Kiezers liepen weg, tijdperk Wilders niet voorbij voor PvdA/GL

Veel problemen voor GroenLinks-PvdA maar de belangrijkste: wat wil de partij in essentie zijn?

achtergrond

Verkiezingen GroenLinks-PvdA moet een nieuwe leider kiezen, maar staat voor een veel grotere vraag. Het fundamentele dilemma: een keuze tussen een te linkse koers, met als gevaar dat ze kiezers in het midden wegjagen, of juist te veel het midden opzoeken waardoor de partij kleur verliest.

LuisterGeef cadeauDeelLeeslijst

Lijsttrekker Frans Timmermans spreekt het publiek toe en vertelt dat hij stopt als partijleider en lijsttrekker. Foto Merlin Daleman

Er ís een verhaal, zegt Jesse Klaver een paar keer met nadruk. Het verhaal van GroenLinks-PvdA, zegt de nummer drie op de kandidatenlijst, is er één van „vooruitgang, optimisme, solidariteit”. Links is nog niet verloren, zegt Klaver. Maar hoe het verder moet? Voor grote vragen is het nog te vroeg, vindt hij.

Verdoofd ogen de gezichten van medewerkers en Kamerleden deze donderdagochtend, op de gang van GroenLinks-PvdA. Een eerste fractievergadering, waar ook de medewerkers en partijvoorzitters bij zijn, verloopt emotioneel. Het verlies van vijf Kamerzetels is een dreun voor de partij, en voor de jonge beweging. Hun leider, Frans Timmermans, zijn ze kwijt. Die trok meteen na de eerste exit poll zijn conclusies.

Het is veel om te verwerken, zeker als je niet geslapen hebt en een enorme dreun hebt gekregen van kiezers

En tegelijk weten ze: tijd voor rouw of bezinning is er niet. De partij staat voor grote keuzes, die de toekomst van de linkse beweging in zijn geheel zullen beïnvloeden. Eerste probleem: wie wordt de nieuwe leider? Tweede probleem: wil de partij in een kabinet gaan zitten of in de oppositie blijven? Derde probleem: wat moet er anders, hoe lukt het in vredesnaam wél? En, nog een vierde probleem: hoe moet het verder met het fusieproces? Het is veel om te verwerken, zeker als je niet geslapen hebt en een enorme dreun hebt gekregen van kiezers.

Geen ambitie

De leiderschapsvraag is even over het weekend heen getild. Kamerlid Kati Piri zat de vergadering voor en stond journalisten te woord. Maar zij heeft geen ambitie in die richting. De meest logische nieuwe leider, zeggen ze aan de top van de partij, is Jesse Klaver. Hij was al leider van GroenLinks, heeft ervaring met formaties (die van 2017 en 2021), kan goed met VVD’ers werken. En dat kan nuttig zijn als een samenwerking met de VVD toch noodzakelijk wordt. Klaver is beschikbaar, valt om hem heen te horen. Hij zou graag de formatie in willen.

Maar er duiken in de fractie en daarbuiten ook andere namen op. Onder meer die van Kamerlid Habtamu de Hoop en Marjolein Moorman, tot voor kort wethouder namens de PvdA in Amsterdam. Vooral Moorman wordt gezien als kansrijk. Ze staat bekend als een klassieke, uitgesproken sociaal-democraat, met een activistische instelling en een links hart. Klaver, Kamerlid sinds 2010, is vooral iemand van de binnenwereld. Hij vindt dat links moet regeren om volwassen te worden, en écht invloed op beleid uit te oefenen.

Ontzetting op de uitslagenavond bij aanhangers van GroenLinks-PvdA, de partij verloor vijf zetels. Foto Merlin Daleman

Met de keuze voor een leider maken de fractieleden van GroenLinks-PvdA dus meteen óók de keuze wat voor partij ze willen zijn. Willen ze ondanks het verlies laten zien een bestuurderspartij te zijn, of willen ze vooral aan ideologische herpositionering doen, binnen of buiten een coalitie?

De leiderschapsvraag is cruciaal voor de toekomst van GroenLinks-PvdA. Al voor de campagne, sterker nog, voor de val van het kabinet-Schoof, waren intern veel kritische geluiden te horen over het gebrek aan koersdebat. Alles leek erop gericht de fusie tussen PvdA en GroenLinks netjes, zonder incidenten te laten verlopen. Deze verkiezingen kwamen uiterst ongelegen: het fusieproces gaat in volle gang door, maar er is nog geen gezamenlijke ideologie, geen plan, niet eens een nieuwe naam.

Achterban versmald

En dat terwijl er moeilijke vragen te beantwoorden zijn. De achterban van GroenLinks-PvdA, bleek uit electoraal onderzoek, is de afgelopen jaren versmald. De partij is steeds meer de partij voor hoger opgeleide, kosmopolitische stedelingen geworden. Mensen met een migratieachtergrond of een lagere opleiding vind je er bijna niet meer. De partij moet verbreden om een machtsfactor te worden, maar daar is nog niets van te merken.

In de westerse wereld is binnen links-progressief een schisma ontstaan tussen ‘leftists‘ en ‘liberals

Hieronder liggen allemaal keuzes die nog niet of nauwelijks aan bod zijn gekomen. De belangrijkste keuze: wat wil GroenLinks-PvdA zijn? In de westerse wereld is binnen links-progressief een schisma ontstaan tussen ‘leftists‘ (activistisch, gericht op systeemverandering, denk aan Bernie Sanders) en ‘liberals‘ (progressief, maar gericht op geleidelijke verandering bínnen het systeem, denk aan Kamala Harris).

Frans Timmermans, meer een ‘liberal’ van nature, wist na een stroeve start het debat te dempen en de eenheid te bewaren. Op het partijcongres van deze zomer, toen het er echt om spande, bleef de echte onrust uit.

Maar na de dreun van woensdagavond ligt dit debat weer helemaal open. De argumenten zijn in iedere grote progressieve partij dezelfde, of het nu de Democraten in de Verenigde Staten zijn of GroenLinks-PvdA in Nederland: worden we te links, dan jagen we kiezers in het midden weg, worden we te centristisch, dan verliezen we onze kleur.

Uiterst links Esmah Lahlah (nummer 2 op de lijst) en rechts Jesse Klaver (3). Foto Merlin Daleman

Maar voor de langere termijn moet GroenLinks-PvdA ook een ander antwoord vinden. Het (centrum-)linkse blok wordt kleiner, verkiezing na verkiezing. Als je D66 niet meetelt, dat zich in de campagne juist afzette tegen links en een ruk naar centrum-rechts maakte, houdt dit blok nog dertig zetels over. Dat zijn alle zetels van GroenLinks-PvdA, SP, PvdD, Volt en Denk.

Iedere verkiezing wordt het enthousiasme van kiezers voor een links verhaal kleiner, en ook dat breekt GroenLinks-PvdA op. Electoraal onderzoek van de Universiteit van Amsterdam en Universiteit Leiden liet vorige week zien dat de partij vrijwel alleen kan groeien door linkse kiezers te overtuigen. Ook hier moet de partij een antwoord op verzinnen, maar waar zitten die kiezers? Toch in het politieke midden? Jesse Klaver leek daar een voorschot op te nemen, toen hij op donderdagmiddag twee woorden gebruikte die Rob Jetten (D66) op campagne ook veel gebruikte: ‘optimisme’ en ‘vooruitgang’.

Lees ook

Özcan Akyol: ‘Al mijn hele leven hoor ik dat ik dankbaar moet zijn. Je zou bijna gaan geloven dat je niks kan’

interview

Klassenmigrant Özcan Akyol werd schrijver nadat het hem niet was gelukt om profvoetballer te worden. Hij maakte een voorstelling over de klassenverschillen waar hij onderweg tegenaan liep.

Schrijver Özcan Akyol. Foto Merlijn Doomernik

Dit wordt het meest absurde gesprek ooit, kondigde schrijver Özcan ‘Eus’ Akyol op 7 oktober aan nadat hij was aangeschoven aan de talkshowtafel van Eva Jinek. Hij kwam praten over zijn nieuwe boek Mijn moeder, de kleine reus, maar deed dat niet alleen. Naast hem zat die kleine reus, Akyols 70-jarige moeder, die weinig Nederlands spreekt. Het leverde inderdaad een wonderlijk tafereel op, van een schrijver die in het Nederlands over zijn moeder sprak, zonder dat duidelijk was of zij precies begreep wat er werd gezegd en waar om werd gelachen.

„Voor mij was het een natuurlijke situatie”, mailt Akyol na de uitzending. „Ik heb in mijn leven ontelbare gesprekken in het Nederlands gevoerd waar mijn moeder bij was. Voor ons twee was er wat dat betreft niets nieuws onder de zon.  Vooraf hadden we met de redacteur de gespreksopzet doorgenomen en tolkte ik alle vragen die er zouden komen, dus ook als zij zelf niet zou hoeven antwoorden.” Sinds haar tv-optreden is zijn moeder „in de zevende hemel”, aldus Akyol. „Ik ben heel trots op haar.”

Het tafereel van de voor zijn ouders tolkende jonge Eus komt ook een paar keer langs in de theatervoorstelling De klassenmigrant, waarmee Akyol langs 44 Nederlandse theaters trekt. De gedachte achter wat hij een ‘literaire stand-up‘ noemt, is dat veel van de zaken waar Akyol (41) in zijn leven tegenaan is gelopen niet zozeer, of niet alleen, een gevolg waren van een verschil in culturele achtergrond, maar vooral voortkomen uit klassenverschil. Vandaar: de klassenmigrant.

De voorstelling steunt op Akyols levensverhaal, waarvan veel elementen al in zijn boeken terug te vinden zijn. Hij groeide op in een arme buurt aan de rand van het centrum van Deventer als zoon van analfabete ouders die door Deventer fabrikanten waren weggeplukt van het Turkse platteland. Vader was een man die sloeg en dronk: de huistiran. Akyol belandde als tiener in een bende die zich, zoals hij nu zegt, schuldig maakte aan „vermogensdelicten”, wat eindigde in een huis van bewaring. In de bajesbibliotheek ontdekte hij de literatuur en besloot schrijver te worden. Hij brak in 2012 door met zijn debuutroman Eus. Al snel volgde een loopbaan bij de televisie, waar hij onder meer Eus’ BoekenclubDe geknipte gast en (nu nog, waarover later meer) Sterren op het doek presenteert. Plus een podcast, een reeks columns en veel lezingen en optredens. Zijn vrouw, journalist en schrijver Anna van den Breemer, vraagt hem weleens wat hij met al dat harde werk nu eigenlijk nog wil bewijzen – en aan wie.

