Plasterk “onthullingen”

 

‘Ik heb een vak geleerd en kom wel ergens terecht’

Minister Ronald Plasterk blikt terug op zijn politieke loopbaan

Met de finish van zijn politieke loopbaan in zicht blikt Ronald Plasterk (59) openhartig terug op een decennium in Den Haag.

Blijf op de hoogte

Iedere werkdag de laatste politieke ontwikkelingen vanuit Den Haag in uw mailbox? Schrijf u hier in.

Op de gang van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties zit iemand al meer dan een half uur te wachten. De woordvoerder zegt dat het interview ‘nu echt’ moet worden beëindigd.

‘Wie is het?’, vraagt Plasterk.

‘Een externe’, zegt de woordvoerder. ‘Voor die commissie.’

Plasterk denkt even na. ‘O… Maar die wil heel graag… Kan vast nog wel even wachten.’

Hij heeft dan al bijna twee uur gesproken. Beschouwend en ernstig over de mores van het Binnenhof, de opkomst van het populisme en het ‘kakkineuze’ dat de linkse beweging is binnengeslopen. Maar ook lichtvoetig en goedlachs over de gebeurtenissen achter de schermen, van de ontregelende eerlijkheid van Job Cohen tot een nachtelijke autorit met PVV-ideoloog Martin Bosma.

Nu denkt Plasterk na over de laatste vraag. Was het inruilen van een prestigieuze functie in de wetenschap voor een onzeker bestaan in de politiek een goede keuze? Ongeschonden is hij er niet uitgekomen. ‘De krassen zijn er, dat is gewoon zo’, erkent Plasterk. En tot zijn milde chagrijn scoort hij zelfs onvoldoendes als de Volkskrant cijfers uitdeelt aan de kabinetsploeg. ‘Ik heb mijn hele leven negens en tienen gehaald op school en dan dit… Come on…’

Ik heb mijn hele leven negens en tienen gehaald op school en dan dit… Come on…

Ronald Plasterk.
Ronald Plasterk. © Jouk Oosterhof

Toch overheerst het positieve bij de microbioloog. ‘Het verhaal schiet me nu te binnen. Mijn vader is in 1939 op z’n elfde uit Berlijn gevlucht en in Brabant opgevangen door de paters Franciscanen. Mijn vader zei altijd dat Nederland een mooi land is, maar dat je wel je best moet doen. Toen hij destijds begon op de middelbare school, haalde hij een 3 voor Nederlands; op zijn eindexamen een 9. Later kon hij nog precies uitleggen dat hij geen 10 haalde, omdat hij Herman Heijermans’ Droomkoninkje bij de romantiek had ingedeeld in plaats van bij het neorealisme. Kun je nagaan hoe fanatiek hij was.

‘Het duurde lang voordat mijn vader zich kon laten naturaliseren tot Nederlander. Toen het eindelijk gebeurde, was hij tot zijn grote spijt te oud om nog zijn dienstplicht in het leger te vervullen. Om toch wat terug te kunnen doen, sloot hij zich aan bij een soort Dad’s Army, de zogenoemde BB, Bescherming Bevolking. Ik herinner me nog hoe mijn vader op zaterdag met zijn plunjezak naar de Waalsdorpervlakte ging. Om zijn publieke plicht te doen. ‘s Avonds kwam hij dan zuchtend terug. ‘Pfff… Een hele middag en maar twee keer kunnen schieten.’

Plasterk lacht. ‘Dat is uiteindelijk ook mijn spirit geweest. Ik heb in de politiek mijn publieke plicht mogen doen; een paar keer kunnen schieten. Het is een hoog ambt. Een eer. Dat vind ik na bijna tien jaar nog steeds.’

Openhartoperatie

‘Ik ben afgelopen zomer geopereerd aan een hartklep die niet functioneerde. Dat kan een levensveranderende ervaring zijn, maar ik heb er eigenlijk niet lang bij stil kunnen staan. ‘You hit the ground running.’ Politiek kun je niet een beetje doen. Daarvoor heb je volle energie nodig. De hele episode is eigenlijk vrij snel weer wazig geworden, een onderbreking van de zomer. Laatst riep de Volendamse visboer op de Dappermarkt in Amsterdam naar me dat hij precies dezelfde operatie aan zijn hartklep heeft gehad. Die doet ook gewoon zijn ding.

