Op gevangenisbezoek bij ‘dodenpiloot’ Julio Poch

 

 

 

Poch vormde onderdeel van Operatie Zeemeermin, zo blijkt uit documenten van defensie. Die operatie hield zich onder meer bezig met ‘bevolkingscontrole’, een eufemisme voor het uitroeien van subversieven.

De aanklagers zeggen ook meerdere aanwijzigingen te hebben dat Poch tijdens de dictatuur wel degelijk heeft gevlogen in vliegtuigen die zijn gebruikt voor de dodenvluchten. Zo zou hij bij een sollicitatie in 1979 tegen Aerolineas Argentinas hebben gezegd dat hij, behalve met eenpersoons gevechtsvliegtuigen, ervaring had met personenvliegtuigen. Poch ontkent dit, maar de aanklagers zetten door. In december 2015 eisen ze levenslang.

 

Hoe Argentinië nog worstelt met zijn Videla-verleden

Argentinië is nog lang niet in het reine met de periode van de Videla-dictatuur. Het vonnis over ex-Transavia-piloot Julio Poch wordt in november uitgesproken. Honderden anderen wachten op een uitspraak in hun proces.

Op de binnenplaats hangt een verroeste schommel. Eigenlijk is dit deel van de gevangenis bedoeld voor vrouwelijke gedetineerden met inwonende jonge kinderen. Het ziet er hier allemaal wat vriendelijker uit dan in de rest van de gebouwen en er mag elke dag bezoek komen. Drie jaar geleden moesten de vrouwen wijken voor de mannen op leeftijd. Het ziekenhuis is hier om de hoek, vandaar.

Ze hebben levenslang geëist. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat ik word vrijgesproken

Julio Poch

De ‘vleugel voor misdaden tegen de menselijkheid’ wordt nu bevolkt door bijna honderd mannen. De Argentijns-Nederlandse piloot Julio Poch is met 65 jaar een van de jongste bewoners. Hij wordt beschuldigd van het uitvoeren van dodenvluchten tijdens de dictatuur (1976-1983). Gevangenen van het regime werden destijds gedrogeerd uit vliegtuigen gegooid. Iedere woensdag vertrok er een dodenvlucht, zo vertelde een van de betrokken marineofficieren jaren later. In totaal zouden op die manier zo’n tweeduizend lichamen zijn gedumpt.

‘Het einde is in zicht’, aldus Poch, die verantwoordelijk wordt gehouden voor dertig van de slachtoffers en sinds 2009 in voorarrest zit. De uitspraak is gepland voor eind november. Voorzichtig giet hij heet water uit een thermoskan in een mok met oploskoffie. Hij gooit wat poedermelk en zoetstof bij de koffie, en roert langdurig. ‘Ze hebben levenslang geëist’, vertelt hij. ‘Maar ik heb er alle vertrouwen in dat ik word vrijgesproken.’

Terwijl Poch in Nederland ten tijde van zijn arrestatie de voorpagina’s haalde, doet zijn naam bij de meeste Argentijnen geen belletje rinkelen. Zijn zaak vormt onderdeel van een megaproces met ruim zestig verdachten, allemaal gerelateerd aan ESMA, een illegaal detentiecentrum in Buenos Aires. De ‘megazaak ESMA’ is slechts een van honderden rechtszaken tegen mensenrechtenschenders uit de dictatuur.

Archieffoto van Julio Poch
Archieffoto van Julio Poch © AFP

Argentinië loopt wereldwijd voorop als het gaat om het vervolgen van juntaleden en hun ondergeschikten. Rechters hebben meer dan zevenhonderd militairen, mariniers, politieagenten en een enkele burger uit de dictatoriale tijd schuldig bevonden aan misdaden tegen de menselijkheid. De meeste veroordeelden komen nooit meer vrij. Ze hebben de maximale straf van 25 jaar gekregen en zullen sterven voordat ze die hebben uitgezeten.

Honderden anderen zitten net als Poch vast in afwachting van de uitspraak. Het is een heksenjacht, vindt Poch. ‘Ik begrijp best dat slachtoffers en nabestaanden verdriet en pijn hebben’, zegt hij. ‘Maar niet iedereen die tijdens de dictatuur voor de staat werkte is schuldig aan misdaden. Veel van ons deden gewoon ons werk.’

Zelf werkte hij destijds voor de marine, als piloot van een eenpersoons gevechtsvliegtuig. Hij erkent dat de staat hard optrad tegen burgers, maar noemt dat onvermijdelijk. ‘Er was een groep terroristen die van Argentinië een communistische staat wilde maken’, zegt hij. ‘De regering voerde oorlog om dat te voorkomen. En in een oorlog vallen nu eenmaal slachtoffers.’

Linkse guerrilla

De dictator richt zijn pijlen niet alleen op gewapende guerrillero’s, iedereen met linkse sympathieën blijkt doelwit

Poch begint in 1974 zijn carrière als marinepiloot. Het is de tijd dat linkse guerrillastrijders op veel plaatsen in Latijns-Amerika proberen het Cubaanse voorbeeld te volgen. Argentinië is geen uitzondering, guerrillabewegingen ERP en Montoneros dromen ervan een socialistische staat te stichten. Ze laten bommen ontploffen in politiebureaus en voeren aanvallen uit op militaire doelen. Er vallen in de jaren zeventig tussen de 800 en 1.500 doden door guerrillageweld, de meeste slachtoffers zijn militairen, politieagenten of politici.

Als legerofficier Jorge Videla in 1976 een staatsgreep pleegt en belooft een einde te maken aan ‘de terreur’, staat een deel van de Argentijnse bevolking daar welwillend tegenover. De guerrillero’s zaaien angst, veel Argentijnen keuren de gewapende strijd af en verlangen naar rust. Maar de dictator richt zijn pijlen niet alleen op gewapende guerrillero’s, iedereen met linkse sympathieën blijkt doelwit.

De machthebbers ontvoeren studenten, journalisten en intellectuelen, en martelen hen in geheime detentiecentra. Ze laten zwangere gevangenen in leven tot na de geboorte van hun kind. De baby’s doen ze cadeau aan vrienden van het regime, die de kinderen moeten opvoeden tot ‘fatsoenlijke burgers’. De juntaleden blijven tot 1983 aan de macht en jagen 15- tot 30 duizend Argentijnen de dood in.

Foto's van tijdens de dictatuur verdwenen personen, op de Plaza de Mayo.
Foto’s van tijdens de dictatuur verdwenen personen, op de Plaza de Mayo. © GETTY

Vijfendertig jaar later heeft Argentinië een redelijk gezonde democratie. Maar de geesten uit het verleden hebben nog lang geen rust gevonden. Ze hangen als schaduwen boven verkiezingsdebatten, veroorzaken verdeeldheid onder de bevolking en spoken door de gangen van gerechtsgebouwen.

Want de Argentijnen worstelen met hun geschiedenis. Videla en zijn kornuiten waren zieke criminelen, daar is vrijwel iedereen het wel over eens. Maar wat is de verantwoordelijkheid van ondergeschikten, van ‘zij die slechts bevelen uitvoerden’?

En hoe kun je als samenleving met zo’n gruwelijk verleden in het reine komen? Ook daarover verschillen de meningen. ‘We moeten blijven graven’, zegt een meerderheid van de bevolking. ‘Alle details moeten boven, zonder waarheid en gerechtigheid geen verzoening.’ Een kleinere groep gooit er liever zand over. ‘Het land moet verder’, zeggen ze. ‘We moeten ons op de toekomst richten.’

Wat is de verantwoordelijkheid van ondergeschikten, van ‘zij die slechts bevelen uitvoerden’?

Vooruitgang

Poch is ruim vier maanden geleden overgeplaatst naar de Ezeiza-gevangenis. Voorheen zat hij in Marcos Paz, op twee uur rijden van Buenos Aires. Hier zitten alleen verdachten en veroordeelden uit de dictatuur. Op zijn afdeling in Marcos Paz zaten ook militairen wegens niet-werkgerelateerde misdaden, zoals moord of verkrachting.

‘De verhuizing was een grote vooruitgang’, vindt Poch. ‘In Marcos Paz waren ze veel strenger met bezoek, het water was koud, het eten slecht.’ Hier zijn de gedetineerden verdeeld over acht kleine gebouwen, iedereen heeft een eigen kamer, Poch heeft een eigen televisie. ‘Nu kan ik tennis en Formule 1 kijken’, zegt hij tevreden.

De celdeuren staan altijd open, de douche is lekker warm en ze mogen een paar uur per dag tennissen of voetballen. ‘De catering is goed’, aldus Poch. Er zijn vijf telefoons waarmee de gedetineerden rechtstreeks met buiten kunnen bellen. Dat is prettig voor Poch, wiens vrouw en kinderen in Nederland wonen en dus niet iedere week op bezoek kunnen komen.