Akyol is inmiddels de beroemdste man van Deventer, ook al omdat hij geen kans voorbij laat gaan om zijn liefde voor zijn geboortestad te belijden. Voor het gesprek komt hij door de motregen zonder jas de centrale Brink overgestoken, hier en daar wat bekenden groetend. De try-out in zijn geboortestad leverde een tjokvolle schouwburg op,  al was het niet in alle opzichten een thuiswedstrijd. Akyol sprak zijn publiek een aantal keer aan met ‘jullie’ als om te benadrukken dat het Deventer waarin hij opgroeide, niet het Deventer van de schouwburgelite is. „Ik weet gewoon dat niet iedereen 25 of 30 euro kan betalen voor een theaterkaartje. De overgrote meerderheid in zo’n theater behoort tot een bepaalde sociale klasse. Maar ik kan niet doen of die sociale bubbel vreemd voor me is. Dat zou koket zijn. Ik kom zelf ook in het theater.”

Mij viel op dat de voorstelling een behoorlijk stichtelijke toon heeft. Je eindigt met een oproep om elkaar toch vooral te ‘zien’. Veel van wat je vertelt, staat ook in je debuutroman, maar toen presenteerde je het veel meer als de belevenissen van een individu. Nu is het meer een maatschappelijk verhaal.

Eus was een schelmenroman, waar ook wel de kritiek op kwam dat er te weinig reflectie in zat. Ik vind het boek nog steeds goed zoals het is, maar ik had het idee dat ik meer gedachten moest delen over wat ik in die tijd meemaakte. Tijdens optredens in scholen en bibliotheken merk ik hoe het verhaal landt bij jongeren met een andere culturele of sociale achtergrond. Dus probeer ik het los te trekken van mezelf. Iemand kan gewoon naar het theater gaan en het alleen als mijn verhaal beschouwen – ik ga me niet bemoeien met hoe mensen zo’n voorstelling tot zich nemen. Maar uiteindelijk gaat het over de groep waaruit ik voortkom. Die omwenteling heb ik doorgemaakt.”

In de aankondiging van de voorstelling richt je de aandacht op klasse-elementen, veel minder op etniciteit.

„Het heeft een tijdje geduurd voor ik oog kreeg voor sociale klassen. Bij ons in de straat had op een gegeven moment 80 procent een Turkse achtergrond. Als je jong bent, dan is dat allemaal vanzelfsprekend; dan denk je niet aan sociale klassen. Ik heb tot mijn 27ste, 28ste in die klasse gezeten, ook sociaal-economisch. Mensen wilden toen dat ik het verhaal ging vertellen van hoe het is om gediscrimineerd te worden op basis van je geloof, culturele voorkeuren of haarkleur. Maar ik merkte dat er ook andere verschillen speelden die daar niets mee te maken hebben. Ik weet nog dat er voor de presentatie van mijn tweede roman [Turis] werd gevraagd wat voor hapjes ik wilde. Ik zei: doe maar frikandellen en kroketten, want dat was ik gewend voor feestjes. Eerst dachten ze dat ik een grapje maakte, maar uiteindelijk werd het geregeld. Daarna zag ik mensen met een zekere status en autoriteit een frikandel eten van een servetje. Toen dacht ik: dit klopt niet helemaal.”

Maar met etniciteit had dat niets te maken.

„Dat wil ik laten zien, maar zonder te romantiseren. Want zo leuk is het allemaal ook niet in die klasse. Er is gewoon veel ellende, onwetendheid en ontberingen. Je kunt echt verdwaald raken in de sociale klassen.”

Wanneer raak je verdwaald in een sociale klasse?

„Als je je niet thuis voelt. Waar ik werd gevormd, zijn er in principe allemaal aspirant sociale stijgers die verheerlijken wat er aan de andere kant gebeurt. Dat heb ik natuurlijk ook lang gedaan. Maar dan kom je daar, bovenaan de sociale ladder… Ik was als presentator ingehuurd bij een haringparty van Go Ahead Eagles. Iedereen stond door alle presentaties heen te praten, ging met de rug naar het podium staan. Na afloop ben ik naar de organisatie toegestapt: deze mensen zeggen dat de tokkies altijd achter het doel in het stadion staan, maar hier kunnen ze niet eens een halfuur hun mond houden.”

Geld gaat niet automatisch samen met beschaving.

„Dan voel ik me dus verdwaald. Aan de andere kant hoor ik elk jaar wel een paar keer op de tribune bij Go Ahead Eagles: moet je niet naar de overkant, naar de duurdere plaatsen? Ik ging een keer met mijn kinderen naar een all-you-can-eat-wokrestaurant, toen er een man naast me kwam staan terwijl ik stond te wachten met mijn bord. Hij keek me vies aan en vroeg: wat doe jij hier? Jij hebt toch geld? Hoezo, denk ik dan; ik vind het gewoon lekker.”

Özcan Akyol trekt met zijn theatervoorstelling De klassenmigrant langs 44 Nederlandse theaters.Foto’s Emma Pot

Een terugkerend element in de voorstelling is dat je vader van jou en je broers eiste dat jullie chirurg of advocaat zouden worden, terwijl hij zelf een autoritaire zuiplap was. Had hij zelf nooit ambities?

„Daar heb ik de laatste tijd veel over nagedacht; hij is anderhalf jaar geleden gestorven. Hij was ondernemend: hij was de schilder van de buurt, de kapper, de behanger. Uiteindelijk waren mijn ouders een van de eersten in onze straat die zelf een huis konden kopen, mede dankzij het schoonmaakwerk van mijn moeder. Dat hebben ze goed gedaan, denk ik achteraf. En ze zijn naar Nederland gegaan. Daar zat natuurlijk ook ambitie in.”

Kijk je sinds zijn dood anders naar hem?

„Kijk, hij was een narcist en een huistiran, maar ik heb nu meer compassie. Ik kan me voorstellen hoe frustrerend het is als je uit een bepaald land wordt getrokken en hier sociaal volkomen gehandicapt bent. Het is alsof je met een blinddoek om in een achtbaan stapt. Vervolgens word je min of meer gedwongen om je dankbaar te tonen. Maar ik hoor vaak de veronderstelling dat we in Turkije allemaal herder of boer waren gebleven. Waar komt dat vandaan? Daar kun je toch ook klassenmigrant worden?”

Als jullie daar waren opgegroeid hadden jullie op een gegeven moment een schop onder je kont richting Istanbul gekregen, om dáár advocaat of chirurg te worden.

„Zijn ambitie om ons te laten slagen was vast niet minder geweest. Wij moesten wel renderen.”

Zie je dat nog steeds zo? Dat jullie moesten renderen? Je kunt ook zeggen dat hij wilde dat jullie rijk en gelukkig werden.

„Misschien ben ik te cynisch. Wij moesten rijk en gelukkig worden, maar meteen daar achteraan: onze ouders ook. We moesten voor hen zorgen; dat zegt mijn moeder nog steeds.”

Je vertelt in De klassenmigrant uitgebreid over hoe je in de gevangenis  kennis maakte met Baantjer, Dostojevski en Nescio. Het plan om schrijver te worden pakte je met enorme discipline aan: leren spellen, in schriftjes alle woorden verzamelen die je niet kende. Ik vond het contrast met de ontsporing in de jaren ervoor zo groot. Waar kwam die discipline ineens vandaan?

„Ik had het woord ‘discipline’ zelfs thuis uitgeprint aan de muur hangen. Als kind was ik degene die heel vroeg opstond om een krantenwijk te lopen. Maar mijn grootste discipline zat – ik vind het nooit leuk om te vertellen omdat het zo’n clichéverhaal van jonge mannen is – in het verlangen om profvoetballer te worden. Ik wist dat als ik dat wilde bereiken, ik eindeloos met de bal bezig moest zijn. Uren tegen muurtjes trappen, een hoge bal op mijn borst opvangen, bal aannemen, techniek trainen. Ik heb best hoog gevoetbald, in de landelijke jeugd. Maar de absolute beloning, gescout worden door een betaald-voetbalclub, is niet gekomen. Er werden wel andere jongens uit mijn team gescout, maar die waren aanzienlijk minder.”

Hoe oud was je toen?

„Vijftien. Ik vond het zo oneerlijk. Ik was de aanvoerder, mocht mid-mid staan. Ik dacht: ik steel iedere keer de show, elke zaterdagmiddag. Mensen praten over mij, tot in Hattem aan toe. Ik speelde bij Schalkhaar, een club in een dorp net buiten Deventer. Een paar maanden geleden kwam ik een oude jeugdtrainer tegen, die vroeg: vind je het nou nog steeds erg dat je niet bent gescout? Je hebt nu toch een goed leven? Dat deed pijn. Toen merkte ik hoe diep het nog steeds zit.”

Als je de beste was, waarom werd je dan niet gescout?

„Mijn ouders waren er nooit. Bij andere kinderen stonden de ouders druk te lobbyen aan de kant. Die jongens hadden vertegenwoordigers langs de lijn. Ik was een eenmanszaak, een eilandje. Mijn temperament en onaangepastheid werden niet verklaard. Nu ik erover nadenk… Schalkhaar is ook wel echt een dorp voor mensen met geld. Ik was niet alleen de enige Turkse jongen  in het team, alle andere jongens kwamen uit welgestelde gezinnen. Ik viel niet goed in het malletje. Het was een afwijzing die ik heel moeilijk kon hebben.”

Ik ben over mijn moeder gaan schrijven toen ze oma werd. Daarvoor was eigenlijk alle levensenergie uit haar gezogen

Was het je reservepad om je ouders tevreden te stellen? Geen advocaat of dokter, maar wel succesvol.

„Ik had ze er misschien mee kunnen overrompelen. Ik kan me voorstellen dat ik toen ben gaan denken: zie je wel, hard werken loont helemaal niet. Door die teleurstelling ben ik, denk ik, daarna ontspoord.”

Mijn moeder, de kleine reus bestaat uit korte columnachtige stukjes die vooral gaan over de interactie tussen Akyols jonge kinderen – hij werd tien jaar geleden vader – en zijn moeder. Over hoe zij met Sinterklaas haar schoen zet tussen die van de kinderen, hoe ze steeds langskomt om schoon te maken, ook als het niet echt vies is. „Ik ben over mijn moeder gaan schrijven toen ze oma werd. Daarvoor was eigenlijk alle levensenergie uit haar gezogen; mijn vader had haar het plezier in het leven echt wel afgepakt. Maar bij de kleinkinderen zag ik haar helemaal opbloeien.”

