gty_ted_cruz_jc_150206_16x9_992

Hier trokken Europeanen tijdens interbellum naartoe

Reportage: Voorheen het Beloofde Land

Argentinië was ooit een rijk land. Tussen de wereldoorlogen emigreerden Europeanen er graag en met velen naartoe. Nu zou het allemaal anders, en vooral minder, zijn. Olaf Tempelman toont in deze tiende aflevering van zijn onregelmatig verschijnende serie dat Buenos Aires e.o. nog altijd een aards paradijs is.

Hoog Sammy, kijk omhoog! Dan zie je hoe Argentinië was bedoeld: als plek om de rest van de wereld te overtreffen. Zie al die magnifieke zuilen, koepels en obelisken eens afsteken tegen die strakblauwe winterlucht. Hier staat het fraaiste uit Europa, maar dan groter. Nergens ogen de straten van Parijs zo imposant als in de hoofdstad Buenos Aires, nergens is jugendstil zo uitbundig, nergens vind je meer neoklassieke prachttempels op één vierkante kilometer.

Kijk nog even niet omlaag. Dit jaar is het een eeuw geleden dat de hemel boven de mooiste en modernste stad op aarde zich vulde met vuurwerk. Op 9 juli 1916 was er alle reden de 100ste verjaardag van de Argentijnse onafhankelijkheid groots te vieren. Het was destijds een der rijkste landen ter wereld.

(Tekst gaat verder onder foto).

Buenos Aires, 1936.
Buenos Aires, 1936. © Horacio Coppola

LAND VAN MELK EN HONING

In de 21ste eeuw denken mensen bij de naam van dit land aan Messi, Máxima, vuile oorlogen en faillissementen. Mijn grootmoeder was van 1907 en sprak over Argentinië zoals geen mens dat vandaag de dag nog doet: als een land van melk en honing, schitterend en ver weg. Zij was jong in het interbellum, de tijd dat ‘leven als een Argentijn’ in Europa een heel goed leven betekende. Dit jonge land had oorlogvoerende Europeanen tussen 1914 en 1918 in letterlijke zin gevoed met forse vlees- en graanexporten. Argentijnen die in het interbellum verpauperde Europese hoofdsteden met oorlogsinvaliden bezochten, werden getypeerd als ‘zo rijk dat ze boter tegen het plafond gooien’. De schepen waarmee ze reisden hadden koeien aan boord voor de verse melk. Wie het breed heeft, neemt zijn veestapel mee op reis.

Kijk omhoog en je ziet dat aardse paradijs nog steeds. Wat als je omlaag kijkt? Dan zie je wat ervan is geworden. In 2016 zijn er Argentijnen die met al hun bezit in portieken van monumentale gebouwen bivakkeren. Van brandbare vuilnis worden vuurtjes gestookt. Juli is op het zuidelijk halfrond wat januari is op het noordelijk. Bedelaars heb je overal, bedelaars met leesbrillen die vreemde talen spreken heb je in Buenos Aires. Jorge is een vijftiger met een leesbril die zich warmt aan een vuur achter het Recoleta-station. Hij zegt: ‘Je hebt landen die rijk worden, landen die arm blijven en landen die rijk blijven. En je hebt Argentinië.’

Elke reportageschrijver is een voyeur die speurt naar wat typerend is voor die ene plek, naar ‘de zwarte doos’ van een stad of land. Bijna nergens strijden typerende plekken zo om voorrang als in de hoofdstad van Argentinië. In de meeste wereldsteden met veel arme mensen zijn winkelstraten er voor de sier – inwoners doen hun inkopen op grote lelijke markten buiten het centrum, waar smartphones, sportschoenen en stekkerdozen betaalbaar zijn. Jakarta, Rio de Janeiro, Boekarest: allemaal hebben ze ‘arme-sloebermarkten’ op lelijke plekken. In Buenos Aires is een sloebermarkt gevestigd in een fin-de-sièclepand onder een art-nouveaukoepel waar ze in Wenen jaloers op zouden zijn.

(Tekst gaat verder onder foto).

Buenos Aires, 1936.
Buenos Aires, 1936. © Horacio Coppola

Meer lezen?

Lees hier alle artikelen van Olaf Tempelman die onderdeel uitmaken van de reeks Aardse Palijsen.