Hij kijkt om zich heen, naar zijn medegevangenen aan de andere tafels. ‘Sommigen zijn veroordeeld voor marteling’, zegt hij. ‘Ik zeg niet dat niemand straf heeft verdiend. Maar na zoveel jaar is het moeilijk om conclusies te trekken.’ Poch slaakt een diepe zucht. ‘Zij zeggen ook dat ze het deden om hun land te verdedigen. En hoe weet je of de getuigen de waarheid vertellen? Ik weet niet eens wat er waar is van alle verhalen over mensenrechtenschendingen.’

Er komt een gedrongen, kale man aanlopen, hij stelt zich voor als Rogelio Martínez Pizarro. De 70-jarige arts zit sinds elf jaar in voorarrest. Martínez werkte tijdens de dictatuur in ESMA en was volgens de aanklagers betrokken bij martelingen en babyroof. Artsen moesten ervoor zorgen dat gevangenen tijdens martelingen in leven bleven. En ze dienden de slachtoffers van de dodenvluchten verdovende middelen toe om hen gedwee de vliegtuigen in te krijgen.

Ik zeg niet dat niemand straf heeft verdiend. Maar na zoveel jaar is het moeilijk om conclusies te trekken

Julio Poch

‘Ik heb juist levens gered’, zegt Martínez verontwaardigd. ‘De terroristen gingen op pad met cyanidecapsules in de mond. Als ze gevangen werden genomen, beten ze die stuk. Ik diende een tegengif toe, om hun dood te voorkomen.’ Martínez vertelt er niet bij dat hij dat deed zodat de gevangenen gemarteld en ondervraagd konden worden. ‘Die geroofde baby’s, daar heb ik ook niks mee te maken’, aldus de arts. ‘Voor de geboortes hadden we gynaecologen.’

Als de dictatuur in 1983 tot een einde komt, zorgt president Raúl Alfonsín ervoor dat juntaleden worden berecht en achter de tralies belanden. Ook tegen honderden ondergeschikten komen strafzaken. De militairen zijn woedend en dreigen met een staatsgreep als Alfonsín niet inbindt. De intimidatie werpt haar vruchten af. De president sleept twee amnestiewetten door het parlement en maakt daarmee een einde aan de vervolging van militairen.

Zijn opvolger Carlos Menem gaat nog een stap verder en verleent ook de al veroordeelde juntaleden pardon. Het is tijd voor verzoening en nationale eenheid, aldus de uitleg van Menem. Videla en zijn handlangers komen weer op vrije voeten. Driekwart van de bevolking is tegen het pardon, er komen massademonstraties en jongeren bekladden de huizen van oud-militairen met leuzen. Het pardon van Menem leidt niet tot verzoening, maar tot woede en verdeeldheid.

Scilingo is de eerste die het zwijgpact van de strijdkrachten verbreekt. Zijn bekentenis leidt tot algemeen afgrijzen

Poch heeft de marine dan allang verlaten. Vanaf 1981 werkt hij als piloot op passagiersvluchten voor luchtvaartmaatschappij Aerolineas Argentinas. In 1988 gaat hij aan het werk voor het Nederlandse Transavia. Hij krijgt een vast contract, verhuist naar Nederland en krijgt in 1995 de Nederlandse nationaliteit.

In datzelfde jaar publiceert de Argentijnse journalist en oud-guerrillastrijder Horacio Verbitsky een boek dat wereldwijd de nekharen doet rijzen. In El Vuelo (De Vlucht) laat Verbitsky marineofficier Adolfo Scilingo uitgebreid vertellen hoe hij en zijn collega’s gevangenen drogeerden, in vliegtuigen laadden en naakt vanaf grote hoogte naar beneden gooiden.

Scilingo is de eerste die het zwijgpact van de strijdkrachten verbreekt. Zijn bekentenis leidt tot algemeen afgrijzen, de Argentijnen vragen zich af wat er nog meer voor gruwelijkheden geheim worden gehouden. Er komt een waarheidscommissie, maar de ‘straffeloosheidswetten’ van Alfonsín maken het onmogelijk de resultaten van het onderzoek om te zetten in strafzaken.

Julio Poch in de rechtszaal in Buenos Aires, november 2012. Rechts boven een Short Skyvan, een van de vliegtuigtypen waarmee volgens oud-marineofficier Adolfo Scilingo tijdens de Argentijnse dictatuur de dodenvluchten werden uitgevoerd.
Julio Poch in de rechtszaal in Buenos Aires, november 2012. Rechts boven een Short Skyvan, een van de vliegtuigtypen waarmee volgens oud-marineofficier Adolfo Scilingo tijdens de Argentijnse dictatuur de dodenvluchten werden uitgevoerd. © ANP

Rechters gaan uit van het feit dat de dictatuur een crimineel regime was. Dat is niet partijdig maar rechtvaardig

Horacio Verbitsky

‘In 1998 veranderden de zaken’, vertelt Verbitsky. De inmiddels 75-jarige journalist zit in zijn kantoor in het centrum van Buenos Aires, een kleine kamer zonder ramen en tot de nok toe gevuld met boeken. ‘Dat jaar werd de Chileense oud-dictator Augusto Pinochet opgepakt’, legt hij uit. ‘Dat motiveerde Argentijnse aanklagers om opnieuw werk te maken van de vervolging van Videla. Babyroof viel niet onder de pardonregeling, daar konden ze hem op pakken.’

Slachtofferorganisaties en mensenrechtenactivisten maken gebruik van het momentum en beginnen een campagne om de amnestiewetten ongedaan te maken. Een van de drijvende krachten is Verbitsky, die naast journalist ook werkzaam is als directeur van mensenrechtenorganisatie CELS. ‘In 2001 was het 25 jaar geleden dat de staatsgreep plaats vond’, zegt hij. ‘Vlak voor de herdenking gingen de rechters overstag en verklaarden de straffeloosheidswetten ongeldig.’

In 2003 wint Néstor Kirchner de presidentsverkiezingen. Hij en zijn vrouw Cristina, die na Nestors dood tot president wordt gekozen, sympathiseerden in de jaren zeventig met de linkse opstandelingen en geven ruim baan aan de rechtszaken. Tegenstanders beschuldigen de linkse leiders en de rechters van partijdigheid. ‘Onzin’, vindt Verbitsky. ‘Rechters gaan uit van het feit dat de dictatuur een crimineel regime was. Dat is niet partijdig maar rechtvaardig.’

Transavia-etentje

Een half jaar nadat Néstor Kirchner is aangetreden als president, heeft Poch een etentje met Transavia-collega’s op Bali. Willem-Alexander is dan net getrouwd met de Argentijnse Máxima en het gesprek komt op haar vader Jorge Zorreguieta, omstreden omdat hij als onderminister voor het Videla-regime werkte. Er vloeit alcohol, de piloten hebben het over de wijze waarop de dictatoriale machthebbers afrekenden met linkse subversieven. ‘We threw them in the sea’, zegt Poch.

Het verhaal zingt rond binnen Transavia, maar pas drie jaar later doen collega’s aangifte bij het Nederlandse Openbaar Ministerie. De aanklagers verzoeken de Argentijnse justitie om informatie, die reageert met een internationaal opsporingsbevel voor Poch. De Argentijnen verdenken de piloot van misdaden tegen de menselijkheid en baseren zich daarbij op de verklaringen van de Transavia-collega’s.

Het was een misverstand, een taalprobleem, we spraken in het Engels. Ik heb nooit gezegd dat ik die vliegtuigen zelf heb gevlogen

Julio Poch

Nederland levert geen staatsburgers uit aan Argentinië, maar werkt wel mee aan Pochs arrestatie door vluchtgegevens te verstrekken. In september 2009 stapt Poch op het vliegtuig naar Spanje, zijn laatste dienstvlucht voor zijn pensioen. Bij aankomst in Valencia wordt hij opgepakt. ‘Het was een misverstand, een taalprobleem, we spraken in het Engels’, herhaalt Poch voor de zoveelste keer. ‘Ik heb nooit gezegd dat ik die vliegtuigen zelf heb gevlogen.’

Twee Transavia-collega’s getuigen tegen Poch, maar nuanceren hun verklaringen later. Ze erkennen dat hij tijdens het etentje niet in de ik-vorm heeft gesproken. Met ‘we’ kon Poch ook de Argentijnen in het algemeen bedoeld hebben, geven ze toe. Maar Spanje heeft hem dan al uitgeleverd aan Argentinië.

Pochs advocaten Geert-Jan Knoops en Gerardo Ibañez hameren erop dat in Pochs logboeken uit die tijd niks is terug te vinden over de dodenvluchten. Bovendien was Poch destijds helemaal niet bevoegd om de bij die vluchten gebruikte vliegtuigen te besturen. Hij kán simpelweg niet schuldig zijn, zeggen ze.