‘Ik heb hartverwarmende reacties gekregen. Het meest geheime genootschap van Nederland is het clubje van ministers waar ik elke vrijdag mee sport. We leven met elkaar mee. Toen ik bij de eerste klachten een paar keer niet geweest was, vroeg Mark Rutte meteen: ‘Is er wat?’

Rutte

Iemand vroeg destijds eens aan me: ‘Wie in Europa besluit nou eigenlijk of de euro blijft bestaan?’ En dan zei ik voor de grap: ‘Nou ik!’

‘Ik heb van hem geleerd hoe belangrijk het is om de sfeer goed te houden. Anders sluipt er al snel zo’n zuurgraad in. Hij is daar erg mee bezig en doet dat ook openlijk. Toen ik tussen 2010 en 2012 in de oppositie zat, kreeg ik veel met hem te maken. Het kabinet had de hulp van de PvdA nodig om de steunpakketten voor de euro door de Kamer te krijgen. De PVV deed dat als gedoger niet. Voor Duitsland was het weer belangrijk dat Nederland binnenboord bleef. Iemand vroeg destijds eens aan me: ‘Wie in Europa besluit nou eigenlijk of de euro blijft bestaan?’ En dan zei ik voor de grap: ‘Nou ik!’

‘De steun van de PvdA was cruciaal en partijleider Job Cohen liet het grotendeels aan mij over. Rutte had dat natuurlijk haarscherp door: die Plasterk moeten we ‘in the loop’ houden, want die hebben we dadelijk het eerste nodig. Als hij wegreed van het Elysée hoorde je het knarsen van het grind onder de wielen van de dienstauto en dan belde hij mij. ‘Hé Ronald, even vertellen wat Sarkozy ervan vindt.’ Dan hoorde ik naderhand dat hij de woordvoerders van zijn eigen partij en het CDA liet bellen door zijn assistent.’

Cohen

Tegen Wouter Bos heb ik ook weleens gezegd: Ik was nog loyaal aan jou toen je het zelf al niet meer was

‘Er waren toen in de fractie wel een aantal heethoofden, zoals Jacques Monasch en Diederik Samsom, die zeiden: ‘We lijken wel gek dat we het kabinet aan een meerderheid helpen.’ Maar ik had de diepe overtuiging dat we als sociaal-democraten echt niet de stekker uit de euro konden trekken. Dat had ik ook met Job Cohen besproken: voorwaarden stellen is prima, maar uiteindelijk laten we de euro niet vallen.

‘Op een gegeven moment bleek dat Job dat gewoon aan Rutte had verteld. Dat was natuurlijk ook weer niet de bedoeling. Het holde onze onderhandelingspositie toch wat uit. Toen ik dat tegen een ervaren fractiegenoot zei, zat die tegen het plafond. ‘Hoe kan-ie dat nou doen?!’

‘Uiteindelijk zal het weinig kwaad hebben gedaan. Rutte hield begrip voor het feit dat wij wel wat terug moesten hebben voor onze steun.

‘Cohen bleef de burgervader. Ik was zijn rechterhand en het was vervelend om te zien hoe hem het vertrouwen binnen de partij langzaam ontglipte.

‘Loyaliteit heb ik altijd belangrijk gevonden. Tegen Wouter Bos heb ik ook weleens gezegd: ‘Ik was nog loyaal aan jou toen je het zelf al niet meer was.’ Ik ben ook Diederik Samsom blijven steunen. Zeer. Misschien houd ik gewoon niet zo van verandering.’

Bèta

'De Wouke-van-Scherrenburg-toon in de media 'Minister, vindt u eigenlijk ook niet dat u een lul bent?' kan tot meer cynisme leiden.'
‘De Wouke-van-Scherrenburg-toon in de media ‘Minister, vindt u eigenlijk ook niet dat u een lul bent?’ kan tot meer cynisme leiden.’ © Jouk Oosterhof

‘Toen ik net in het kabinet kwam, zei Frans Timmermans tegen mij: ‘Jij bent een echte problem solver.’ Dat bedoelde hij kritisch. Ik had de houding van een bèta: we hebben een probleem, we maken het zo klein mogelijk en lossen het op. Maar in de politiek, als je op metaniveau kijkt, kun je ook zeggen: wees blij, koester dat probleem! Maak het groter. Dan kun je er nog jaren plezier van hebben!