Tot die tijd heb je jarenlang heel weinig contact met haar gehad en je vader sprak je helemaal niet. Wat verweet je haar?

„Dat zij zich ondanks alles wat zichtbaar was, bleef verbinden aan hem, dat ze niet wegging. Maar daarbij heb ik een grote denkfout gemaakt. Toen hij stierf, kon ik me niet voorstellen dat ze hem zou missen; ze klaagde de hele dag over hem. Ik had opluchting verwacht. Het eerste wat ze deed was ook al zijn sporen uit huis wissen. Maar ze mist de reuring in huis, ook de ruzies, de adrenaline. Hij was misschien wel heel slecht, zegt ze, maar je wist wat je aan hem had.”

Hoe gaat het nu met haar?

„Ze komt vaker langs bij ons, vraagt of we iets leuks kunnen gaan doen met de auto. Verder behoort ze natuurlijk tot een generatie die oud aan het worden is: ze ziet elke week wel vriendinnen omvallen. Met de kinderen heeft ze een manier van communiceren gevonden, al blijft er een taalbarrière. Ze kreeg van het schoonmaakbedrijf waar ze werkte twee jaar voor haar pensioen haar eerste cursus Nederlands aangeboden. Het was natuurlijk lang het idee dat mensen terug zouden gaan. In de tijd van de vertrekpremies wilde mijn vader ook wel terug naar Turkije, maar mijn moeder vond dat geen goed idee, met de kinderen op school.”

De klassenmigrant gaat niet over de actualiteit, maar tijdens de try-out maakte Akyol één grapje over Jan Slagter: dat iedereen hem (Akyol) graag op tv ziet, behalve Slagter. De baas van omroep Max liet deze zomer via de pers weten dat hij na dit jaar weg moet als presentator van Sterren op het doek, omdat hij verzuimd had in Zomergasten zijn excuses aan te bieden aan Matthijs van Nieuwkerk. Twee jaar geleden had Akyol gezinspeeld op het bestaan van een filmpje waarop Van Nieuwkerk zich misdroeg op de redactie van De Wereld Draait Door, maar het daar vastgelegde materiaal bleek weinig toe te voegen aan eerdere verhalen over Van Nieuwkerk. „Die opmerking over Slagter gaat nog uit de voorstelling„, zegt Akyol meteen. Verder wil hij weinig over de kwestie kwijt: „Als ik vertel hoe dat allemaal is gegaan, dan noem ik details uit andermans persoonlijke sfeer; en dat vind ik heel moeilijk om te doen.”

In eerste instantie verdedigde je Van Nieuwkerk. Je zei dat je niets had gemerkt van een slechte sfeer bij De Wereld Draait Door als je daar te gast was.

„Dat deed  ik op basis van onvolledige informatie. Ik kreeg later andere verhalen te horen, waardoor ik mijn eigen positie moest bevragen en van standpunt moest veranderen. Daar heb ik veel gezeik over gehad.”

Ook van Van Nieuwkerk zelf?

„Daar wil ik niets over zeggen. Er is een mediarealiteit ontstaan die niets te maken heeft met de echte realiteit. Alles wat ik erover zeg, gaat vliegen.”

Volgens Jan Slagter was je niet dankbaar genoeg, voor wat je op televisiegebied aan Van Nieuwkerk hebt gehad.

„Als ik het even van deze kwestie mag lostrekken: ik hoor al mijn hele leven dat ik dankbaar moet zijn. Dat mijn boek is uitgegeven. Dat ik ben uitgenodigd in een talkshow. Dat ik een programma mag presenteren. Ik kan niet invullen hoe iemand dat bedoelt, maar je zou bijna gaan geloven dat je niks kan.”

Ze zeggen het tegen de klassenmigrant.

„Dit gaat heel specifiek over echte mensen, dus ik wil dat niet invullen. Ik zeg gewoon: fuck you. En ik hoop dat er straks een generatie opstaat die helemaal met de ogen gaat rollen en zegt: dankbaarheid, waar gáát dit over?”

Ik word geregeld aangezien voor iemand anders met een migratieachtergrond die in het openbaar zijn werk doet

In het boek beschrijf je een aantal voorvallen waarbij mensen je voor een ander houden: een taxichauffeur, een bekende voetballer. Jij rolt in die situaties niet met je ogen, maar speelt het spel even mee of maakt een grapje.

„Mensen in zo’n situatie doen dat niet met de intentie om te beledigen, dus dan zou het heel verbitterd overkomen als ik ze zou corrigeren. Ik word geregeld aangezien voor iemand anders met een migratieachtergrond die in het openbaar zijn werk doet. Als je er even in meegaat, levert het misschien een verhaal op – dan heb je er tenminste nog wat aan. Maar zo’n ontmoeting is iets heel anders dan het idee dat je dankbaar zou moeten zijn. Daar zal ik me nooit bij neerleggen. Maar we moeten accepteren, ik zal moeten accepteren dat bij een aanzienlijk deel van wat ik doe, wat ik schrijf, hoe ik mijn leven ook inricht, ik aan het eind van het liedje toch als Turk word gezien.”

In een land waarin het openlijk over remigratie gaat.

„Ik maak me veel zorgen over de politieke ontwikkelingen. Ik spreek mensen van mijn generatie die een huisje in Marokko of Turkije zoeken waar ze naartoe kunnen als hier de pleuris uitbreekt. Mensen die hier geboren zijn, die hier kinderen hebben gekregen. Maar er is ook een grote groep mensen die dergelijke mogelijkheden niet hebben, die onmondig is. Die moeten we beschermen. Tegelijkertijd moet ook ik aan mensen die mij aardig vinden soms uitleggen dat ze het ook over mij hebben. Hoe volledig geassimileerd ik ook ben, hoe soepel ik me ook beweeg tussen verschillende klassen – ik maak me geen illusies: het gaat ook over mij.”

Özcan Akyol: Mijn moeder, de kleine reus. Prometheus, 208 blz. € 20,-

Voor de speellijst van De klassenmigrant, zie ozcanakyol.nl

CV Özcan Akyol

Özcan Akyol werd in 1984 geboren in Deventer. Hij debuteerde in 2012 met de roman Eus en werd al snel een frequente gast in praatprogramma’s op televisie. Sinds 2016 is hij columnist voor het Algemeen Dagblad.In 2017 maakte hij de documentaire De neven vanEus (eervolle vermelding Zilveren Nipkow Schijf). Hij presenteert verschillende tv-programma’s, zoals De geknipte gast, Sterren op het Doek en Eus’ Boekenclub.In 2020 schreef Akyol het Boekenweekessay Generaal zonder leger. Dit jaar verscheen Mijn moeder, de kleine reus. Momenteel trekt hij met zijn ‘literaire stand-up’ De klassenmigrant door het land. Akyol woont samen met zijn vrouw Anna van den Breemer en hun twee kinderen in Deventer.

NSC-oprichter Pieter Omtzigt niet aanwezig bij uitslagenavond van partij

erg laf en kinderachtig

Pieter Omtzigt zal woensdagavond niet aanwezig zijn op de uitslagenavond van Nieuw Sociaal Contract (NSC). Dat meldt persbureau ANP. Omtzigt richtte de partij op in 2023 uit onvrede met de Nederlandse politieke bestuurscultuur. In april vertrok hij uit de nationale politiek om gezondheidsredenen, op dat moment was hij fractievoorzitter van NSC in de Tweede Kamer.

Anderhalve maand na het vertrek van Omtzigt uit de Tweede Kamer viel het kabinet-Schoof. Weer anderhalve maand daarna trok NSC zich terug uit het reeds gevallen kabinet vanwege het uitblijven van nieuwe sancties tegen Israël voor de verantwoordelijkheid in de Gaza-oorlog. In aanloop naar deze Tweede Kamerverkiezingen werd niet vervangend fractievoorzitter Nicolien van Vroonhoven maar Eddy van Hijum de nieuwe lijstrekker. Van Hijum vervulde een ministerschap in het kabinet-Schoof.

Bij de vorige verkiezingen, in 2023, werd NSC de vierde partij van het land met twintig zetels. Dit jaar stemmen de peilingen niet hoopvol voor de jongste partij in de Tweede Kamer. In een bericht op X heeft Omtzigt aangegeven nog altijd achter de idealen van NSC te staan. De partij is woensdagavond, dus zonder oprichter Omtzigt, bijeen in Amersfoort.

Jimmy Dijk van SP wil alles boven 50 miljoen van rijken afpakken

Miljonairs opgepast: Jimmy Dijk is in aantocht. De jonge SP-voorman wil een vermogensplafond van €50 miljoen, een miljonairstaks en een verbod op privéjets. Hoog tijd dus voor een stevig gesprek met Quote. ‘Mensen hebben geen nagel om aan hun kont te krabben.’Door Zed FaselGepubliceerd op: 07/10/2025

jimmy dijk (sp)

Foto: Martin Dijkstra

‘Altijd weer die vergelijkingen met het communisme, of Stalin, of weet ik veel wat voor historisch figuur’, zucht Jimmy Dijk, terwijl hij in zijn koffie roert. Hij rolt met zijn ogen. ‘Zo simpel. Ik wil niet alle bezit onteigenen. Ik vind het gewoon goedkoop als er weer zo’n karikatuur voorbijkomt.’ Hij kijkt glimlachend op. ‘Maar goed, als iemand argumenten aandraagt, dan ga ik graag in gesprek.’

Bij de verkiezingen van 2012 tikte toenmalig lijstrekker Emile Roemer de 25 zetels aan in peilingen, maar het tij keerde snel voor de Socialistische Partij (SP). Dertien jaar en vier teleurstellende verkiezingen later telt de SP-Tweede Kamerfractie vijf zetels. Aan het hoofd staat sinds de stille aftocht van Lilian Marijnissen een ander soort leider. Een man die zich het liefst met opgestroopte mouwen laat zien. Een man die het arbeidersbestaan heeft geleefd. Een man die niet bang is om stennis te schoppen voor zijn idealen.

Dijk haat dassen

Jimmy Dijk (39) belichaamt de natte SP-droom. De Groninger heeft een ruige stoppelbaard, haat dassen en staat te boek als straatvechter in debatten. Zijn vader, vrachtwagenchauffeur en meubelmaker van beroep, bouwde met zijn blote handen een huis in de provincie, het achtergestelde gebied waar Dijk nog altijd voor vecht.

