Wiegel werd uit Friesland opgehaald met een helikopter die in een weiland landde. “Ik zat bij die jongens achterin en zei: ‘Wat vinden jullie ervan, mannen, zullen we even over de Vondelstraat vliegen?’ ‘Heel goed, excellentie.’

 

09-2012_Wiegel

 

VVD-politicus Hans Wigel haalt vrolijke herinneringen op aan zijn Amsterdamse jaren. Over de gehaktballen van mevrouw Oordijk, de vreselijke studieboeken die hij moest lezen en het roerige Amsterdam van rond 1980.

Hans Wiegel (71) woonde tot zijn twaalfde in de Geuzenstraat in West. Toen zijn vader in goeden doen raakte, verhuisden de Wiegels naar het Gooi. Voor zijn studie keerde hij terug naar Amsterdam, “naar de roodste faculteit van een rooie universiteit”. Vlak voordat de VVD-er minister van Binnenlandse Zaken en vicepremier werd, verliet hij met zijn gezin de stad. Maar als minister bleef hij betrokken bij de opstandige hoofdstad.

Oud-Amsterdammer Hans Wiegel heeft een woning in Den Haag. Op weg daarnaartoe loop ik over het Plein, het Binnenhof, langs de Hofvijver en bekijk het Torentje van de minister-president, waar zijn partijgenoot Mark Rutte resideert.
Bij binnenkomst biedt Wiegel een kop koffie en cake aan. Hij draagt een spijkerbroek en heeft een opvallend goed humeur – waar hij is, daar schijnt de zon, dat is duidelijk. Ik begin over de Geuzenstraat en de Wiegbrug. Meteen vertelt hij hoe hij als kleine jongen op de Wiegbrug stond en spuugde op de schippers die met hun groenteschuiten op weg waren naar de Markthallen in de Jan van Galenstraat. “Wat was leuker als Amsterdams jochie dan boven op die brug te staan en te spugen? Die lui konden niets terug doen!” Hij krijgt de slappe lach en veegt de tranen uit zijn ogen.
Hans Wiegel is op 16 juli 1941 geboren. In de oorlog. Het gezin woonde aan de Geuzenstraat 20 op driehoog. Ernstig: “Ik kan me het huis helemaal herinneren. Ik weet nog: toen ik een heel klein jongetje was, werd ik door mijn vader uit het raam op het platte dak getild – ik had toen al hoogtevrees – en zagen we nog voor de bevrijding vliegtuigen overvliegen. Die kwamen brood uit Zweden naar beneden gooien, zoals mijn vader mij toen vertelde. Later bleek dat verhaal een mythe.”
Zijn vader werd voor de Arbeitseinsatz naar Duitsland afgevoerd. Hij moest in Ludwigshafen werken, bovenop een steiger. Wiegel: “Tegen hoge fabrieken aan, zeer gevaarlijk. Hij zou met verlof komen. Als jongetje van drie zat ik op de arm van mijn moeder op het Centraal Station te wachten op mijn vader. Maar hij kwam niet. Ik weet nog goed hoe totaal verkrampt en verstard mijn moeder was. Dat maakte een enorme indruk.” Later kwam hij toch thuis. “En toen heeft een huisarts, die aan de goede kant van de streep stond, mijn vader afgekeurd. Hij zou totaal in de war zijn. Dat was hij niet. Die dokter zei met zo’n knipoog: ‘Ik begrijp het wel, meneer Wiegel.’”

Een hele gekke man
Hans Wiegel vertelt dat hij uit een ouderwets gezin komt, “in de goede zin van het woord”. Zijn vader had op de meubelmakersschool in de Jordaan gezeten en werkte als meubelmaker bij een baas. Op dansles leerde hij zijn vrouw kennen.
“Mijn moeder vertelde hoe dat ging. Ze zei: ‘Je vader was een hele gekke man. Die kwam daar op dansles en had van huis een trommeltje met blokjes kaas meegenomen. En dan ging hij op dansles met die blokjes kaas rond.’ Dat is toch een beetje typisch. Ze vond dat erg leuk, want mijn moeder groeide op in een gezin waar de stemming tussen de ouders onderling niet zo geweldig was. Het was er saai, ze mocht eigenlijk niets. Ze kwam opeens in die vrolijke wereld van de Wiegels terecht. Een jolig gezin, het was er altijd feest. Mijn moeder vond dat super.”
Direct na de oorlog trok zijn vader de stoute schoenen aan en begon een eigen bedrijf, op de Bloemgracht 69. Wiegel: “Het was een grote werkplaats met veel hout en achter twee wc’s: een voor de klanten die langskwamen en een voor het personeel.” Na een tijd had hij 25 man personeel in dienst. Dat wilde hij niet. “Toen is hij met vijf man verdergegaan en echt geld gaan verdienen.”

