Bas Heijne, winnaar P.C. Hooft-prijs 2017

 

Nuchtere moralist die houdt van paradoxen en relativering

Toen hij in 1983 debuteerde, was Bas Heijne geen journalist, laat staan opinieleider. De piepjonge (23) romanschrijver schreef Laatste woorden, een satire die speelt in een oververhit artistiek milieu. Pas in 1992 – Heijne was intussen reisverhalen gaan schrijven – volgde de tweede roman, Suez, een ouderwetsig maar ingenieus verhaal over ontluikende liefdes op een mailboot, waarin Heijne alle uithoeken van de liefde verkent.

Een vooruitwijzing was misschien dat de hoofdpersonen in beide romans schrijvers zijn die twijfelen of de literatuur wel hun bestemming is. Intussen was Heijne al columnist, voor Vrij Nederland. Sinds 1991 is hij columnist en essayist bij NRC Handelsblad. Elke week een weloverwogen, doortimmerde column. Toch schreef hij eens dat hij de column ‘op z’n hoogst een poor man’s essay’ vindt. Typisch Heijne, die houdt van paradoxen en relativering: de geliefde literatuur verdedigen tegen het vluchtige genre van de column, ín een column.

De roman, dat bleef voor Heijne het hoogste goed, en dan vooral de grote sociale, breed schilderende roman over mensen en hun getob, romans zoals Louis Couperus en Henry James die schreven. Romans, schrijft Heijne mismoedig in zijn essay Echt zien, worden tegenwoordig nog wel geschreven en gelezen, maar ‘ze doen er steeds minder toe’. Voor Heijne doen romans ertoe als zij de wereld duiden, inzicht bieden, een moreel kompas bieden, hem helpen te leven. Couperus, schrijft hij, ‘heeft mij meer over mijzelf geleerd dan welke denker ook’.

Hij gaat op zoek gaat naar ‘het verhaal’ dat iets vertelt over onze tijd, onze samenleving

In die zin bleef hij altijd meer een schrijver dan een journalist of commentator; een schrijver met grote betrokkenheid bij de wereld. Het is begrijpelijk dat een jury met Jacqueline Bel, Kees ‘t Hart, Kristien Hemmerechts, David Van Reybrouck en Dirk van Weelden, zelf op verschillende manieren zulke schrijvers, hem voordroeg voor de P.C. Hooftprijs, die dit jaar gaat naar een schrijver van beschouwend proza. Heijne is een schrijver die op zoek gaat naar ‘het verhaal’ dat iets vertelt over onze tijd, onze samenleving. Over wat ons drijft, raakt, hindert en kwaad maakt. Ons onbehagen. Het onbehagen is de titel van zijn laatste essay in boekvorm.

Bas Heijne is geen felle polemist, geen vileine spotter of iemand die zijn vijanden fileert. Hij volgt niet hijgend het laatste nieuws en hij schrijft geen vertederende inkijkjes in het alledaagse leven. Een lachebekje is hij evenmin. Eigenlijk is hij zelden heel persoonlijk, hoewel iedere zin doordrenkt is van een rustige, zij het wat sombere grondtoon. Hij is, hoewel belezen, evenmin theoreticus die inzichten van filosofen op de samenleving loslaat.

Heijne is een nuchtere moralist. En hij is een kijker: hij observeert wat de mensen, zeggen, schrijven, schreeuwen en hoe ze zich gedragen en verbreedt die observaties tot inzichten over onze samenleving, de tijdsgeest en ons collectieve gemoed. Hij draagt geen oplossingen aan voor grote problemen en schetst geen weidse perspectieven. Hij laat mensen nadenken, en dat doet hij met volle inzet.

We leven in een ideale tijd voor een beschouwer als Bas Heijne

‘Verhaal’, dat is het meest kenmerkende typisch Heijne-woord. Zonder verhalen kunnen we niet, denkt hij, mensen hebben er een diepe behoefte aan. Vooral nu. Wij leven in een onttoverde wereld; magie heeft plaatsgemaakt voor bewijsvoering, roeping en bevlogenheid voor rationeel management en controledrift. Het geloof is verdwenen, gemeenschappen raken verbrokkeld en het wantrouwen jegens elkaar heerst. De politiek is niet bij machte om mensen het gevoel van verbondenheid te geven; mensen worden niet beroerd door redenaties over economische groei, kostenbesparing en efficiëntie. Dat is een rode draad in Heijnes beschouwingen.

Die hunkering naar sprookjes, naar een ‘wij’, heeft volgens hem een gevaarlijke keerzijde. Zij maakt mensen gevoelig voor de ‘roeptoeters’ in de media die louter op het gevoel spelen, en emotie dreigt de maat aller dingen te worden. De behoefte aan geborgenheid maakt mensen ontvankelijk voor een ‘rattenvanger’ als Geert Wilders. Een goed verhaal moet het hebben van goedgelovigen en dissonanten, helden en slachtoffers, climax en anticlimax. We leven in een ideale tijd voor een beschouwer als Bas Heijne.

Dit keer hebben we een betrekkelijk jonge laureaat. Na jaren waarin eerbiedwaardige ouderen werden bekroond was na 2000 de beurt aan zestigers: Tonnus Oosterhoff (1953), A.F.Th. van der Heijden (1951), Willem Jan Otten (1951; de vorige bekroonde essayist), Anneke Brassinga (1948) en Astrid Roemer (1947). Heijne is van 1960. Een broekie.

Bron: VK

 

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s