Dijk werkte in een kartonfabriek, stond jaren achter de bar in een café, studeerde sociologie en leest het liefst tien boeken door elkaar. Voor zijn aantreden als Kamerlid verdedigde hij twaalf jaar de rode idealen in de Groningse gemeenteraad. Eind 2023 werd hij – na negen maanden Kamerlidmaatschap – verkozen tot fractievoorzitter, na het vertrek van Marijnissen. En onlangs werd hij unaniem verkozen tot lijsttrekker. De idealistische, hoogopgeleide arbeider betreedt de landelijke politieke arena.

‘Neoliberale modellen’

En dan het verkiezingsprogramma dat hij deze zomer presenteerde. Dijk wil openbaar vervoer gratis maken, maximumprijzen voor ‘basisproducten’ als gezond eten, zorg en energie, een huurbevriezing, de AOW-leeftijd en de inkomstenbelasting verlagen en drie miljard euro aan problematische schulden kwijtschelden. Geheel in SP-traditie laat hij zijn programma niet doorrekenen door het Centraal Planbureau, omdat hun modellen te ‘neoliberaal’ zijn.

Een – inmiddels verwijderd – citaat uit het verkiezingsprogramma met betrekking tot drugsverslaafden: Voor velen zijn verdovende middelen een manier om tijdelijk te ontkomen aan de dagelijkse zorgen van het kapitalisme. Nu u weer.

Advertentie – Lees hieronder verder

Vermogensplafond

De meest vermogende Nederlanders hebben het meest te verliezen bij 76 zetels voor SP, zo bleek bij het uitrollen van het programma. Dijk en consorten willen een vermogensplafond van €50 miljoen instellen. Alles daarboven gaat naar de staat.

Ook wil Dijk een miljonairstaks voor vermogens boven de €5 miljoen, en kunnen privéjets wat hem betreft opvliegen. Tijd dus voor een kop koffie met Quote, het blad waar de allerrijksten – gewild of ongewild – altijd een plek krijgen.

Wat vind je van de Quote 500?

‘Het zijn vast allemaal lieve mensen die erin staan. Ik vind het alleen waanzinnig dat wij in een land wonen waar de vermogensongelijkheid zó groot is. Dat er aan de ene kant mensen zijn die geen nagel hebben om aan hun kont te krabben, en aan de andere kant mensen die van gekkigheid niet meer weten wat ze met hun geld zouden moeten doen. En hun geld in hun eigen leven of die generaties daarna nooit uitgegeven zouden krijgen.’

‘Dus ja, ik bekijk het blad vol verwondering. Het is erg interessant hoe die vermogens zijn opgebouwd. En dan zie je constant iets terugkeren: de grootste vermogens bestaan voor een overgroot deel uit aanmerkelijk belang in de grootste bedrijven en vastgoed. Daar gaat macht mee gepaard. En dat is een van de grote problemen die de SP ervaart bij vermogensongelijkheid. De combinatie van grote vermogens met economische, maar ook politieke macht. Dat is niet gezond en ook niet goed voor de samenleving.’

Feitelijk wil je dus al het vermogen boven de 50 miljoen toe-eigenen als staat?

‘Ja. Je belast het 100 procent. Deze mensen hebben hun gigantische vermogen opgebouwd dankzij het harde werk van hun werknemers. Nu de kloof tussen arm en rijk zo groot is, is het tijd dat ze wat teruggeven. Uit veel wetenschappelijk onderzoek blijkt dat het welzijn vanaf de 50 miljoen-grens nauwelijks meer toeneemt, terwijl het welzijn van mensen met weinig vermogen enorm groeit als dat geld voor de maatschappij ingezet wordt.’

Nog even los van mogelijke ethische en praktische bezwaren, maar wat zie je als vermogen? Zelfs binnen de Quote 500 zullen er maar weinig zijn die 50 miljoen op de bank hebben staan. Het overgrote deel zit in moeilijk te waarderen bedrijfsaandelen of vastgoed. Ga je dit allemaal in kaart brengen?

‘Je kan dit soort maatregelen nooit geïsoleerd nemen. Je zal moeten samenwerken met andere landen. Maar daadwerkelijke vermogens zijn wel degelijk nationaal te belasten. Wat de bedrijfsaandelen betreft: we kiezen voor 50 miljoen als grens, omdat je daarmee het mkb grotendeels ontziet. Bij alles daarboven kan je je afvragen: moet zo’n groot bedrijf wel grotendeels in handen van één iemand zijn?’

Benieuwd naar het volledige interview? Koop de nieuwste Quote, en lees wat experts, Quote 500-leden en Jort Kelder van Jimmy Dijks plannen vinden. Bestel hem nu!

Quote 11/2025
Quote 11/2025

Kamerlid PVV verspreidt AI-afbeeldingen met ‘onschuldige’ blonde vrouwen en lichtgetinte mannen ‘met wilde baarden’

Fanaccounts van de PVV verspreiden op grote schaal levensechte AI-beelden die polarisatie in de hand werken. De beelden zijn onder meer gemaakt door een Tweede Kamerlid voor de PVV, zo blijkt uit onderzoek van De Groene Amsterdammer naar ruim driehonderd van zulke afbeeldingen.

Maikel Boon van de PVV tijdens een debat in de Tweede Kamer
Maikel Boon van de PVV tijdens een debat in de Tweede KamerBron Lina Selg / ANP

Dit artikel is geschreven doorGeorge van Hal

is redacteur voor de Volkskrant.

Gepubliceerd op 11 oktober 2025, 16:20BewarenDelen

Dat Kamerlid, Maikel Boon, staat ook bij de aanstaande verkiezingen op de kieslijst van de PVV, op plek 25. Weekblad De Groene Amsterdammer onthulde samen met de Data School van de Universiteit Utrecht dat de AI-afbeeldingen en video’s die gedeeld zijn op pro-PVV kanalen van hem afkomstig zijn.

 De Volkskrant Wetenschap

Ontvang elke week de laatste wetenschappelijke ontdekkingen, interviews en columns.Inschrijven

Eerder ontdekte De Groene ook dat Boon beheerder was van meerdere radicaal-rechtse Facebookpagina’s waarop nepfoto’s van asielzoekers en migranten verschenen.

333 beelden

Ditmaal onderzocht het weekblad de AI-afbeeldingen zelf, gemaakt met 174 zogeheten prompts, de instructieteksten die de AI ontving om foto’s en video’s te maken. Die prompts leverden bij elkaar 333 verschillende beelden op. ‘Het geeft een uniek inkijkje in de verborgen emotiemachine van de PVV’, zo schrijven de auteurs.

De plaatjes en video’s bleken gemaakt met behulp van de software van bedrijf OpenAI: beeldgenerator Sora. De journalisten en onderzoekers ontdekten onder meer dat de gebruikersnaam van het gebruikte Sora-account (‘wolftour’) dezelfde is waaronder Boon eerder honderden comments over de PVV op website GeenStijl plaatste.

about:blank

Ook een van de Facebookgroepen waarop de afbeeldingen werden verspreid, ‘Wij doen GEEN aangifte tegen Geert Wilders’, is mede opgericht door een Tweede Kamerlid van de partij. NRC onthulde al in 2016 dat het huidige Kamerlid Patrick Crijns achter de pagina zat.

‘Mysterieus knap en onschuldig’

De AI-plaatjes die afkomstig zijn van het account van Boon zijn vaak bedoeld om groepen tegen elkaar op te zetten, constateren de onderzoekers. Ze geven een voorbeeld van een beeld met aan de ene kant ‘bouwvakkers van negentig jaar oud’ die druk werken, terwijl aan de andere kant een jonge ‘Syriër met baard’ thuis ligt te niksen op de bank, zo stelt het prompt.

Maar het meest opvallend? De veelvuldige aanwezigheid van blonde vrouwen. In één op de acht prompts duikt het woord ‘blond’ op. Zo’n vrouw moet verder dan bijvoorbeeld ‘mysterieus knap’ zijn, maar wel ‘onschuldig’, aldus een van de prompts op Boons account.

Wanneer dat account bij Sora een afbeelding bestelt van ‘een Nederlands gezin’ is het resultaat in eerste instantie een vrouw met bruin haar. Dat blijkt niet de bedoeling. ‘Maak de moeder blond [..]’, luidt de vervolgopdracht. En: ‘Het meisje, maak haar knapper’, waarop Sora het uiterlijk van de jonge dochter aanpast.

‘Wilde baarden’

In veel gevallen worden deze blonde vrouwen in afbeeldingen geplaatst met ‘lichtgetinte’ jongens, of met mannen ‘met wilde baarden’.

Oud-AIVD’er Jelle Postma stelt tegenover De Groene Amsterdammer dat de beelden realistisch genoeg zijn om mensen te laten reageren alsof ze echt zijn. ‘De strategie die wij in Nederland zien, en wereldwijd met name bij populistisch rechts, is een terugkerend patroon: het aanwakkeren van angst vergroot polarisatie en wij-zij-denken’, zo zegt hij.

Als dat langdurig wordt gevoed, kán het omslaan in haat en in uiterste gevallen zelfs geweld, beweert Postma. ‘Er wordt angst gezaaid, en haat en geweld geoogst, wat uiteindelijk uitmondt in meer stemmen.’

Who would react and how (most likely) if China takes on Taiwan

  • United States — would face extreme pressure to respond. The U.S. has no formal mutual-defense treaty with Taiwan, but the Taiwan Relations Act commits the U.S. to help Taiwan defend itself; U.S. options range from massive sanctions and military resupply to direct intervention (air/sea strikes, carrier operations). Whether Washington fights directly would depend on the administration’s judgment and domestic/political constraints. Congress.gov+1
  • Japan — one of the closest regional responders. Tokyo would be alarmed (Taiwan’s fall threatens Japan’s security and sea lanes). Japan could provide logistics, intelligence, missile strikes from its territory, and potentially more direct naval/air support if U.S. commits. Domestic politics and constitutional limits would shape its role. South China Morning Post+1
  • Australia, UK, EU and other partners — likely to impose severe sanctions, provide political support, intelligence sharing, and possibly materiel; direct combat participation would vary by country. Brookings
  • Philippines / Southeast Asian states — mostly cautious: public opposition to overt aggression, but concerned about spillover in the South China Sea; some states may quietly cooperate with the U.S. depending on treaty links and pressure. South China Morning Post+1
  • China — would face economic isolation risks and military attrition; Beijing could also suffer domestic political/economic blowback. The Strategist

Achterban blijft Wilders trouw om één allesoverheersende reden: migratie

Voor de PVV-kiezer is er ook deze campagne geen twijfel mogelijk: opnieuw staat migratie met stip op één als reden om op Geert Wilders te stemmen. Dat hij door veel partijen is uitgesloten van regeringsdeelname, speelt nauwelijks een rol.

