beseffen dat deze man beschikt over het lot van miljoenen Amerikanen.

Blijkbaar is Trump zo briljant manipulatief dat het mij ook na meerdere herlezingen niet lukt om het briljant manipulatieve te doorzien

Niets nieuws onder de zon eigenlijk. Trump schept op, verliest zich in details en hopt van onderwerp naar onderwerp. De hoogste amusementswaarde scoort hij met een eindeloze uitweiding over zijn recente bezoek aan Frankrijk. Die begint met lovende woorden voor Macron (‘loves holding my hand’) en de parade ter ere van de Franse nationale feestdag. ‘Super-duper’ was die, sterker nog, zoiets wil hij zelf ook wel op Pennsylvania Avenue. Hij vertelt dat ‘duizenden en duizenden’ mensen stonden te kijken hoe hij en de Franse president onder de Eiffeltoren dineerden en Trumpsplaint vervolgens de drie aanwezige journalisten nogal uit de losse pols over Napoleon, Hitler en Russische oorlogsvoering. Het historisch relaas eindigt vrij verrassend met een opmerking over de Amerikaanse economie, want daar gaat het natuurlijk uitstekend mee. Toronto Star, de Canadese krant die Trumps onwaarheden trouw documenteert, telde er uiteindelijk zeventien in het interview.

De gebruikelijke Trump-mist, kortom. Toch was dit gesprek zo opvallend dat Amerikaanse media meer wilden weten van de journalisten van The New York Times. Want hoe is het om zo’n president te interviewen? En is het nou strategie of stomheid van Trump? Een van de NYT-journalisten erkende tegenover Slate dat het lastig is om enige lijn aan te brengen in een interview, maar hij benadrukte ook: ‘Trump weet precies wat hij aan het doen is.’ Een ander zei tegen The New Yorker: ‘Hij houdt ervan de media te manipuleren. Hij is er een meester in.’

Maar wat wíl hij dan precies met zo’n interview, is de vraag. Wat is de gedachte achter de wartaal? Blijkbaar is Trump zo briljant manipulatief dat het mij ook na meerdere herlezingen niet lukt om het briljant manipulatieve te doorzien.

Ik bevind me daarbij, dat scheelt, in het goede gezelschap van Jay Rosen, een wijsneuzerige professor journalistiek aan New York University. Hij hekelt al langer de neiging van Amerikaanse journalisten om Trump magische krachten toe te dichten in het bespelen van media. Die kloppen stiekem zichzelf op de borst, want blijkbaar moet je een genie zijn om hen te manipuleren. Terwijl het zo simpel is, vindt Rosen: Trump is schaamteloos, hij vindt het niet erg om de clown te zijn. Dat is uitzonderlijk en levert dus zeker media-aandacht op, maar briljant is het niet.

Zelf ben ik iets milder en vermoed dat het voor journalisten ook ijdele hoop is, zelflegitimatie. Stel dat je je dagen wijdt aan bestudering van die ene machtige persoon. Wat is het dan tragisch als er, behalve narcistisch gebrabbel, verder helemaal niets is.

de wanhoop die zich meester maakt van links NL us duidelijk af te lezen op dit stukje vol haat en woede over Trump 🙂   AZ

‘niet ouwehoeren, je moet de club sponsoren. …..

Voorzitter die geld ophaalde om NEC te redden

Het eeuwige leven: Henk van de Water (1937-2017)

Een ouderwets bestuurder die honderden bedrijven met succes aansprak om de Nijmeegse voetbalclub te steunen.

In een tijd dat voetballers sneller van clubs wisselen dan boombladeren van kleur is het bijna een mirakel als een speler een bestuurder uit het verre verleden in de armen sluit.

Oud-speler Arno Arts zette na het overlijden van voormalige NEC-praeses Henk van de Water een foto van hem en de overleden voorzitter op Facebook. ‘Met juist beleid, de hoofden koel vochten we met hem als voorganger voor de Nijmeegse club.’ ‘In het voetballen is het uit het oog uit het hart. Maar dat gold niet voor hem’, zo licht hij toe. Arts kwam op jonge leeftijd bij NEC in het eerste elftal. In dat jaar overleed zijn moeder. ‘Ik had nog een broertje van 12 jaar. Van de Water kwam veel bij ons thuis om te helpen. Hij was echt een ouderwets bestuurder.’

Bij NEC had hij de bijnaam van Zeeuws Meisje. ‘De club zat in die periode in grote financiële problemen. Je hoefde niet aan te kloppen voor iets extra’s. Toen ik werd verkocht aan FC Luzern voor 7 ton in guldens, zei hij eerlijk: ‘Jij hebt hiermee de club gered.’ Bob van de Water, een van zijn drie kinderen, zegt dat zijn vader blij kon zijn als NEC in de nacompetitie terechtkwam. ‘Het risico van degradatie nam hij op de koop toe. Belangrijker waren de inkomsten van de extra wedstrijden.’