‘Neem die bestuurlijke hervormingsagenda van D66. Die gaat nu al vijftig jaar mee. En als puntje bij paaltje komt, zegt Thom de Graaf: ‘Ja nee, dat referendum moet natuurlijk niet in verkeerde handen vallen.’ Zo heeft D66 al vijftig jaar lol van een probleem.’

Timmermans

Timmermans zei: ‘Nou, dan doe ik gewoon niks.’ Echt, die heeft een half jaar niks gedaan

‘Frans Timmermans kan het snoeihard spelen. Toen we in 2010 in de oppositie belandden, was hij net staatssecretaris van Europese Zaken geweest. Timmermans zei eenmaal terug in de Kamer: ‘Ik wil de buitenlandportefeuille.’ Maar daar zat al iemand op. Bovendien is het een beetje not done. Je komt uit een kabinet, je kent iedereen op het departement.

‘Maar Timmermans heeft net zo lang zijn adem ingehouden totdat hij dat woordvoerderschap had. Hij zei: ‘Nou, dan doe ik gewoon niks.’ Echt, die heeft een half jaar niks gedaan. Ik vond het een rare vertoning. Iedereen was bezig. De één met platvisserij en de ander met weet ik wat voor portefeuille. Maar Timmermans zei: ‘Ik hoor het wel als ik wat kan doen met Buitenlandse Zaken.’ Uiteindelijk heeft hij dat woordvoerderschap gekregen.’

Vriendschap

‘Voor de formatie van dit kabinet zei Diederik Samsom tegen me: ‘Ik neem mijn oude makker Jeroen mee als onderhandelaar.’ Dijsselbloem was de vicefractievoorzitter, een dossiervreter, ik begreep het wel. Ik was woordvoerder Financiën en nummer 3 op de lijst, maar ik heb het niet als krenking ervaren. Ik vond het geen verkeerde keus.

‘Later zei Samsom: ‘Ik wil graag dat je in het kabinet komt, maar – het zal je misschien tegenvallen – niet op Financiën.’ Wie dan wel? ‘Jeroen.’ Dat begreep ik ook wel weer. Hij had de onderhandelingen gedaan, vertrouwen gewekt bij de VVD. Ik heb het maar een beetje gelaten zoals het was.

‘Terugkijkend heb ik me niet gerealiseerd dat die twee samen zo optrokken. Dat had ik niet in de gaten, hoewel ze heel dichtbij stonden.

‘Diederik en Jeroen zijn samen binnengekomen, hebben lang samen in de Kamer gezeten, hebben zich eindeloos op moeten werken. Dat schept een band. Ik kwam anders binnen. Meteen als minister. Dat is toch een andere geschiedenis. Zo’n band als zij hebben met elkaar heb ik niet in de politiek.’

Politicus

Ik merkte dat mensen er moeite mee hadden dat ik als minister niet meer zo vrijuit sprak

‘Er worden twee dingen gevraagd van een politicus, die allebei logisch zijn en waar toch een spanning tussen zit. De ene is integriteit en de andere is loyaliteit. Loyaliteit is dat je accepteert dat je altijd namens het collectief spreekt. Als minister accepteer je dat er eenheid van kabinetsbeleid is, hoewel de kans nul is dat je het over alle duizend onderwerpen eens bent. In de Trêveszaal kun je alles op tafel leggen, maar uiteindelijk accepteer je dat er een gezamenlijk besluit is. Dan kun je niet naar buiten lopen en even gaan vertellen wat je er feitelijk van vindt. Volstrekt logisch. Dat is in elke organisatie zo waar je verantwoordelijk bent voor meer dan alleen je eigen mening.

