‘Ik heb een hoge prijs betaald en die betaal ik nog steeds’

Getuigd tegen de maffia

Giuseppe Carini moest Sicilië en zijn familie verlaten nadat hij had getuigd tegen de maffia. ‘Ik heb geen spijt, maar de balans wijst erop deze keuze niet te maken.’

Greep van de maffia

Ondanks de arrestaties van belangrijke maffiabazen en het opdoeken van hun criminele activiteiten, weet Italië zich niet los te rukken uit de greep van de maffia. In Sicilië liet de Cosa Nostra in mei opnieuw zijn gewelddadige gezicht zien door de directeur van een nationaal park te beschieten. Hij had geprobeerd de grond uit criminele handen te houden. De Italiaanse overheid telde dit jaar al meer dan honderd maffia-intimidaties van bestuurders in vijftien regio’s. Wie durft de maffia tegen te werken in zo’n klimaat? Giuseppe Carini deed het. Hij hielp Italiaanse onderzoeksrechters bij het oplossen van de moord op priester Pino Puglisi. En hij voelt nog iedere dag de gevolgen.

Als hij die priester niet had ontmoet, was Carini trouwens eerder aan de andere kant van de strijd beland, als maffioso. De Siciliaan vertelt het kettingrokend vanaf een terras in Rome. De camera staat uit, de bivakmuts kan af.

Maffiaoorlog

Dat was de wereld waarin ik opgroeide en ik vond het een fascinerende

De wijk waarin hij opgroeide in Palermo was na een bloedige maffiaoorlog in de jaren tachtig en negentig in handen gekomen van de beruchte maffiabroers Giuseppe en Filippo Graviano. Zij zouden later betrokken zijn bij de meest obscure aanslagen uit de Italiaanse geschiedenis. In de wijk Brancaccio bewoog geen blaadje zonder dat zij ervan op de hoogte waren.

‘Dat was de wereld waarin ik opgroeide en ik vond het een fascinerende wereld’, zegt Carini. ‘De kracht, de macht, het idee dat je met geheven hoofd over straat kon lopen. Mijn ouders waren eerlijke mensen. Een huisvrouw en een treinconducteur. Maar de jongens met wie ik naar school ging en voetbalde kwamen allemaal uit die wereld. Al toen ik heel klein was, hoopte ik er onderdeel van uit te maken.’

Het liep anders. ‘Op mijn 21ste hoorde ik een vriend vertellen over een nieuwe priester in de wijk. In die periode voelde ik me ongemakkelijk van binnen en ik besloot een afspraak te maken. Padre Puglisi zei niets over mijn vrienden. Hij vroeg me alleen of ik een uur per week activiteiten wilde organiseren voor de armste kinderen uit de wijk. Ik zei nee.’ Carini haalt zijn schouders op. ‘Ik weet niet waarom.’

De kracht, de macht, het idee dat je met geheven hoofd over straat kon lopen

Priester Puglisi

Na een paar dagen besloot hij alsnog de priester te helpen. Niet veel later ging de eerste voetbal door een kerkruit. In Brancaccio was geen andere plek om te voetballen, dus mochten de kinderen dat in de kerk doen. Het was 1990 en priester Pino Puglisi had besloten zijn pijlen te richten op de armste kinderen van de wijk, nog voordat ze in de criminaliteit terechtkwamen. Het bleek een succes. Door het voetballen gingen de deuren van de armoedige huizen open en Padre Puglisi begon een referentiepunt te worden. En dat in een wijk waar zelfs voor de verlenging van een id-kaart de maffia om een gunst werd gevraagd. ‘De mensen ontdekten dat er misschien een andere mogelijkheid was dan de maffia’, zegt Carini. ‘En de maffiose families begonnen ons met argwaan te volgen.’

Aanvankelijk had hij niet door dat hij zich met zijn buurtwerk tegen de maffia aan het verzetten was. ‘Wanneer ik het merkte? Toen een jongen met wie ik omging vertelde dat hij me op televisie had zien deelnemen aan een herdenkingsdemonstratie voor de onderzoeksrechter Giovanni Falcone, die door de maffia was vermoord. Hij zei alleen: ‘Gisteravond heb ik je gezien.’ Stilte. Toen begreep ik dat ik zonder het te willen, had besloten aan welke kant ik stond.’

(Tekst gaat verder onder foto).