Pingelen met Caransa
Zelfs met de bekende en beruchte vastgoedhandelaar Maup Caransa wist Wiegel senior raad. “Mijn vader zou de bar van het Doelenhotel verbouwen. Ik mocht mee naar Caransa’s kantoor op de Herengracht: eng en ook leuk. Caransa was heel aardig tegen mij.”
De jonge Hans zat bij het gesprek. “Caransa pingelde natuurlijk. Mijn vader dacht: op die manier verdien ik niets aan de verbouwing. Dan gooi ik maar een extra centje bovenop de tapijten en gordijnen die ik moet leveren. Maar Caransa, ook niet gek, zei: ‘Wiegel, ik maak het je gemakkelijk. Jij maakt de bar en ik zorg zelf voor de tapijten en de gordijnen.’ Mijn vader antwoordde: ‘Dat is goed, meneer Caransa. Maar als het klaar is, dan komen wij bij u eten in de zaak en nemen onze eigen spinazie mee.’ Waarop Caransa zei: ‘Goed, lever alles maar.’ Dat alerte heb ik van mijn vader.”
De jonge Wiegel ging naar de Potgieterschool aan het Bilderdijkpark. “In de vierde klas was ik klaar-over om andere kinderen te helpen bij het oversteken. In de De Clercqstraat, een drukke straat waar de Haarlemse tram ook nog doorheen reed. Ik had een jasje met gesp en zo’n spiegelei. Dat was nog linke soep; de auto’s reden toen als gekken.” Meester Stevens was dat jaar zijn meester, een vrijgezel. “Later is Stevens getrouwd met de schooltandarts. Wij vonden dat heel spannend. We gingen met de hele klas naar het huwelijk, op het oude stadhuis.”
Stevens bezocht in de zesde klas zijn ouders thuis. “Hij zei: ‘Uw zoon moet naar het gymnasium, dat kan-ie.’ Mijn ouders vonden hbs al heel hoog, maar als de meester het zegt dan moet het gebeuren. Dan zou ik naar het Barlaeus gaan, maar toen verhuisden mijn ouders naar Laren in het Gooi.” Dat vond vader Wiegel leuk. “Ongetwijfeld ook om te laten zien hoe goed hij het had gedaan. Maar hij had voor dezelfde centen – zo’n huis kostte 25.000 gulden – een huis in de Van Eeghenstraat bij het Vondelpark kunnen kopen.”

Mevrouw Oordijk
Op zijn achttiende kwam hij als student terug naar Amsterdam. Wiegel woonde op een kleine kamer in de Eerste Leliedwarsstraat. “Dat kamertje had uitzicht op de Westertoren, maar dan moest je wel levensgevaarlijk uit het raam hangen, anders zag je hem niet.” Er was geen wc op die zolder. Voor de wc moest hij naar zijn hospita, mevrouw Oordijk. “Een echte Jordanese vrouw, met een kleine kamer propvol met prullaria. Verdomd gezellig. Ik ging altijd om half zes naar de plee, want dan stond ze in de pan te roeren. Dan zei ze: ‘Wil je ook een balletje gehakt, jongen?’ ‘Heel graag, mevrouw Oordijk!’”
De latere politicus studeerde politieke wetenschappen. Wiegel: “Dat was de roodste faculteit van de rooie universiteit. In dat linkse gezelschap was ik de enige liberaal. Een van mijn beroemdste docenten was de econoom professor Salomon Kleerekoper, een marxist.” Wiegel gruwt nog van de “verschrikkelijke boeken” die hij moest lezen.
“Ik zal u een mooi verhaal vertellen. We zaten in de Agnietenkapel voor ons eerste college van Kleerekoper. Hij zei met zijn krassende stem: ‘Dames en heren, wie van u heeft hbs-a?’ Tachtig procent stak zijn vinger op. Waarop hij vervolgde: ‘Als het meezit, zie ik u over zeven jaar op uw kandidaatsexamen.’ Daar stond normaal drie jaar voor. Hij vond die a-richting van de HBS een aanfluiting. Later kwam ik voor een van de allerzwaarste tentamens bij hem thuis, in de De Lairessestraat. Een mondeling tentamen, met thee en zo. Ik kende er niet veel van en bracht er niets van terecht. Ik vroeg om een aspirientje. Hij zei: ‘U hebt zeker hbs-a?’ Ik: ‘Nee, professor.’ En nou komt het. Hij: ‘Hbs-b?’ Ik: ‘Nee.’ ‘Gymnasium-alfa?’ ‘Nee, professor.’ Verbijsterd: ‘Hebt u gymnasium-bèta?’ ‘Ja, professor.’ ‘Dan hoeft u dit ook niet te weten. U bent geslaagd.’”
Wiegel zat kort bij het Amsterdamse studentencorps. “Met zo’n ouderwetse ontgroening, met varkentjes die werden losgelaten. Ik vond er geen bal aan. Geschreeuw en gezuip, niets voor mij. Te hardhandig, al houd ik wel van een glas bier.” Wiegel bleef maar een paar maanden lid.
Via een vriend kwam hij bij de JOVD, de jongerenvereniging van de liberale VVD. “Die politiek vond ik geweldig, fantastisch. Vooral het debat.” Hij hoorde een lezing van VVD-leider Pieter Oud. “Ik was helemaal flabbergasted. Wát een verhaal. Ik werd lid. Ik ben ‘liberaal’ opgevoed, van zuinig zijn en je best doen. En ik kwam ook uit een ondernemersgezin, dus mijn ouders stemden niet meer op de PvdA. Ze spraken trouwens nooit over politiek.”