Ook typerend: Ateneo Grand Splendid, de mooiste boekenzaak die ik ooit heb gezien. Hier zitten horden mensen te lezen op het tapijt van trappen die omhooglopen naar de duurdere loges. De afdeling psychologie bevindt zich op het balkon, met het beste zicht op het podium. Pardon? Nu ja, dit was oorspronkelijk geen boekhandel. Dit was een theater dat in 1919 met ruim budget werd opgetrokken door Max Glücksmann, ettelijke decennia eerder uitgeweken voor oprukkend antisemitisme in Oostenrijk-Hongarije. In Buenos Aires ontpopte Glücksmann zich als pionier van de muziekindustrie en annexeerde de hele tangomarkt. Vrijwel alle geluidsopnamen van tangohelden uit het interbellum zijn in dit theater gemaakt. In de tweede helft van de 20ste eeuw veranderde het in een ruïne. Sinds 2001 is het een boekhandel vol mooie, maar dure boeken.

Ach, symboliek. De viering van de 100ste verjaardag van de Argentijnse onafhankelijkheid ken ik alleen van foto’s. Op de 200ste verjaardag, 9 juli 2016, belandde ik in een verkeersopstopping bij een van de vele tolpoorten die het district Buenos Aires rijk is. Het begon met één toeter en het zwol aan tot een concert. Even dacht ik dat Argentijnen hun bicentenario vierden met de hand aan de claxon. Toen ik de gezichten van de collega-chauffeurs bekeek, wist ik wel beter. De treurige vrouwen in de tolhokjes lieten de boze chauffeurs gratis door. Uit auto’s staken blauw-wit-blauwe Argentijnse vlaggetjes met middenin de stralende zon.

(Tekst gaat verder onder foto).

Buenos Aires, 1936.
Buenos Aires, 1936. © Horacio Coppola

‘ARME REGIO’S, STERKE MENSEN’

‘Als het helemaal misgaat met Argentinië kan ik altijd nog terug naar onze boerderij.’ De heer Roberto Champredonde bewoont een stevig ommuurd stadspand zonder bel, en draagt geen gehoorapparaat. Het vergt een half uurtje schreeuwen om hem naar de deur te lokken, de ledematen van deze 86-jarige gepensioneerde ingenieur, zijn nog wel ongekend soepel. ‘Arme regio’s brengen sterke mensen voort’, verklaart Champredonde zijn uitstekende gezondheid. Met zíjn arme regio doelt hij niet op het district Buenos Aires, maar op het Franse departement Aveyron, waar zijn vader in 1882 ter wereld kwam. Aveyron kampte in dit pesticideloze tijdperk met een plaag aan ongedierte dat wijnranken aanvrat.

Die rampspoed viel samen met de aftrap van een project dat de intelligentsia van Buenos Aires niet utopisch vond, maar dat zich achteraf prima als utopisch laat kwalificeren. Zoals je van Buenos Aires de mooiste stad ter wereld kon maken door er het fraaiste uit Europa neer te zetten, zo kon je van Argentinië een betere versie van Europa maken door het snel te bevolken met Europeanen die het op hun eigen continent moeilijk hadden.

In de jaren 1880, zegt Champredonde, ‘hingen affiches over het Beloofde Land Argentinië aan de muren van Rodez in Aveyron’. In dat decennium verhuisden hele Franse dorpen naar Pigüé op de pampa. Vanuit Buenos Aires is dat een reis van zeven uur.

Buenos Aires, 1936.
Buenos Aires, 1936. © Horacio Coppola

Runderen vormen niet aflatende zwarte stippen in eindeloos vlak geelgroen land. In dit landschap begonnen ettelijke miljoenen Europeanen in de late 19de eeuw een nieuw leven. Pigüé werd door Franse immigranten aangelegd volgens de modernste inzichten van die tijd, met rechte, brede straten aangelijnd met platanen. Sommige daarvan hebben nog kinderkopjes, andere zijn onverhard. In het wagenpark domineren pick-ups met gebroken ruiten. In de winterlucht hangt de geur van houtvuur.