De 'deathflights' gebeurde ondermeer met dit type toestel
De ‘deathflights’ gebeurde ondermeer met dit type toestel ©

De aanklagers zijn niet onder de indruk van het verweer. Natuurlijk zijn dergelijke vluchten niet vastgelegd in logboeken, ze waren immers illegaal, zo redeneren ze. Poch vormde onderdeel van Operatie Zeemeermin, zo blijkt uit documenten van defensie. Die operatie hield zich onder meer bezig met ‘bevolkingscontrole’, een eufemisme voor het uitroeien van subversieven.

De aanklagers zeggen ook meerdere aanwijzigingen te hebben dat Poch tijdens de dictatuur wel degelijk heeft gevlogen in vliegtuigen die zijn gebruikt voor de dodenvluchten. Zo zou hij bij een sollicitatie in 1979 tegen Aerolineas Argentinas hebben gezegd dat hij, behalve met eenpersoons gevechtsvliegtuigen, ervaring had met personenvliegtuigen. Poch ontkent dit, maar de aanklagers zetten door. In december 2015 eisen ze levenslang.

Operatie Zeemeermin hield zich onder meer bezig met ‘bevolkingscontrole’, een eufemisme voor het uitroeien van subversieven

Volkswoede

Diezelfde maand treedt de neoliberale zakenman Mauricio Macri aan als president, zijn verkiezing maakt een einde aan twaalf jaar links beleid. In interviews laat Macri zich kritisch uit over het mensenrechtenbeleid van zijn voorgangers en belooft te stoppen met het financieren van slachtoffer- en mensenrechtenorganisaties. ‘Zijn verkiezing bracht hoop’, aldus Poch. ‘Veel gedetineerden dachten dat Macri een einde zou maken aan het onrecht dat ons wordt aangedaan.’

Die verwachting leeft niet alleen onder de gevangenen. ‘Het moet afgelopen zijn met de wraaklust’, schrijft de rechts-conservatieve krant La Nación een dag nadat Macri de presidentsverkiezingen heeft gewonnen. In het commentaar spreekt de krant er schande van dat hoogbejaarde mannen met gezondheidsproblemen in de gevangenis zitten, en pleit voor een einde aan de rechtszaken tegen de oud-militairen.

Het commentaar van La Nación leidt tot breed gedragen verontwaardiging, zelfs de redactie distantieert zich van de tekst. Macri houdt zich op de vlakte maar zegt enkele maanden later in een interview dat hij niet weet of er negen- of dertigduizend slachtoffers zijn gevallen tijdens de dictatuur, en dat het ook niet uitmaakt. Hij focust ‘liever op mensenrechten in de 21ste eeuw’. Opnieuw krijgt hij bakken modder over zich heen.

De volkswoede loopt nog hoger op als het hooggerechtshof in mei dit jaar besluit dat mannen als Poch na hun veroordeling strafvermindering kunnen krijgen als ze langer dan twee jaar in voorarrest hebben gezeten. Een week later gaan een half miljoen Argentijnen de straat op, de grootste demonstratie in jaren. ‘Geen genade voor onderdrukkers’, scanderen ze.

Het parlement besluit diezelfde dag nog dat de regeling niet van toepassing kan zijn op personen die zijn veroordeeld wegens misdaden tegen de menselijkheid. ‘Macri wilde een einde maken aan de rechtszaken’, zegt Verbitsky. ‘Maar hij is erachter gekomen dat dit heel hoge politieke kosten met zich mee brengt. Argentijnen willen dat de onderste steen boven komt.’

Macri wilde een einde maken aan de rechtszaken. Maar hij is erachter gekomen dat dit heel hoge politieke kosten met zich mee brengt

Horacio Verbitsky

Teleurgesteld

Het proces van Poch sleept zich intussen voort. In Nederland strijdt de Foundation Justice for Julio Poch onvermoeibaar voor zijn vrijlating. De club van vrienden familie en andere sympathisanten doneert ook geld zodat Poch zijn advocaten kan blijven betalen. ‘Oude collega’s komen weleens op bezoek, als ze op Buenos Aires vliegen’, aldus Poch.

Over de steun van de Nederlandse regering is Poch zeer teleurgesteld. ‘Misschien heeft het met Zorreguieta te maken’, zegt hij, doelend op de theorie dat Nederland en Argentinië het op een akkoordje hebben gegooid. De Argentijnse aanklagers zouden niet gaan spitten in het verleden van Zorreguieta als de Nederlandse autoriteiten het proces tegen Poch niet zouden dwarsbomen. ‘Het zijn theorieën’, erkent Poch. ‘We zullen het nooit weten.’

Koenders heeft bloemen gegooid op terroristen. En de slachtoffers van de terroristen? Wie heeft het daar nog over?

Julio Poch

Als Bert Koenders in de zomer van 2016 Argentinië bezoekt, neemt president Macri hem mee naar het Parque de la Memoria, een herdenkingsplaats voor slachtoffers van het militaire regime. Poch volgt het nieuws met gekromde tenen. ‘Koenders heeft bloemen gegooid op terroristen’, zegt hij boos. ‘En de slachtoffers van de terroristen? Wie heeft het daar nog over?’

Het is een van de weinige momenten in het gesprek dat de kalmte van Poch scheurtjes vertoont. ‘Amerikanen worden toch ook niet vervolgd omdat ze Osama Bin Laden in zee hebben gedumpt?’, zegt hij op hoge toon. ‘Iedereen applaudisseert. Niemand roept dat het een misdaad tegen de menselijkheid is. En waarom? Omdat de Verenigde Staten oorlog voeren tegen terroristen.’

Mensenrechtenadvocaten vegen de vloer aan met deze argumenten. ‘Wij voeren al jaren campagne tegen misdaden begaan in naam van terrorismebestrijding’, zegt Wolfgang Kaleck, voorzitter van het Europese Centrum van Constitutioneel Recht en Mensenrechten. ‘We pleiten juist voor meer vervolging, ook van Amerikaanse militairen die zich schuldig maken aan systematische marteling van gevangenen.’

Moeders van slachtoffers van de junta demonstreren op de Plaza de Mayo in Buenos Aires, december 1979.
Moeders van slachtoffers van de junta demonstreren op de Plaza de Mayo in Buenos Aires, december 1979. © AP

Horacio Verbitsky snuift minachtend bij het verweer van Poch. ‘Ze zeggen allemaal hetzelfde’, aldus de journalist. ‘Ze vinden het oneerlijk dat de guerrillero’s van destijds vrijuit gaan. Maar als ze ons hadden willen berechten, hadden ze dat toen moeten doen, in plaats van een genocide te plegen.’

Verbitsky was zelf actief bij guerrillabeweging Montoneros. Hij is beschuldigd van het plegen van een bomaanslag op een politiebureau in 1976, maar ging vrijuit omdat de rechter in 2007 besloot dat de zaak verjaard was. ‘Je kunt van mening verschillen over de vraag of onze manier van strijd destijds goed was’, zegt hij. ‘Maar het verschil in wreedheden is niet discutabel. We vielen overheidsdoelen aan, we martelden niet.’

Ook Kaleck laat er geen twijfel over bestaan. ‘Je kunt de misdaden van opstandelingen niet op één lijn stellen met staatsterreur. Misdaden van de staat moeten worden bestraft. Als je dergelijk repressief optreden goedpraat, kom je op een gevaarlijke glijdende schaal terecht.’

Als ze ons hadden willen berechten, hadden ze dat toen moeten doen, in plaats van een genocide te plegen

Horacio Verbitsky

Geen haat

Na acht jaar voorarrest is Poch grijzer geworden, maar hij komt niet over als een verbitterd man. Hij zegt geen haat te voelen jegens de collega’s die aangifte deden. ‘Ze hebben een stommiteit begaan’, aldus Poch. ‘Uit onwetendheid.’ Zijn advocaten bereiden wel een aanklacht voor tegen Edwin Brouwer, een van de collega’s die tegen hem getuigden. ‘Hij zal de consequenties moeten dragen.’

Nu het einde nadert wordt Poch ongeduldiger. ‘De aanklagers zullen wel in hoger beroep gaan’, zegt hij, overtuigd als hij is van vrijspraak. ‘Maar mijn advocaat denkt dat ik het beroep in Nederland mag afwachten.’ Hij haalt een plastic tas tevoorschijn met daarin foto’s van zijn kinderen en kleinkinderen. ‘Kijk’, zegt hij glunderend en toont een Hema-fotokalender. ‘Die maken ze elk jaar voor me.’

Even staart hij voor zich uit. ‘De mensen in Nederland zullen me wel nawijzen’ zegt hij. Dan haalt hij zijn schouders op. ‘Maar ik heb een schoon geweten. En dit jaar vier ik Kerst thuis, in Nederland.’

 

 

 

Advertisements

Vluchtige, intense seks tussen twee wildvreemden in een trein.