De politiek in
Nog als student – pas 25 jaar – werd Hans Wiegel Kamerlid. “Maar ik studeerde al niet zoveel meer, had wel mijn kandidaats. Ik kreeg college van Hans van den Doel, later Kamerlid van de PvdA. Ik was pas nog op zijn begrafenis. Die gaf een werkcollege economie waar ik met de pet naar gooide. Hij zei: ‘Het is mooi dat u zich voor politiek interesseert, meneer Wiegel, maar u moet uw tentamens op tijd doen.’” Lachend: “Daar had hij gelijk in.”
Vier jaar later werd hij ondanks zijn verlegenheid op zijn 29ste fractievoorzitter. Volgens Wiegel een record dat nooit ofte nimmer gebroken zal worden: “Ik werd ervoor gevraagd. Ik wilde erover nadenken en dacht: die trein komt maar één keer langs. Zo is het altijd in het leven; dan moet je beslissen. Want als de trein eenmaal voorbij is, komt hij niet meer terug. Ik leidde quasi met losse hand die fractie. Ik hoefde ook niet te weten wat die mensen gingen zeggen, alleen of er politiek geladen dingen bij zaten. Er werd altijd ontzettend gelachen. We maakten veel plezier, dus iedereen was vrolijk in die tijd. Dat is toch heerlijk?” Hij woonde met zijn gezin op stand aan de Leidsegracht 23. De “hardhandige” PvdA-wethouder Han Lammers was zijn buurman.
Van 1977 tot 1981 was hij minister van Binnenlandse Zaken en vicepremier. “Maar toen woonde ik niet meer in Amsterdam. Ik maakte Wim Polak als burgemeester mee, vooral als er gesodemieter was. Hét voorbeeld was de Vondelstraat, met die barricades. Dan heb je als minister eindeloos overleg. Met de ministers van Justitie en Defensie, de commissaris van de koningin, met de procureur-generaal, de directeuren van het ministerie van Defensie en uiteraard met de burgemeester als eerstverantwoordelijke voor de openbare orde.”

Duikvlucht boven Vondelstraat
Deze crisisgroep kwam op Schiphol bij elkaar. “Polak nam nooit een besluit, ik snapte dat ook wel. Ik zat op mijn boerderij in Friesland en werd opgebeld door mijn directeur-generaal. Er was weer overleg op Schiphol. Ik zei: ‘Ik kom alleen als er een besluit wordt genomen. Dus als je dat ook aan de burgemeester wil doorgeven: de minister komt alleen als er een besluit wordt genomen.’”
Wiegel werd uit Friesland opgehaald met een helikopter die in een weiland landde. “Ik zat bij die jongens achterin en zei: ‘Wat vinden jullie ervan, mannen, zullen we even over de Vondelstraat vliegen?’ ‘Heel goed, excellentie.’ En wij daarboven, je zag de krakers al een beetje weglopen. Ik zei: ‘Durven jullie een duik naar beneden te nemen?’ ‘Ja, wij wel.’ Bzjiet, we gingen zo naar beneden. Ze renden allemaal de huizen in. Ik heb ze op Schiphol maar niet verteld wat wij hadden uitgespookt. Er werd besloten om in te grijpen en de volgende ochtend vroeg reden de tanks de Vondelstraat in. Daar was ik wel zeer verheugd over – ja, natuurlijk. Wie heeft hier het gezag? De staat of de straat? Wat zullen we nou hebben!”
Af en toe komt Wiegel in Amsterdam. Kortgeleden reed hij door de Geuzenstraat om het ouderlijk huis te bekijken. En vorig jaar waren de leden van het kabinet-Van Agt/Wiegel (1977-1981) bij elkaar in de hoofdstad: “Dat had oud-minister Arie Pais georganiseerd, die woont in Amsterdam. We werden in het Hilton Hotel welkom geheten door burgemeester Eberhard van der Laan, met zó’n ontzettend aardige speech. Hij zei: ‘Ik vond dat kabinet van u toen afschuwelijk, maar ik heb nagelezen wat u allemaal voor Amsterdam heeft gedaan. Dat was veel, zoals de financiering van de Stopera.’” Wiegel: “Dus achteraf bekeken viel het hem enorm mee.”

Tekst: Serge Markx
S. Markx studeerde geschiedenis en is communicatieadviseur bij stadsdeel West.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s