‘Vroeger spraken we in Pigüé gewoon Frans’, zegt Champredonde. ‘Spaans heb ik pas later geleerd, van de Russisch-Duitse dienstmeisjes op onze boerderij.’ Ach, boerderij, dat betekende in de gouden jaren van Argentinië iets anders dan dat er doorgaans onder wordt verstaan. ‘Onze boerderij’ ligt net buiten Pigüé en is een paleis met gebrandschilderde ramen en plafonds van een meter of zeven hoog. Om deze boerderij heen ligt de pampa waarvan de uitgestrektheid in de ochtend slechts door nevel wordt begrensd. Ik krijg een rondleiding door zalen gedecoreerd met bladgoud en een bibliotheek die duizenden boeken bezit die een goed beeld geven van wat Fransen lazen in de eerste helft van de 20ste eeuw.

Vader Champredonde boekte in die periode zo veel succes met zijn boerderij dat hij al zijn kinderen kon laten studeren. Die houden zich allang niet meer bezig met boeren.

IMMIGRATIE NAAR ARGENTINIË

De 19de-eeuwse Argentijnse liberale vooruitgangsdenker Juan Bautista Alberdi formuleerde altijd helder: ‘Besturen is bevolken. Haal beschaafde Europeanen binnen en je versnelt de vooruitgang met tweehonderd jaar.’ Een paradijs bouwen ís paradijsbewoners verwelkomen. In de late 19de en vroege 20ste eeuw staken ten minste vier miljoen Italianen, Spanjaarden, Fransen, Duitsers, Zwitsers, Russen, Joden uit Midden- en Oost-Europa en vele anderen de Atlantische Oceaan over in zuidwestelijke richting. Wie deze geschiedenis aan die van de Verenigde Staten doet denken, moet weten dat de immigratie naar Argentinië destijds in relatieve zin veel omvangrijker was, en veel sneller en gestuurder verliep. De bevolking verdubbelde in enkele decennia.

Geen project is utopisch voor het utopisch blijkt. In 1895 was er in Argentinië vijftien keer zo veel landbouwgrond in gebruik als in 1872. De jaarlijkse inkomsten waren in 1900 met 150 miljoen gouden peso’s vervijfvoudigd. Rond 1910 exporteerde het land meer dan dertien keer zo veel als in 1870. En elke week kwamen er duizenden nieuwe immigranten aan land.

‘Als je weken op de boot hebt gezeten, dan ben je blij met elk hotel’, zegt Rocío Márquez, kunsthistorica en gids in het Immigratiemuseum dat ooit het Immigrantenhotel was. Om in dit hotel te komen moet je langs de huidige afdeling immigratie van het Argentijnse ministerie van Binnenlandse Zaken. Daar staan ‘s ochtends vroeg al honderden armlastige Bolivianen en Paraguayanen in de rij voor verblijfsdocumenten. Daarachter, pal aan de kade van Buenos Aires, ligt het oude Hotel de Inmigrantes.

Buenos Aires, 1936.
Buenos Aires, 1936. © Horacio Coppola

Wie net van de boot kwam, kon hier overnachten in een ijzeren bed met een stuk zeil als matras – niet in tweepersoons – maar in tweehonderdvijftigpersoonskamers. Vooraf was gecontroleerd of de gasten geen dokter nodig hadden en of ze luizenvrij waren. Ook hun bewijzen van een arbeidszaam verleden moesten in orde zijn – Europese landlopers gingen terug op de boot.

Ter ere van het jubileumjaar 2016 zijn geen ansichtkaarten gedrukt. In het foto- en ansichtkaartenantiquariaat van Marcelo Loeb, verscholen in een passage aan de Maipú-straat in de hoofdstad, vind je wel volop kaarten van het feestelijke jaar 1916. Loeb, die een longziekte heeft en ademt met hulp van een neusmaskertje, heeft in zijn winkeltje nog veel meer moois uit de Argentijnse belle époque op voorraad. Van onder zijn toonbank haalt hij bakken vol taferelen uit de eerste helft van de 20ste eeuw tevoorschijn.

Die ansichtkaarten waren bedoeld om te pronken. Op die foto’s probeerden verse Argentijnen zich voor hun familie in Europa gelukkiger voor te doen dan ze waren. Desalniettemin: het is nauwelijks voor te stellen dat deze Argentijnen in hetzelfde land leefden dat later in de 20ste eeuw coup op coup zou beleven, dat op de rand van een burgeroorlog balanceerde, dat een der bloedigste junta’s van Latijns-Amerika voortbracht en dat na het herstel van de democratie van crisis naar crisis zou sukkelen tot het in 2001 de facto failliet ging.