 

Sylvia Witteman voelde in een propvolle trein een hand tegen haar bil – zulke dingen gebeuren

Ik dacht na over die enge Harvey Weinstein en alle andere mannen die ongevraagd aan vrouwen zitten. Ik ken, geloof ik, niet één vrouw die nooit is lastiggevallen, en dan is zo’n zogeheten ‘frotteur’ in de trein nog het minste. De laatste dagen wordt er in de kranten en op de sociale media veel over bericht. Vrouwen ‘doorbreken eindelijk het taboe op aanranding’, heet het. Dat laatste verbaast me eigenlijk nogal, want bij mijn weten is er al heel lang geen taboe op praten over aanranding. ‘Als een meisje nee zegt, bedoelt ze nee’ was de slogan in mijn jeugd, in de jaren tachtig kwam het begrip ‘ongewenste intimiteiten’ in zwang, nog later werd het ‘seksueel geweld’; het was altijd een dankbaar onderwerp in de media, dus van een taboe kunnen we eigenlijk niet spreken.

Door de toegankelijkheid van sociale media kan tegenwoordig iedere vrouw openlijk haar relaas doen van meegemaakte aanrandingen. Het zijn er overstelpend veel, en ze zijn er in gradaties. Er zijn verschrikkelijke verhalen over brute verkrachtingen, maar er zijn ook vrouwen die geëmotioneerd vertellen hoe ze dertig jaar geleden eens hitsig in hun bloesje zijn geloerd door de postbode. Tsja. Ik moet dan denken aan die muis en die olifant die over een brug lopen, waarbij de muis trots opmerkt: ‘Wat stampen we, hè?’

Stiekem iemands bil betasten in een volle trein, dat doen vrouwen dan weer meestal niet

Is het voor een vrouw die de angst en walging van seksueel geweld heeft doorgemaakt niet gewoon heel krenkend als haar ervaringen over een kam worden geschoren met die van een vrouw die in een café ongevraagd een arm om haar schouder kreeg? Zeker, ook díé vent hoort zijn poten thuis te houden, dat wel. Alle mannen moeten hun poten thuishouden. Net als vrouwen trouwens, want die kunnen ook behoorlijk graaierig zijn jegens mannen, in cafés.

Stiekem iemands bil betasten in een volle trein, dat doen vrouwen dan weer meestal niet. Hoe zou dat komen?

Mijn trein stond stil bij het station en de menigte stuwde naar buiten. Nieuwsgierig draaide ik me om. De man achter me had een aardig, tamelijk knap gezicht. Hij keek niet schuldbewust of hitsig naar me. Hij keek eigenlijk helemáál niet. Die hand tegen mijn bil was vast per ongeluk geweest.

Toch een heel klein beetje jammer.

zoon Bin Laden meldt zich aan het front

De ideologie van IS leeft voort

Terwijl het kalifaat van IS instort, werkt Al Qaida aan een comeback. Daarvoor heeft de terreurorganisatie een grote troef om uit te spelen: Hamza bin Laden.

 

‘Vergis je niet’, waarschuwt de arabist en islamoloog Halim el Madkouri, ‘Islamitische Staat is zeker niet verslagen. Het idee, de ideologie leeft voort.’

Voor andere organisaties met een vergelijkbare ideologie, is dit dus een mooi moment om zichzelf te positioneren. Dat geldt zeker voor Al Qaida, dat de afgelopen jaren werd ondergesneeuwd door het gewelddadige spektakel van IS, maar nu als alternatief kan dienen voor IS-strijders die een heenkomen zoeken (zie kader), en degenen die nog thuis achter hun laptop zitten.

Hij kan erop rekenen dat zijn dagen zijn geteld

CIA-directeur in september tegen Fox News over Hamza bin Laden

Als iemand de gewenste aandacht kan opleveren, is het Hamza bin Laden wel. Zijn naam alleen al doet de potentiële volgeling én de westerse media opveren, en de laatste maanden wordt hij steeds vaker in de Al Qaida-propaganda naar voren geschoven. Hij roept, bijvoorbeeld, moslims in audioboodschappen op om te vechten tegen ‘de kruisvaarders’ en op 11/9 werd zijn foto naast het gezicht van zijn vader gemonteerd in de brandende torens van het World Trade Center in New York.

‘Hij werd altijd gezien als de kroonprins van Al Qaida’, zegt El Madkouri. ‘Vanwege zijn afkomst en zijn geschiedenis, maar ook vanwege zijn charisma en kennis van de islam. Hamza is een gedroomde leider voor de organisatie.’

Vooralsnog is hij een kroonprins zonder gezicht. Er bestaan alleen foto’s van hem als jongetje, de favoriete zoon van een beroemde vader. Hij is nu een man van 28, zelf vader van twee of drie kinderen, en het is onbekend waar hij zich bevindt. Het belang van die geheimzinnigheid werd weer eens duidelijk toen CIA-directeur in september tegen Fox News zei dat ‘er hard wordt gewerkt’ om Hamza op te pakken. ‘Hij kan erop rekenen dat zijn dagen zijn geteld.’

Een kundige, maar kleurloze man. Iedereen heeft hem altijd als een soort tussenpaus beschouwt

 Islamoloog Halim el Madkouri

Hamza is in 1989 geboren in Saoedi-Arabië, en groeit op in Soedan en Afghanistan, waar hij figureert in de propagandavideo’s van zijn vader. Na de aanslagen van 11/9 stuurde Osama zijn vrouwen en kinderen naar Iran, waar ze door het regime onder huisarrest werden geplaatst.

In 2010 krijgt de Bin Laden-clan toestemming om Iran verlaten, en als Osama een jaar later in Pakistan wordt gedood, blijkt Hamza’s moeder ook in Abottabad te wonen. De jongen zelf verblijft elders in het land. In de jaren die volgen, houdt Hamza zich stil en wordt Ayman al-Zawahiri de nieuwe leider van Al Qaida. ‘Een kundige, maar kleurloze man’, zegt El Madkouri. ‘Iedereen heeft hem altijd als een soort tussenpaus beschouwt.’

In 2015 is de tijd rijp om Hamza weer aan de buitenwereld te presenteren. Al- Zawahiri noemt hem in een audioboodschap ‘de leeuw uit het nest’ en de jonge Bin Laden maant islamitische militanten om het Westen aan te vallen.

Wat wacht de buitenlandse IS-strijder?

Islamitische Staat heeft door de jaren heen duizenden buitenlandse strijders aan zich weten te binden, waarvan het grootste deel afkomstig is uit landen als Tunesië, Saoedi-Arabië en Marokko. Het Haagse International Centre for Counter Terrorism schatte vorig jaar dat er 4.300 Europese moslims naar het kalifaat zijn afgereisd.

Wat zijn nu hun opties?

– Cijfers zijn onmogelijk te geven (de schattingen lopen letterlijk met tienduizenden uiteen), maar een groot deel van de strijders is omgekomen.

– Een ander deel is in handen van vijandige troepen. Hun lot is onvoorspelbaar: in sommige gevallen worden ze gevangen gehouden en wellicht uitgeleverd, anderen worden zonder pardon geëxecuteerd.

– Een deel van de overlevenden zal proberen terug te keren naar hun thuisland. Dat is voor westerse jihadisten aantrekkelijker (desnoods gaan ze de cel in) dan voor strijders uit bijvoorbeeld Saoedi-Arabië. Het kalifaat in Syrië en Irak is ingestort, maar een deel van de strijders zal doorreizen naar andere wiyalaat (provincies) van IS, zoals bijvoorbeeld Libië of Somalië.

– Sommige strijders zullen zich aansluiten bij andere organisaties zoals het aan Al Qaida gelieerde Jabhat Fatah al-Sham (voorheen Al Nusra), dat ook nog steeds in Syrië actief is.

 

waardschuwingen van Wilders , Israel en CIA weglachen lijkt me heel onverstandig/ AZ

Drie momenten om op te letten tijdens het beraad van de machtigste politieke partij ter wereld,

 

Het ‘grote schip’ van Xi vaart verder

Hoe evalueert Xi zijn eerste vijf jaar?

De Chinese Communistische Partij begint vandaag aan het congres dat de aftrap vormt voor de tweede termijn van partijleider Xi Jinping. Drie momenten om op te letten tijdens het beraad van de machtigste politieke partij ter wereld, die in Midden- en Oost-Europa aan invloed wint.

1 – Xi’s toespraak: Chinese droom

Xi legt vandaag politieke verantwoording af in een redevoering. Hoewel, verantwoording? De staatsmedia verheerlijken zijn prestaties al maanden, zodat kritische kanttekeningen uitgesloten zijn. Dat de machtigste politieke partij ter wereld zich aan de vooravond van zo’n congres op de borst klopt is normaal, maar deze adoratie van alles wat de partijleider doet, zegt en denkt is de afgelopen decennia niet voorgekomen. Het blad voor de partijintellectueel Qiushi zegt dat Xi ‘het grote schip op overwinningskoers naar glorieuze kusten leidt’, maar hoe evalueert Xi zijn eerste vijf jaar?