Henk van de Water, van 1987 tot 1994 de voorzitter van NEC in Nijmegen, overleed op 3 juni in zijn woonplaats Malden, één dag voor zijn 80ste verjaardag. De oorzaak was hartfalen. ‘Het zwakke hart was al twintig jaar bekend. Hij heeft er veel langer mee geleefd dan iedereen had verwacht. In april heeft hij nog zijn negende kleinkind kunnen zien’, zegt Bob van de Water.

Binnen korte tijd had hij driehonderd tot vierhonderd sponsors bijeen

Van de Water werd in 1937 geboren, een jaar nadat zijn vader in Nijmegen een eigen aannemersbedrijf was begonnen. Met twee broers kwam Henk van de Water in de jaren vijftig in het familiebedrijf. Toen hij in 1963 directeur werd, was Van de Water uitgegroeid tot een van de grootste bouwbedrijven van de stad.

Vele grote projecten, zoals het nieuwe onderkomen van de GGD en het hoofdkantoor van De Klok Logistics, werden door Van de Water gebouwd. In 1978 werd de Hazekamptribune in De Goffert door Van de Water overdekt.

De broers Van de Water waren toen al fanatieke NEC-supporters. In 1981 werd Henk van de Water gevraagd voor het bestuur. Zes jaar later werd hij voorzitter. Hij moest de boel financieel op orde brengen. Hij zette het mes in de uitgaven en probeerde de inkomsten te vergroten, onder meer door oprichting van de Ondernemers Sociëteit Regio Nijmegen. De huidige stadionmanager Theo van Benthum kwam in 1987 als verzorger bij NEC. ‘Hij ging de ondernemers langs en zei dan ‘niet ouwehoeren, je moet de club sponsoren. Binnen korte tijd had hij driehonderd tot vierhonderd sponsors bijeen.’

Zonder Van de Water had NEC niet meer bestaan

Hans van Delft oud-voorzitter NEC

Bob van de Water weet nog dat zijn vader de mensen belde. ‘En dan zeiden ze: ‘Oké, maar dan moet die trainer komen’. Of: ‘alleen als die spelers worden gekocht’. En dan zei mijn vader: ‘Daar komt niks van in.’ In 1992 nam NEC De Goffert voor een symbolisch bedrag over van de gemeente.

Toen Van de Water in 1994 het voorzitterschap overdroeg , was NEC een financieel gezonde club. Hans van Delft die vanaf 1997 tien jaar voorzitter was, zei dat zonder Van de Water ‘NEC niet meer had bestaan’.

Van de Water, die later nog erevoorzitter zou worden, bleef NEC altijd trouw. Hij kon zich flink ergeren aan bestuurders die het beter wisten dan de technische staf of het publiek dat het liet afweten als NEC weer eens in de eerste divisie speelde. Dat stak hij niet onder stoelen of banken. Maar de supporters droegen hem op handen.

ik ben oud Nijmegenaar, Canisius College  , dit is hoe een man het verschil kan maken
R.I.P Henk/ AZ

Marcouch wil geen PVV’ers bij de politie

Wilders protesteert tegen benoeming van Marcouch in ‘Arnhemmistan’

PvdA’er Ahmed Marcouch wordt de nieuwe burgemeester van Arnhem, en dat is tegen het zere been van Geert Wilders en zijn gevolg. Vandaag protesteerde hij, bijgestaan door aanhangers uit het hele land, tegen de benoeming. ‘Overal in het land nemen moslims de macht over.’

Eigenlijk heeft ze hier ‘helemaal niets’ te zoeken, geeft Margareth van Gaal grif toe. Ze komt uit Tilburg, dus wat kan de nieuwe burgemeester van Arnhem haar schelen. Maar ze is boos, ‘echt boos’. Ahmed Marcouch, zegt ze, hangt het gedachtengoed van de moslimbroeders aan en wil geen PVV’ers bij de politie. ‘Ik ben er kotsziek van.’

De dag na de bekendmaking dat Marcouch, geboren Marokkaan en belijdend moslim, de nieuwe burgemeester wordt van de hoofdstad van Gelderland, verloopt lichtelijk tumultueus. PVV-leider Geert Wilders heeft een demonstratie aangekondigd tegen de in zijn ogen ‘schandalige’ benoeming.

Tegen vieren heeft zich een menigte van een paar honderd mensen verzameld voor het gemeentehuis in Arnhem waar de demonstratie zal plaatsvinden. Veel kijkers en nieuwsgierigen, maar ook veel PVV-sympatisanten. Wilders’ ultra-rechtse fellow-travellers van Pegida en de Nederlandse Volks Unie (NVU) zijn eveneens van de partij.