Op de landelijke open dag van asielzoekerscentra komen ook leden van de rechtse groepering Freedom Fighters Netherlands een kijkje nemen in het azc in Grave, 27 september.
Op de landelijke open dag van asielzoekerscentra komen ook leden van de rechtse groepering Freedom Fighters Netherlands een kijkje nemen in het azc in Grave, 27 september.Bron Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Dit artikel is geschreven doorHessel von Piekartz

is politiek verslaggever van de Volkskrant

Gepubliceerd op 8 oktober 2025, 23:00BewarenDelen

Het is een van de grote vragen die concurrerende partijen bezighouden: hoe kan het dat de PVV zo stabiel blijft in de peilingen terwijl Wilders zelf de stekker uit ‘zijn’ kabinet trok? Het patroon in de parlementaire geschiedenis dat de kiezer breekt met partijen die een kabinet laten vallen, tekent zich vooralsnog niet af.

 De Volkskrant Politiek

Ontvang meerdere malen per week het laatste nieuws uit Den Haag met duiding van onze parlementaire redactie.Inschrijven

Integendeel, waar voormalige coalitiegenoten als de VVD en NSC een flinke electorale uittocht vrezen, houdt de PVV van de huidige 37 Kamerzetels er in de peilingen minimaal rond de dertig over. Over de reden is de PVV-kiezer zelf heel duidelijk, blijkt uit electoraal onderzoek dat Ipsos I&O woensdag publiceerde: migratie.

PVV-kiezers die op de partij stemmen vanwege haar standpunten (zo’n twee derde), vonden immigratie en asiel al in 2021 en 2023 voor respectievelijk 79 en 77 procent het belangrijkste thema. Maar dat is nu nog verder gestegen naar 90 procent.

Zorg uit zicht

Inmiddels overschaduwt dit thema alles. Andere onderwerpen waarop de PVV zich voorheen profileerde, zoals gezondheidszorg, armoede en kritiek op de Europese Unie, zijn voor de kiezers op de achtergrond geraakt. Waar bijvoorbeeld zorg bij de vorige verkiezingen voor 37 procent van de PVV-kiezers belangrijk was, is dat nu voor nog slechts 13 procent het geval.

about:blank

Alleen veiligheid en de woningmarkt wegen voor PVV’ers ook nog zwaar. Maar omdat die onderwerpen door partijleider Geert Wilders steevast in verband worden gebracht met migratie, gaat het indirect toch over ‘hetzelfde stemmotief’, aldus de onderzoekers.

Dat andere partijen migratie als campagnethema juist hebben losgelaten, maakt voor de PVV-kiezer geen verschil. Waar bijvoorbeeld de VVD in 2023 nog vol inzette op migratie, leggen de liberalen nu meer nadruk op een klassiek economisch links-rechtsverhaal.

Zulke besluiten kunnen niet los worden gezien van de vorige verkiezingen, waarbij Wilders na een campagne over migratie onverwacht veel zetels won. Op dat thema valt van de PVV niet te winnen, en dus moeten andere partijen zich profileren op onderwerpen waarin ze sterker staan, zo luidden de analyses achteraf.

Dichte deur

Ook werd het succes van Wilders steevast verbonden met de manier waarop partijen als de VVD de deur hadden opengezet naar samenwerking met de PVV. Nu de VVD die deur weer heeft gesloten, is de kans op regeringsdeelname voor Wilders gering. Maar voor zijn kiezers is dat geen reden om de partij de rug toe te keren. Voor slechts 11 procent weegt de kans om te regeren mee in hun overweging, terwijl dat bij de CDA-, GroenLinks-PvdA- of VVD-achterban voor bijna de helft van de kiezers het geval is.

Dat andere partijen Wilders uitsluiten, heeft hem weliswaar kiezers gekost, maar levert hem ook nieuwe proteststemmen op, concluderen de onderzoekers. Dat hij het kabinet heeft opgeblazen, lijkt intussen nauwelijks effect te hebben. Veel belangrijker vinden PVV-aanhangers het dat de partij ‘opkomt voor mensen zoals ik’.

In de jongste zetelpeiling van Ipsos I&O is het beeld dan ook nagenoeg hetzelfde gebleven: de PVV leidt met 31 zetels, op afstand gevolgd door het CDA en GroenLinks-PvdA met respectievelijk 24 en 22 zetels.

Hier zou content moeten staan van bijv. Twitter, Facebook of Instagram

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u “Accepteer alles”. U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor “Cookies accepteren van sociale media” aan.

Luister hieronder naar onze politieke podcast De kamer van Klok. Kijk voor al onze podcasts opvolkskrant.nl/podcasts.

Help ons door uw ervaring te delen: Feedback geven

Dossier

Asielbeleid Nederland

Lees hier alle artikelen over dit themaNaar het dossier

Ook interessant voor u

Op basis van bovenstaand artikelanalyseAls je gesprekken met politici langs de journalistieke meetlat legt, hoe presteren talkshows dan?Achter de macht

Kersverse Nobelprijswinnaar haalt water uit kurkdroge lucht

Omar Yaghi met een prototype van zijn uitvinding in Death Valley in de Verenigde Staten.
Omar Yaghi met een prototype van zijn uitvinding in Death Valley in de Verenigde Staten.Bron Atoco

Drinkwater dat ogenschijnlijk uit het niets ontstaat, zelfs in de woestijn. Chemicus Omar Yaghi, die zelf in zijn jeugd kampte met watertekorten, krijgt het met high tech materialen voor elkaar. Vandaag werd bekend dat hij de Nobelprijs krijgt – de Volkskrant interviewde hem eerder dit jaar.

Dit artikel is geschreven doorGeorge van Hal

is wetenschapsredacteur voor de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart.

Gepubliceerd op 8 oktober 2025, 13:00BewarenDelen

Opnieuw relevant
Dit interview verscheen in april 2025 in de Volkskrant.

Omar Yaghi, in 1965 geboren in Amman, Jordanië, als zesde van tien kinderen, kreeg van zijn ouders in zijn jeugd een belangrijke taak. ‘Vers water arriveerde maar één keer per twee weken in onze stad. Dat gebeurde altijd vroeg in de ochtend. Ik stond dan als eerste op, zette alle kranen open en zorgde dat ons reservoir gevuld werd. Met dat water moest ons gezin het twee weken volhouden’, zegt hij. ‘Ik was me daardoor al jong bewust van de enorme kostbaarheid van elke druppel.’

 De Volkskrant Wetenschap

Ontvang elke week de laatste wetenschappelijke ontdekkingen, interviews en columns.Inschrijven

Spoel door naar nu, en Yaghi, die op z’n 15de naar de VS verhuisde, is hoogleraar in de chemie aan de Universiteit van California – Berkeley en een van de meestgeciteerde chemici op deze planeet. De reden voor dat laatste? Zijn ontwikkeling van materialen met de belofte om het soort waterschaarste uit zijn jeugd wereldwijd tot een herinnering te maken.

En dat terwijl de problemen met water tot nog toe alleen maar toenemen. Tegen 2050 zouden drie op de vier mensen te maken krijgen met de gevolgen van droogte, zo stelden experts van de Verenigde Naties vorig jaar.

Op Aquatech in de RAI in Amsterdam, de belangrijkste vakbeurs op het gebied van drink- en afvalwater ter wereld, stelde Yaghi onlangs zijn oplossing voor. Hij ontwikkelde de afgelopen decennia zeer poreuze materialen die hij afkortingen meegaf met de klank van een bezwering om de watergoden te paaien: MOFs, COFs en ZIFs.

about:blank

Van binnen groter

Aan de buitenkant ogen ze als anoniem wit poeder, maar ingezoomd tot op moleculair niveau onthullen ze iets van hun superkracht: een structuur met miljarden gaatjes die dienstdoen als ‘een soort parkeerplaats voor watermoleculen’, zoals Yaghi het omschrijft.

Daardoor zijn ze van binnen veel groter dan van buiten. Eén enkele gram MOF herbergt in zijn inwendige het oppervlak van een voetbalveld.

‘Toen we halverwege de jaren negentig de eerste resultaten publiceerden, dachten onze vakgenoten dat er een drukfout in het artikel stond’, zegt Yaghi. Die twijfel is weg: de afgelopen jaren ging de ene na de andere vakgroep aan de slag met de materialen.

Belangrijk is bovendien dat ze de stap hebben gezet van het lab naar de echte wereld. In 2023 beschreef Yaghi in het vakblad Nature Water bijvoorbeeld hoe zijn studenten met ‘MOF-303’ water uit de lucht trokken op een van de droogste plekken ter wereld: Death Valley in de Verenigde Staten.

Kevers in de woestijn

Water verzamelen met een MOF gaat als volgt. Zet een doos met in het midden een koker vol MOF gedurende de nacht in de woestijn, en het vult zijn poriën als een spons in een badkuip vol water. De volgende ochtend doe je het deksel erop, zodat het materiaal opwarmt, het water eruit ontsnapt en condenseert tegen de wanden van de doos. Voilà: vers drinkwater.

Omar Yaghi in Death Valley in de VS.
Omar Yaghi in Death Valley in de VS.Bron Atoco

‘Water zien ontstaan is een transformatieve ervaring. Mijn studenten raakten ontroerd’, zegt Yaghi. ‘Er zijn kevers in de woestijn die, als het mistig wordt, water kunnen verzamelen op hun rug. Als de druppels groot genoeg worden, rollen die richting hun mond. Water verzamelen als de luchtvochtigheid even hoog genoeg is: dat kan dus’, zegt hij. Maar hetzelfde doen in kurkdroge lucht? ‘In de gehele geschiedenis van deze planeet is dat nooit eerder mogelijk geweest.’

Die prestaties zijn spectaculair, oordelen ook anderen. ‘Het is fantastisch wat hij doet’, zegt chemicus Bert Weckhuysen van de Universiteit Utrecht. ‘Deze materialen zijn Yaghi’s passie en nu zoekt hij naar de ultieme toepassing.’

Alleen: hij moet nog wel aantonen dat zijn MOFs stabiel blijven onder langdurig gebruik. ‘Net zoals Ikea in de fabriek honderdduizenden keren een nieuw soort deur open en dicht doet voordat ze die in de winkel leggen’, zegt Weckhuysen.

Inmiddels heeft Yaghi zijn materialen verbeterd. In de nieuwe versie, ‘MOF-303-LA2’, past tot 50 procent meer water. ‘Die versie zijn we nu commercieel aan het opschalen’, zegt Yaghi. Dat doet hij met een eigen bedrijf, Atoco.