In elk geval kondigt hij de ‘eeuwige strijd’ aan tegen corruptie, maar daarna gaat hij waarschijnlijk vrij snel over op zijn stokpaardjes: zijn Chinese Droom. Dit grote visioen wordt in voor buitenstaanders onbegrijpelijke slogans en puntsgewijze opsommingen van instructies gecommuniceerd. Het masterplan komt neer op het herstel van de – alweer! – glorie van de Chinese natie. Dit kloeke zelfvertrouwen typeert het tijdperk-Xi.

De partij wentelt zich de komende week in eigenliefde: staatspersbureau Xinhua noemt de Communistische Partij een ‘transformerend wonder dat welvaart en optimisme brengt’, terwijl kapitalistische democratieën onvermijdelijk de ondergang tegemoet ‘strompelen’. Daarom presenteert Xi China’s ontwikkelingsmodel steeds nadrukkelijker als aantrekkelijk autoritair alternatief voor westerse politieke systemen.

2 – De ideologie: Xi Jinping-denken

Chinees geld laat Slavia-fans juichen

Het enthousiasme van de fans van Slavia Praag over de Chinese eigenaar van hun club is exemplarisch voor Tsjechië en andere landen in Midden- en Oost-Europa. Lees hier het hele artikel. (+)

Wordt het een Concept, een Gedachte of toch een Strategie? Begin volgende week wordt Xi’s eigen ideologie in het partijhandvest bijgeschreven. Waarschijnlijk zelfs op zijn naam: bijvoorbeeld Xi Jinping-Denken. Dit is een zeer opmerkelijke vorm van machtsvertoon. Normaal komt de ideologische erfenis pas na pensionering, of zelfs het overlijden van een communistische leider, maar Xi heeft nog een dikke vijf jaar te gaan. En dan die naamsvermelding, bij leven en welzijn: dat is een breuk met het verleden. De politieke gedachtenspinsels van twee voorgangers zijn – juist door het ontbreken van hun naam – in de vergeethoek beland.

Xi leeft op ideologie: de marxistisch-leninistische variant, overgoten met een Chinees sausje van een vijfduizendjarige keizerlijke traditie. Dat resulteert in een snoeiharde leidersrol van een enkele partij, desnoods een enkele man als de denkbare manier om de ambities waarmee Xi China betovert waar te maken. Door absolute loyaliteit te commanderen van partij, leger en staat – en 1,3 miljard Chinezen – posteert Xi zich als ‘transformationele leider’ met dezelfde status als grootheden zoals Mao Zedong en Deng Xiaoping. Zij hadden hun ideologie op naam, vandaar dat Xi die legitimatie ook wil. Nu nog een compacte slogan voor het Xi-Denken, want de opsommingen van zijn gedachtengoed die nu circuleren zijn zo lang dat zelfs de grootste banier te klein is.

3 – Het circus van benoemingen

Niemand weet met welke ploeg Xi volgende week woensdag naar buiten komt. Kiest hij louter loyalisten of tolereert hij een enkeling uit een andere politieke vleugel?
Niemand weet met welke ploeg Xi volgende week woensdag naar buiten komt. Kiest hij louter loyalisten of tolereert hij een enkeling uit een andere politieke vleugel? © hollandse hoogte

Ruim 2.200 afgevaardigden stemmen over de samenstelling van een nieuw Centraal Comité. Ze krijgen iets meer kandidaten gepresenteerd dan er functies zijn – er is niet voor iedereen een plekje op het pluche. Volgens sinoloog Cheng Li staat het Centraal Comité voor de grootste personeelscarroussel in bijna vijftig jaar. Er is een record aan nieuwe gezichten na vijf jaar politieke aardschokken van het anticorruptiebeleid waarmee Xi vriend en vooral vijand heeft geslagen. Van hoog tot laag zijn een miljoen partijleden wegens onoirbaar gedrag neergehaald. Ook maakte Xi korte metten met organisaties die gedomineerd worden door rivaliserende politieke facties.

Hogere organen, zoals het Politburo en het Permanent Comité worden benoemd. De namenlijstjes zijn klaar, maar er wordt niet gelekt. Chinese politiek is een schimmenspel in een zwarte doos, afgedekt door een geluidsdempend kleed van geheimhouding. Niemand weet met welke ploeg Xi volgende week woensdag naar buiten komt. Kiest hij louter loyalisten of tolereert hij een enkeling uit een andere politieke vleugel? Zit er een potentiële opvolger tussen of manoeuvreert hij zichzelf richting de positie van eeuwig onmisbare Voorzitter?

Het antwoord op deze vragen is van immens belang, want de nieuwe top neemt alle beslissingen. Niet alleen over de Chinese Droom, maar ook over kwesties van wereldformaat, zoals de economie, klimaatsverandering, terrorisme, internationale instabiliteit of de nucleaire dreiging van Noord-Korea.

Wie de macht heeft in China is van wereldbelang. Maar hoe kom je aan de top? Beantwoord de vragen en leer de do’s en dont’s kennen.

 

 

‘#MeToo geeft vrouwen de kracht om naar buiten te treden

 

#MeToo haalt seksueel geweld uit de taboesfeer, maar lost het het probleem ook op?

Met de hashtag #MeToo delen duizenden Nederlandse vrouwen hun ervaringen met seksueel misbruik en intimidatie op sociale media. De actie moet seksueel geweld uit de taboesfeer halen, en aantonen hoe wijdverbreid het is.

Twee woorden domineerden de afgelopen dagen de sociale media: ‘me too’ (ik ook). Wereldwijd delen vrouwen die woorden op Twitter en Facebook, om te laten blijken dat ook zij weleens het slachtoffer zijn geworden van seksuele intimidatie, of erger. Sommigen lichten hun hartenkreet toe, anderen volstaan met de simpele mededeling: ook ik.

Sinds zondag is #MeToo trending in Nederland en spraken duizenden vrouwen zich uit. De hashtag is overgewaaid uit de Verenigde Staten, waar in de nasleep van het schandaal rond Hollywoodtycoon Harvey Weinstein actrices en andere artiesten een boekje opendeden over de vernederingen en intimidaties die zij te verduren kregen en krijgen van machtige mannen in de filmwereld. Met de hashtag #MeToo is de aandacht verschoven van celebraties naar gewone vrouwen die ongewenste intimiteiten ervaren, bijvoorbeeld op de werkvloer of in de kroeg.

Doorgaans is het onderwerp een taboe, nu is het al een paar dagen trending op Twitter. Vanwaar die openhartigheid?

Vandaag liet ik  rondgaan in de kring. Meisjes van 14, 15 die genoeg te delen hadden. De jongens waren doodstil, de meester incluis.

‘Er zit iets prettigs in zo’n collectieve biecht’, zegt Linda Duits, mediawetenschapper aan de Universiteit Utrecht. ‘Zo’n hashtag heeft momentum, geeft vrouwen de kracht om naar buiten te treden omdat ze weten dat ze niet de enige zijn.’ Ze vergelijkt het met de praatgroepen uit de jaren zeventig; ook toen sterkten vrouwen zich aan elkaars verhalen.

Hoewel de affaire-Weinstein de aanleiding was, speelt in Nederland ook de zaak-Anne Faber een rol in de omvang van de #MeToo-campagne, denkt Duits. ‘Op Twitter was het gesprek al gaande over de angst en onveiligheid die vrouwen ervaren.’ Na het overwaaien van de hashtag kwam die discussie in een stroomversnelling. ‘Zo werkt de ophefcyclus op sociale media.’

Zo’n hashtag heeft momentum, geeft vrouwen de kracht om naar buiten te treden omdat ze weten dat ze niet de enige zijn

Linda Duits

Het is zeker niet voor het eerst dat vrouwen en masse hun ervaringen met seksuele intimidatie op sociale media delen. Zo riep schrijver Anke Laterveert twee jaar geleden de hashtag #ZegHet in het leven, nadat ze was aangerand en de dader niet werd vervolgd. Ook toen verschenen veel verhalen, ook toen was de ophef en media-aandacht groot. En ook toen stierf de aandacht snel weer weg. ‘Het lijkt een terugkerend verhaal te worden’, merkt Duits op. Dat is inherent aan sociale media en maakt het niet minder gedenkwaardig, zegt ze. ‘Het is belangrijk dat we dit probleem blijven benoemen.’

Wat nu op sociale media wordt gedeeld, lijkt slechts het topje van de ijsberg. In een enquête uit 2012 van kenniscentrum Rutgers meldt 40 procent van de vrouwen ongewenst fysiek contact te hebben gehad met mannen, tegenover 13 procent van de mannen met vrouwen. ‘Dit gaat van een aanraking tot ongewilde seks’, licht programmacoördinator Willy van Berlo toe. 14 procent van de vrouwen zegt weleens tegen haar wil seks te hebben gehad, tegenover 1,7 procent van de mannen. Dit is overigens niet hetzelfde als verkrachting, onderstreept Van Berlo. ‘Vaak is de dader de partner van het slachtoffer.’