Wilders protesteert tegen benoeming van Marcouch in 'Arnhemmistan'
© Guus Dubbelman/de Volkskrant

De Wildersfans komen uit het hele land. Zoals de Tilburgse Van Gaal. Met Ahmed Aboutaleb, de burgemeester van Rotterdam, heeft ze geen moeite. ‘Dat lijkt me een integer figuur. Marcouch is omstreden.’ En zoals Koos (‘zonder achternaam’) die helemaal uit Leiden is gekomen. De benoeming van Marcouch is een lokale zaak, zegt Koos. Maar het probleem is nationaal. ‘Overal in het land nemen moslims de macht over. Dat is een landelijke trend.’

Sympathisanten van de nieuwe burgemeester zijn er ook. ‘Maar dat kun je hier beter niet hardop zeggen’, zegt een vrouw, die slechts kwijt wil dat ze ‘een Arnhemse’ is. ‘Ik vind het prima. Ik hoor om me heen zeggen dat we nu nog meer last krijgen van Marokkaanse jongeren. Ik denk het juist niet.’

Overal in het land nemen moslims de macht over. Dat is een landelijke trend

Koos uit Leiden

De nuance is ver te zoeken. Terwijl aan de overkant van de straat een groepje demonstranten, afgeschermd door de politie, anti-fascistische leuzen roept (‘Wilders sluit ook jou uit’), valt een man in de menigte woedend uit. ‘Overlopers! Ze hadden deze stad in 1945 helemaal plat moeten gooien.’ Het mikpunt van de discussie zelf laat zich niet zien. ‘Marcouch is examens aan het afnemen’, zegt een gemeentewoordvoerder.

Als even na vieren Wilders het plein op rijdt in een geblindeerde BMW klinkt meer gejuich dan gejoel op. Met een handjevol getrouwen en bodyguards begeeft de in driedelig blauw gestoken PVV-voorman zich naar een aan alle kanten met dranghekken afgezet vak. Voor een spandoek met de tekst ‘Geen Arnhemmistan’ doet Wilders zijn zegje voor een haag van journalisten, onzichtbaar voor zijn medestanders.

Wilders protesteert tegen benoeming van Marcouch in 'Arnhemmistan'
© Guus Dubbelman/de Volkskrant

Marcouch zegt dat hij voor verbinding is, maar hij wil geen PVV’ers bij de politie

Geert Wilders

De benoeming van Marcouch is een ‘verschrikkelijke vergissing’, fulmineert Wilders. Nederland wordt ‘gekoloniseerd’ volgens hem. ‘Dit is niet zomaar een moslim. Dit is een man die moslimgroeperingen steunt die homo’s van het dak willen gooien.’ Hij noemt de nieuwe burgervader een ‘leugenaar’. ‘Marcouch zegt dat hij voor verbinding is, maar hij wil geen PVV’ers bij de politie. Dan ben je geen verbinder, maar een hater.’ Op de achtergrond klinkt ‘Eigen volk eerst’.

Een half uur neemt Wilders de tijd om alle camera’s te bedienen, dan stapt hij weer in zijn BMW. Terwijl hij wegloopt, reikt Eyyub Uyam een doos met baklava, zoete Turkse lekkernij, over het dranghek. Die wil hij Wilders aanbieden. ‘Ik weet dat hij ervan houdt.’

Wilders protesteert tegen benoeming van Marcouch in 'Arnhemmistan'
© Guus Dubbelman/de Volkskrant

Uyam, de Nederlands-Turkse eigenaar van Chico’s Place, een snackbar twee straten verderop, had Wilders ‘zoet’ willen stemmen. ‘Deze keer is Marcouch gekozen, de vorige keer was het iemand anders. Wij zijn allemaal mensen, we moeten samen leven. Iedereen is hier welkom. Arnhem houdt van iedereen.’ Wilders ziet hem niet staan.

Terwijl de PVV-voorman na een laatste zwaai naar zijn supporters met blauw zwaailicht en sirenes wordt afgevoerd, worden op het plein voor het provinciehuis twee verslaggevers van Powned door politie te paard in bescherming genomen tegen een groepje Nederlandse jongeren van niet-westerse afkomst. Marcouch zal in Arnhem nog heel wat te verbinden hebben.

Bron: Volkskrant

Drie Nederlandse Trump-aanhangers van het eerste uur en twee verklaarde tegenstanders bespreken de eerste maanden van zijn presidentschap.

Zij steunen (of verafschuwen) Trump nog steeds

Drie Nederlandse Trump-aanhangers van het eerste uur en twee verklaarde tegenstanders bespreken de eerste maanden van zijn presidentschap.