‘Toch botst dat met de vorm van integriteit die Pim Fortuyn heeft geformuleerd: ‘Ik zeg wat ik denk en ik doe wat ik zeg.’ Ik merkte dat mensen dat ook van mij een beetje verwachtten. Dat ze er moeite mee hadden dat ik als minister niet meer zo vrijuit sprak. Ik had toch die column gehad op televisie, recht in de camera van Buitenhof, en elke vrijdag in de Volkskrant. Dat schepte bijna een persoonlijke band.’

Bosma

Er zijn natuurlijk ook bij links bepaalde elementen in geslopen. Linkse politici die kakkineus zijn geworden en gemakzuchtig

‘Hij woont bij mij in de buurt, Martin Bosma, in Amsterdam-Oost. In een iets chiquere straat dan ik, maar het scheelt niet veel.’ Plasterk lacht. ‘Grapje…’

‘Laatst na een of ander debat was het laat geworden en pakte hij zijn tasje en liep de wind in. Ik dacht: hij woont toch bij mij om de hoek, laat ik even vragen of hij wil meerijden in de dienstauto. Dat stelde hij op prijs. We hebben interessant zitten praten. Hij is toch een verdwaalde sociaal-democraat. Hij heeft wel eens toegelicht dat de PVV een samenkomen is van mensen uit verschillende politieke nesten. Er zitten SGP’ers die vinden dat de SGP te progressief is geworden, er zitten anti-overheidsdenkers, teleurgestelde sociaal-democraten. Daar reken ik hem toe.

‘Er zijn natuurlijk ook bij links bepaalde elementen in geslopen. Linkse politici die kakkineus zijn geworden en gemakzuchtig. Dat kunnen we niet ontkennen. Maar om dan de hele linkse beweging zo af te schrijven, dat vind ik echt fout. En in dat haatdenken tegen de islam kan ik hem totaal niet volgen. Dat is on-Nederlands.

‘Juist als ze het anti-islambeleid concreter gaan maken, zullen ze het verliezen. De Turkse bakker op de hoek, een keurige meneer waar je je brood haalt, mag straks niet meer naar de moskee? Als je dat soort maatregelen gaat nemen, kom je echt in conflict met waar dit land voor staat. Populisten komen ermee weg zolang ze het onbehagen een beetje in algemene termen kunnen verwoorden. Als het te concreet wordt, gaat het mis. Dat zag je bij de kopvoddentaks. Dan ga je de grens naar beleid over en gaan mensen zich afvragen: hoe hoog moet die belasting zijn, wie gaat dat innen, hoe vaak? Dan komt iedereen al snel tot de conclusie dat het gekkigheid is.’

Media

Politici natuurlijk ook de pers die ze verdienen. Als je van alles een opzetje bakt, wordt het ook een sport om die opzetjes te doorzien

‘Er valt natuurlijk wel wat te zeggen over de rol van de media. De Wouke-van-Scherrenburg-toon – ‘Minister, vindt u eigenlijk ook niet dat u een lul bent?’ – kan tot meer cynisme leiden, net als de Ferry-Mingelen-aanpak waarbij alles tongue-in-cheek tot een spelletje wordt gereduceerd.

‘Aan de andere kant krijgen politici natuurlijk ook de pers die ze verdienen. Als je van alles een opzetje bakt, wordt het ook een sport om die opzetjes te doorzien en er de achterkant van te laten zien. We moeten daarmee oppassen. Dat geldt ook voor al die mediatraining. Ik heb die zelf twee, drie keer gehad.

‘Ik kan me een buitengewoon ongelukkige sessie in de fractie herinneren. Gingen we een spelsituatie doen. Debatteren. Kwam meteen het commentaar van de trainer (Plasterk zet een opgewonden stemmetje op ): ‘Nee…! Nou laat je hem uitpraten! Nu laat je hem zijn punt maken! Nee, dat gaan we overdoen!’

‘Nu zie je ook politici die meteen iemand gaan onderbreken. Die heeft vast dezelfde training gehad, denk ik dan.’

Vicepremierschap

‘In Balkenende IV kreeg ik opeens vicepremier en partijleider Wouter Bos aan de lijn. Ik was minister van Onderwijs. Het ging in de peilingen helemaal niet goed met de PvdA en Bos zei tegen me: ‘Weet je wat we doen: ik ga terug naar de Kamer en word fractievoorzitter. Dan kan Mariëtte Hamer (destijds fractievoorzitter, red.) naar het ministerie van Onderwijs. Jij wordt vicepremier en minister van Financiën.’ Een driehoeksruil.