‘Het punt is dat veel vrouwen het voor zich houden’, zegt Van Berlo. Slachtoffers hebben de neiging ongewenste ervaringen te bagatelliseren. ‘Vaak denken ze dat het wel heel erg moet zijn voordat je mag spreken van grensoverschrijdend gedrag. Dat is natuurlijk niet zo.’

Ook angst speelt een rol bij het zwijgen, zegt Karin Prins van luisterlijn Sensoor. ‘Slachtoffers van seksisme op de werkvloer vinden het bijvoorbeeld lastig om dit met collega’s te bespreken of zijn bang hun baan kwijt te raken.’ Via telefoon of chat doen mensen die ergens mee zitten anoniem hun verhaal bij Sensoor. Maandelijks zijn dat zo’n zeventien seksgerelateerde gesprekken, voor het overgrote deel vrouwen. ‘De meesten vertellen over misbruik, maar er bellen ook mensen die bijvoorbeeld seksueel geïntimideerd zijn door hun werkgever’, vertelt Prins. ‘Ze voelen zich onveilig of vernederd, omdat er voor hun een grens is overschreden. Vaak schamen ze zich voor wat er is gebeurd.’

De gesprekken met Sensoor zijn anoniem en één-op-één, en daarmee een tegenhanger van de openbare #MeToo-actie op sociale media. Dat heeft zijn voordelen, aldus Prins: bij de luisterlijn kun je ook terecht als de mediastorm straks weer is gaan liggen. Tegelijkertijd trekt zo’n hashtag seksueel geweld uit de sfeer van taboe en anonimiteit. ‘Zo wordt het bespreekbaar gemaakt.’

Spreken over de oplossing is iets anders dan zeggen: mannen zijn klootzakken

Bespreekbaar, maar wordt er ook over gesproken? ‘Er komt niet per se een dialoog uit voort’, constateert Duits. ‘Het lijkt meer op een aanklacht. Mannen die op Twitter in gesprek willen gaan worden in de hoek gezet: jij moet luisteren.’ Zo blijft de discussie aan de oppervlakte, vreest ze, en blijven de onderliggende mechanismen van seksuele intimidatie buiten schot. ‘Dat ligt aan de aard van het medium. Ook de talkshows zitten meer op de hype en polarisatie dan op de vraag: hoe nu verder. Spreken over de oplossing is iets anders dan zeggen: mannen zijn klootzakken.’

Een oplossing hoeft ook niet gevonden te worden in het domein van sociale media, maar in de huiskamer of het klaslokaal. ‘Je kunt in kleine groepen praten over grenzen en grenzen aangeven’, oppert Duits. ‘Dat kan heel goed op school, maar ook op het werk.’ Grenzen leren stellen als onderdeel van de seksuele opvoeding – daar zien meer mensen wat in. ‘Door alle verhalen rondom #MeToo voel ik de verantwoordelijkheid als jongensmama’, schrijft een twitterende moeder. ‘Mijn zoons leren hoe ze met vrouwen om moeten gaan!’


Irene Hemelaar (48), ondernemer, Amsterdam

Op het moment dat hij mij het pakje met één hand overhandigde, greep hij met zijn andere hand in mijn kruis

Irene Hemelaar
Irene Hemelaar © Simon Lenskens

‘Ik heb onder de hashtag #metoo een aantal verhalen gedeeld op Facebook. De pakjesbezorger was de meest bizarre. Dat is nu 23 jaar geleden. Op het moment dat hij mij het pakje met één hand overhandigde, greep hij met zijn andere hand in mijn kruis. Ik was woedend en heb die man mijn huis uitgezet. Ik heb zijn werkgever gebeld en uitgelegd wat er gebeurd was en ook aangifte gedaan bij de politie. Dat leidde helaas tot niets, omdat er geen getuigen waren. Waaruit maakt zo’n man op dat ik het lekker zou vinden en dat hij dit zomaar kan doen? Het blijft je altijd bij. Mannen doen maar gewoon. In mijn omgeving ken ik geen vrouw die zoiets niet is overkomen. Het is grensoverschrijdend gedrag en dat mag benoemd worden. Een keer is een keer teveel. Het maakt de machtsstructuren in de maatschappij zichtbaar. Ik vroeg me af of het zinvol was om me uit te spreken, en het antwoord is ja. Herhalen herhalen herhalen, net zo lang tot het kwartje valt. Ik krijg veel reacties van mensen die schrikken van de hoeveelheid en wat voor impact het heeft. Deze actie laat zien dat we niet alleen zijn. We zijn met de helft van de mensheid. Als we dit benoemen, staan we hopelijk sterk genoeg om verandering teweeg te brengen.’

Daan Westerink (49), pedagoog, Utrecht

Erover twitteren lucht niet op, integendeel. Het haalt juist weer veel dingen naar boven

Daan Westerink
Daan Westerink © Simon Lenskens

‘Toen ik veertien was en van het zwembad terug naar huis fietste, ben ik aangerand. De dader is opgepakt en bleek honderden vrouwen te hebben lastiggevallen. In de jaren negentig is een studiegenoot verkracht. Ik heb de rechtszaak van dichtbij meegemaakt en het draaide alleen maar om victim blaming. Advocaten vroegen of ze zich wel had verzet. Zo werd ze dubbel gestraft. Dat was traumatisch om mee te maken. Een jaar later werd ik verkracht door een vriend. Ik durfde geen aangifte te doen omdat ik bang was voor de verhoren, de vernedering. Het heeft mijn leven totaal veranderd.  En dat van de mensen om me heen.

In Nederland heerst een zwijgcultuur en er is te weinig kennis. Mensen moeten zich verdiepen in wat het met je doet als er ongewenst bij je wordt binnendrongen. Ik hoop dat de hashtag andere vrouwen de kracht geeft om zich uit te spreken en dat ze de moed vinden om bijvoorbeeld uit een gewelddadige relatie te stappen. Maar erover twitteren lucht niet op, integendeel. Het haalt juist weer veel dingen naar boven.

Vaders en moeders moeten hun zonen opvoeden. Praat met je kinderen over wat normaal is, wat meisjes wel en niet leuk vinden, wat er in porno gebeurt en in hoeverre dat overeenkomt met het echte leven. En wees niet zo naïef om te denken dat het uitmaakt of je een kort rokje draagt. Ook oudere vrouwen van 80 met drie dikke lagen kleding aan worden verkracht als ze de verkeerde persoon tegenkomen.’

Cat Smits (35), actrice, Amsterdam

Ook bij iemand die invloedrijk is, moeten ze durven zeggen: dit kan niet, dit moet je niet doen

Cat Smits
Cat Smits © Klaas Jan van der Weij

‘Ik was 26 en student aan de Amsterdamse toneelschool. Een van de hoofddocenten was Jappe Claes. Er gingen geruchten dat hij meisjes meenam naar een hotelbar en verder met ze ging dan ze zelf wilden. Ik wist niet zeker of dat waar was. Hij nodigde mij ook uit, zogenaamd om een rol te bespreken. Ik wilde eigenlijk niet, maar hij was erg aanhoudend. Het enige wat hij deed was flirten en vragen naar mijn privéleven. Met geen woord sprak hij over de rol. Hij heeft me ook gekust.

Het was een ongelijke situatie, je carrière staat op het spel en een docent heeft macht bij een evaluatie om te zeggen of je wel of niet mag blijven. Ik ging niet in op zijn avances en daarna heeft hij me het leven zuur gemaakt. Er werd gezegd dat ik geen talent had. Ik moest van de toneelschool af. Maar van een student die bij het overleg  met docenten had gezeten, hoorde ik dat Claes heeft gepleit voor mijn vertrek. Andere docenten probeerde me nog te houden. Ze hebben zelfs brieven geschreven.

Van het nieuws over Harvey Weinstein keek ik niet op. Ik vond het erg herkenbaar. Als jonge actrice kom je in een afhankelijke positie terecht. Iedereen wist van het misbruik, net als op de toneelschool. Toch werd er niks aan gedaan.

Iedere vrouw die ik ken heeft wel een vervelende ervaring. Ze schreven op Facebook dat ‘iemand’ iets had gedaan, met die hashtag erbij. Ik wilde zelf wel zeggen wie het was en expliciet zijn naam noemen in een openbare post. Ik heb deze last lang bij me gedragen en nu moet hij die maar eens dragen. Het heeft enorme invloed op mijn leven gehad.

Ik doe dit om openheid te creëren. Ik wil dat de omstanders hun ogen open doen en mensen hun nek uit durven steken. Zelfs als dat niet gewenst is en ook bij iemand die invloedrijk is, moeten ze durven zeggen: dit kan niet, dit moet je niet doen. Ik voel de noodzaak om aan jonge actrices te laten zien dat ze dit niet hoeven pikken.’