‘MET Z’N ALLEN ZONDER GELD’

De periode waarin Argentinië volop in het nieuws was vanwege wanhopige mensen bij pinautomaten, daar spreken Argentijnen nu over als ‘de tijd van het met zijn allen zonder geld zitten’. In de 21ste eeuw leeft rond de 30 procent van de inwoners onder de armoedegrens.

Een vrouw uit Pigüé zegt: ‘Rationeel valt het niet te begrijpen. Het is een speciaal talent voor destructie. Ze zeggen dat Argentijnen ballingen zijn die niets gemeen hebben. Maar ze hebben allemaal dat vermogen goud uit handen te laten vallen.’

Felipe Pigna, een veelbesproken Argentijns historicus, ontvangt in zijn met dertigduizend boeken gevulde huis in de laat 19de-eeuwse hoofdstedelijke wijk Caballito. Hij zegt: je kunt alleen maar goud laten vallen als je goud in handen hebt. ‘Het paradijs Argentinie was een project van een arrogante, ambitieuze oligarchie, het bestond niet echt! Zowel de honderdste verjaardag van de opstand tegen de Spanjaarden in 1910 als die van de onafhanlijkheid in 1916 vierde de elite groots. Er kwamen veel buitenlandse journalisten. Argentijnse vakbondsleiders gingen in het geheim naar die journalisten toe: kom mee, dan laten we jullie even wat minder rijke Argentijnen zien!’

Beeld

De foto’s van Buenos Aires bij dit artikel zijn in 1936 gemaakt door de Argentijnse fotograaf Horacio Coppola (1906 – 2012) ter gelegenheid van de 400-ste verjaardag van de stichting van de stad. De opdracht was om de stad er zo voordelig mogelijk op te zetten.

Schrijf het maar eens even simpel op: die mannen die honderd jaar geleden grootse plannen hadden met Argentinië, die hebben nooit kunnen verkroppen dat de massa’s die ze verwelkomden zich niet naar hun wensen voegden. Heel symbolisch: in het interbellum legde de elite in Buenos Aires de breedste van al ‘s werelds hoofdstraten aan, de Avenue van de 9de Juli, een schoolvoorbeeld van de megalomanie van mannen die altijd in auto’s zaten. Voor voetgangers was en is die straat veel te breed om in een keer over te steken!

De gangmakers van het utopische project Argentinië, zegt Pigna, bleken in plaats van utopianen ménsen te hebben binnengehaald. Die mensen vonden geen pot met goud aan het einde van de regenboog. Die waren een geïmporteerd lompenproleratiaat, een geweldig electoraal potentieel ook. Het was wachten op iemand die dat potentieel zou weten aan te boren. Degene die dat lukte, Juan Domingo Perón, was zo invloedrijk dat zijn naam nog steeds is verbonden met een der hoofdstromingen in de Argentijnse politiek.

Peronisme voor dummies: een mengsel van socialisme, etatisme en nationalisme. Pigna: ‘Het discours van Perón was voor al die arme landarbeiders die na 1930 naar Buenos Aires kwamen aantrekkelijker dan marxisme. Perón stond voor sociale rechtvaardigheid zonder ideologie. Geen Marx, wel de kerk en de Argentijnse vlag.’ J.D. Perón: de waterscheiding in de geschiedenis van het jonge paradijs. Vanaf het eerste moment werd hij veracht door degenen die tot dan toe de dienst hadden uitgemaakt.

Pigna: ‘Van de grootgrondbezitters waar jullie koningin van afstamt tot de liberale intelligentsia van Buenos Aires: ze vonden Perón een ordeverstoorder, de verwerpelijkste man op aarde. Perón deed in zijn beginjaren wat hij kon om die kloof te overbruggen. In 1943 probeerde hij tot een vergelijk te komen met de rijke landeigenaren. Het was een uitgestoken hand die werd geweigerd.’