Priester Puglisi.
Priester Puglisi. © ANP

Het was een klap. Hij was niet bang, zegt Carini. Op dat moment wist hij nog niet hoe het zou zijn om haastig je bezittingen bij elkaar te rapen en een uur later in een andere stad terecht te komen. ‘Het enige dat ik voelde was schaamte’, zegt hij. ‘Ik schaamde me dat ik hun achting, hun vertrouwen en hun vriendschap had verraden. Ze bleven met me omgaan, maar op een andere manier. Om me te controleren.’

Op 15 september 1993, de verjaardag van Padre Puglisi, stalen twee mannen de tas van de priester en schoten een kogel door zijn nek. Carini snelde zich naar het instituut waar de autopsie plaatsvond. ‘Ik studeerde geneeskunde en wilde lijkenschouwer worden’, vertelt hij. ‘Padre Puglisi werd al een tijd bedreigd en hij had me gevraagd wat er met zijn lichaam zou gebeuren als hij zou zijn vermoord. Ik had hem alles verteld. Hij vroeg me of ik hem niet alleen achter zou laten.’

Politie

De veertiger slikt. ‘Ik zie hem nog liggen. Naakt, met een verband om. We hebben zijn hersenpan geopend, omdat de kogel vastzat in zijn hersens en toen alles weer in orde gemaakt. Daarna was ik vier of vijf dagen ziek, 40 graden koorts. Toen ik beter was, ben ik met de andere medewerkers van Puglisi naar de politie gestapt.’

Wist hij wat er met getuigen gebeurde? Carini haalt zijn schouders op. ‘De commissaris zei dat ik moeilijke momenten zou ervaren in mijn leven.’

Bijna een jaar lang praatte de twintiger in het geheim met de politie. Tegelijkertijd zette hij het buurtwerk van de priester voort en speelde hij tafelvoetbal met zijn maffiose vrienden, nu om zelf informatie te verzamelen. Hij was druk bezig met zijn vierde jaar geneeskunde. Op een dag rinkelde de telefoon in de kerk. Een agent zei dat hij in de auto moest stappen die kwam voorrijden. Hij mocht niet langs huis en zou er nooit meer terugkomen. Hij mocht geen afscheid nemen van zijn vriendin.

Ik trilde bij de gedachte dat ik het bericht kon ontvangen dat mijn familie was vermoord

‘Er zouden arrestaties gaan plaatsvinden’, zegt Carini. ‘Ze brachten me naar een beveiligd deel van een kazerne en lieten me daar zestig dagen zitten. Niemand mocht erin of eruit, er waren alleen gewapende agenten en er was niets te doen. Ik staarde zestig dagen naar het plafond.’

De politie nam zijn id-kaart af en bracht hem naar Noord-Italië. Op een schoolreis naar Athene en een vierdaagse vakantie in Calabrië na was Carini nog nooit buiten Sicilië geweest. Hij kreeg zakgeld van de staat en een verbod om te bellen. ‘Mijn hoofd was verlamd’, zegt Carini. ‘Opeens ben je op een plek die je niet kent, zonder familie, zonder studie, zonder te mogen vertellen wie je bent, zonder met iemand te praten. Je wantrouwt iedereen. Overdag bleef ik binnen en ‘s nachts dwaalde ik over straat. Ik was niet bang ontdekt te worden, maar ik trilde bij de gedachte dat ik het bericht kon ontvangen dat mijn vader, mijn moeder of mijn broers waren vermoord.’

‘Angst’

Een priester haalde een stapel kleren bij zijn ouders. Zelf heeft Carini ze nooit meer gezien. Dat kon alleen als ook zij hun identiteit zouden opgeven. ‘Ze besloten me niet te volgen’, zegt hij. ‘Angst.’

De gearresteerde broers Giuseppe en Filippo Graviano – de verantwoordelijken voor de moord op Padre Puglisi – studeerden in de gevangenis af in economie en rechten. Hun vrouwen werden zwanger van zaad dat was weggesmokkeld uit de cel of eerder al was ingevroren.

Spullen pakken

Carini wilde ook verder studeren, maar al zijn aanvragen botsten op de logistieke en bureaucratische muren van het getuigenbeschermingsprogramma. Het lukte het ministerie niet de resultaten van vier jaar geneeskunde onder een nieuwe naam door te sturen naar een nieuwe universiteit. Wel schreven ze hem per ongeluk onder zijn oude naam in bij de faculteit economie. Weer rinkelde de telefoon. ‘Een uur om je spullen te pakken en weg’, zegt Carini. ‘En dan begint alles weer opnieuw.’

