Intelligente mensen houden niet van spiritualiteit, die hebben de wetenschap

Intelligente mensen houden niet van spiritualiteit, die hebben de wetenschap

Ik zag het voor me, de gesprekken, de toenemende ergernis, het onvermogen om het te láten

Op een bankje in de Karthuizersstraat zat een man in de zon. Hij had een grijze baard, een ronde buik en naast hem stond een mand venkel.

‘Wat zit u hier lekker,’ zei ik.

‘Ja,’ zei de man, en hij keek me aan met ogen waar weinig feest in viel te vieren.

‘Ik woon hier al dertig jaar,’ zei hij toen. Zijn stem klonk zacht, voorzichtig. ‘Op dit bankje luister ik altijd naar de buurman.’ Hij wees naar het raam achter hem. ‘Die kan heel mooi pianospelen. De Mondscheinsonate. Kent u die? Vooral dat langzame deel is mooi. Soms komt hij naar buiten, dan maken we een praatje over wat er in de buurt gebeurt. Nu staan er bijvoorbeeld stellages. En er is hier ook weleens een babylijkje gevonden. In een vuilniszak, een zwerver vond hem. Kregen we allemaal politie aan de deur, of we er iets van wisten. Maar we wisten er niets van.’

‘Dat is ook wat,’ zei ik terwijl ik aanstalten maakte om door te rijden, want ik moest een stuk af hebben.

‘Ik werk al heel lang niet meer,’ zei de man. ‘Ik zit in de bijstand, want ik ben depressief. Ik heb medicijnen, die helpen een beetje. Maar ik probeer vooral goed te eten. Groenten en blauwe bessen.’

‘O ja?’ zei ik, want doorrijden ging nu niet meer, dat snapte ik ook wel. ‘Waarom bent u depressief geworden?’

De man: ‘Na een ruzie met een vriend.’

‘Kunt u het dan niet alsnog goedmaken?’ opperde ik, want van buiten lijken de dingen vaak zo simpel. De man schudde zijn hoofd.

‘Nee, dat gaat niet. Geeft ook niet. Maar onze gesprekken mis ik wel. Die waren heel lang, soms wel van vijf uur ‘s middags tot twaalf uur ‘s nachts. Dan spraken we over kunst of over geschiedenis. Tot ik het werk van Seth en Saswitha begon te lezen. Dat waren goeroes. Toen hebben we ruzie gekregen, want die vriend was heel intelligent. En intelligente mensen houden niet van spiritualiteit. Die hebben de wetenschap.’

Ik zag het voor me, de gesprekken, de toenemende ergernis, het onvermogen om het te láten.

‘Nu ga ik soms naar het buurtcentrum,’ vervolgde de man. ‘Maar er zijn ook dagen bij dat ik weinig praat. Ik vind dat niet erg, ik kan goed zonder praten. Het enige wat ik wel zou willen, is een vriendin. Eentje die ook interesse heeft in Beethoven. En in gedichten. Zelf schrijf ik ook gedichten, ik heb er wel achthonderd. En ze moet lief zijn, van mij hoeft ze niet zo pittig te wezen. Ik had een hele dominante moeder, daar heb ik genoeg van gehad.’

Ik keek op mijn horloge en schrok: zeven uur alweer. ‘Ik ga naar huis,’ zei ik. ‘Sperziebonen eten.’

De man veerde even op. ‘Echt? Ik ook, ze liggen in de vriezer. Maar het kan ook zijn dat ik venkel eet.’

Toen ik wegreed zwaaide hij.

De straten zwegen, de wind zuchtte, de zon zakte.

En uit één van de huizen klonk zachtjes de Mondscheinsonate..
(Door: Eva Hoeke)

http://www.parool.nl/parool/nl/30702/Eva-Hoeke/article/detail/3688394/2014/07/13/Intelligente-mensen-houden-niet-van-spiritualiteit-die-hebben-de-wetenschap.dhtml

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s