Dat is voor even de laatste zin die voor me wordt vertaald, want de vertaler neemt het gesprek over. Hij wendt zich tot historicus Pigna. ‘Luister, het is niet waar. Perón was niet eens in staat zijn hand uit te steken.’ Na afloop zegt mijn behulpzame Argentijnse kennis Max Barbarossa, die tolkt, dat hij zich uit beleefdheid heeft ingehouden. Liever had hij gezegd dat ‘Perón in Argentinië meer schade heeft aangericht dan de twee atoombommen op Japan’.

Ze zeggen dat het meest typerende voor Brazilië is dat drugsdealers er hun eigen coke snuiven. Misschien is het meest typerende voor Argentinië dat Argentijnen zich genoodzaakt kunnen voelen het helemaal over te nemen van andere Argentijnen – omdat het zo niet langer kan. In het Immigratiemuseum spreekt Rocío Márquez, afkomstig uit een warm peronistisch nest, mooie woorden over de armenzorg van de laatste Argentijnse peronistische presidente, Cristina Kirchner. Een Argentijnse vrouw die dat hoort, kan niet anders dan ter plekke stevig interveniëren en het gesprek overnemen. Wat nou armenzorg!? Een vazal van Cristina probeerde 6 miljoen gestolen dollars in de tuin van een kerk te begraven!

‘NOG STEEDS EEN PARADIJS’

Buenos Aires, 1936.
Buenos Aires, 1936. © Horacio Coppola

Na afloop meende ik te begrijpen waarom Argentinië zo veel coups kende. Al die ‘gespreksovernamen’ zijn eigenlijk een soort staatsgrepen in microvorm: het gaat helemaal verkeerd en je móét wel ingrijpen. Meningsverschillen heb je overal, vergeleken bij de kloven in dit ex-paradijs stelt de Grand Canyon niets voor. Argentijnen betwisten zelfs of Argentinië een land is. De 86-jarige Roberto Champredonde vindt van niet: ‘Dit is geen land! Zonder wetten heb je geen land.’

‘Maar Argentinië is nog steeds een paradijs meneer!’ Marcelo Loeb, in 1950 geboren in Buenos Aires als kind van gevluchte Duitse Joden, ademt zwaar en vertelt in zijn ansichtkaartenantiquariaat over de geschiedenis van zijn familie. Zijn moeders familie voelde de Holocaust aankomen en kwam ruim op tijd in Argentinië aan. Zijn vaders familie woonde in Bonn, zijn grootvader voelde de Holocaust níét aankomen. ‘Pas in 1939 besefte hij het acute gevaar. Hij slaagde er ternauwernood in zijn twee oudste zoons, 18 en 17, op een schip naar Argentinië te krijgen: er mochten alleen jonge mannen aan boord. Zijn jongste zoon was nog een kind, die kon hij nergens onderbrengen. Die is waarschijnlijk al in 1942 samen met zijn ouders omgebracht. Mijn vader en zijn broer wisten van niets. Pas in 1946 kregen ze de waarheid te horen van een overlevende die in Buenos Aires aankwam. Mijn vader kon daar niet over praten. Ik ben opgevoed door een stille man.’

Loeb geeft een ansichtkaart van het fraaie Buenos Aires van 1916 cadeau en zegt: ‘Het is een talent om te voelen wanneer je ergens wegmoet.’ Ook in 2016 is de situatie in Europa weer zorgwekkend, weet hij. ‘Op deze wereld is Argentinië nog steeds een heel goed land.’

Op deze wereld is Argentinië nog steeds een heel goed land

Historicus Felipe Pigna en vertaler Barbarossa zijn het niet in alles met elkaar oneens. Als Pigna de vraag beantwoordt naar de reëel bestaande merites van het land dat als paradijs was bedoeld, kan de vertaler goedkeurend knikken. ‘Dit is een land waar cultuur levend is’, zegt Pigna, ‘waar je overal boeken hebt, waar iedereen leest, waar mensen veerkrachtig zijn in het omgaan met tegenslagen en waar mensen van alle origines zich echt hebben gemengd: je hebt hier geen grote etnische, raciale of religieuze kloven zoals in Europa en de Verenigde Staten.’