Na talloze pogingen verder te studeren, gaf Carini het op en werd klusjesman. ‘Ik wilde gewoon weer een eigen leven opbouwen’, zegt hij. Getuigen die hun gezicht verbouwen, zie je volgens hem alleen in films. Hij loopt altijd het risico herkend te worden door iemand uit het verleden en kan zich niet herinneren hoe vaak het ministerie hem heeft laten verhuizen. ‘Er waren redenen, maar ik wist niet altijd welke.’

De Siciliaan steekt zijn zoveelste sigaret op. Het duurde zeventien jaar voordat hij voor het eerst terugkwam in Sicilië, vertelt hij. Op uitnodiging van een christelijke organisatie kwam hij met een politie-escorte spreken op een conferentie. ‘Ik zag het landschap door geblindeerde ramen en binnen droeg ik een bivakmuts. Vijf minuten praten en dan gauw weer weg. Het was prachtig. De meerderheid van het publiek bestond uit vrienden van me. Zij wisten dat ik het was, want ik was aangekondigd. En ik herkende ze. Via onze blikken hadden we contact. Ik wilde van het podium springen om ze te omhelzen.’ Hij neemt een hijs van zijn sigaret. ‘Vrede’, zegt hij. ‘Zo is het gegaan.’

Een nieuwe sigaret. Zijn jeugdliefde heeft hij nooit meer gezien. Een vrouw of kinderen heeft hij nooit gekregen. ‘Ik had het wel gewild’, zegt Carini. ‘Maar welk recht heb ik om een ander persoon in dit verhaal te betrekken? Heb ik het recht een vrouw te vinden en haar mee te sleuren in dit leven? Ik weet het niet.’

Compensatie

Hij heeft nieuwe vrienden gemaakt, vertelt hij. Ze weten niets van zijn verleden. De verzonnen herinneringen die hij vertelt als het verleden ter sprake komt, spelen zich in een ander deel van Italië af. Zijn Siciliaanse accent heeft hij afgeleerd. ‘Het is een personage. Dit hier ben ik echt.’

Een jaar geleden gebeurde eindelijk iets positiefs. De regio Sicilië kondigde aan Carini en andere getuigen aan te nemen als ambtenaar, ter compensatie van hun stukgelopen carrières. Het bleek een fiasco. In Sicilië was het veel te gevaarlijk, maar de regio mocht vanwege anticorruptieregelingen geen salarissen uitbetalen aan externe krachten. Dus werden Carini en vijftien andere getuigen in het enige regiokantoor buiten Sicilië geplaatst. Werk is er eigenlijk niet en iedereen heeft door wie ze zijn. ‘De hele anonimiteitskwestie is ingestort’, zegt Carini. Om druk uit te oefenen op de regio brachten de getuigen de zaak zelf naar buiten. Met gevaar voor eigen leven, want het adres waar ze werken is nu op internet te vinden. Maar ook met resultaat: in mei keurde Sicilië een wet goed waardoor ze toch in andere Italiaanse regio’s mogen werken. ‘Hopelijk zijn we hier snel weg’, zegt Carini.

Ik heb geen spijt van mijn keuze, maar ik zal altijd bitter blijven omdat de staat ons als getuigen niet beter weet te waarderen

Was het het waard? Hij zucht. ‘Ik heb een hoge prijs betaald en die betaal ik nog steeds. Ik heb geen spijt van mijn keuze, maar ik zal altijd bitter blijven omdat de staat ons als getuigen niet beter weet te waarderen. Zij denken dat onze rechten en plichten ophouden in de rechtbank. Als je alles wat wij hebben meegemaakt op een weegschaal legt, wijst de balans erop deze keuze niet te maken. Maar ik hoop een bijdrage te hebben geleverd voor burgers die in de toekomst toch besluiten te getuigen, zodat hun toekomst wel een positieve richting krijgt en zodat de bijdrage van de eerlijken in dit land iets gaat betekenen.’

Giuseppe Carini stelt voor nog een kop koffie te nemen. Zodra hij wegloopt, is hij weer iemand anders.

Dit is de laatste bijdrage van onze correspondente Sarah Venema in Italië en Griekenland.

Bron: Volkskrant

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s