‘Ik zei dat ik er over zou nadenken, maar het is natuurlijk niet een soort vraag waartegen je nee zegt, al heb ik wel meteen gezegd dat het op paniek zou lijken. De volgende dag zouden we er verder over praten. Bos drukte me op het hart er met niemand over te spreken. Heb ik ook niet gedaan. Alleen thuis. Het was voor de bankencrisis, we waren misschien een jaar bezig.

‘De volgende dag hoorde ik niks meer. Dus ik belde Bos om te vragen hoe het zat. Bleek hij het met heel veel mensen te hebben besproken, terwijl ik had gezwegen. Lilianne Ploumen, Jeroen Dijsselbloem, Diederik Samsom en nog wat mensen hadden het toch niet zo’n goed idee gevonden. Met overigens precies dezelfde eerste reactie als die van mij: ‘Dit lijkt toch een beetje op paniek.’

Aboutaleb

Ik weet nog dat zijn benoeming tot burgemeester van Rotterdam voor de minister-president uit de lucht kwam vallen

‘In het kabinet Balkenende IV zat het tussen de partijleiders niet goed. Een heel verschil met het huidige kabinet. Als er nu wat negatiefs in de pers staat, dan bellen Rutte en Samsom elkaar en zeggen ze allebei: ‘Vervelend, het zal wel weer bij mij vandaan komen.’ Toen was het meer: ‘Vervelend, het zal wel weer bij jullie vandaan komen.’

‘Dat waren ook de marching orders die destijds vanuit de top werden gegeven: ‘Zolang ik het niet weet, moeten jullie maar met de pers praten.’ Daarmee zeg je in feite tegen mensen in je omgeving, zonder het zelf aan te sturen: ‘Ik vind het niet erg als je even goed uitlegt hoe het echt gegaan is.’

‘Dat holt natuurlijk het vertrouwen uit. Ahmed Aboutaleb was destijds staatssecretaris van Sociale Zaken. Ik weet nog dat zijn benoeming tot burgemeester van Rotterdam voor de minister-president uit de lucht kwam vallen. Aboutaleb had zijn mond gehouden over de sollicitatie, maar Bos wist er natuurlijk van. Premier Balkenende en CDA-minister Piet-Hein Donner niet. Zoiets zou nu ondenkbaar zijn. Het is toch een schending van vertrouwen. Maar Bos zei tegen Balkenende: ‘Als je het geweten had, had je het toch tegengehouden?’ ‘Ja’, zei Balkenende, ‘dat is zo.’ Waarop Bos zei: ‘Nou, daarom hebben we het ook niet verteld.’ Het is nu ondenkbaar dat je over belangrijke, mogelijke benoemingen niet even met Rutte praat.’

Toekomst

‘Daar moet ik zo langzamerhand wel naar gaan kijken. In februari zit ik hier tien jaar. In de Kamer kom ik niet terug. Naar een kabinetsfunctie vraag je niet en je weigert ook niet, maar in alle realiteit: als de PvdA gaat meeregeren – en dat hangt van de verkiezingen af – dan zijn er nog wel een paar hele goeie mensen. Ik ben als enige minister lid geweest van de twee langstzittende kabinetten van deze eeuw. Dan is het ook wel logisch dat iemand anders dat gaat doen. Er ontstaat voor mij een nieuw moment. Maar ik heb een vak geleerd en kom wel ergens terecht.’

Reactie Wouter Bos

De uitspraken van Ronald Plasterk zijn voorgelegd aan Jan Peter Balkenende, Frans Timmermans en Wouter Bos.

Balkenende en Timmermans reageerden niet. Bos, met Henk Kamp informateur van het kabinet Rutte II, gaf de volgende reactie:

‘Blij om te horen dat de sfeer in het kabinet zo goed is gebleven. Voor de citaten geldt dat herinneringen na acht jaar verkleuren, dus ik laat deze graag voor rekening van Ronald.’

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s