Donald Trump faalde waar Reagan slaagde

2008toppscampaign80

De week van Paul Brill

Net zoals dit jaar vormden in 1992 de tv-debatten tussen de presidentskandidaten een belangrijk ijkpunt in de verkiezingscampagne. Er waren er ook toen drie, met als extraatje dat niet alleen de Republikeinse president George Bush (senior) en Democratisch uitdager Bill Clinton de degens kruisten, maar op het podium ook een plaats was ingeruimd voor zakenman Ross Perot, die het als onafhankelijke mededinger opvallend goed deed in de peilingen.

Als correspondent moet je niet alleen afgaan op het beroepscommentariaat, maar ook je oor te luisteren leggen bij de vox populi. Daarom bedacht ik een onconventionele ambiance om het derde debat gade te slaan: een sportcafé waar een hele batterij tv-toestellen stond opgesteld en waar je met één oog de Redskins kon zien stormlopen tegen de Dolphins en met het andere kon volgen hoe Bush de aanvallen van Clinton en Perot probeerde te pareren.

Het was druk in het café en er was slechts één tv-toestel afgestemd op het verkiezingsdebat

De intentie was goed, maar de praktijk bleek weerbarstig. Het was druk in het café en er was slechts één tv-toestel afgestemd op het verkiezingsdebat, waarvan het geluid zo zacht stond dat je vrijwel niets kon verstaan. De barman voelde er niet voor om de volumeknop omhoog te draaien ten koste van het populairste sportevenement.

Nog geen man overboord: het kan ook instructief zijn om te noteren hoe een debat uitwerkt wanneer het overwegend om de visuele indruk gaat. Van het treffen tussen John Kennedy en Richard Nixon in 1960, zeg maar de moeder van alle tv-debatten, weten we dat de tv-kijkers de ontspannen ogende JFK als winnaar aanwezen, terwijl de radioluisteraars meenden dat Nixon zich het best had geweerd.

Het effect van tv-debatten wordt nogal eens overschat

Helaas leverden gesprekjes met een aantal cafébezoekers weinig op. De meesten haalden hun schouders op: de politiek interesseerde hen niet of nauwelijks. Anderen hadden hun keuze al bepaald en zagen in de debatten geen reden om die te herzien.

Ik memoreer dit omdat het effect van tv-debatten nogal eens wordt overschat. Zeker, de spanning laait altijd hoog op en ze leveren vaak boeiend politiek theater op. Dit jaar keek een recordaantal van 84 miljoen Amerikanen naar het eerste debat tussen Hillary Clinton en Donald Trump.

Een statistische analyse van de uitwerking van met name de eerste debatten tussen presidentskandidaten laat zien dat de verschuiving in de opiniepeilingen meestal beperkt is. De analyse is gedaan door het onvolprezen webmagazine FiveThirtyEight van Nate Silver en omvat alle debatten vanaf 1976. Twee zaken springen in het oog: doorgaans werkt het eerste debat in het voordeel van de kandidaat van de partij die op dat moment niet in het Witte Huis zetelt; maar beslissend is dat zelden.

In 1980 streefde Ronald Reagan president Jimmy Carter voorbij

Slechts twee keer was er sprake van een heuse kentering in de peilingen, die ook de einduitslag bepaalde. In 1980 streefde Ronald Reagan president Jimmy Carter voorbij en in 2000 werd Al Gore gepasseerd door George W. Bush.

Vier jaar geleden gebeurde bijna hetzelfde, toen president Barack Obama een onverwacht zwakke indruk maakte in zijn eerste krachtmeting met tegenstrever Mitt Romney; maar hij bleef nipt aan de leiding en wist zich in de twee volgende debatten te herstellen.

Ook in het jaar van de grote onvrede verover je het Witte Huis niet met louter branie en boosheid

Wat kunnen we zeggen over het effect van het eerste debat tussen Clinton en Trump? Gelet op de vier eerste nationale peilingen sinds afgelopen maandag ligt de verschuiving cijfermatig dicht bij het gemiddelde dat naar voren komt uit de historische analyse (2,6 procentpunten). Met dit grote verschil: die valt uit in het voordeel van Clinton, van de kandidaat dus wier partij het Witte Huis in handen heeft. Vóór het debat stond ze gemiddeld op een voorsprong van amper twee punten, nu is die gestegen naar drie tot vijf punten. De bounce doet zich ook voor in swing states als Pennsylvania en Florida.

Van een onomkeerbare trend mag beslist niet worden gesproken. Bij de misstappen die Clinton drie weken geleden maakte, bleek hoe fragiel haar toch al kleine overwicht is. Maar één belangrijk station is gepasseerd: anders dan Reagan in 1980 is Trump er bij dit cruciale eerste treffen niet in geslaagd om zich bij weifelende kiezers te profileren als een beheerste, innemende persoonlijkheid, aan wie gerust het roer van staat kan worden toevertrouwd.

Ook in het jaar van de grote onvrede verover je het Witte Huis niet met louter branie en boosheid.

Paul Brill is buitenlandcommentator van de Volkskrant. Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s