Waarom heeft een wetenschapper een eigen bedrijf nodig?

‘De taak van een wetenschapper houdt niet op bij de ontdekking. In het begin besloot ik samen te werken met BASF. Zij zijn goed in het opschalen van productieprocessen, en bewezen dat MOFs geproduceerd kunnen worden op een schaal van tonnen. Voor het ontwikkelen van nieuwe technologie richtte ik een nieuw bedrijf op, een start-up. Dat werd Atoco.’

Zijn verwachting is dat het bedrijf komende zomer al apparaten op de markt brengt. Het zet daarbij in op een passief exemplaar – dat geen stroom nodig heeft – en een actieve variant met zonnepanelen. Die apparaten kunnen honderden liters schoon water per dag produceren, zo claimt Atoco.

.
.Bron .

Als alles werkt zoals verwacht, wat is dan de volgende stap?

‘Dan gaan we miljoenen van dat soort apparaten maken. Er is interesse vanuit overheden die de watervoorziening van kleine dorpen willen aanvullen. Van hotels, die nu nog waterflesjes inkopen. Van boeren, die het water willen gebruiken voor irrigatie. Er zijn honderden potentiële toepassingen en alles is schaalbaar: van een paar gram materiaal in een apparaat voor privégebruik tot grote hoeveelheden voor de watervoorziening van hele dorpen en steden.’

Zijn technologie zal mensen onafhankelijk maken, hoopt Yaghi. ‘Iedereen kan straks voor zijn eigen water zorgen.’

Als mensen op grote schaal water uit de lucht trekken, pas je dan niet per ongeluk weerpatronen aan?

‘Ik verwacht van niet. Als ik ieder mens 50 liter water geef, dan gebruik ik nog minder dan een tiende van een procent van het in de lucht aanwezige water. In de lucht zit meer water dan in alle meren en rivieren op aarde bij elkaar opgeteld. Bovendien verdwijnt het water niet: het vloeit weer terug in de watercyclus en komt ook weer de lucht in. Natuurlijk moet je verantwoordelijk zijn en onderzoek doen naar eventuele onverwachte gevolgen. Maar mijn intuïtie zegt dat daar niets zorgwekkends uit zal komen.’

De belofte van materialen als MOFs, COFs en ZIFs is groter dan ‘slechts’ het leveren van schoon drinkwater: andere varianten van het materiaal zijn bijvoorbeeld in staat CO2 uit de lucht te halen, een tweede toepassing waar Atoco commerciële varianten van ontwikkelt.

‘Er bestaan al manieren om dat te doen, maar ons materiaal is het meest geschikt’, zegt Yaghi, verwijzend naar de resultaten met ‘COF-999’ die hij en zijn collega’s vorig jaar publiceerden in het vakblad Nature. Ze lieten onder meer zien dat het materiaal honderden keren gebruikt kon worden om CO2 uit de lucht af te vangen zonder dat het instabiel werd.

Ook bij die toepassing is de belofte groot. ‘Met een half pond COF kun je per jaar net zoveel CO2 uit de lucht halen als één volwassen boom’, zegt hij.

Fabriek in 700 steden

Zet er écht groot op in en COFs kunnen zelfs het klimaatprobleem oplossen, rekent hij voor. ‘Met één fabriek waarin ik honderdduizend ton van dit materiaal gebruik, kan ik een halve gigaton CO2 per jaar uit de lucht halen’, zegt hij. In totaal is de ‘extra’ CO2 in de lucht, toegevoegd door menselijke activiteiten, ongeveer 1.100 gigaton. ‘Zet ik zo’n fabriek neer in zevenhonderd steden, verspreid over de wereld, dan kunnen we in 3,5 jaar alle CO2 die de mensheid de atmosfeer in heeft gepompt er weer uithalen’, zegt hij.

‘Een mooie denkoefening’, reageert chemicus Bert Weckhuysen. Maar, benadrukt hij: 100 duizend ton COF heeft een volume van ongeveer 1 miljoen kubieke meter, grofweg de inhoud van de Empire State Building in New York. ‘Je hebt dan dus echt heel grote reactoren nodig’, zegt hij. ‘De technische uitdaging is enorm, de vereiste investering ook, maar het is niet onmogelijk.’

En dan resteert nog de vraag wat je met alle CO2 moet doen, nadat die uit de lucht is gehaald. ‘Je kunt er weer brandstof van maken. En je kunt een deel de grond in pompen voor ondergrondse opslag’, zegt Yaghi. ‘Dat is iets waar we nu nog over nadenken.’

Yaghi ziet een ‘encyclopedische lijst van mogelijke toepassingen’ voor zijn materialen. Niet alleen in drinkwater, maar ook in koelvloeistoffen voor datacenters. En niet alleen in het bestrijden van klimaatverandering, maar bijvoorbeeld ook in het opschonen van CO2-rijke lucht in klaslokalen en hotelkamers.

Yaghi zegt daarom vaak dat de mensheid – in analogie van de bronstijd, de ijzertijd en de steentijd – is aanbeland in een periode die je kunt beschouwen als de ‘MOF-tijd’. En dat is geen grootspraak, bezweert hij desgevraagd. ‘Alle technologieën die de wereld fundamenteel hebben veranderd, zijn voortgekomen uit een revolutie in het ontwerp van materialen’, zegt hij.

‘Dit type chemie wordt onderzocht in honderd landen en het onderzoeksveld groeit al 35 jaar exponentieel. Slechts heel weinig onderzoeksvelden hebben dat bereikt. Op termijn geloof ik dat deze materialen de wereld ingrijpend zullen veranderen.’

Pfas, waterstof en medicijnen

Omar Yaghi’s materialen kunnen nog meer dan alleen drinkwater produceren of CO2 afvangen. Ze kunnen bijvoorbeeld pfas opnemen, de ‘eeuwige chemicaliën’ die wereldwijd vanuit de chemische industrie in ons grondwater zijn terechtgekomen.

‘En ze zijn ook ideaal voor de opslag van waterstof’, zegt Yaghi.

Tot slot zijn er nog toepassingen die wat meer in de kinderschoenen staan, zoals het onderzoek dat laat zien dat MOFs gebruikt kunnen worden voor het transport van geneesmiddelen in het lichaam. ‘Er loopt al een onderzoek met kankermedicijnen.’

In een woud van felle concurrenten zoekt Timmermans naar het geluid dat het verschil kan maken

Frans Timmermans in gesprek met Geert Wilders in de Koninklijke Schouwburg op Prinsjesdag.
Frans Timmermans in gesprek met Geert Wilders in de Koninklijke Schouwburg op Prinsjesdag.Bron David van Dam / de Volkskrant

Op het partijcongres in het Rotterdamse Ahoy trapt GroenLinks-PvdA zaterdag de beslissende fase van de campagne af. Lijsttrekker Frans Timmermans staat daarin voor de uitdaging om te midden van enorme concurrentie het debat naar zich toe te trekken.

Dit artikel is geschreven doorHessel von Piekartz

is politiek verslaggever van de Volkskrant

Gepubliceerd op 27 september 2025, 05:00BewarenDelen

De schok na de overwinning van de PVV mocht twee jaar geleden groot zijn bij GroenLinks-PvdA, afgelopen jaar kwam daar langzaamaan een zekere vorm van optimisme voor in de plaats. Te midden van de politieke chaos van het meest rechtse kabinet ooit zou de electorale voedingsbodem voor een links alternatief weleens groter kunnen zijn dan in 2023, zo groeide de overtuiging.

 De Volkskrant Politiek

Ontvang meerdere malen per week het laatste nieuws uit Den Haag met duiding van onze parlementaire redactie.Inschrijven

Daarnaast kwam de fusie van de twee partijen, die nog altijd op de planning staat voor volgend jaar, niet in gevaar. Interne conflicten werden juist beslecht in het voordeel van voorstanders van de samenwerking en critici raakten steeds verder geïsoleerd.

Gunstig gesternte

Daarmee leek de fusiebeweging zich onder een redelijk gunstig gesternte klaar te maken voor de campagne. Maar inmiddels nemen achter de schermen de zenuwen toe. Al sinds de vorige verkiezingen, waarbij GL-PvdA 25 zetels haalde, schommelt de partij in de peilingen ongeveer op hetzelfde niveau. En ook een maand voor de stembusgang is van een linkse opmars nog geen sprake.

Vooropgesteld: de campagne moet nog goeddeels op stoom komen. Bovendien zeggen peilingen in dit stadium weinig over de uiteindelijke keuze die in het stemhokje wordt gemaakt. Maar dat neemt niet weg dat GL-PvdA vooralsnog niet profiteert van de ontevredenheid over het inmiddels dubbel demissionaire kabinet.

about:blank

Dat kan niet los worden gezien van het kiezerspotentieel van GroenLinks-PvdA. Waar partijen als CDA en JA21 in meer of mindere mate een alternatief zijn voor het grote aantal rechts-georiënteerde kiezers die (voormalige) regeringspartijen de rug toe keren, is de poel aan de linkerkant een stuk kleiner. Maar wat het nog moeilijker maakt, is dat de concurrentie op vrijwel elk thema waarop GL-PvdA zich doorgaans profileert, enorm is.

Klimaat niet meer op één

Dat is niet nieuw. Van oudsher voeren linkse partijen een verwoede strijd om dezelfde thema’s, zoals armoedebestrijding en zorg, waarop ook de SP zich stevig profileert. Het maakt dat partijen vaak vol inzetten op onderwerpen die onbetwist met hen worden geassocieerd. Voor GL-PvdA was dat de vorige keer klimaat. Maar op dat gebied lijkt juist de linkse samenwerking zelf dit keer terughoudend. Hoewel de beweging in haar voorstellen tegen klimaatverandering geen gas terugneemt, staat het thema niet langer vooraan in het verkiezingsprogramma.

Dat is niet zonder electoraal gevaar. Zo zijn er groene alternatieven, zoals Volt en de Partij voor de Dieren. Die laatste partij heeft met lijsttrekker Esther Ouwehand bovendien een geducht campagnevoerder.

Eenzelfde strijd is er ook op een ander beeldbepalend thema. GL-PvdA mag in het Gaza-debat een uiterst kritische koers hebben ingezet, Ouwehand en Denk-leider Stephan van Baarle durven vaak verder te gaan in hun kritiek op Israël.

Wooncrisis

GL-PvdA wil het zelf vooral hebben over de wooncrisis. In het verkiezingsprogramma werd het thema letterlijk bovenaan gezet. Op het eerste gezicht een logische keuze. Bij de vorige verkiezingen was wonen na immigratie het belangrijkste thema en ook nu is het een van de grote zorgen van veel Nederlanders. Bovendien liggen er kansen, omdat het onderwerp nog niet door een partij is toegeëigend, zo bleek vorig jaar uit het Nationaal Kiezersonderzoek.