Reactie Jappe Claes

Hoe theaterschooldocenten hun positie misbruikten

In een artikel in de Volkskrant uit 2015 werd Claes ook beschuldigd van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hij zou relaties zijn aangegaan met studenten. Uit onderzoek van de toneelschool bleek dat Claes met een studente een seksuele relatie had. Verder had hij zich bij circa 15 studentes bezondigd aan grensoverschrijdend gedrag. Zelf zei hij toentertijd: ‘Ik heb evenwel nooit seks gehad met een student.’ Later gaf zijn advocaat toe Claes één kortstondige relatie met een studente heeft gehad.

Ik heb me ervoor ingespannen haar ergens overheen te krijgen

‘Cat Smits was een problematisch meisje. Problematisch in de zin van: gecompliceerd in haar ontwikkeling als actrice. Als je toneel speelt, dan ben je op zoek naar een bepaalde eenvoud, openheid, kwetsbaarheid. Niet bij haar alleen, bij veel mensen, zit veel in de weg, veel obstakels, veel remmingen. Die moeten allemaal weg, om tot de essentie te komen. Dat lukte bij haar heel moeilijk. Ik heb haar toen, in samenspraak met de artistiek leider, wat extra aandacht gegeven – op café gezeten, zodat we uit de officiële setting van de schoollokalen zouden zijn. Dan zou ze misschien wat losser worden. Dat was nooit met seksuele bedoelingen. Zij is door het docententeam wegens te veel onvoldoendes uit de school gezet. Het was een docentenbeslissing. We waren met 15-20 docenten. Ik herinner me dat ik me over haar ontfermde en extra aandacht gaf, vandaar die gesprekken, ik probeerde door te dringen tot haar. Van de kussen en het seksuele was dan ook is geen sprake. Dus de extra aandacht, ik heb me ervoor ingespannen haar ergens overheen te krijgen, dat wordt me nu verweten, dat vind ik kras.’

Reactie Cat Smits op de reactie van Jappe Claes

‘Ik stond geen onvoldoende, alleen voor zijn vak. Van mijn vier vakdocenten was hij als enige aanwezig bij de evaluatie waarin werd beslist dat ik van de opleiding werd verwijderd. De drie anderen, van wie ik een ‘goed’ kreeg, hebben nog een brief gestuurd waarin ze aangaven het niet eens te zijn met deze beslissing. Ik heb geen speciale aandacht gekregen en maar één gesprek gehad, dat was in die hotelbar. Op mijn Facebookpostreageerden talloze meisjes die hetzelfde hebben meegemaakt.’

Als ik de “Wilhelmus discussie ” hoor moet ik steeds enorm lachen :)

De trekschuuit werd de trein, de lantaarnopsteker de electricien, de Koning ging van de koets naar de fiets, de afsluitdijk kwam er, Schiphol en vliegtuigen, de computer, maar het Wilhelmus een lied met tekst uit een voorbije tijd :” moet zo blijven” . Ik vermoed dat Christelijke bijbelaars er ” een eigen agenda mee hebben” het is zo belachelijk” dat het voer voor oudejaarsconferences gaat worden, ik heb Youp al wat suggesties aan de hand gedaan. “Heb ik de Koning van Hispanje steeds gediend/ geeerd ” ( of zo iets) dat doen ze zelfs in Catalonie al lang niet meer in dat ligt in Spanje zelf , houdoe ! 🙂

 

Image may contain: 7 people
kinderen van 9 die naar het Rijksmuseum moeten (saaier bestaat niet) en het Wilhelmus moeten leren, de Christen Unie deed anders niet mee ,met Rutte 3 , laat ze de de stoomtrein pakken en snel terugkeren naar de Veluwe en Zeeuwse eilanden . Was met mijn Thaise echtgenote en Lourens van 10 in het Rijksmuseum in april na 40 minuten:” papa wanneer gaan we weer weg ” ” gaan we wat leuks doen?” mijn echtgenote wilde het liefste winkelen en Lourens naar een speelplek buiten het museum. Het Wilhelmus kwamen we niet aan toe 🙂

Waarom trokken al die Nederlandse kunstenaars naar Parijs?

 

Het Van Gogh Museum toont de geschiedenis van een gewezen kunsthoofdstad

Kunstenaars met ambitie stond één doel voor ogen: Parijs. Jonge kerels als Van Gogh, Breitner, Mondriaan en Van Dongen trokken naar de Franse hoofdstad. Waarom eigenlijk?

Nederlanders in Parijs 1789-1914. Van Gogh Museum, Amsterdam, 13/10 t/m 7/1.

Nederlanders in Barbizon, Collectie Mesdag, Den Haag, van 27/10 t/m 7/1.

Wie nu door de straten van Montmartre loopt, heeft geen moment het idee dat hij zich in een artistieke snelkookpan bevindt, waar schilders uit de hele wereld koortsachtig werken aan de kunst van morgen. Montmartre is een mooie, aangename buurt met leuke winkels en gezellige cafés, als je het toeristenlint van metro Anvers via Place du Tertre naar de Sacré Coeur vermijdt. De heuvelachtige kasseistraatjes zijn schilderachtig, maar de schilders zijn verdwenen. De bohémiens zijn bobo’s geworden; bourgeois bohémiens, die er misschien artistiek uitzien, maar een goede baan hebben waarmee ze hun peperdure appartementen kunnen betalen.

Wel zie je nog overal de grote atelierramen op het noorden. Ze herinneren aan de tijd dat Parijs de onbetwiste kunsthoofdstad van de wereld was, die als magneet werkte op kunstenaars uit Nederland en de rest van de wereld. Parijs had de mooiste musea, de beste opleidingen, de slimste kunsthandelaren en vooral de inspirerendste kunstenaarsscene.

Johan Barthold Jongkind werd ‘de vader van het impressionisme’ genoemd

In de 19de eeuw verbleef 20 procent van de professionele Nederlandse kunstenaars enige tijd in de Franse hoofdstad. George Hendrik Breitner ontdekte er de impressionisten, Jacob Maris de landschapsschilders van Barbizon.

Op hun beurt inspireerden de Nederlanders hun Franse vakgenoten. Johan Barthold Jongkind werd ‘de vader van het impressionisme’ genoemd, Vincent van Gogh werd een model voor het streven naar persoonlijke expressie, Mondriaan een voorbeeld van de compromisloze zoektocht naar pure vorm.

Deze artistieke uitwisseling wordt belicht op de tentoonstelling Nederlanders in Parijs, 1789-1914 in het Van Gogh Museum in Amsterdam. De expositie toont werk van acht Nederlandse kunstenaars in de context van hun Franse tijdgenoten.

Amsterdam en Den Haag waren maar suffe provinciesteden vergeleken met het grote Parijs

Parijs was in de 19de eeuw een droomstad. ‘Den grootsten tooverklank mijns levens. Daar vlamt de fakkel der moderne kunst en woont de geestdrift en de liefde voor haar, daar zijn hare ijverigste aanbidders en hare uitverkorene lievelingen’, schreef de schilder Gerard Bilders. Nergens ter wereld was zo veel kunst te zien. In 1793 was het Musée du Louvre geopend, in 1818 het Musée du Luxembourg voor eigentijdse meesters.

Amsterdam en Den Haag waren maar suffe provinciesteden vergeleken met het grote Parijs. ‘De stad, kerel, als stad, ‘t boemelen, straat slijpen en kijken, kijken en niets anders dan kijken; ik verzeker je dat dat iets heerlijks is, opmerken en er over redeneeren’, schreef de schilder Willem Witsen in 1882.

Parijs is een stad die van bovenaf is gecreëerd. In de 17de eeuw transformeerden de koningen Hendrik IV en Lodewijk XIV Parijs tot een uithangbord voor de Franse grandeur. In de 19de eeuw verfraaiden keizer Napoleon III en zijn prefect, baron Haussmann, de stad.

Ook het kunstleven was aanvankelijk zeer centralistisch. Hoogtepunt was de jaarlijkse Salon, georganiseerd door de Académie des Beaux Arts, een staatsinstelling. ‘In die tijd zagen mensen maar heel weinig afbeeldingen, en zeker maar heel weinig afbeeldingen in kleur. Op de Salon kon je een keer per jaar honderden schilderijen zien. Het was een megasucces’, zegt Mayken Jonkman van het RKD – Instituut voor Kunstgeschiedenis en conservator van de tentoonstelling in het Van Gogh Museum.

De Salon kon een kunstenaar maken of breken. Toegelaten worden was van levensbelang, maar garandeerde nog geen succes. De zalen werden van plint tot plafond volgehangen met schilderijen. Een klein tableautje hoog in de hoek werd nauwelijks opgemerkt. Kunstenaars maakten daarom grote doeken of smeekten de jury om een betere plek. De criticus Zacharie Astruc omschreef de Salon als ‘een bloedige oorlog van ambities – degenslagen worden met het penseel aangebracht, maar zijn net zo dodelijk’.

