‘Een wolk van haat en moordlust’

We hadden net het treinstation Hashalom verlaten en stonden bij de Azrieli toren, een van de nieuwe skyscrapers van Tel Aviv die ook een groot winkelcentrum bevat. Het was druk op straat, het was bijna zeven uur ’s avonds in het avondlicht van een volle dag.

We hadden de trein naar Herzliya genomen, op z’n Hollands met fietsen, een verbinding die normaal een kwartier duurt maar door de raketaanvallen in het zuiden van het land leed aan vertragingen. We hadden de treinen bewonderd, de stations – je vergat dat dit het stoffige, smoezelige, onderontwikkelde Midden-Oosten was.

Als je de trein neemt in Israël, waan je je in Italië of Spanje, in een Europees land met Europese subsidies die moderne, schone Europese treinen laten rijden. De trein was van het merk Bombardier, las ik, een Canadees conglomeraat dat toptreinen produceert en ook aan de NS levert.

Ook in Herzliya vonden we overal fietspaden, net als in Tel Aviv. De centrale kustgebieden van Israël zijn behoorlijk vlak en veel mensen zijn gaan fietsen. Je ziet hier modellen en elektrische varianten die Nederland nog niet hebben gehaald. Net als met i-business is de fietsmanie in Israël in korte tijd ontstaan en ‘cutting edge’ geworden.

We lunchten op het strand in Herzliya, een welvarende stad waar ook onze ambassadeur zijn residentie heeft, een mondaine plek met prachtige villa’s en hotels die over de zee uitkijken. Een dag met het geruis van de zee in de oren, en veel licht, heel veel zonlicht.

Om vijf over half zeven de trein terug naar Tel Aviv. Op een vol station namen we de fietsen via de roltrap mee naar boven – het station ligt in een gegraven vallei, waar ook een snelweg door heen loopt, tussen twee stadsdelen. Op het gigantische verkeersplein boven het station was het afgeladen vol.

Auto’s trucks, voetgangers op weg naar en afkomstig van het station. Brede wegen. Stoplichten.

En toen gilde het luchtalarm.

Deze keer waren we buiten. Niet in de beschutting van een appartementen- of kantoorgebouw met stevige betonnen muren en plafonds. Buiten. Boven ons blauwe lucht en witte wolken.

We hadden vermoeid en tevreden na een dag van fietsen en het luisteren naar de golven bij een stoplicht op dit grote plein gewacht, tussen tientallen, honderden andere mensen, fiets aan de hand.

We bleven even in verwarring staan. Maar iedereen begon te rennen. De auto’s bleven stilstaan. En we begonnen de rennenden te volgen. Die wisten kennelijk waar je heen kon op dit weidse, open plein waar je je niet kon verbergen, waar je niet kon schuilen.

Ze renden naar de Azrieli Toren en wij volgden, ook rennend, want het was onmogelijk om tussen al deze mensen op de fiets te springen en te gaan fietsen. De angstige menigte bewoog naar de toegang tot de toren en toen we dichterbij kwamen zag ik dat iedereen verder naar beneden rende, massaal de trappen af naar de lagergelegen verdiepingen. Dat hoefde niet, dacht ik, de toren heeft tientallen verdiepingen, we zijn hier beneden veilig.

We scheidden ons af van de menigte en bleven wachten onder de overkapping waar ook de taxi’s wachtten, onder de honderdzeventig of honderdtachtig meter hoge toren van glas en beton.

We waren niet de enigen. Hier stonden de ervaren luchtalarm waarnemers.

En toen weer die diepe explosies, ergens ver weg, heel hoog boven ons. Mensen kwamen aarzelend naar voren, uit de beschutting, en keken omhoog. Ze wezen. Wij keken ook.

Daar, die kleine spierwitte wolk, nog hoger en verder dan de dikke, wollige natuurwolken, die kleine felle witte wolk, dat was een onderschepte raket die de zeventig kilometer vanaf Gaza had afgelegd om in deze stad mensen te doden, mensen op de fiets, of in een auto, of in de trein, of winkelend of spelend of slapend of ruziënd of liefhebbend. Die onbeschoft witte wolk was een wolk van haat en moordlust.

We bleven twee minuten staan. De brokstukken van de raket waren inmiddels ergens gevallen, zonder schade of doden aan te richten, zo hoorden we even later.

Toen we op de fiets zaten en onze weg vervolgden, was het weer druk op straat. Iedereen weer onderweg.

We passeerden het prachtige nieuwe winkel- en restaurantcomplex aan Kaplan Straat – de Sarona Colony, heet het – waar al weer hele families buiten aan de tafels van de restaurants zaten. Op deze plek hadden al een kleine duizend jaar geleden de Tempeliers gebouwd – nu is het een dorp-in-de-stad, een park van vrijstaande gebouwtjes en terrassen, een complex van overvloed, eten, dingen om te kopen. Vrijheid en welvaart.

We zwegen. We zwegen nog lang.

Die wolk.

Op sites van de vooruitstrevende Nederlandse en Europese kranten las ik iets over proportionaliteit en dat het niet eerlijk was dat in Israël zo weinig doden waren.

Die wolk.
http://www.telegraaf.nl/binnenland/22860144/__Blog_Leon_de_Winter__.html

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s