‘Wij Argentijnen verwijten elkaar vaak dat we niets van ons verleden leren’, zegt Pigna. ‘Maar ik denk dat wij een sterk historisch bewustzijn hebben. Als je ziet wat er nu in Europa gebeurt. In Oostenrijk waren bijna weer nazi’s aan de macht gekomen. U schrijft over de immigratie van vroeger, misschien komt u straks terug om te schrijven over de 21ste-eeuwse immigratie naar het paradijs Argentinië!’ Ik zeg tegen Pigna dat ik niet zeker weet of die Oostenrijkse FPÖ wel uit nazi’s bestaat, maar dat ik zeker naar Argentinië kom als ‘onze FPÖ’, met een leider die lijkt op Mozart, aan de macht komt. ‘Wees welkom’, zegt de historicus.

Martín Miguel de Güemes was een held uit de Argentijnse onafhankelijkheidsoorlog die wordt geëerd met een standbeeld aan de Plaza Güemes. Niemand die dit plein ooit Plaza Güemes noemt. Hier heet het Villa Freud – zo veel psychologen, psychotherapeuten, psychiaters en psychoanalytici zetelen in de omgeving.

(Tekst gaat verder onder foto).

Buenos Aires, 1936.
Buenos Aires, 1936. © Horacio Coppola

‘PARADIJS VAN DE PSYCHOLOGEN’

Buenos Aires, 1936.
Buenos Aires, 1936. © Horacio Coppola

Argentinië staat in 2016 niet eens meer bij de vijftig rijkste landen van de wereld. Het was dertig jaar geleden voor het laatst wereldkampioen voetbal. Maar in één competitie wordt het elk jaar wereldkampioen, namelijk in het klassement van de hoeveelheid psychologen, pyschotherapeuten en psychiaters per land per honderdduizend inwoners. Flink wat van die hulpverleners leveren hun diensten aan armlastige patiënten praktisch gratis. Dit is een land, luidt de grap, ‘waar je ook in therapie kunt blijven als de elektriciteit thuis is afgesloten’.

Verklaar dat ‘paradijs van de psychologen’ zoals je wilt. Argentijnen hebben veel te verwerken: de vele naschokken van het utopisch project dat hun eigen land was, het topzware verleden van hun Europese voorouders, en ook nog eens alle gewone problemen van het leven. De Argentijnse psychoanalyticus Gabriel Rolon zegt: ‘Wij werden luisteraars naar de pijn van anderen, omdat wij mensen nodig hadden om naar onze eigen pijn te luisteren.’ Zodra de bewoners van dit land zich weten te bevrijden van ‘politieke illusies’, zijn ze meer dan waar ook genegen elkaar te helpen.

Een verhaal over zo’n paradijs kun je niet anders dan afsluiten dan met de beroemdste woorden van zijn beroemdste schrijver, Jorge Luis Borges. ‘Dit is een land van ballingen.’

Ze is zonder twijfel de beroemdste vrouw van Argentinië: Peróns tweede echtgenote, in 1919 geboren als Eva Duarte. Dit achterbuurtmeisje schopte het tot actrice en hielp haar man met haar ‘stralende aanwezigheid’ miljoenen Argentijnse harten te veroveren. Vele armlastige Argentijnen geloofden dat Evita (‘Evaatje’) een heilige was. Op het hoogtepunt van haar populariteit ontving ze dagelijks honderden armen. Helaas werd bij Evita baarmoederhalskanker geconstateerd. Ze overleed in 1952 op 32-jarige leeftijd. De musical Evita droeg flink bij aan haar postume roem buiten Argentinië. Een Argentijnse grap is dat in de door Julie Covington gezongen titelsong Don’t cry for me Argentina het eerste woord moet worden geschrapt.

De tango ontstond in de late 19de eeuw in en rond de bordelen van Buenos Aires. De hoerenkasten werden gefrequenteerd door immigranten en waren smeltkroezen van Europese en lokale muziek en dans. Op oude foto’s zijn het steevast mannen die samen dansen. In die periode ging de tango vaak gepaard met drinkgelagen en messentrekkerij. De muzikale begeleiding bestond vaak alleen uit een accordeon. In het begin van de 20ste eeuw vond de tango snel zijn weg naar de Argentijnse bourgeoisie. In de balzalen werd de dans van zijn ‘rauwste’ elementen ontdaan en van een orkestrale begeleiding voorzien. De samenstelling van de dansparen was vanaf nu man-vrouw.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s