De wegbereider: Gerard van Spaendonck

Ver voordat Van Gogh, Breitner, Van Dongen en Mondriaan zich in Parijs vestigden, was er een andere Nederlander die er naam maakte: Gerard van Spaendonck (1756-1840). Zijn leven en werk zijn eigenlijk een aparte expositie waard. Hij arriveerde in 1769 in Parijs en werkte zich snel op tot hofkunstenaar onder Lodewijk XVI. Hij ontwierp serviezen voor de porseleinfabriek van Sèvres en was botanisch tekenaar in de Jardin des Plantes. Hij handhaafde zichzelf in een tijdperk, gekenmerkt door gewelddadige machtswisselingen.

Gerard van Spaendonck, Bloemen in een albasten vaas en vruchten op een marmeren blad, 1781.
Gerard van Spaendonck, Bloemen in een albasten vaas en vruchten op een marmeren blad, 1781. © Foto Het Noordbrabants Museum, Den Bosch

De eerste Nederlandse kunstenaars in Parijs draaiden volop mee in de officiële Franse kunstwereld. De Tilburgse burgemeesterszoon Gerard van Spaendonck arriveerde in 1769 en werd hofschilder van Lodewijk XVI, dankzij zijn stillevens van bloemen en planten. Ary Scheffer, aangekomen in 1811, groeide uit tot een van de beroemdste schilders van Frankrijk en was bevriend met koning Louis-Philippe, die van 1830 tot 1848 regeerde.

Het Franse centralisme had een groot nadeel: de toegang tot de Salon werd bewaakt door de bejaarde en oerconservatieve leden van de Académie des Beaux Arts, waardoor de Franse kunst dreigde te verstenen. In 1836 weigerde Scheffer op de Salon te exposeren uit protest tegen het feit dat vernieuwende kunstenaars als Eugène Delacroix steevast werden uitgesloten.

Vanaf de jaren dertig van de 19de eeuw ontstond een alternatief circuit rond de kunsthandel die een opkomende bourgeoisie bediende. Schilders werden minder afhankelijk van de Salon. Ook de onderwerpkeuze veranderde. De nieuwe burgerij was minder geïnteresseerd in plechtstatige historische stukken, en meer in sfeervolle landschappen. ‘Traditioneel genoten historische stukken het meeste prestige. Landschappen stonden helemaal onder aan de ladder. Bij een historisch stuk moest een schilder door zijn compositie en de uitbeelding van de figuren laten zien dat hij erudiet was en het verhaal doorgrondde’, zegt Mayken Jonkman. ‘Bij de landschapsschilder ging het om heel andere vragen: wat zie ik? Hoe geef ik dat weer? Hoe tref ik de stemming?’

Ary Johannes Lamme, Ary Scheffer aan het werk in het grote atelier bij zijn woonhuis aan de rue Chaptal 16, 1851.
Ary Johannes Lamme, Ary Scheffer aan het werk in het grote atelier bij zijn woonhuis aan de rue Chaptal 16, 1851. © Foto Dordrechts Museum (schenking van H.O.W. de Kat van Barendrecht, 1866)

Aan Jongkind heb ik de definitieve vorming van mijn manier van kijken te danken

Claude Monet

Een van de grote kunstenaars van deze nieuwe tijd was de Nederlander Johan Barthold Jongkind, die in 1846 in Parijs arriveerde. Hij was geen grand bourgeois als Van Spaendonck of Scheffer, maar een aimabele bohémien, die graag in het café zat, te veel dronk en zo veel schulden opbouwde dat hij Parijs enige tijd moest ontvluchten. In de tussentijd werd hij een toonaangevende schilder van het stedelijk landschap van Parijs en de Seine.

Critici en collegaschilders roemden zijn vernieuwende aanpak. ‘Aan Jongkind heb ik de definitieve vorming van mijn manier van kijken te danken’, zei Claude Monet, die hem ‘mijn ware leermeester’ noemde. ‘Het landschap zou er zonder Jongkind anders hebben uitgezien’, meende de impressionist Claude Pissarro. Naderhand werd Jongkind door critici tot ‘de vader van het impressionisme’ bestempeld. Anders dan de impressionisten, schilderde hij echter niet in de buitenlucht. Hij hield vast aan de traditionele aanpak: buiten schetsen en schilderen in het atelier.

George Hendrik Breitner, Straat met koets te Parijs, ca. 1900.
George Hendrik Breitner, Straat met koets te Parijs, ca. 1900. ©
Vincent van Gogh, Gezicht vanuit Vincents atelier, 1886.
Vincent van Gogh, Gezicht vanuit Vincents atelier, 1886. © Foto Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw vestigden veel schilders zich in Montmartre, destijds een ruige wijk, een vrijplaats waar geen belasting op wijn hoefde te worden betaald. Aan de voet van de heuvel verrezen vermaakspaleizen als de Moulin Rouge, waar burgerheren zich amuseerden met danseresjes, wasvrouwen en arbeidersmeisjes, die al dan niet bijklusten in de betaalde liefde. Op de heuvel zelf woonden arbeiders en kunstenaars, onder wie de Nederlanders Vincent van Gogh, Kees van Dongen en George Hendrik Breitner.

In 1886 en 1887 woonde Vincent van Gogh in de Rue Lepic, bij zijn broer Theo. Op twee schilderijen van het uitzicht vanuit het appartement is goed te zien hoe Parijs zijn stijl beïnvloedde. In 1886 hanteert hij nog een zompig palet met veel bruintinten, in 1887 schilderde hij in heldere lichte kleuren. Parijs was een ‘broeikas van idées’, schreef Van Gogh, waar iedereen uit het leven probeerde te halen wat er in zat.

Maar het leven in de hoofdstad kwam zijn gezondheid allerminst ten goede. Hij at slecht, rookte en dronk te veel. Later weet hij zijn slechte gezondheid aan de geestelijke en lichamelijke schade die hij in Parijs had opgelopen. In 1888 trok hij naar het zuiderlicht in Arles, waar hij zijn definitieve vorm zou vinden.

Vincent van Gogh, Gezicht vanuit Theo's appartement, 1887.
Vincent van Gogh, Gezicht vanuit Theo’s appartement, 1887. © Foto Van Gogh Museum, Amsterdam (Vincent van Gogh Stichting)

De laatste Nederlander op de tentoonstelling is Piet Mondriaan, die in 1912 naar Parijs kwam, aangetrokken door het vernieuwende werk van Picasso en Léger. Het kubisme wees hem de weg, zei hij, maar hij vond de kubisten niet consequent genoeg in het omhelzen van de abstractie, ‘iets wat mij noodzakelijk leek om de grootste kracht en de diepste schoonheid van de werkelijkheid, en van de mens, tot uitdrukking te brengen’.

Uit onderzoek van zijn schetsboeken bleek dat hij zich liet inspireren door het Parijse stadslandschap, dat hij vervolgens abstraheerde. Daarom zal niemand de seinbrug bij station Montparnasse herkennen in de kruisjes bovenin Piet Mondriaan, Schilderij No. II / Compositie No. XV / Compositie 4, uit 1913.

Piet Mondriaan, Schilderij No. II /Compositie No. XV/Compositie 4, 1913.
Piet Mondriaan, Schilderij No. II /Compositie No. XV/Compositie 4, 1913. © Foto Stedelijk Museum Amsterdam

Nederlanders in Parijs 1789-1914 fascineert, maar stemt ook een beetje melancholiek. Parijs is nog steeds een prachtige stad met een rijk cultureel aanbod, maar allang niet meer die kunstmetropool die zij destijds was. De Tweede Wereldoorlog was een enorme klap. Piet Mondriaan en andere kunstenaars vertrokken naar de Verenigde Staten, evenals grote kunsthandelaren, zoals de Joodse familie Rosenberg, die Picasso vertegenwoordigde. Daarna werd de Franse cultuur overvleugeld door de Angelsaksische popcultuur.

Het relatieve verval van Parijs heeft veel oorzaken, maar ligt ook besloten in de loop der dingen, denkt conservator Jonkman. ‘Steden komen tot culturele bloei als er een artistieke basis is en als de huren laag zijn, zodat jonge kunstenaars er gemakkelijk kunnen leven. Dat zag je in Parijs in de 19de eeuw, in New York na de Tweede Wereldoorlog en in Berlijn in de jaren tachtig.’

OP ZOEK NAAR VAN GOGH’S PARIJS

De Parijse jaren van Vincent van Gogh waren een tussenstation op weg naar het zuiden. Maar van groot belang: hij ontdekte er het wonder van licht en kleur. De Volkskrant treedt in zijn voetsporen en probeert te zien wat schilders in de lichtstad zo bekoorde.