Het lastige is dat andere partijen precies dezelfde afweging hebben gemaakt. Ook bijvoorbeeld de SP, CDA en D66 kwamen met veelal vergaande plannen om het tekort aan woningen op te lossen. De eenstemmigheid is mogelijk een van de redenen dat van een vurig woondebat in de campagne nog geen sprake is.

Veel meer gaat het de afgelopen weken over de polarisatie in het politieke landschap. GL-PvdA-lijsttrekker Frans Timmermans lijkt dat ook te zien en werpt zich op als uitgesproken tegenstander van populisme. Zo sprak hij zich vorig weekend als een van de eerste partijleiders hard uit tegen het extreemrechtse geweld in Den Haag. En tijdens de Algemene Beschouwingen riep Timmermans de Kamer op om uitspraken van PVV-leider Geert Wilders over asiel en de islam te blijven veroordelen.

Ervaren en stabiel

Maar ook hier is hij niet de enige. Steevast wordt Timmermans in zijn veroordeling geflankeerd door andere linkse fractievoorzitters en met name door D66-leider Rob Jetten.

Daarbij komt dat Timmermans ditmaal in mindere mate beschikt over een troef die GL-PvdA de vorige verkiezingen inzette. Tegenover relatieve nieuwkomers werd de voormalige minister en Eurocommissaris gepresenteerd als ervaren en stabiele premierskandidaat. Hij zou de rust in de politiek terugbrengen, zo luidde de belofte.

Die rol lijkt nu ingenomen door CDA-leider Henri Bontenbal. Hij bouwde aan zijn naamsbekendheid en in de campagne presenteert hij zich als ‘verbindende’ kandidaat. Hij onthoudt zich daarbij van al te stevige taal naar tegenstanders.Quote van .

Ergens op de middenweg tussen Ouwehand en Bontenbal zoekt Timmermans naar het geluid dat het verschil kan maken

Die luxe heeft Timmermans niet. De achterban verwacht van hem dat hij de partijen op de rechterflank blijft bestrijden. Dat schetst meteen ook de grootste uitdaging voor de fusiebeweging. GL-PvdA wil immers regeren, het is zo’n beetje de reden van de fusie, maar tegelijk moet de beweging uitgesproken links blijven. Ergens op de middenweg tussen Ouwehand en Bontenbal zoekt Timmermans naar het geluid dat het verschil kan maken.

Daarbij heeft hij wel een groot voordeel. De campagne komt nu in een fase waarin de aandacht zich meer concentreert rond de grotere partijen. Het betekent dat Timmermans straks bij sommige tv-debatten de enige linkse partijleider op het podium is.

Te midden van met name rechtse concurrenten zal het voor de GL-PvdA-leider een stuk makkelijker zijn zich neer te zetten als links regeringsalternatief. Een campagne waarin Timmermans tot nu toe zijn aandacht over verschillende thema’s heeft gespreid, kan daarvoor dan juist wel een goede opstap zijn.

Bron: VK

Eigen kroeg, eigen regels: een kijkje in cafés bij mensen thuis

‘Ze maken tussen half 9 en half 11 muziek, en dan zitten ze in de kroeg tot 1 uur. De moeilijke dingen bespreken, dat gebeurt tussen half 11 en 1 uur ’s nachts.’
In beeld

De voetbalkroeg van Ger Sukel (64) in Amsterdam-West.
De voetbalkroeg van Ger Sukel (64) in Amsterdam-West.Bron Jan Mulders

Sommige mensen kunnen het niet laten. Die maken van die paar extra vierkante meters geen yogaruimte of inloopkast, maar hun eigen kroegje. En je eigen kroeg betekent: je eigen regels. Nog ééntje dan?

Dit artikel is geschreven doorEmma Curvers

is verslaggever bij Volkskrant Magazine en columnist.

Gepubliceerd op 13 september 2025, 05:00BewarenDelen

In mijn jeugd had ik een glashelder beeld van het ideale huis, en ik tekende dat huis regelmatig op de architectentafel van mijn vader: een jarenzeventigbungalow zoals mijn Limburgse ooms en tantes hadden, met een optionele zitkuil en binnentuin, maar in elk geval een kroeg in de kelder. Zo’n geheime kroeg had een mythische aantrekkingskracht op mij, een soort winkeltje spelen voor gevorderden. En bij mijn oom en tante was het ondergronds bovengemiddeld vaak feest.

 De Volkskrant Boeken

Ontvang elke week de nieuwste boekrecensies, interviews en alles wat boekenliefhebbers niet mogen missen.Inschrijven

In mijn klas zat ook een meisje waarover het gerucht ging dat ze een kroeg in haar kelder had, Tamara. Toen ik dat hoorde sloot ik onmiddellijk vriendschap met Tamara, vlak voor de groepachtfuif waarvan ik in de organisatie zat − kinderen zijn ontzettende opportunisten. Een onvergetelijke fuif, overigens, want in zo’n kelderkroeg kunnen dingen die bovengronds niet kunnen.

Mijn droom werd ingehaald door het feit dat de vierkante woonmeters niet meer voor het oprapen liggen. Pas in de coronacrisis hoorde ik weer eens van mensen die clandestiene kroegjes begonnen. Een ‘stille knip’, heet zoiets in de volksmond ook wel, een huiskamer waar je wat kunt drinken. Oorspronkelijk was stille knip trouwens ook bargoens voor een stiekem bordeeltje, een winkel waar je even ‘naar achteren’ kon met de winkeldame − dat terzijde.

Portemonnee

Nu zou ik bij deze fotoserie uiteraard graag wat cultuurhistorische duiding geven, vertellen wat de stille-knipdichtheid per provincie is, en of dat ‘knip’ nou slaat op de knip die stilletjes op de deur gaat, de portemonnee die geruisloos moet worden getrokken, of komt van ‘knijp’ (herberg), maar ja: een officiële geschiedschrijving van dit fenomeen bestaat niet. Dat heeft te maken met de aard van de zaak: een stille knip gedijt goed bij geheimzinnigheid.

about:blank

Stedenbouwkundige Ton van Mastrigt, expert in jarenzeventigbouw, vertelt dat hij nergens op bouwtekeningen omschrijvingen als ‘thuiskroeg’ heeft aangetroffen. Wel kan hij zich goed voorstellen dat de schuilkelders en kolenkelders die na de oorlog onder huizen werden gebouwd, op den duur voor wat anders gingen dienen.

Nu durf ik op grond van de interviews best te concluderen dat het aantal officieuze cafés en het aantal officiële cafés in een bepaalde plaats omgekeerd evenredig samenhangt. Anders gezegd: is er ergens geen ruk te beleven, dan stichten de mensen zelf wel wat gezelligheid. En hoe vroeger de kroegen sluiten, hoe meer stille knippen. Zo hoor ik dat in carnavalstijd in sommige Brabantse dorpen de schuren openen als de cafés dichtgaan, en er fietstochten worden georganiseerd van stille knip naar stille knip.

Heerlijke stiekemerds

In één bepaald Brabants dorp zitten er wel twintig, hoorde ik. Sommige thuiscafés hebben een social-pagina: Stille Henkie, de Natte Slak, Keet de Stille Knip, ze zitten van Drenthe en Groningen tot aan Limburg. Maar nergens een adres. Wat een heerlijke stiekemerds zijn wij toch.

Nederland is kortom vele kroegen rijker dan je op het eerste gezicht zou denken. En dat maakt een huiskroeg nou juist zo mooi: dat er geen enkele historicus op is gepromoveerd, en het adres alleen wordt doorgefluisterd aan wie het weten moet. Voor de duidelijkheid: de mensen in deze fotoreportage hebben hun bar voor de gezelligheid, niet voor het geld. Ze sturen mekaar hooguit een tikkie voor de pizza of de kapsalon achteraf.

Mocht u nou geïnspireerd raken, en inzien dat u uw fitnessruimte al een paar maanden niet heeft betreden: de grens tussen een onschuldig trefpunt voor je vrienden en een illegale kroeg ligt, voor zover ik dat kan zien, bij het ophangen van een prijslijst. En wat er verder precies gebeurt, dat is dus privé. Mooi zo.

Hier zou content moeten staan van bijv. Twitter, Facebook of Instagram

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u “Accepteer alles”. U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor “Cookies accepteren van sociale media” aan.

De voetbalkroeg van Ger Sukel (64) in Amsterdam-West

Ger Sukel (‘Sukkel met één k’) uit Amsterdam-West heet Gert-Jan, maar iedereen noemt hem Gerritje, Jantje of gewoon Ger. ‘Ik ben geen binnenzitter’, zegt Ger. Zo heeft hij een vuilcontainer geadopteerd, en houdt hij zicht op zijn straat, want hij hoopt dat die ooit tot Schoonste van Nederland wordt gekroond. Of hij gaat twee verdiepingen lager naar zijn eigen ‘kroegie’, een idee van zijn zoon in de coronacrisis. ‘Kijk, voetballen mocht toen wél, maar waar moest je samen kijken?’ In de kelderbox dan maar. Hup, koffers en kerstspul eruit, barkrukken, twee televisies en tapkast erin. ‘We hebben zelfs een portapotti (draagbaar chemisch toilet, red.) voor de mannen, op de gang: als de deur open staat, ziet niemand je.’

De crisis ging, de kroeg bleef: als Ajax thuis speelt, zit Ger in de Arena, bij een uitwedstrijd zit hij in zijn kelderkroeg. De kroeg is ook open als Max Verstappen rijdt, of als er een kickbokswedstrijd is. ‘Als ik buiten de Amsterdam-vlag uit heb hangen, weet iedereen dat het hok open is. Of ze bellen even. Voor twee man ga ik niet open, voor drie wel. En is er tegelijk kickboksen én voetbal, dan komen die twee tv’s dus van pas.’ Er is maar één probleem: het is een beetje krap. ‘Als het Nederlands elftal speelt, dan hebben we hier zeventien man. Met zes man is hij vol. Maar dan staat de rest gewoon buiten, biertje drinken, sigaretje roken, en komen ze af en toe kijken hoe het ervoor staat. Mijn vrouw Carolien snijdt boven ook kaas en worst, of ze maakt een bruine fruithap. Dan krijg ik een appje: ‘het is klaar’, en haal ik het boven op.’