‘Erger dan ik vreesde’

Klaas Jaap Breetvelt (45), consultant in ontwikkelingssamenwerking
Klaas Jaap Breetvelt (45), consultant in ontwikkelingssamenwerking ©

Klaas Jaap Breetvelt (45), consultant in ontwikkelingssamenwerking

‘Het is erger dan waar ik bang voor was. Van het inreisverbod ben ik zo ongelooflijk geschrokken. ‘Wat voor idioot ben jij?’, dacht ik. Trump heeft werkelijk geen flauw benul van wat er in het buitenland gebeurt. Hij heeft geen historisch besef. Ook zijn toestemming voor de bouw van de omstreden Dakota-pijplijn vind ik werkelijk te schunnig voor woorden. Gelukkig is dat (deels) tegengehouden. Rechters en Amerikaanse staten liggen op een aantal punten dwars. Veel beleid wordt goddank afgezwakt. Het blijft onvoorstelbaar dat een land voor zo’n mafkees kiest.’

‘Hoort niet thuis in het Witte Huis’

Gerrinda Janssens (44), secretaresse.
Gerrinda Janssens (44), secretaresse. ©

Gerrinda Janssens (44), secretaresse

‘Mijn verwachtingen over Trump zijn uitgekomen. Zijn wil is wet en hij stelt zichzelf boven de wet. De medemenselijkheid ontbreekt. Ik begrijp dan ook niet hoe een deel van de zwarte mensen en latino’s, of welke afkomst dan ook, op hem hebben kunnen stemmen. Trump mag dan een succesvol zakenman zijn, dat maakt hem nog geen goede president. Hij hoort niet thuis in het Witte Huis. Hij negeert de wetenschap door Amerika terug te trekken uit het klimaatakkoord. In zijn ogen bestaat klimaatverandering niet. Maar dat betekent dat hij het klimaatprobleem gewoon bij de rest van de wereld neerlegt.’

‘Ik smul van zijn optreden’

Ryan Boer (36), loodgieter.
Ryan Boer (36), loodgieter. ©

Ryan Boer ( 36), loodgieter

‘Al met al ben ik tevreden over zijn eerste maanden als president. Met de terugtrekking uit het klimaatakkoord en het strenge immigratiebeleid houdt hij zich aan zijn verkiezingsbeloften. Tegelijkertijd blijft hij er op Twitter en in mediaoptredens net zo hard met gestrekt been in vliegen als voor zijn verkiezing. Daar smul ik van: iemand die ad rem en zonder meel in zijn mond zegt wat hij denkt. Ik snap dat zijn taal niet iedereen aan staat, maar dan weet je in ieder geval wel wat je eraan hebt. Dat heb ik liever dan een president die zich voor de bühne op de vlakte houdt, maar achter de coulissen andere plannetjes aan het smeden is.’

‘Nog steeds blij met hem’

Hajo Smit (50), schreef een boek over Trump

‘Ik ben nog steeds blij met Trump als president, zeker als ik kijk naar wat het alternatief was. Gelukkig heeft hij het land snel uit het klimaatakkoord getrokken, dat is voor mij als klimaatscepticus erg belangrijk. Als pacifist maak ik me wel zorgen; ik hoop niet dat hij zich in een nieuwe oorlog stort, bijvoorbeeld met Iran. Het valt me daarnaast tegen hoelang het duurt voor hij de echt grote besluiten erdoor krijgt, zoals de herziening van het gezondheidsstelsel. Ik dacht dat hij genoeg zou hebben aan een termijn, maar je ziet nu dat het een klus van de lange adem is. Daar heeft hij zeker nog een tweede termijn voor nodig.’

‘Ik sta achter zijn beleid’

Henk-Jan van Schothorst (50), directeur Transatlantic Christian Council.
Henk-Jan van Schothorst (50), directeur Transatlantic Christian Council. ©

Henk-Jan van Schothorst (50), directeur Transatlantic Christian Council

‘Trump is een nieuw fenomeen in de politiek. Er is nu een president die doet wat hij zegt. Als hij zijn toon wat zou matigen, zou hij nog meer bereiken. Ik ben geen Trump-man, maar ik sta wel achter zijn beleid. Zijn pro-lifestandpunten liggen dicht bij mijn christelijke waarden. Ook het besluit om transgenders geen toegang te geven tot mannen- én vrouwentoiletten vind ik goed. Dat wil je gewoon niet hebben. En het is goed dat Obamacare mogelijk wordt teruggedraaid. Als de overheid een zorgverzekering verplicht stelt, voelen mensen geen eigen verantwoordelijkheid meer om voor elkaar te zorgen.’