Met oudejaars was het ook feest bij Ger, een grote tent op de stoep, en zanger Jeffrey Kuipers kwam optreden. ‘Er is nooit iemand hier in de buurt die zegt: dat kan niet en dat mag niet.’ Alles kan, zegt Ger, en iedereen is welkom. Nou ja, bijna alles en iedereen dan, want er is één ding waar Ger niet zo goed tegen kan: ‘Er zijn weleens vrouwen die tijdens de wedstrijd over andere dingen dan voetbal willen praten. Maar kletsen doe je maar in de rust.’

De keet van Rens Komejan (18) en zijn vrienden, in Babyloniënbroek

‘Het is begonnen met verveling’, zegt Rens Komejan, ‘want in Babyloniënbroek (Noord-Brabant) is niks te doen’. Babyloniënbroek telt 435 inwoners, kennelijk niet genoeg voor een club, maar wél voor een keet. ‘Er zijn in de buurt meer thuiskroegen, elke generatie heeft wel zo’n plekje, dat wilden wij ook.’ De ouders van vriend Martijn hadden plek op het erf van hun melkveehouderij. Voor deze keet er stond, hadden ze al een andere, ‘verrotter en kleiner’, maar ze moesten uitbreiden, want de vriendengroep van Rens versmolt met een vriendinnengroep van verderop.

Rens Komejan (18) en zijn vrienden, in Babyloniënbroek. (Op de groepsfoto: Mike van Stigt, Martijn Slagboom, Adwin van de Herik, Gert Verdoorn, Rens Komejan, Wilco van Westerveld, Rens van de Kolk, Dana Gouda, Jos Scherff, Isa Lievaart, Sterre Westerlaken, Fenna Scherff, Geert van Elderen, Maarten van Rijswijk en Sebastiaan Kolff)
Rens Komejan (18) en zijn vrienden, in Babyloniënbroek. (Op de groepsfoto: Mike van Stigt, Martijn Slagboom, Adwin van de Herik, Gert Verdoorn, Rens Komejan, Wilco van Westerveld, Rens van de Kolk, Dana Gouda, Jos Scherff, Isa Lievaart, Sterre Westerlaken, Fenna Scherff, Geert van Elderen, Maarten van Rijswijk en Sebastiaan Kolff)Bron Jan Mulders

‘De verrotte keet werd toen een kippenhok. We konden deze keet gratis ophalen via Marktplaats. Dieplader geregeld, met een shovel dat ding erop geschoven, en met de trekker naar hier gereden.’ Rens is timmerman, de een zit in het grondverzet, de ander in de bouw, dus het terrasje eromheen hadden ze samen zo gelegd. ‘De bar hebben wij ook gemaakt. De keet stond ook een keer in de fik, toen we met oud en nieuw een bank opstookten. Iets te dichtbij. Dan zetten we er zó een nieuw wandje in. Ja, ik was even in paniek, maar we hebben vooral heel hard gelachen.’

Rens (links) met zijn vrienden Geert (midden) en Sterre (rechts).
Rens (links) met zijn vrienden Geert (midden) en Sterre (rechts).Bron Jan Mulders

Deze vrijdag is een gewone vrijdagavond met het vaste groepje. Vorig weekend waren ze samen op Made’s Powerweekend (‘Het grootste truck- en tractorevenement van Europa: zeg je powerweekend dan zeg je PK’s!). ‘We waren daar met acht caravans, we hebben ook allemaal een caravan. Nee, er is niet veel geslapen.’ Dus vanavond is het een beetje nabespreken, onder andere over een niet nader te noemen bekende die zijn/haar bodycount (totaal aantal bedpartners, red.)in dat powerweekend aardig heeft opgekrikt.

Binnen de keet ontstaat ook weleens een koppeltje. ‘Dana en Mike hebben nu verkering, Dana was er nieuw bij. Soms krijgt iemand ook een relatie buiten de keet, dan komt diegene er meestal ook bij.’ Vereisten zijn er niet echt om je erbij te voegen, al is het handig als je van bier en trekkermuziek houdt, en af en toe durum of kapsalon. ‘Er moet wel bier worden gehaald. We hebben een klomp waar iedereen contant geld in gooit, maar dan moet er wel wat in zitten. Regels zijn er niet, het komt altijd goed. En we maken harde grappen, daar moet je ook een beetje tegen kunnen.’

Cafe de Piëlhaas, het bruine café van Anja Linskens (56) uit Venray. Op deze foto van links naar rechts: Edward (Anja’s man), Anja en haar broer Peter, Hanneke en Natalie.
Cafe de Piëlhaas, het bruine café van Anja Linskens (56) uit Venray. Op deze foto van links naar rechts: Edward (Anja’s man), Anja en haar broer Peter, Hanneke en Natalie.Bron Jan Mulders

Cafe de Piëlhaas, het bruine café van Anja Linskens (56) uit Venray

De bruine kroeg in het tuinhuis van Anja Linskens, dat weten de vrienden van Anja heel goed, is voor hen bij allerlei gelegenheden geopend: Koningsnacht bijvoorbeeld, dat is voor hen traditie, en ‘Pizzadag bij de Linnies’ werd ook al gauw een terugkerend evenement. Dan bakt Anja’s man Edward gerust veertig pizza’s op de barbecue, en eindigen ze met vijftien, twintig vrienden in het kroegje. En als er even niets op het programma staat, verzint Anja wat nieuws: een darttoernooi, bijvoorbeeld. Dat heeft er misschien mee te maken dat Anja zich ontzettend vertrouwd voelt in een bomvolle tent.

‘Mijn moeder had veertig jaar een bruin café in Venray, tegenover de brouwerij. Helaas moest ze in 2010 op 65-jarige leeftijd stoppen, en is ze later dat jaar ook onverwachts overleden.’ Anja wist meteen: de bar, en alle carnavalsonderscheidingen van haar moeder, mochten niet naar het stort. Nadat de boel anderhalf jaar in de opslag lag, vroeg haar vader: waarom gebruik je het niet in je tuinhuis? ‘Het tuinhuis hebben we dichtgemaakt, de bar ingekort en alles weer opgehangen. En ik voeg steeds nieuwe dingen toe, zoals alle foto’s van feestjes hier, daar bekleed ik het dak mee. Ik wilde het levenswerk van mijn moeder in leven houden. Daarom heb ik ook een Instagrampagina, @Cafe_de_Pielhaas.’

Zo kon de familie Linskens ook in contactarme tijden mensen zien. ‘Toen in de coronatijd de kermis in Venray niet doorging, hielden wij een alternatieve kermis, met in de hele tuin een stuk of vijftien spellen. Ringwerpen, ren je rot, kikker slaan. Met vijftig man hebben we in groepjes gestreden om een beker.’

Naast haar werk als klantcontact bij een bedrijf dat software en machines voor de voedselindustrie levert, is Anja altijd te porren voor een goed doel. ‘In 2013 deed ik voor het eerst hardlopend de Alpe d’HuZes (een sportevenement waarbij geld wordt ingezameld voor de bestrijding en behandeling van kanker, red.), later ging ik klimmend naar de top voor stichting Kika (Stichting Kinderen Kankervrij, red.). Deze zomer ga ik voor Giro de Kika fietsen, dan is het cirkeltje rond.’ En daar komt de kroeg weer om de hoek kijken: Anja moet 2.500 euro sponsorgeld meenemen. ‘Dat had ik snel bij elkaar. Ik organiseer hier thuis een evenement. Mijn man kan heel goed koken, dus verkocht ik lootjes voor tien euro per stuk waarmee je voor acht personen een vijfgangendiner kunt winnen. Ik heb er 162 verkocht. Zo heb ik dit keer ruim 8.200 euro opgehaald.’

Morgen gaat Anja op pad, om 600 kilometer te fietsen in de Dolomieten. ‘En als ik terugkom, dan ga ik dat zéker vieren in de kroeg.’

Het muzikale thuiscafé van Marieke Kavelaars en Jack Smits in Prinsenbeek.
Het muzikale thuiscafé van Marieke Kavelaars en Jack Smits in Prinsenbeek.Bron Jan Mulders

Het muzikale thuiscafé van Marieke Kavelaars & Jack Smits in Prinsenbeek

De kroeg van Jack (65, voormalig medewerker Signify/Philips) en Marieke (55, directeur in de ggz) is minimaal twee avonden per week open: de ene keer voor de mannenband van Jacques, waarin hij al 45 jaar speelt, de andere keer voor die van Marieke, waarvan Jacques muzikaal leider is – ze spelen beiden saxofoon. Naast hun huis staat een grote Vlaamse schuur, die nog verbouwd moest worden toen Jacques in april 2021 de diagnose ALS kreeg.

‘Toen ontstond het idee: kunnen we hier geen kroeg maken?’, zegt Marieke. Want als de kroeg thuis is, hoeft Jack niet ergens heen met een rolstoel, en kan hij zijn vrienden wekelijks zien en muziek maken. ‘Op enig moment kon Jack zelf fysiek minder doen, dus veel vrienden hebben meegeholpen, ook uit de muziekgroep. Het werd een volwaardig café, met tap en bar, waar onze zoons (Jack en Marieke hebben er vier, waarvan één van 13 samen, red.) ook feestjes geven. Wat de kroeg belangrijk maakt, is dat hij de hobby van Jack met zijn vrienden en zijn ziekte verbindt.’

Het interieur barst van de betekenisvolle stukken, vertelt Marieke. Het portiek is een deur uit het huis van Mariekes oma. Een porseleinen tap is de voormalige tap van het café De Swaen, van de broer van Marieke uit het dorp. ‘En er hangt een lichtobject met Daddy Cool, want dat is de bijnaam van de kinderen voor Jack. Zo heet de kroeg ook.’

Hier op de foto ziet u de muziekavond van Jack – die van Marieke is, dat wil ze best toegeven, van iets mindere kwaliteit. ‘Deze jongens kennen elkaar al vijftig jaar, het zijn ontzettend goede muzikanten. Jack speelt nu geen saxofoon meer. Zijn spraakvermogen is nog niet aangetast, maar hij kan niet meer lopen en zijn armen en benen worden zwakker. Een mening die breed gedeeld wordt is dat Jack, nu hij ziek is, steeds betere arrangementen maakt. Bijzonderder. Hij bewerkt de Stones, Blondie, van alles. Als saxofonist missen ze hem, maar hij laat straks koffers vol goede muziek na.’ Ja, over de ernstige dingen wordt hier ook gepraat. ‘Ze maken tussen half 9 en half 11 muziek, en dan zitten ze in de kroeg tot 1 uur. De moeilijke dingen bespreken, dat gebeurt tussen half 11 en 1 uur ’s nachts.’

Bron : VK